Portrettengalerij

 

 

Bot3m.tif (63420 bytes)Bot3v.tif (63420 bytes)

Abraham Bot (7 augustus 1858 te Vlaardingen - 25 augustus 1890 te Vlaardingen)

Adriana Wapenaar (17 mei 1857 te Vlaardingen - 6 september 1941 te Vlaardingen)

Abraham Bot verdient volgens familietraditie de kost als zeeman. Hij trouwt op 2 juni 1880 te Vlaardingen met Adriana Wapenaar. Zij draagt traditionele kledingdracht, inclusief hoofdijzer. Zij wonen achtereenvolgens in Westnieuwland 68, Westnieuwland 29 en Waal 17. Zij krijgen vier kinderen: Jan (5 november 1881 - 6 februari 1882), Anna (30 december 1883 - 23 oktober 1947), Maria (15 mei 1886 - 8 oktober 1979), en Jan (3 januari 1888 - 3 november 1945). In 1890 wordt Abraham tijdens een reis ziek en overlijdt op zee; zoon Jan is dan nog pas twee jaar oud.

Adriana woont later op de Gedempte Biersloot 166 (1890-1941) te Vlaardingen. Zij komt in die periode aan de kost als broodbezorgster, en wordt herinnerd als een frisse vrouw met rode wangen.

 

Eyg3m.tif (63420 bytes)Eyg3v.tif (63420 bytes)

Arij Adrianus Eijgenraam (9 april 1864 te Vlaardingen - 18 november 1933 te Vlaardingen)

Kornelia Maat (26 april 1861 te Vlaardingen - 19 december 1931 te Vlaardingen)

Trouwen op 24 november 1886 te Vlaardingen. Zij wonen in de van Lennephof 9, nieuwbouw op het moment dat zij erin trekken. Arij Adrianus is fustkuiper van beroep (zijn vader tuinier). Arij Adrianus heeft blijkbaar een uitgebreide kennis van de geschiedenis van Delfland, die hij deelt met kleinzoons Jan en Arie tijdens een lange wandeling van Vlaardingen naar Delft en terug.

 

Hill3m.tif (63420 bytes)Hill3v.tif (63420 bytes)

Martinus Johannus Hillengenberg (28 oktober 1861 te Amsterdam - mei 1894 te Amsterdam)

Elisabeth Catharina Magdalena Vastenhoud (19 juni 1863 - 16 december 1924 te Amsterdam)

[Vader Martinus Hillengenberg is koetsier. In 1860 trouwt hij, op 38-jarige leeftijd, met Cornelia Grootegoed. Ze wonen in het hart van de stad op Kalverstraat 130. Cornelia krijgt er 3 kinderen, Martinus Johannes (1861), Gerardus Augustinus (1863) en Cornelia Anna Catharina (1867). In 1867 verhuizen ze naar Begijnensteeg 2, en een jaar later naar Sint Luciensteeg 24, waar Jan Coenraad (1869) wordt geboren. In 1872 verhuizen ze naar Sint Annendwarsstraat 30. Martinus verandert van beroep, wordt eenvoudig werkman, en verhuist in 1873 naar Nieuwezijds Voorburgwal 311 (voor het dempen van deze gracht). In 1873 overlijdt Cornelia. Martinus is niet in staat om de zorg voor zijn jongste zoon, de vijfjarige Jan Coenraad, op zich te nemen en vindt zijn zus Anne bereid om het kind in huis te nemen.

In 1875 verhuist Vader Martinus naar de Jordaan, 1e Looiersdwarsstraat 18. In 1878 vertrekt zoon Gerardus Augustinus als 15-jarige naar Z.M. Wachtschip, een oud oorlogsschip dat als marine-opleidingsschip in de haven ligt (toen het havenfront nog open was, enkele jaren voor de aanleg van het Centraal Station). Hij vaart als matroos van Z.M. Stoomschip "Koningin Emma" naar Indie, en overlijdt op 22-jarige leeftijd in het Militair Hospitaal te Soerabaja. Het Nederlandse leger voerde strijd op Atjeh, maar daar Gerardus overleed in Soerabaja lijkt het onwaarschijnlijk dat zijn dood verband hield met de gevechten.]

