HET AUSTRALIE ARCHIEF  [link naar begin 2e Australië reis, 2006-2007]

TERUG NAAR ETALAGE

Foto's
 Dit is een directe link naar de foto’s van de reis

16 december 2005
Hong Kong is wat mij betreft een “crazy town”. Het is na 11½ uur vliegen even wennen als je Zuidlaren of Bilthoven gewend bent. Wat mij opvalt is de absolute perfecte organisatie van de airport-hotel-shuttle-bus. We krijgen een sticker op de koffers EN op onze jas en mogen wachten in een lounge. Na enkele minuten worden we ‘opgehaald’, de bagage wordt ingeladen en in zoiets als in een vliegtuigstoel, maar dan oneindig comfortabeler, worden we naar het hotel gereden. Op een korte wandeling door het, laten we zeggen, “Albert Cuyp-deel” van de stad struikel ik bijna over een man die voorover op de stoep ligt met zijn armen gevouwen onder zijn gezicht. Ik kan zijn gezicht niet zien. Een van zijn handen houdt een plastic kommetje vast. Een bedelaar dus. Dan zie ik dat de man geen benen heeft! Er ligt dus een romp te bedelen. Achter hem tegen de pui van een winkel staat zijn opgevouwen rolstoel. Daar ligt hij dan tussen de tientallen wolkenkrabbers met 20 of meer verdiepingen en honderden mensen die om hem heen lopen en hem niet lijken te zien.

16 december 21.00 uur. Wat een indrukken! Met weinig slaap het drukke Hong Kong in….. allemaal wolkenkrabbers en je vraagt je af of daar mensen wonen of dat er gewerkt wordt…., taxi’s alom, voetgangers overal en vooral reclameborden: niet zoals bij ons naast de straat of gedeeltelijk boven het voetgangersgebied.. neen, hier boven de straat, wedijverend in grootte, van links naar rechts de hele straat omvattend, achter elkaar, boven elkaar en wel zoveel dat je niet meer kunt zien wat erop staat. Moe, zin om even ergens te zitten, we vinden iets waar koffie en broodjes zijn maar ook de airco… het blaast hier werkelijk uit elk gat wat je boven je hoofd kunt ontdekken! In het hotel, in de bus, in een café… ik wordt door kille lucht omgeven en door veel mensen. Drukte alom. Na een paar uurtjes verbazing gaan we terug naar ons hotel, waar we gelukkig vanochtend al het  voor mij zeer onbuigzame matras hebben kunnen omwisselen voor een iets meer meegaand type. Ik leg mij neer en voel hoe nu wel mijn schouder en heup iets kunnen wegzakken…. ik laat me meevoeren en ben binnen een paar minuten in slaap…. Welverdiend, maar gezien het tijdstip hier (waar we toch aan moeten wennen) minder handig. Na 2 uurtjes dan toch maar weer opstaan en richting het kantonees restaurant in dit hotel. Heerlijk eten, wederom verbazing en ter afsluiting worden we getrakteerd door de familie aan de buurtafel om een stukje zuigbiggetje, wat ter tafel in plakjes werd gesneden en met stukjes rettich (?) en wat wasibi in een eetbaar doekje werd gewikkeld, mee te eten. Een hartelijke, warme afsluiting van een indrukwekkende dag! M.

17 december. Een boeiende dag in een crazy stad! Zoveel wolkenkrabbers naast elkaar, waarin duizenden mensen zijn samengepakt. Volgens onze gids van de stadstour van vandaag leven hele gezinnen in een woonkamer van 15 m2. Dat lijkt me geen weelde, maar toch maakt Hong Kong beslist geen arme indruk: integendeel. Luxe, overdaad, geen vuil, weinig zichtbare armoede. Een ijverig volkje, zeer aardige mensen. Een uitmuntend openbaar vervoer systeem want weinigen hebben een eigen auto en al die mensen moeten ergens heen. Bus na bus, taxi na taxi en een goed ondergronds netwerk. Ik vermoed dat toch zeker een derde van de auto’s uit taxi’s bestaat: rode toyota’s, zeer duidelijk herkenbaar. Auto’s zijn duur voor hier, parkeren onbetaalbaar. Grond is duur, men bouwt in de hoogte. Iedere dag komen er mensen bij in Hong Kong, willen meedoen met de bloeiende economie. Vol? Hoezo? Dan bouwen we toch gewoon hoger? 80 Verdiepingen is al heel gewoon! En als je gedacht had om hier Kerst te ontlopen (wat wij niet in gedachten hadden overigens) dan heb je het mis: overdadige verlichting, zeer overdadige versiering, overal kerstmuziek en velen doen kerstinkopen. Hong Kong, een rijzende stad, zowel in huizen, in economie als in aantallen mensen. Voor een paar dagen zeker een aanrader! Morgen doen we nog een luxe wijk en tegen de avond vliegen we verder richting Melbourne. M.

18 december 2005
Vanmiddag gaan we door naar Australië. Van de anti-globalisten hebben we weinig gezien. Een drietal dubbeldekkers zonder dak met musicerende antiglobalisten en twee motoragenten met zwaailicht er achteraan. Maar het conferentiecentrum is dan ook aan de andere [Hong Kong]kant van de haven. En de krant vanochtend meldde hevige onrust rond het centrum gisterenavond. Aan ‘onze’ [Kowloon]kant, met zicht op het conferenie-gebouw, bezoeken we ‘een’ biennale van moderne kunst in het Museum of Modern Art. Ik heb wel eens dat, als ik nonfiguratieve moderne kunst zie, ik denk dat je dat ook ‘op zijn kop’ kunt hangen. Welnu in een van de mooie, ruime, rustige zalen hangt een werk, vierkant van ongeveer 1½ bij 1½ meter. Het is opgehangen precies in het midden[zwaartepunt] en ernaast een ‘suggestie’ dat je het kunstwerk draaien kan [met de klok mee]. Er is ook een bakje met plastic handschoenen. De bezoeker dient het kunstwerk alleen aan te raken met zo’n handschoen aan. En natuurlijk is er een bakje waar je de gebruikte handschoenen kan achterlaten!

                                     

21 december 2005
We zijn nu écht onderweg op Tasmanië. Ik heb geen idee dat we op een eiland rijden: Tasmanië is, qua oppervlak, net zo groot als de Benelux. Onze –gehuurde- camper is voor ons gevoel erg lang. En het verkeer rijdt aan de andere kant van de weg dan wij op het vasteland van Europa gewend zijn, n.l. links. Het is allemaal even wennen. Wat alleen maar leuk is, is wakker worden met een strak blauwe hemel buiten. En verder Hobart is, gewoon, een grote stad met alles erop en eraan. De internet-faciliteit waar ik de website ‘oplaadt’ met tekst en foto’s [klik de Foto’s link hierboven maar aan] afficheert zichzelf als “Fashion-net” : Colourful Clothing and fast internet! En ja hoor, er hangt mode en achterin de winkel staat een lange tafel  met zes lap-tops met Windows XP. Kosten: AUD 3 [australian dollar = € 0,70] per uur. “The cheapest broadband Internet in Hobart”. De chauffeur van de bus op weg naar de camping was al helemaal in kerststemming. Zie foto. Mijn eerste dag in korte broek, T-shirt en sandalen is plezierig verlopen. Th.

De hete zon deed mij vandaag al een sunscreen factor 30 aanschaffen en bijna een blouse met driekwart mouw, wat door opvallend veel vrouwen hier wordt gedragen. M.

