Jubileumboek
Amsterdams Opera Koor spontaan en gretig

Interview met Hans van den Hombergh

Hein Jordans ontdekte het talent van Hans en vroeg hem er eens over na te denken, of muziek geen goed vak
voor hem was. Maar zijn keuze voor muziek als beroep werd uiteindelijk genomen in 1940, hoewel zijn vader
daar faliekant tegen was vanwege de maatschappelijke impact van dit beroep. Hij zag liever dat Hans
- net als hij - leraar werd. Het muziekvak werd
slecht betaald en laag gewaardeerd, maar dat is volgens Hans duidelijk veranderd. In de jaren zestig kwam
er binnen de maatschappij een soort emancipatie
van het beroep als musicus tot stand.

Op 25 februari 1941 (de dag van de februari-staking) had hij zijn eerste contact met George van Rennesse in Amsterdam. Na zijn eindexamen Gymnasium-A in
1941 mocht hij op het conservatorium in deze stad een aanvang maken met zijn pianostudie. Ondanks de oorlogsjaren heeft Hans toch goed kunnen studeren.
In totaal heeft hij drie jaar piano gestudeerd en vanaf
het tweede jaar als bijvak tevens koordirectie,
waarin hij ook examen heeft gedaan.


Geamputeerd

Vanaf 1942 mocht van de bezetter muziek van joodse componisten w.o. Mendelssohn, Bruch en Mahler niet meer uitgevoerd worden, maar ook Franse en Russische muziek was ineens 'ontaard'. Zo dreigde het officiële concertleven geamputeerd te worden: alleen germaanse componisten waren nog gewenst en er werd heel wat tweederangs Duitse muziek geprote-geerd. Het Concertgebouw Orkest pareerde dit door in één jaar in een loodzwaar programma alle symfonieën van Beethoven, Brahms en Bruckner af te werken.

Als reactie bloeiden de huisconcerten op. Zo organiseerde de zeer artistieke Berthe Seroen (zanglerares aan het Amsterdams Conservatorium)
met haar leerlingen een serie huisconcerten met uitsluitend Frans repertoire.
50 jaar AOK
Volgende pagina
Vorige Pagina