In 1885 trouwt zoon Martinus Johannes met Elisabeth Catharina Magdalena Vastenhoud (Elsje), de dochter van de buren op nummer 20. Ze verhuizen naar Elandsgracht 27, en vader Martinus trekt bij hun in. De Elandsgracht is dan nog een echte gracht. Zuster Cornelia blijft in haar eentje nog enkele jaren, tot 1888, wonen op de Looiersdwarsstraat, en verhuist daarna naar Heintje Hoeksteeg 8.

Martinus Johannes wordt schuijermaker (borstelmaker). Hij en Elsje krijgen drie kinderen: Cornelia Catharina Magdalena (Cor, 1886), Martinus Gerardus (Martinus, 1889) en Jannetje Adriana Paulina (Jeanne, 1891 - 25 oktober 1965). In juni 1886 verhuizen zij naar de 1e Looiersdwarsstraat 20, 2-hoog achter, waar Elsje twee jaar eerder nog bij haar moeder woonde. Vader Martinus overlijdt in 1886. In augustus 1890 verhuist het gezin naar de Korte Koningstraat 32, en kort daarna in hetzelfde jaar naar een kamer op de Prinsengracht 531. Hier overlijdt Martinus Johannes in 1894 op 32-jarige leeftijd. Weduwe Elsje blijft achter met 3 jonge kinderen, wordt werkster om in hun levensonderhoud te voorzien en verhuist naar de haar vertrouwde 1e Looiersdwarsstraat, nummer 19. Daar krijgt zij gezelschap van haar moeder, Catharina Magdalena Blaauw, die daarvoor in het huis ernaast woonde (nummer 17). Catharina Magdalena maakte door die verhuizing haar oude woning vrij voor haar zoon Jacob (1865) en zijn vrouw Carolina van der Wal (1872), direkt na hun huwelijk in 1894.

Een half jaar later verhuist Elsje met kinderen en haar moeder naar Elandsgracht 82. Hier overlijdt weduwe Blaauw. In 1901 trekt Elsje met kinderen naar Elandsgracht 95. De Elandsgracht heeft inmiddels door de demping in 1891 een totaal ander aanzicht gekregen in vergelijking tot de eerdere periode dat ze hier woonde. In 1910 verhuist ze van het onderhuis naar 1-hoog. Dochter Cor trouwt in 1910 en vertrekt. Zoon Martinus Gerardus trouwt in 1912 met Wilhelmina (Mien) Dijkhuizen, die in de buurt woonde, net als hij opgegroeid in de Jordaan. Hij verhuist met Mien naar Rustenburgerstraat 300'''. Elsje en dochter Jeanne blijven samen achter. In 1918 verhuizen zij samen, ditmaal naar de Nassaukade 73'', om Martinus een jaar te helpen als hij weduwnaar is geworden en twee kleine dochtertjes te verzorgen heeft. Tot zijn hertrouwen in 1920 wonen zij bij hem. Elsje overlijdt in 1924.

 

Dijkh3m.tif (61516 bytes)Dijkh3v.tif (64495 bytes)

Jelte Hermanus Dijkhuizen (8 maart 1851 te Sloten - 5 juli 1898 te Amsterdam)

Cornelia Oepts (1 augustus 1862 te Amsterdam - 24 februari 1929 te Amsterdam)

Jelte Hermanus Dijkhuizen wordt geboren op 8 maart 1851 in het Friese Sloten. Hij verliest zijn vader als hij 8 is; zijn moeder als hij 15 is. Als wees vindt hij met zijn jongere zusjes Froukje (14) en Grietje (10) onderdak op een Fries landgoed ('state'). Froukje blijft in Friesland en trouwt in 1878 met Court Dirks Krot, een timmermansfamilie.