22 december 2005
We worden wakker aan de rand van een meer vlak bij een dorpje [Oatlands] waar een vrije kampeerplek is gemaakt. Geen andere faciliteiten dan een kraan voor drinkwater en, even verderop, een toiletgebouw. Keurige, schone en frisse toiletten! In het meer zwemmen onder meer twee zwarte zwanen. Ik maak een praatje met Greg –zie foto- die langs komt wandelen met zijn poedeltje. Greg is 60 jaar, draagt een enorme ‘father-christmas’-baard, en is zijn leven lang ‘eigenaar-chauffeur’ van een grote truck geweest. Dat betekende gedurende de week rijden [en geld verdienen] en in de weekenden onderhoud plegen aan zijn truck. Tot hij last kreeg van zijn heup. “Ik heb toen mijn truck verkocht en een nieuwe heup gekocht”, zegt hij.  Met zijn [maori]vrouw verhuisde hij naar een rustig plekje op Tassie. Zo heet Tasmanië in de volksmond. We praten nog wat verder over de relatie tussen Nieuw Zeelanders en Maori’s en dan zeg ik dat het mij opgevallen is dat ik nog geen enkele ‘aboriginal’ ben tegengekomen. “Nee”, zegt Greg “dit is een convict-gebied”. We wensen elkaar “Merry Christmas” en op weg naar het noorden komen we door Campbell Town. Daar krijgen we bevestigd dat dit een “convict-gebied” is. Als bezienswaardigheid wordt aangeprezen de “convict-bridge”. Gebouwd door gevangenen met stenen die ter plekke gemaakt en gebakken werden. De brug, in die tijd gebouwd voor ‘paard en wagens’ verwerkt heden ten dage duizenden motorvoertuigen per dag en heeft sinds de bouw nog geen onderhoud nodig gehad, zo vermelden de brochures. Eigenlijk is het wel ‘vriendelijk’ om van ‘veroordeelden’ te spreken als je over de gevangenen hebt die indertijd uit Engeland naar dit deel van de wereld verbannen werden. En niet van ‘rovers’, ‘moordenaars’, ‘verkrachters’ of ‘dieven’. Zittend voor een café met een kop koffie komen we aan de praat met enkele jongere inwoners van Campbell Town wier families al generaties lang in Campbell Town wonen. En voor een groot aantal families geldt dat er afstammelingen van ‘convicts’ in zitten. [Ergens in de 19e eeuw was een massale amnestie] De jongeren met wie wij spraken vertelden over grootmoeders of overgrootmoeders die eigenlijk niet wilde weten dat zij afstamden van ‘convicts’ waren. Maar dat steeds meer dit een geaccepteerd gespreksonderwerp wordt. Een onderdeel van de stoep in de hoofdstraat  is een rij bakstenen [mijn linkervoet staat op één van de foto’s op die stenen-rij], waarin namen van ‘convicts’ staan, met de reden van hun veroordeling en de straf. [zie foto’s] Tientallen stenen in een lange rij. Men heeft van de afstammelingen bijdragen gevraagd –en gekregen- om dit te kunnen verwezenlijken. Niks alleen maar ‘veroordeelden’ maar met alle details vereeuwigd in de stoep.

23 december 2005
Kerstmis gaan we dit jaar doorbrengen vlakbij de ingang van het Freycinet National Park aan de westkust van Tasmanië. Het park is bekend als ‘paradijs voor wandelaars’. We verblijven op het Iluka Holiday Centre. [ www.ilukaholidaycentre.com.au ] Het dichtstbijzijnde internet-point is –helaas- 35 km verderop. De kerstvakantie begint en het is druk, waar je ook kijkt en gaat. Vandaag maken we in het park een wandeling naar het Wineglass Bay uitkijkpunt. Het is meer een klauterparij van ongeveer een uur over een, overigens zeer goed onderhouden, steeds maar stijgend pad. Maar wat wil je: uitkijkpunten zijn veelal hoog gelegen. Het blijkt allemaal zeer de moeite waard. [zie foto’s] Onderweg halen we een, in mijn ogen, nogal omvangrijke mevrouw in die af en toe wat uitrust –gezien haar omvang: geen wonder, denk ik dan- en verder klautert. Op het uitkijkpunt zie ik haar weer zitten en ook zie ik, omdat de pijp van haar jeans iets omhoog geschoven is, dat ze onder haar rechterknie één kunstbeen heeft. Mineke ‘scoort’ op de terugweg haar eerste wallabie. [wallabie is een kleinere versie van de kangaroe, net als pony een kleinere versie van een paard is. Zie foto.] Niks wild en schuw. Het beest scharrelt gewoon op de parkeerplaats rond op zoek naar voedsel. Th.
Ik kookte vanavond al het kerstmaal, maar kwam tijdens het eten tot de ontdekking dat het pas morgenavond kerstavond is……. We hebben de kaarsjes toch maar aangelaten. Reizen doet je de tijd vergeten. M.

24 december 2005
Toch maar wat tekst, al is de oplaadmogelijkheid ver weg. We brengen deze dag door aan enkele stranden van het Freycinet park, Sleepy Bay en Friendly Beaches, [zie foto’s] tussen families met kinderen en toeristen uit Singapore of elders. Geen moment komt het in mij op dat de aanwezigheid van ‘buitenlanders’ op de stranden rondom Sydney tot zoveel vechtpartijen heeft geleid. Het is allemaal zo vredig en vriendelijk hier en we hebben het zo naar onze zin.

25 december 2005
Vanochtend, 1e Kerstdag, rijdt een brandweerauto met gillende sirene door het vakantieoord. Geen brand, maar wel Father Christmas met assistenten bovenop, die snoepjes rondstrooien  als waren zij Sinterklaas met zwarte pieten. We gaan op weg noordwaarts langs de oostkust van het eiland. Het is overal zeer rustig. Het enige wat open lijkt zijn de brievenbussen. We belanden op een van de zeer vele openbare stranden met kampeerfaciliteiten –een kraan en een toilet- langs de kust met mooie uitzichten op de Bay of Fires [zie foto]. De toeristenbrochures vertellen dat deze naam gegeven is door de eerste ‘buitenlanders’, die over zee in de buurt kwamen en de vuren van de aboriginals zagen. We beleven een heerlijke zonnige middag met wandelen, thee, lezen en zo maar een beetje naar de zee kijken. Tijdens het koken ontstaat er even paniek omdat de waterpomp in de kampeerbus de dienst weigert.  Mijn technische achtergrond gekoppeld aan de ervaring met mijn eigen kampeerbusje brengen mij bij een zekering ergens in de krochten van de bus en dan is het probleem snel opgelost. En Mineke heeft ondertussen de afwas van mij overgenomen. Hoewel ik altijd met plezier de afwas doe, ben ik dubbel blij.

26 december 2005
Boxing day. Van alles is weer open, alleen geen internet access faciliteit. We zetten koers van de oostkust via de binnenlanden –en dat betekent ook enkele kilometers onverharde weg- naar de noordkust van het eiland. Vlak voor onze vermoedelijke bestemming horen we opeens een krassend lawaai onder de bus. Onmiddellijk stoppen en het blijkt dat een draagstang van een watertank onder de camper is losgeschoten [waarschijnlijk door het wasbord-karakter van de weg]. Binnen 5 minuten lig ik met een Tasmaniër en een bahco-sleutel uit zijn gereedschapkist onder de bus [zie foto] en na enig gezamenlijk prutsen klaren we de klus. [Je moet je toch niet voorstellen om ergens “in the middle of nowhere” de verhuurder te moeten bellen of zo, zo er al dekking voor de mobiele telefoon is] Vier handen maakte het werk licht. Wat het meeste indruk op mij maakte was dat die Tasmaniër min of meer tijdens mijn uitleg van wat er was gebeurd, al onder de auto schoof om te kijken wat hij er van vond. We vinden een prachtige plek, kijken uit op Australië –wat wel achter de horizon ligt- maken een strandwandeling in de zon met een beetje wind en vinden alweer dat we het goed hebben.

27 december 2005
Het jaar is bijna om en wij zitten hier in de zomer. De temperaturen zijn gematigd: vandaag is het ongeveer 20 graden met zo nu en dan zon.  Het is vreemd om in Tasmanië te zijn en ook weer zo gewoon. Het zou hier Engeland kunnen zijn, het landschap lijkt erop maar dan met meer witte spectaculaire stranden. En met minder mensen. Hier en daar zie je zelfs Devonshire teas en in vergelijking met Nederland zie je hier nog relatief veel mensen met (origineel) rossig haar. Ik realiseer me vaak niet dat ik aan het andere eind van de wereld zit: het lijkt hier allemaal zo gewoon: men heeft deze week vakantie gekregen en voor velen verandert het werkzame leven voor een paar weken in een camper-bestaan. De campings lopen vol en ook de vrije plekken aan de kust worden bevolkt door hele families, die het liefst samen met vrienden of familieleden met elkaar willen staan: er worden dorpjes gevormd, men houdt plaatsen voor elkaar vrij. Vannacht stonden ook wij  op weer zo’n vrije plaats: officiële campgrounds zonder faciliteiten en per definitie in prachtige gebieden. Hele stroken aan de kust zijn zo ingericht en je kunt kiezen uit diverse terreintjes. Maar vandaag staan we even op een “echte” camping: de pomp die het water uit het voorraadvat naar onze kraan moet pompen weigert zijn diensten, dus is het prettig om in de buurt van een stromende kraan te zijn en in een gebied waar onze mobiele telefoon met tasmaans nummer dekking heeft. Als alles gaat zoals we verwachten gaan we morgen naar een grotere plaats zo’n 100 kilometer van hier, waar de pomp gemaakt kan worden. Het verstoort een beetje ons rustige leventje, al behoort zo’n akkefietje ook gewoon bij het leven wat we hier hebben. Wij zouden hier met gemak onze gehele drie maanden door kunnen brengen. M.

 

29 december 2005
Ik word wakker vanochtend en het blijkt ‘slecht’ weer te zijn. Bewolkt en miezerig. Ik word er niet vrolijk van. We gaan naar Scottsdale om dit dagboek en een aantal foto’s op de website te zetten. Onderweg gaat het ook mis met Mineke en mij: de manier waarop Mineke ‘kaartleest’ en ik de kampeerbus bestuur stroken niet met de wederzijdse opvattingen over hoe het moet. In de internet faciliteit lukt het maar half: www.euronet.nl is niet bereikbaar. De foto’s lukken wél dus aan de apparatuur ligt het niet. De faciliteit is een onderdeel van een centraal systeem op Tasmanië gekoppeld aan de openbare bibliotheek. Dan suggereert de beheerder –die met zijn vrouw in de bibliotheek aanwezig is- dat we het even op zijn computer thuis gaan proberen. En ja hoor: de vrouw loopt met ons mee naar hun huis -3 minuten- maakt koffie terwijl ik op zijn computer hetzelfde ervaar als in de faciliteit: het lukt niet met Euronet. We praten nog wat door, nemen afscheid en, hoe hartverwarmend deze ontmoeting ook is, ik blijf somber. Terug op de camping lees ik het boek “Australië op blote voeten” uit. Geschreven door een vrouwelijk Amerikaanse arts die 3 maanden met een Aboriginal-stam op uitnodiging met een rituele tocht meeloopt. Zij beschrijft haar intensieve kennismaking met een totaal andere cultuur van onderlinge verbondenheid en respect voor elkaar, omgaan met pijn, omgaan met gebrek aan voedsel en nog zo wat van die omstandigheden waar wij ‘in het westen’ van alles op gevonden hebben. Eenmaal weer terug in de USA vertelt zij van de uiteenlopende reacties van haar thuisfront. De reacties die het meeste indruk op mij maken liggen in de sfeer van “zouden enkele wilden daar in Australië het beter weten dan al die miljoenen in het westen?” Inmiddels schijnt de zon weer. Ik word mij weer bewust van dat ik in een luxe kampeerbus met uitzicht op zee op een laptop wat sombere verhalen zit te schrijven en dat Mineke weer aan een van haar befaamde maaltijden werkt. Het dringt het langzaam tot mij door dat mijn soberheid net zo min ergens op slaat als de vraag wie het ‘beter weet’: de Aboriginals of de Westerling. Wie weet kom ik morgen wel een internetcafé tegen en is Euronet weer bereikbaar.

En ik las zojuist: “Ik voel me niet op mijn gemak. Ik kan niet geloven wat me overkomt. Ik schud mijn hoofd en zie ineens niet meer in waarom ik de nacht niet slapend in mijn bed zou doorbrengen. Ik zie de noodzaak niet meer in van de dingen die wij doen, wij allemaal. Wij bestaan louter uit grillen, de ene gril na de andere. Waarom kunnen we niet accepteren dat ons leven leeg is, net zo leeg als de woestijn waarin we wonen, en het met een monter hart doorbrengen met schapen tellen of kopjes wassen? Ik zie niet in waarom ons levensverhaal interessant zou moeten zijn……” etc. (alinea uit J.M.Coetzee: In het hart van het land).
Maar ik wandelde ook zojuist in de late middagzon in een heerlijke wind over het strand en zag dolfijnen! En sprak met een Australische vrouw die na 7 jaar rondreizen in een old timer prachtige bus hier nu is neergestreken en een permanente plaats heeft veroverd en het hier paradise noemt.
En we eten vanavond gewoon gebakken aardappelen met bloemkool en een zelf gedraaide gehakbal!  M.

 31 december 2005
De volgende dag was Euronet wél bereikbaar, hoera! De faciliteit is een onderdeel van een kring van Community Online Centres en er zijn er op Tasmanië ongeveer 70, meestal gehuisvest in de plaatselijke openbare bibliotheek. Niet duur: AUD 2 [= € 1.50] per half uur en ook bedoeld om ‘internet’ dichter bij de mensen te brengen. Het doen van belastingaangifte via internet wordt in een brochure ook sterk aangemoedigd. Oudejaarsavond gaan we doorbrengen op een kleine camping vak bij Mole Creek. Een dorp ergens midden in het land. [En ook dit heeft een online-access centre!] We hebben een plekje vlak bij een snelstromend beekje: De Sassafascreek. Die naam zal wel op geen enkele Bosatlas in Nederland voorkomen. Het terrein is wel vol.  Men bereidt zich voor op middernacht. Ieder op zijn eigen wijze. Het is heerlijk zacht weer en we eten ons laatste avondmaal van 2005 met het ruisende water als achtergrond muziek vermengd met lawaai uit een ‘ghettoblaster’ op een belendend plotje. Ieder zijn meug, het zij zo. Ik heb een uurtje in de ‘Examiner’ gelezen. Een krant van en voor Tasmanië. [Het lijkt op een mix van Telegraaf en Algemeen Dagblad] Veel aandacht wordt besteed aan het overlijden van Kerry Packer. Australië’s rijkste inwoner. Een mix van Berlusconi en John de Mol. Verder een stuk over de kou en de sneeuw, momenteel, in delen van noord-Europa. En een –klein- item over een onderzoek van Dr. Michiel Bots van de Universiteit van Utrecht leidend tot de conclusie dat een matig gebruik van alcohol bij oudere vrouwen leidt tot een verminderde kans op het ontwikkelen van ‘niet-insuline-afhankelijke’ diabetes.