Jelte en Grietje verhuizen in 1882 van het Friese Haskerland naar Amsterdam. Er is in die tijd op het platteland door een landbouwcrisis weinig werk, terwijl er vooral na de opening van het Noordzeekanaal (1876) in Amsterdam juist veel werkgelegenheid is. Naar verluidt beginnen Jelte en Grietje samen een sigarenwinkeltje, hoewel het bevolkingsregister voor Jelte geen beroep aangeeft.

In de eerste drie jaren vinden ze in Amsterdam geen eigen woning; ze trekken vaak voor een paar maanden in bij families waar een bed vrij is. Altijd bij Friezen en timmerlui. Het eerste adres is Egelantiersstraat 148, dat daarvoor bewoond werd door een timmerman uit Haskerland met gezin; een achtergebleven zoon is hoofdbewoner. In 1883 verhuizen Jelte en Grietje naar Marnixstraat 223, bij scheepstimmerman Wisfink met zijn gezin. In hetzelfde jaar verhuizen ze samen met die familie naar Marnixstraat 235. In 1884 verhuist Jelte naar de 2e Spaarndammerstraat 22 (nu Houtrijkstraat) en trekt er in bij het Friese gezin Verhoeve (geen timmerman maar stucadoor). Grietje gaat haar eigen weg en wordt dienstbode bij een bejaard echtpaar op de Buitensingel (Nassaukade). In 1885 verhuist Jelte naar de Binnen Dommersstraat 12 (zijstraat Haarlemmerdijk) en trekt in bij de Friese timmerman De Jong met gezin.

Jelte leert Cornelia Oepts kennen, dochter van een sigarenmaker. Ze trouwen op 7 mei 1885; hij is 35, zij is 12 jaar jonger. Ze verhuizen meteen naar Reguliersdwarsstraat 111 (nu de achterkant van Tuschinski). Een eigen woning, al is het in de Duvelshoek, een arme buurt naast het Rembrandtplein. Een jongere zus van Cornelia, Maria Henriette, woont in tot 1891. Jelte en Cornelia krijgen hier 6 van hun 8 kinderen, waarvan er twee als baby sterven: Jacobus Hendricus (20 mei 1886 - 1 mei 1887), Wilhelmina (Mien, 30 juli 1887 - 24 oktober 1918), Cornelia Margaretha Maria (3 oktober 1889 - 3 mei 1891), Herman Johannes (Herman, 3 oktober 1889 - 23 januari 1940), Johannes Eke (Jo, 13 januari 1892 - 21 april 1923), en Alida Cornelia (Ali, 18 maart 1894 - 1 februari 1977).

Reguliersdwarsstraat 109-111 en Suikerbakkersteeg 23 worden op zeker moment samengevoegd tot het Wijkgebouw van de Nederlands Hervormde Gemeente. Het verhaal gaat dat Jelte en Cornelia er een betrekking krijgen als logementshouder, mede dankzij een ouwelijk kapothoedje dat Cornelia bij de sollicitatie droeg om haar jeugdigheid te verbergen. Het huis is een soort logement, want in de jaren 1893-1895 is er een lange serie 'inwonenden bij Dijkhuizen' die er gemiddeld een half jaar blijven, met maximaal 6 personen tegelijk. Eerzaam volk (suikerbakker, letterzetter, voeger), hoewel een gedwongen verhuist naar de strafgevangenis. Bij een aantal inwonenden wordt vermeld: "zie logementskaart", maar Jeltes beroep op dit adres in het bevolkingsregister is [handels]reiziger, niet logementshouder, en er is ook geen logementshouder voor of na hem. Dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld het naburige logement De Kroon, Suikerbakkersteeg 23, waar Petrus Jansen in 1871-1885 geregistreerd staat als logementshouder (bekend door een verhaal van Justus van Maurik). In 1895 verdwijnen Jeltes inwonenden, misschien kreeg dit deel van het Wijkgebouw een nieuwe functie. Jelte verhuist voor 2 maanden naar het huis ernaast, nummer 109.