1 januari 2006
We redden het nét: we zitten tot middernacht buiten bij dat stromende beekje met een ‘goed glas wijn’ maar snel na de kussen en de voornemens, de sms-jes en het klinken plus nieuwjaarspraatje met de ‘buren’ begint het te regenen. Eerst maar slapen. Na het ontbijt de nieuwe agenda en dagboek in bedrijf nemen. Tegen het eind van de morgen is het weer droog en maken we een wandeling naar Alum Cliff: een heilig gebied van de Aboriginals en nu ‘open’ voor toeristen. Voor het eerst komen we met ‘iets’ van die oorspronkelijke bevolking in aanraking.  [Volgens de Lonely Planet is de laatste originele zuivere Aboriginal in dit gebied zo’n 100 jaar geleden gestorven] Het maakt overigens niet veel indruk op mij. Waarom weet ik niet. Ik zou wel eens met een échte Aboriginal willen praten. Daarnaast ontdek ik waar de Sassafras Creek zijn naam aan ontleent. Het is een varen met geneeskrachtige eigenschappen en waar thee van gezet werd. [zie foto]

2 januari 2006
Vandaag is nog een ‘public holiday’ omdat Nieuwjaarsdag op een zondag viel. We besluiten richting noord-westpunt van het eiland te rijden. Onderweg nemen we deel aan een rondleiding in de King Solomons Cave. Ik ben nooit in de Grotten van Han geweest maar veronderstel dat deze er net zo uitzien, stalagtieten en zo. Indrukwekkende verhalen en statistieken van de gids, prachtige vormen en kleuren maar ik ben nog het meest onder de indruk van de ‘ontstaansgeschiedenis’, die ik lees tijdens het wachten op het begin van de tour. Miljoenen en miljoenen jaren van verschuivende continenten, ijstijden, gletschers en klimaatveranderingen. Ik loop eruit met de gedachte: ‘niks intelligent design, dit kan nooit in één week geschapen zijn, ik word steeds meer een fan van Darwin en zijn evolutie-gedachte!’. Via Sheffield, een stadje waar veel muurschilderingen te zien zijn en Davenport waar de veerboot vanuit Melbourne aanlegt komen we in Penguin meer westelijk aan de noordkust en strijken neer op een mini-caravan-park. Op de radio hoor ik dat Michaela Krajicek een of ander toernooi gewonnen heeft en dat een groot deel van de Australiërs morgen weer aan het werk gaat. En wij beginnen dan met plezier aan de 20e dag van onze reis. Op Tasmanië hebben we tot nu toe 1217 kilometer afgelegd.

4 januari 2006
Vandaag ‘deden’ we noord-west Tasmanië. Glooiend grasland en regenwouden afgewisseld met hier en daar een ‘poppyfield’. Het blijkt dat Tasmanië als enige staat van Australië onder streng gecontroleerde omstandigheden papavers [=grondstof voor opium] mag verbouwen voor medisch gebruik.  We vragen links en rechts hoe streng de contrôle is en het in onze oren meest betrouwbare antwoord is dat Tasmanië is gekozen –na een proef- mede vanwege de verminderde kans op fraude. In Launceston -2e stad van Tasmanië- staat een verwerkingsfabriek. En rondom de velden staan borden die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. [zie foto] In het South Arthur Forest komen we Eddie Freeman tegen. Eddie is een chain-saw-sculptor. [Mijn vertaling: kettingzaagbeeldhouwer] Hij staat daar in zijn eentje met behulp van een indrukwekkend aantal kettingzagen een naambord te beeldhouwen uit een volwassen eucalyptusboomstam. De letters die uitgehouwen moeten worden zijn 50 à 60 cm hoog. Hij is een zelfstandig ondernemer en dit klusje moet vrijdag klaar. Hij doet ter plekke ook aan PR en ik krijg een aantal kaartjes met voorbeelden en zijn website: www.eddiefreeman.rosstasmania  We overnachten vanavond in Stanley, praktisch aan de noordwestpunt van Tasmanië. Als toeristische attractie heeft Stanley het Highfield House wat ooit diende als hoofdkwartier van de Van Diemen’s Land Company. Tasmanie is door Abel Tasman als “Van Diemen’s Land” op de kaart gezet. Van Diemen was in die tijd de baas van de VOC die Tasman’s expeditie financierde. Sinds enkele dagen lees ik twee boeken tegelijk: “Shadow over Tasmania” [geschreven door Coultman Smith, die probeert misvattingen en ‘horror-stories’ over de convict-tijd in Tasmanie in een realistisch beeld te zetten] en “True History of The Kelly Gang, geschreven door Peter Carey en dat gaat over Ned Kelly, die als zoon van een convict/settler een leven opbouwt in Australië. Ik vind het boeiend om door het land te rijden waar de verhalen in de boeken overgaan. De beschrijvingen van de situaties toen, zijn nu ook vaak bezienswaardigheden met een historisch karakter. Morgen gaan we richting Queenstown aan de westkant van Tasmanië. Wanneer we daar aankomen zien we wel. Ik verwacht niet dat er onderweg veel mogelijkheden tot bijhouden van de website zijn.

5 januari 2006
Mijn indrukken van Tasmanië:

 

Tasmanië lijkt op Nw.Zeeland, maar is compacter en waarschijnlijk wel niet zo spectaculair. Misschien raak ik ook verwend… maar dit stukje is bedoeld om julli mijn indruk van Tasmanië te geven.

 

Tasmanië is groen en vriendelijk: groen voor wat betreft de natuur, ongelofelijk vriendelijk voor wat betreft de mensen. Het is moeilijk om bijvoorbeeld op een camp-site naar een toilet of zomaar rond te lopen, zonder het maken van een praatje, of weg te gaan zonder dat je wordt uitgezwaaid. Iedereen spreekt je aan, verwacht misschien niet direct een antwoord op de groet: good day, how are you? , maar toch, men is te allen tijde bereid tot dit praatje en om te vertellen hoe blij men is om in dit groene Tassie, met het milde klimaat, te wonen. Men is trots op Tassie en de vele milieuacties lijken nog te onderstrepen dat men Tasmanië ook graag zo wil houden! Mooie natuur, ruimte, mooie kusten, wild life en vooral veel frisse lucht.

De kusten, die mij altijd weer trekken, zijn spectaculair, de oostkust heeft vele witte stranden, de noordkust is ruiger, met rotsen en seals met hier en daar een stukje strand.

 

De Tasmaniërs zijn vriendelijk, de mannen lijken wel geboren te worden met (meestal) de rechterhand geklemd om een blikje, waar, al naar gelang de leeftijd, bier of frisdrank in zit. Het blikje wordt dan ook nog vaak “verpakt” in een soort kraag van isolatiemateriaal, wat maakt dat de eeuwige hand, die het blikje omklemt houdt, de inhoud niet doet opwarmen. De vrouwen of meisjes zien er net zo uit als bij ons en in tegenstelling tot die in Hong Kong (waar we een tussenstop hadden) zijn er velen te dik…, maar dan ook veel te! De vriendelijkheid van de mensen komt tot uiting in het graag willen vertellen over hun mooie Tasmanië en hun adviezen waar we toch vooral heen moeten gaan. Vanochtend nog, in een koffietent, spontaan een liefdesverklaring van een vrouw die haar hele leven al woont op Tasmanië en niet verlangt om het main-land te bezoeken, al zal het er wel eens van komen, volgens haar.

Regelmatig komen we mensen tegen die vroeger woonden op vaste land van Australië, maar nu blij zijn te wonen op het groene Tasmanië. Het is vaak te warm op het mainland en het is er dor. Wij moeten het nog gaan ervaren.

 

In velerlei opzichten heeft men hier nog echte Engelse gebruiken: cricket is een volkssport en wordt op ook op campings of stranden door hele familie’s  beoefend, fish en chips zijn hier in vele plaatsen te verkrijgen en ook devonshire teas wordt soms aangekondigd. Ook het landschap (pretty, glooiend, kleinschalig) lijkt, denk ik, soms op Engeland. Reizen is vergelijken: je kunt er bijna niet aan ontkomen.

 

Een paar kenmerken die mij hier zoal opvallen: roken is hier meer taboe dan in Nederland. In bruine kroegen wordt je verzocht buiten te roken… en ook in gewone koffie, broodjes, tearooms, is roken veelal niet toegestaan.  Bij de deur van een restaurant staat soms een bordje dat je enkele meters van die deur verwijderd moet zijn om te kunnen roken! Het lijkt ook wel alsof er minder wordt gerookt. Diesel, om een heel ander onderwerp aan te snijden, is duurder dan de benzine soorten. Kinderen dragen op fietsjes allemaal helmen, ook op campings of speelweiden. De prijzen zijn hier ongeveer hetzelfde als in Nederland, waarbij ik de opmerking moet maken dat ik alleen maar spreek over campings, etenswaren, kleding en wat je zoals om je heen kunt zien. Brood lijkt duurder. Diesel nogal goedkoper: 1 dollar 34 = bijna 1 euro.

Opvallend vind ik het milieubewustzijn van de Tasmaniërs. In supermarkten wordt je telkenmale uitgenodigd toch vooral je eigen boodschappentas mee te nemen en de plastic tassen te vermijden. Ook ziet het land er erg schoon uit, geen blikjes of zwerfvuil, geen afval of oude auto’s geen krotten of ingezakte huizen. Alles is schoon en opgeruimd. Maar tegenstrijdig lijkt dan weer het aantal 4 wheel drive auto’s te zijn: ik denk toch wel dat 50 procent van de auto’s uit 4 wheel drives bestaat: wat misschien met dit wegennet en deze dunne bevolkingsaantallen ook wel weer te verklaren is.

Verder valt op dat ik hier nog geen dronken mensen heb gezien (en dat ondanks dat velen met een blikje in de hand geboren lijken te zijn) en ook verslaafden ben ik nog niet tegengekomen. Eenmaal heeft Theo in een openbaar toilet een box voor gebruikte injectiespuiten gezien…. Wat zou moeten verklaren dat er wel gebruikers zijn.

De vele velden met poppies (papavers in een lila kleur) onderschrijven dat Tasmanië nogal veilig is en weinig gebruikers telt. Deze velden papavers worden hier gekweekt voor de medische industrie voor geheel Australië. Slechts hier schijnt verbouw mogelijk te zijn. Grote borden in de velden met bloeiende papavers waarschuwen wel dat je uit zo’n gebied moet blijven en dat misbruik ernstig wordt bestraft. Hoeveel misbruik er is weet ik niet, maar ik kan me zulke openbare velden in Nederland moeilijk voorstellen.

 

Toen wij deze reis samenstelden en ik voor een paar weken Tasmanië koos hoorde ik onder andere van het reisburo dat het toch zeer ongebruikelijk was om een paar weken (en in ons geval meer dan 5!) op Tasmanië te verblijven. Meestal wordt er voor maximaal 9 dagen gekozen. Nu ik hier ben ondervinden wij dat 5 weken beslist niet teveel is: wij zouden hier prima nog meer tijd kunnen doorbrengen. En helemaal nu ik regelmatig hoor dat het zo warm is op het main-land en dat mensen, die het grootste deel van hun leven hebben gewoond op het op vaste land van Australië, nu, vanwege de mildheid van het klimaat en de hiermee samenhangende groenheid van het landschap, hun niet werkzame deel van het leven willen wonen op de groene parel van Aussie: Tasmanië, zoals op de nummerborden staat vermeld: Tasmanië, your natural state.

 

Wat me verder hier nog opvalt is dat ik nauwelijks of geen gekleurde mensen tegen kom. Ze wonen hier blijkbaar niet en ze gaan hier niet met vakantie. Dat maakt dat er ook geen vermengingen zijn, zoals bij ons. Er zijn daardoor ook nog relatief veel roodharige kinderen, iets wat bij ons een uitstervend ras aan het worden is.

 

Ik moet zeggen dat het me hier steeds beter bevalt. We zijn op een derde van onze reis door Tasmanië en ik begin me hier al aardig thuis te voelen. Vooral de vriendelijkheid van de mensen is heerlijk om te ervaren. De mevrouw vanochtend in de koffietent concludeerde spontaan dat de mensen op Tasmanië nogal wat vriendlijker zijn dan in Australië. Wij moeten dat nog gaan ervaren, maar ik kan me iets voorstellen bij het feit dat een mild klimaat, de groenheid van het landschap, de dunbevolktheid van Tasmanië allemaal bijdraagt aan het geluksgevoel van de bewoners, wat uiteraard meer vriendelijkheid met zich mee zal brengen dan wanneer je op een kluitje woont, of hitte en droogte moet weerstaan. Wij gaan dat laatste nog allemaal ervaren en ik zal er te zijner tijd over vertellen.

 

Wij zijn blij dat we nog enige weken hier hebben te gaan.

 

 Mineke.

8 januari 2006
Vandaag wordt Lenie Marie Jansje van Gent 74 jaar! Zij is het eerste meisje [de vrouw!] waar ik ooit –ergens in de jaren direct na de 2e wereldoorlog- verliefd op werd. Na ommekomst van deze reis zal ik haar persoonlijk gaan feliciteren. Terug naar het hier en nu: we blijven nog een –zonnig- dagje in Strahan aan de westkust en de monding van de Gordon River. [Ik kan niet beschrijven hoe de plaatselijke bevolking die naam uitspreekt. Zoiets als ‘stron’ maar dan met een uitgerekte ‘o’] Gisteren brachten we door op een tourboot als deelnemers aan een tour over de Gordon River met als ‘ bezienswaardige aanlegplaatsen’ Sarah Island en Heritage Landing. De laatste betekent een wandeling door een gebied wat sinds enige tijd tot het wereld erfgoed gerekend wordt. Nat, koud regenwoud in alle glorie. Sarah Island is bekend vanwege de, in vergelijking zelfs extra notoire, plek die het inneemt in de convict geschiedenis van Tasmanië, waarbij Sarah Simmons de kokkin was van de dokter en van de commandant van de nederzetting van gevangenen en bewakers met daarnaast een gewelddadig en overspelig leven. De toegang tot Sarah Island –over zee- is via een nauwe monding die Hells Gate heet en die naam ontleent aan de opvatting van de veroordeelden die via deze monding binnenkwamen. De gids op het eiland heeft  smeuige verhalen tijdens de wandeling en daarna is er ‘rust’ en krijgen mijn gedachten en mijmeringen een kans. De tocht over de Gordon-river bracht de Bonny River in Nigeria in mijn herinneringen terug. [Reizen is vergelijken: ook ik ontkom er niet aan] Bovenal loop ik aan het eind van de dag de boot af met de vraag: “Hebben ze in Tasmanië wat met dat convict-verleden?”. Is het behalve een manier van ‘verwerken’ ook een mooie toeristische attractie of andersom? In het boek “Shadow over Tasmania” wat ik lees bespeur ik ook af een toe een ondertoon van ‘het is allemaal wel streng en zwaar geweest maar ook fair’. Want wat heb je aan een gevangene voor een maand opsluiten in eenzame afzondering? Je moet hem toch te eten geven. Dan zijn 40 zweepslagen economischer: na drie dagen ziekenhuis kan hij weer aan het werk.

8 januari 2006 [later op de dag]
Een heerlijke luier dag! Nietsdoen en dat in je vakantie!

Voor Theo is dit een tegenstelling: vakantie is nietsdoen. Voor mij voelt het anders. Hier zijn is verplaatsen  en daarmee steeds maar weer nieuwe indrukken opdoen, is plek zoeken, eten maken, soms een spelletje, vaak een verslag voor de website, bed-bouwen, crypto, lezen en slapen.

 

Ik luier vandaag wat aan en het lijkt wel alsof ik mij herpak. Alles even weer op orde: rustig kaarten bekijken, rustig boek lezen, in de zon zitten met een zondagskrant, iets lekkers bij de koffie. Het is warm buiten, de zon schijnt volop. Ik zoek een schaduwplekje en kuier straks even naar het dorp voor verse vis, wat wil een mens nog meer?