In 1895 verhuizen Jelte en Cornelia naar Bloemgracht 121. De Bloemgracht heeft een aantal goede huizen met respectabele bewoners, en huisnummer 121 ziet er redelijk uit op oude foto's; al is de Jordaan een overbevolkte buurt met kleine industriebedrijfjes, rokende pijpen en stinkende grachten. Van beroep wordt Jelte huisbewaarder. In deze woning worden de laatste twee kinderen geboren: Cornelis (8 maart 1897 - 17 juni 1899), en Maria HenriŰtta (Rie, 11 maart 1899 - juni 1982). Jelte overlijdt in 1898 op 47-jarige leeftijd, terwijl Cornelia zwanger is van hun dochter Rie. In de overlijdensacte wordt Jelte weer aangeduid als handelsreiziger.

Na de dood van Jelte verhuist Cornelia, in 1899, met haar zes kinderen naar een kleinere woning, de "insteek" van Bloemgracht 91. (Nu een schitterend gerestaureerd grachtenhuis, maar toen een wat verwaarloosd pand; eind jaren '20 werd de benedenwoning onbewoonbaar verklaard wegens ongedierte en optrekkend vocht, en dichtgetimmerd). De eigenlijke insteekkamer aan de voorkant van het huis (van waaruit het mogelijk is om door een luik in de vloer naast de ramen direkt naar beneden te kijken in de zijkamer van de onderburen) is te klein voor een gezin en bevat haard noch keuken; vermoedelijk bewonen ze ook de opkamer aan de achterkant van het huis. Cornelia knoopt de eindjes aan elkaar met theehandel: de kinderen bezorgen in de buurt puntzakjes thee aan huis voor een halve cent per stuk.

In 1907 verhuist Cornelia naar Bloemgracht 120'' (tegenover de oude woning op nummer 91). Dochter Mien trouwt in 1912 met Martinus Hillengenberg. In 1914 verhuist Cornelia naar Marnixkade 10'''. Na het overlijden van dochter Mien in 1918, hertrouwt Martinus Hillengenberg in 1920 met dochter Ali, die dan ook het huis uit gaat. Cornelia overlijdt in 1929 op 66-jarige leeftijd.

 

Bot2m.tif (63420 bytes)Bot2v.tif (63420 bytes)

Jan Bot (3 januari 1888 te Vlaardingen - 3 november 1945 te Vlaardingen)

Jacoba Geertruida Eijgenraam (25 november 1888 te Vlaardingen - 21 maart 1937 te Vlaardingen)

Jan en Jacoba Geertruida (Ko) verloven zich op 29 mei 1907, en trouwen vijf jaar later op 3 juli 1912 in Vlaardingen. Zij wonen eerst op Sclaavenburch 13 (1912-1923), en verhuizen later naar de Gedempte Biersloot 53 (1923-1939).

Jan breekt met de zeemanstraditie in zijn familie, en wordt timmerman. Hij werkt in verschillende timmerwinkels, en was goed in het maken van wenteltrappen (volgens de heer Ruisaard, een kollega uit die tijd). Als een echte timmerman draagt hij op karwei een overall, en bezit een goed voorziene gereedschapskist met karakteristieke voorwerpen zoals een heel lange blokschaaf, een schrijfhaak, een schietlood, een duimstok en een plat potlood. Zijn kettinghorloge beschermt hij met een speciale beschermkast. ‘s Avonds klust hij wel eens bij als behanger, waarvoor hij klanten werft via advertenties in de plaatselijke Vlaardingsche Courant. Het is niet duidelijk of hij als ambachtsman zwaar te lijden heeft onder de economische crisis van de jaren dertig; daarover zijn de latere herinneringen van de kinderen omtrent mogelijk langdurige werkloosheid te tegenstrijdig.