 

Mineke

 

Dinsdag 10 januari 2006.
Wat een heerlijke dag! We wandelden ruim 3 uur door een prachtig regenwoud, langs één van de mooiste meren van Tasmanië en tevens het diepste fris water meer van Australië: Lake St.Clair in het Cradle Mountain-Lake St.Clair National Park. 3 uur lang klauteren over boomwortels, zo nu en dan een modderpoel ontwijkend, kris-kras langs kolossale bomen, in verbazing door zoiets moois met zoveel groen schakeringen.

Gisteravond kwamen we terecht op de camping in het National Park Lake St.Clair en vanaf het eerste uur voelde ik mij hier thuis. Een heerlijk ongeregeld zooitje, met allemaal sportievelingen die overland-tracks, of andere ingewikkelde lange wandelingen ondernemen en na deze “arbeid” heerlijk rond een kampvuur zitten en ongecompliceerd kamperen. Eigenlijk zou ik graag in een tent tussen alle tenten staan….., maar ja, wij zitten in een brave keurige camper en rijden niet in een stoere terreinwagen. Je kunt niet alles hebben. Theo had zo zijn bedenkingen; voelde zich in het begin niet op zijn gemak… maar na vandaag is ook hij helemaal om! Ik zou willen dat jullie een kijkje konden nemen in dit gebied met zijn prachtige vergezichten over het meer en het natte regenwoud met reuzen van eucalyptus bomen, bloeiende tea trees, alle variëteiten aan varens en even zovele mossen. De foto’s op de fotosite moeten laten zien wat wij vandaag zagen; het voldane gevoel van nu (na een heerlijke maaltijdsoep met nota bene roggebrood van Van der Meulen (!) moeten jullie erbij denken. Wij verheugen ons alweer op morgen nog een wandeling in dit gebied. M.

 

Ik wil niks méér toevoegen dan een gedicht [of ‘uitspraak’ zo je wilt] wat ik –gegraveerd op een mooi plaatje- op de ballustrade van een uitkijkpunt in het park zie aangebracht. [Bij de uitkijk komen betekende vanuit de parkeerplaats wel een klauterpartij van ongeveer een ½ uur] Th.

 

Our ability to percieve quality in nature begins as in art with the pretty.                                                                          
It expands through successive stages of the beautiful to values yet uncaptured by language.

 

Aldo Leopold

Woensdag 11 januari 2006
We zijn met plezier en overtuiging nog een dag gebleven en bewandelen vandaag een ander deel van het park. Een deel van het traject wordt in de brochures aangegeven als “Larmairremener tabelti, Aboriginal cultural walk” en loopt door een vroeger door Aboriginals bevolkt gebied. De enige verbinding met die Aboriginal Culture zie ik in drie, door kunstenaars ontworpen, informatiepanelen waarop het ‘waarom en hoe’ staat. Op één van de panelen staat ook waar de laatst overgebeleven heen verscheept zijn. Maar dichter bij de Aboriginal brengt het mij niet. Ik wil er nog steeds wel eens een zien en spreken. Maar het is wél een mooi gebied: kijk maar naar de foto’s.

 Vrijdag 13 januari 2006
Afgelopen dagen brachten we door in het Mt Field National Park in het hart van Tasmanië. We wandelden bijkans meer kilometers dan we met de kampeerbus reden. Steeds onder zeer goede weersomstandigheden. Het aantal MacDonald’s is hier in de buurt net zo groot als het aantal internet-faciliteiten: nul. Morgen rijden we richting Hobart en wellicht is er onderweg een mogelijkheid de website van tekst en foto’s te voorzien. In de krant lees ik ondertussen dat Sharon nog in leven is en dat de wereld er langzaam aan begint te wennen. De premier van Tasmanië –Paul Lennon- is in politieke moeilijkheden verzeild geraakt vanwege een verblijf in een dure hotelsuite gedurende een bezoek aan Melbourne. Hij had de prijs van een ‘gewone’ kamer [AUD 200 per nacht] betaald en zijn gastheer heeft de rekening van de upgrade naar AUD 1000 per nacht voor zijn rekening genomen.  En uitgerekend die gastheer staat aan het hoofd van een bedrijf wat enkele dagen later een lucratief contract van de Tasmaanse regering krijgt. De oppositie –groen en links- schreeuwt moord en brand. En de teksten verschillen nauwelijks van die welke je in Nederland van dezelfde politieke kant te horen zou krijgen: “Mr Lennon vertoont een groot gebrek aan inlevingsvermogen en een overmaat aan arrogantie door in zo’n peperdure suite te overnachten als hoofd van een regering die weet van grote groepen mensen ‘op straat’ die regeringssteun ontberen om in een fatsoenlijk huis te kunnen wonen”. Th.





De vergelijking met Nw.Zeeland komt in dit deel van Tasmanië vaker in mij op dan aan het begin van onze reis. Wij zitten nu al enige tijd in het midden: het Lake district met de bergen en regenwouden. Prachtige meren, liggen verstild in lege uitgestrekte gebieden met in het gebied waar we nu zijn, gigantische hoge bomen. 90 Meter is geen uitzondering! Stammen die een aantal meters boven de grond helemaal glad en grijs zijn… bomen die er al honderden jaren staan. Abel Tasman moet zeker zo verwonderd hebben gekeken als ik vandaag! Bomen die er nog zullen staan als wij al honderden jaren niet meer bestaan…reikend tot ver in de strak blauwe lucht. Er staan er een paar van op de website.

Het lijkt hier soms echt op Nw. Zeeland, maar Tasmanië is kleiner en nog beter behapbaar, omdat het slechts uit één eiland bestaat. Dat velen in Nederland door reisorganisaties worden geadviseerd maximaal 10 dagen aan Tasmanië te besteden is een grote vergissing! Het is heerlijk om hier te zijn. M.

Maandag 16 januari 2006
Vanmiddag heb ik –zittend in de zon- “True history of the Kelly gang” uitgelezen. Volgens enkele Australië brochures verplichte literatuur voor wie Australië bezoekt. Fascinerend verhaal rond het bestaan van de early settlers in Australië –deels met een convict verleden- in het begin van de 19e eeuw. Rauw leven zonder enige vorm van luxe zoals wij dat nu kennen. Ned Kelly die op 12 jarige leeftijd zijn vader –die een convict verleden heeft- verliest en vervolgens zijn moeder volgens zijn normen onterecht in de gevangenis ziet belanden. Hij trekt ten strijde tegen het gezag, verliest dat en eindigt zijn leven in zijn 26e jaar aan de galg. Het boek beschrijft de normen en waarden die golden in die tijd. De begintijd van de Australische cultuur. Even rauw en ook zonder enige vorm van luxe was het leven van de convicts in diezelfde tijd. Een belangrijk centrum waar veroordeelden uit Engeland terecht kwamen was de strafkolonie op het schiereiland Port Arthur. Ruines en enkele ‘gerenoveerde’ gebouwen staan nog overeind en van het schiereiland is een toeristische attractie gemaakt. [ www.portarthur.org.au ] Met toch wel enige verbazing heb ik er gisteren [zondag] rondgelopen, deelgenomen aan een boottocht rond het schiereiland [bij de toegangsprijs inbegrepen] en mij als maar afvragend “waarom zoveel aandacht voor dit stuk verleden uit de Tasmaanse historie?” De –uitgebreide- brochure die de Historic Site beschrijft, eindigt met het volgende [mijn vertaling]:  “Port Arthur was de bakermat van de volwassenen- en jeugdgevangenissen. De beginselen van çlassificatie van gestraften, strenge bewaking, discipline, belonen-straffen en opvoeden en training die in Port Arthur als een coherent systeem gehanteerd werden zijn nog steeds de hoekstenen van het huidige penintentiaire beleid”. Maar mijn vraag blijft. Op het prachtige terrein –het lijkt wel een paleistuin- staat verder nog een ‘memorial’. Op zondag 28 april 1996 schoot een man op het terrein 35 mensen –staf en bezoekers- dood en verwondde vele anderen. De man zit nu in de gevangenis voor de rest van zijn leven zonder het recht op gratie. Tien jaar na datum loop ik daar rond. Hij had mij ook kunnen raken. En het is bizar dat op zo’n plek een dergelijk misdaad heeft plaatsgevonden. 