Jan en Ko krijgen tien kinderen, waarvan er twee vroeg overlijden: Abraham (Bram, 2 november 1913 - 16 februari 1985), Cornelia (Corrie, 5 december 1914 - 13 januari 2012), Adriana (1 januari 1916 - 30 december 1916), Adriana (Adri, 12 april 1917 - 17 februari 2004), Jan (6 januari 1919 - 23 mei 1990), Arie Adrianus (19 november 1920 - 10 oktober 1998), Jacoba Geertruida (Cobi, 28 oktober 1922 - 1 mei 2000), Anna (Annie, 30 april 1925), Martinus (Tinus en later Martin, 5 augustus 1928), en Marinus (26 augustus 1930 - 5 oktober 1930).

De woning aan de Gedempte Biersloot is erg eenvoudig. In de huiskamer bevindt zich de bedstee van Jan en Ko, met aan het voeteneind een krib (een houten bak, die aan de uiteinden wordt opgehangen aan de zijkanten van de bedstede, boven het voeteinde) waarin het jongste kind slaapt. Verder staat daar een Salamander potkachel, met als afvoer een zogenaamde ‘elleboog’-pijp, een platte buis met ringen die met de schoorsteen is verbonden. In de pijp bevindt zich tussen kachel en knik een plat gedeelte met diverse ringen waarop waterketels kunnen worden verwarmd. De kachel wordt aangemaakt met papier, houtkrullen of aanmaakhoutjes en een scheut petroleum, en brandt op oude kranten, antraciet, turf, sloffen (briketten) of eierkolen. Overige attributen zijn een pook om het vuur op te rakelen, een kolenkit, en een asla. De kolenvoorraad bevindt zich op zolder. Het gaslicht in huis werkt op een muntmeter. Aan de voorkant van het huis bevinden zich zonnerakken (houten schermen aan de buitenkant van de woning, een soort jaloezieen), en aan de achterzijde een zonnescherm. Hoewel er in het huis een gezin van tien personen woont, herinnert zoon Martin zich niet dat iedereen de hele tijd door elkaar krioelde; hij had in elk geval genoeg ruimte om 's zondags zijn lege sigaarblikken op de grond uit te stallen om ermee te spelen, bruggen te bouwen, enzovoorts. De voorkamer van het huis werd weinig gebruikt

Warm water voor de was komt in deze buurt niet uit de kraan, maar van de waterstoker. Die heeft op maandag (wasdag!) een topdag. Het textiel wordt -meestal buiten op het plaatsje achter de woning- gewassen in een wastobbe met daarin een stamper, wat natuurlijk een zwaar karwei is. Het drogen van het wasgoed gebeurt 's winters aan een droogrekje om en aan waslijnen boven de kachel.'s Zomers wordt de was in de tuin aan droogstokken en een blauw rek met drooglijnen gehangen (blauw omdat dat minder vliegen aan zou trekken). Ander regelmatig terugkerend huishoudelijk werk is het kloppen van kleedjes met een mattenklopper, en het stoppen van kousen met een zogenaamde ‘maasbal’ (een hulpstuk in de vorm van een paddestoel waarover de gehavende kous wordt gespannen; de steel dient om het geheel vast te houden).

Oorspronkelijk zijn ook de toiletfaciliteiten tamelijk primitief. Er wordt gebruik gemaakt van pleetonnen, die periodiek voor de deur worden gezet en vervolgens worden omgewisseld door bemanning van de zogenaamde Boldootwagens, waarvan de komst altijd word aangekondigd met behulp van een houten ratelaar. Om te voorkomen dat de tonnen al te snel gevuld raken, plassen de jongens in een putje op het plaatsje bij de tuin (koning, keizer, admiraal enz.). Nog voordat het gezin in 1939 naar een andere buurt zal verhuizen zal dit systeem vervangen worden door waterspoeling; een hele verbetering.

Gedurende enkele jaren helpt de hele familie de buurman, een groenteman, met het inmaken van sperziebonen: afhalen, breken en in zout zetten. De familie krijgt 45 cent per kistje, en er worden een paar kistjes per avond gevuld. Het verdiende geld wordt 's zomers gebruikt om een Jan Plezier -een open koetsje- te huren om met het hele gezin naar Scheveningen te rijden. De buurman/groenteman fungeert als koetsier. Eenmaal komt het reisgezelschap op de terugweg terecht in een zware zomerse onweersbui op de Maasdijk, die op de betrokkenen nogal wat indruk maakt; vermoedelijk deels omdat het zeil dat de passagiers tegen het regenwater moet beschermen slechts aan een kant van het koetsje mag worden dichtgetrokken.

Jan laat zich scheren bij de barbier op de Oosthavenkade. Hij heeft al sinds zijn jeugd een kunstoog (dat hij ’s avonds dreigt op de overloop boven de trap te leggen om de kinderen te weerhouden uit bed te stappen). Jan volgt diverse avond-cursussen (op de Spinozaschool), er werkt zich in de loop van de jaren op in een aantal bestuurlijke funkties. Zo is hij penningmeester van de Christelijke Besturenbond, lid van het kiescollege dat dominees beroept, en tenslotte in de jaren voorafgaand aan de oorlog zelfs lid van de Vlaardingse Gemeenteraad voor de Christelijk Historische Unie (CHU).

Ko is regelmatig ernstig ziek, en ligt dan in de voorkamer. Enkele malen moet zij ook enige tijd naar ziekenhuizen buiten Vlaardingen, zoals Rotterdam (Eudokia, 1925), Oegstgeest (1927) en Leiden (1931). Ze had ondermeer evenwichtsstoornissen als gevolg van een ooroperatie, en later nierproblemen. Zij overlijdt in 1937. Een andere Eijgenraam, mogelijk een neef, is aanzegger en doodbidder.

In 1939 verhuist de familie naar de Arnold Hoogvlietstraat 19 te Vlaardingen. Jan bouwt bij zijn nieuwe huis in 1939 een schuur achterin de tuin. Kort na de oorlog treedt hij toe tot de Noodgemeenteraad. Er wordt overwogen hem voor te dragen als wethouder, maar dat gaat uiteindelijk niet door als hij na een kort ziekbed onverwacht overlijdt in het najaar van 1945.

 

Hill2m.tif (63420 bytes)Hill2v.tif (63420 bytes)

Martinus Gerardus Hillengenberg (30 januari 1889 te Amsterdam - 3 januari 1930 te Amsterdam)

Alida Cornelia Dijkhuizen (18 maart 1894 te Amsterdam - 1 februari 1977 te Amsterdam)

Alida Cornelia (Ali) werkt voor haar huwelijk -in de periode dat zij nog op de Bloemgracht woont- op de Bewaarschool (een fr÷bel- of kleuterschool) in de Barndesteeg. 's Avonds volgde ze lessen op de Vormschool (2 jaar?) en haalde daar haar diploma voor onderwijzeres in het voorbereidend onderwijs. Ze had de gewoonte al lopend de te leren stof samen met een vriendin te repeteren wanneer ze op weg naar de avond-opleiding was.

Martinus Gerardus (Martinus) trouwt 11 juli 1912 met Mien, de de zus van Ali. Zij wonen in de Rustenburgerstraat 300''', en vanaf 1916 op Nassaukade 73'' te Amsterdam. Zij krijgen een zoon en twee dochters: Martinus Johannus (24 september 1913 - 27 december 1918), Cornelia (Cor) en Wilhelmina (Wil). Mien overlijdt echter op 24 oktober 1918 aan de gevolgen van de Spaanse griep, evenals haar zoon Martinus Johannus twee maanden later. Moeder Elsje en zuster Jeanne trekken vervolgens bij hem in om de huishouding op de Nassaukade te verzorgen. Op 8 juli 1920 hertrouwt Martinus met Ali te Amsterdam. Zij krijgen drie dochters: Elsje (Els), Hanna (Han) en Alida (Ali).