Woensdag 18 januari 2006
Bruny Island. [ www.brunyisland.net ] Zo ongeveer het meest zuidelijke eiland -vlak onder Tasmanié en eigenlijk ook het meest zuidelijke eiland[punt] van geheel Australië. Tasmanie, in de vorm van een driehoek, hangt met de punt wijzend naar de zuidpool onder Australië. We gaan er onze laatste dagen doorbrengen bij het strand van Adventure Bay [ www.bruny.tco.asn.au/avbayhol/ ]Het meest zuidelijke punt op het vasteland van Tasmanië ligt nog iets dichter bij de zuidpool maar is slechts met een four-wheel-drive te bereiken en in de huurovereenkomst die wij hebben staat dat wij niet op gravel-wegen mogen rijden. [Tenzij het de ingang naar een commerciële camping betreft!] We zitten aan de grens van het South Bruny National Park. Veel wandelmogelijkheden –dus!- en vandaag liepen we al een uur langs de kust naar Grass Point. Langs deze kust waren zo rond 1830 drie ‘whaling stations’ gevestigd. Er is op enkele schamele ruines na, weinig meer van over. Wel info panelen met een gedegen [zo zijn we dat zo langzamerhand gewend geworden in de Nationale Parken van Tasmanië] uitleg inclusief foto’s. In enkele tientallen jaren was de walvispopulatie in deze streek uitgedund van 100.000 tot 3000 hetgeen het einde van de business en het begin van de beschermde diersoort status betekende. Voor het eerst eigenlijk op dit toch zo schone eiland, kom ik –op de infopanelen- graffiti geschreven met een rode viltstift tegen. Het is een protest: The Japanese today kill many whales in Australien waters. Stop this murder. Terug bij onze kampeerbus scoort Mineke haar eerste witte wallabie [zie foto]. Th.

Vóór onze camper groeit het plantje vergeet mij niet. Toen ik (nu denk ik 2 jaar geleden) met een Amerikaanse vriend een Drentse Aa wandeling deed zagen we ook “vergeet mij niet” in het wild. Hij noemde dat toen “forget me not”. Blijkbaar een internationaal bekende naam. De wereld is klein: het staat nu hier voor onze camper vlak naast de Adventure Bay en een paar meter verder sprong de witte wallabie en trippelen vreemde vogels. M.

Zaterdag 21 januari 2006
Op vrijdagochtend worden we om zes uur ’s ochtends gewekt met bliksem, donder en stortbuien. [In die volgorde] Totaal onverwacht want het was zulk mooi weer en dat zou het blijven! En ja hoor om half elf kijken we alweer tegen een strakblauwe hemel aan en dat is de rest van de dag zo gebleven. Op een rondrit over het eiland [voor de helft op onverharde wegen] zie ik op het uitkijkpunt op “The Neck” [=verbindingsdam tussen het noordelijk en zuidelijk Bruny Island, 234 traptreden om de top te bereiken!!] een memorial van een Aboriginal vrouw, Truganini -1812/1876- die volgens sommige opvattingen de laatste originele Tasmaanse Aboriginal van Tasmanië was. [zie foto] Ik raak op de uitkijk in gesprek met een oudere dame [die dus ook die 234 treden had genomen!]  en peilde naar aanleiding van het standbeeld haar opvattingen over Aboriginals. Samengevat: “Niks mis mee, maar ze zouden moeten werken voor hun geld net zoals wij. Weet U dat ze een toelage van de regering krijgen om voer voor hun hond te kopen!”. LPF-erig rechts dus. Ze wist van Aboriginals die het tot de hogere regionen in regeringskringen gebracht hadden en kende er één persoonlijk. Ons wat langere verblijf op één en dezelfde campground brengt sociale contacten met de mede kampeerders mee. En dat leidt weer tot spontane ‘happy hours’. In een kring een aperitiefje drinken bij een van de campers en de daarbij horende borrelpraat. Gisteren ook weer en na mijn gesprek met die mevrouw op de uitkijk breng ik de Aboriginals ook in deze kring ter sprake. De teksten verschillen nauwelijks van mijn eerdere ervaring boven op de lookout. Ik krijg de verzekering mee dat op het deel van het vasteland waar wij zullen rondrijden er vele gelegenheden zullen zijn om met aboriginals in contact te komen. Ik ben benieuwd. Th.

Het is een stralende zaterdag: de warmste dag van deze maand op Burny Island. Het is onze laatste dag hier. Ik maakte een sensationele boottocht rond het eiland en kon zo de prachtige kusten vanaf de zee bekijken en afscheid nemen van dit heerlijk stukje Tasmanië. Enerverend!

Buiten hangt mijn handdoekje te wapperen in de wind: al uren droog..

Mijn handdoekje meet (misschien) 40 bij 70 centimeter en is van een soort kunst suède gemaakt. Gekocht bij een sportzaak in Groningen en voor het eerst deeluitmakend van mijn bagage. Ik raak bijna verslingerd aan dit kleinood: juist omdat het zo klein is en bovenal omdat het zoveel vocht opneemt wat binnen de kortste tijd ook weer is verdwenen. En het heeft dezelfde kleur als de helft van mijn (fancy) toilettas….

De gehele 38 dagen dat we op reis zijn, heb ik nog geen andere “hand”doek gebruikt! Het lijkt op reclame, maar ik vind het dan ook een prima uitvinding!

 

Vanavond nog uit eten op dit heerlijke eiland, morgen schijnt het nog warmer te worden, maar morgen vertrekken wij richting Hobart, waar we de camper gaan inleveren en even 2 nachten in een gewoon bed gaan slapen. M.


Zondagavond 22 januari 2006
De kampeerbus is weer –schadevrij- terug bij de verhuurder. We hebben er in 35 dagen 2701 kilometer mee gereden, dat is gemiddeld 77 kilometer per dag. Het is 35 dagen ons huisje geweest en met enige weemoed kijken we hem na als de verhuurder ons bij de vliegveld-bushalte naar Hobart-centrum afzet en terugrijdt naar de verhuur-basis. Morgen, maandag, besteden we nog een dag in Hobart zelf. En dan is Tasmanië ‘af’. We vliegen dinsdag naar Sydney. We zouden er geen van beiden moeite mee hebben gehad om nog eens 6 weken door dit schitterende eiland –met een zalig klimaat, dat wel!- rond te tuffen. Vanochtend bij het vertrek van Bruny Island kregen we al te horen dat het vandaag zeer warm zou zijn in Hobart. Welnu, dat klopte. Als we om een uur of vijf naar de havenkant lopen voor een biertje en wat eten is het echt bloedheet. Ik schat 40 graden. “Saoedie-Arabie”- warmte noem ik dit. Droge, hete lucht. Tijdens het eten begint het te waaien, de schermen  -we zitten buiten- worden binnengedraaid, de wolken verschijnen en de temperatuur daalt zeker 10 graden. In een weldadige avondlucht lopen we naar ons hotel en na terugkomst op de kamer begint het buiten te regenen. Het is dan negen uur. We hebben het al eerder meegemaakt: die snelle wisselingen. Uit de krant begrijpen we dat het in Melbourne warm is. Michaela Krajicek heeft vanwege die hitte ‘opgegeven’ bij de Australian Open. En ABN-Amro is als eerste Melbourne binnengevaren tijdens de Volvo-Ocean race. Th.