Volgens zwager Piet van der Wende en schoonzoon Siegfried Hikke is Martinus een prettig mens in de omgang. Hij is geinteresseerd in nieuwe ontwikkelingen, zoals fotografie, zelf ontwikkelen, en filmen (er zijn een aantal filmpjes van zijn hand uit het eind van de jaren '20), en tekent in zijn vrije tijd. Hij heeft een baan als bouwkundig tekenaar bij de firma Deenik in Amsterdam. Dit is vermoedelijk een tamelijk verantwoordelijke funktie, waarbij hij opdrachten van klanten moet binnenhalen. Daarnaast geeft hij ook les op een avondschool. Martinus en Ali gaan ook regelmatig op vakantie. Gezamelijk gaan zij eens kort naar Duitsland, en huren vaak zomers een huisje in Zandvoort. Ali zit daar gedurende een maand met de kinderen, terwijl Martinus 's avonds uit zijn werk per trein daarheen komt. Zij overwegen in Overveen te gaan wonen. Maar Martinus wordt ziek, wordt enige malen in het ziekenhuis geopereerd vanwege maagbloedingen en overlijdt in 1929.

Omdat er in die periode nog geen weduwe-pensioen bestaat (hoewel de firma Deenik wel een uitkering van 100 gulden per 3 maanden (?) verzorgt zolang de kinderen nog niet volwassen zijn; elk jaar met nieuwjaar schrijft Ali hiervoor een keurige bedankbrief) begint Ali als onderwijzeres op een kleuterschool in de Quellijnstraat, ongeveer een jaar nadat zij weduwe is geworden. Overdag wordt het huishouden draaiend gehouden door juffrouw Wies. Dochter Cornelia (Cor) moet na een jaar MULO van school om jongste bediende op kantoor te worden. Dochter Wilhelmina (Wil) neemt als ze wat ouder wordt het werk van juffrouw Wies over.

In deze periode gaat Ali soms 's zaterdags als ze om 12 uur uit school komt met de kinderen naar het Vliegenbos in Amsterdam-Noord. Als het regent wordt er als troost ook wel thuis gepicknickt in de keuken op de grond. Op zomerse dagen wordt er ook wel eens een fietstocht naar Santpoort ondernomen, of richting Hilversum. Ook Ali houdt zich bezig met fotografie en zelf ontwikkelen; het laatste gebeurt in een gangkast met daarin een rode lamp en een matje voor de kier onder de deur. Op zondagavond worden er gezamelijk stichtelijke liederen uit de bundel van Johannes de Heer gezongen, niet altijd tot ieders genoegen.

Bij het jaarlijks TBC-kontrole bij onderwijzend personeel door de GGD wordt in ▒1944 bij Ali een vlekje op de longen gevonden. Hoewel dit vermoedelijk een oude besmetting betreft (mogelijk een gevolg van het verplegen van haar broer Jo die mogelijk aan TBC had geleden), moet zij thuis rusten en krijgt ze extra voedselbonnen. De behandelende vrouwelijke kontrole-arts zet zich in om ervoor te zorgen dat Ali wat pensioen kreeg, wat tot dan blijkbaar niet het geval was. Ali stopt definitief met werken in ▒1948. Vanaf 1959 krijgt ze AOW.

In latere jaren maakt Ali nog enige reizen naar dochter Els in de Verenigde Staten. In 1964 per boot -en in Amerika per vliegtuig-, in 1971 samen met dochter Cor per vliegtuig.

In 1976 verhuist Ali naar een bejaardenflat aan de Nieuwe Herlaer in Amsterdam-Buitenveldert. Een half jaar later overlijdt ze op 82-jarige leeftijd aan een hartaanval.

 

Bot1m.tif (63420 bytes)Bot1v.tif (63420 bytes)

Martinus Bot

Alida Hillengenberg

 

 

Link naar stamboom familie Bot

 

This page was last updated on 25/05/99.