We slapen vannacht in een prachtig oud patriciërs huis in Hobart, op loopafstand van Salamanca en de haven (www.artacom.com.au)
Een klein hotel annex gallerie. We hebben een heerlijke kamer met donkerbruine gelakte oude vloer, hierop een tijgerprint-carpet, een spijltjes bed, groot oud meubilair en een kolossaal schilderij aan de wand van een liggende vrouw in een sensuele houding. En een eigen ruime badkamer met ligbad! Een totaal andere omgeving dan onze camper. In de hal, direkt tegenover onze deur, staat een 2 meter groot mens-figuur onder andere gemaakt van kippengaas, waarin lampjes aan en uit gaan. In het trappenhuis, in de keuken, in de gezamenlijke eetkamer en hal: overal kunst en van grote afmetingen! Wat ook opvalt zijn de prachtig geschikte bloemen op een lege tafel in de keuken en evenzo in de hal. Smaakvol en ruim. Ik vond weken geleden een kleurrijke glanzende folder van dit onderkomen in de tourist informatie en nam het mee. Zo zie je maar wat een brochure kan doen: de warme ontvangst en de smaakvol ingerichte ruimtes verrasten ons. M.

Maandagavond 23 januari 2006
De [mede]eigenaresse van ons hotel is de schepster van het schilderij in onze slaapkamer [no 5] waar Mineke gisteren over schreef. [Haar naam is Penelope, en de uitspraak is hier met de klemtoon op de 2e lettergreep] Zij vertelde dat het schilderij een opdracht was voor een ondergrondse passage vanaf de straat naar een metrostation in Melbourne leidde. Ze vertelde verder dat de ‘sensuele’ houding bedoeld was om de vrouw als ‘predator’ [= jager] neer te zetten en niet als verleidster. Er komen daar in die passage altijd veel mannen langs op weg naar hun werk en ik wilde iets anders maken dan wat er op de covers van de talloze ‘girlie-magazines’ staat die even verderop in de newsstands liggen.

Dinsdag 24 januari 2006
Sydney. Wereldstad. We hebben een kamer in het Radisson Plaza Hotel in het hartje van de stad op vijf minuten lopen van de [wereldberoemde?] Sydney Harbour Bridge en het er tegenover liggende [ wereldberoemde?] Sydney Opera House. Aan beide wil ik dezer dagen meer tijd besteden. Het is mogelijk om –onder begeleiding- langs de overspanning van de boogbrug omhoog te wandelen [134 m boven de waterspiegel!]. Bovenop wordt er dan een foto gemaakt en loop je –aangelijnd als een echte bergbeklimmer- weer terug. De verleiding is groot maar ik heb nog niet ‘ja’ gezegd. Een ‘tour’ door het Opera House is minder inspannend en bedreigend! Tegen het eind van de middag wandelen we weer terug naar het hotel. De kantoren lopen leeg en de straten vullen zich dan met mannen en vrouwen in kantoorkledij: pakken met witte overhemden en mantelpakjes. Ik was zeker niet de enige toerist op straat maar voelde toch iets als ‘landloperigheid’ terwijl ik daar tussen liep met een korte broek plus sandalen. In tegenstelling tot de verhalen: het was vandaag niet warm [plm 22 graden] en wel bewolkt. In het vliegtuig van Hobart naar Sydney ben ik begonnen aan een volgend boek over Australië en de Aboriginals: “Remembering Babylon” van David Malouf. Op de valreep kon ik in Hobart in een 2e hands [!!] boekwinkel nummer één van mijn leeslijst bemachtigen: “Voss” van Patrick White. En via de e-mail bereikte mij al een volgende aanbeveling: “Outback Woman” van Melissa McCord. Leesvoer genoeg, al zal er hier in Sydney weinig tijd voor zijn.

Woensdag 25 januari 2006
The Sydney Opera House wilde ik persé zien en beleven. Welnu ik ben aan mijn trekken gekomen. Een ‘guided tour’ met smeuïge verhalen van de gids tijdens welke wij op een gegeven moment in het ‘schellinkje’ van een van de concertzalen een kort moment getuige waren van een repetitie van violist Nigel Kennedy met het orkest. Na afloop van de tour vraagt Mineke aan de kassa of er nog plaatsen voor de uitvoering van Kennedy zijn en ja hoor, aanstaande vrijdag gaan we er heen! Hij –Kennedy- zal dan waarschijnlijk wat anders gekleed zijn als vanochtend: in een korte broek, met sneakers en een poloshirt. Hoe dan ook: ik kijk er zeer naar uit. Ik zelf wandelde vandaag in een lange broek gekleed met trui door Sydney: het was wat miezerig weer. En het blijft nog even wennen: zo’n jachtige stad met taxi’s, stoplichten en ontzettend veel mensen op de trottoirs. Het equivalent van de Metro [of Spits] kent Sydney ook: aan het eind van de middag wordt overal de “mX” uitgedeeld. Nieuws headlines en veel foto’s. Gisteren ging het hoofdartikel over het ‘op tijd rijden’ van de lokale treinen. Vorige week was het gedaald tot 74,2% op tijd rijden. [Aan het begin van de zomer was dit nog ruim 90%] En natuurlijk is er het zelfde ‘zwarte-pieten’ als in Nederland. “Op deze manier krijg je de mensen nooit uit hun auto” meldt de oppositie. Th.

Ik keek vandaag met verbazing en ontzag naar de vele prachtige oude gebouwen, die vaak vergroot (meestal verhoogd) zijn met stakke, moderne imposante architektuur. De combinatie oud met nieuw, vind ik fascinerend en ik heb nog geen gebouw gezien waarvan ik de op-/aanbouw niet mooi vond. Zo ook het hotel waar we verblijven (Radisson Plaza Hotel). Oorspronkelijk huisvestte dit gebouw de Sydney Morning Herald en de Bank of New South Wales (later Westpac). Het heeft prachtige mooie hoge boogramen,  hoge plafonds, brede trappen en een zeer imposante buitengevel èn een toren. Binnen is er een stijlvol, strak design hotel van gemaakt: veel glas, veel roestvrij staal en voor de accoustiek mooie 3 meter hoge houten wanden met strakke gleuven. Ik houd van grote imposante gebouwen en daarvan zijn er hier vele! Eigenlijk zie je niet anders: groot, ruim, hoog en vaak straten met elkaar verbindend. Wie van architektuur houdt kan hier, in Sydney, zijn of haar hart ophalen. M.

Vrijdag 27 januari 2006
Op 26 januari is het “Australia Day”. Omdat in de namiddag van 26 januari 1788 een vloot van elf britse schepen met 1030 opvarenden –waarvan 548 mannelijke en 188 vrouwelijke convicts- na landing de britse vlag hesen in de buurt van Port Jackson en aan Australië begonnen.  Nu, ruim 2 eeuwen later, is er bij wijze van eerbetoon, net als bij ons op Koninginnedag, een lintjesregen met –ook net als bij ons- niveau’s en soorten: de ochtendkrant meldt op de voorpagina in totaal 662 awards –waarvan 221 aan een vrouw = slechts 33% zegt de krant. Er zijn ongeveer 20 miljoen Australiërs; hadden wij in Nederland de laatste keer niet ongeveer 5x zoveel lintjes? De voorpagina toont van de hoogste orde [AC – Australian Companion] vier ‘geridderden’ met foto: een 97-jarige emeritus hoogleraar –Charles Blackburn- geneeskunde, schrijfster/historica Inga Clendinnen die haar getransplanteerde lever een fantastisch cadeau verpakt in een Australische vlag noemt, Generaal Majoor Jim Molan, contra spionnage expert voor de coalitie in Irak [keus met een politieke lading?] en met verreweg de grootste foto Nicole Kidman, die wordt aangemerkt als “Australia’s best known export”. Er zijn honderden evenementen georganiseerd door de hele stad heen. Kiezen lijkt ondoenlijk, dus we ‘lopen maar wat’ en maken af en toe een foto. Het is heerlijk weer en zo’n onderdompeling in de Australische cultuur voelt goed. Th.

Zondagavond 29 januari 2006
Tien jaar geleden werd Jonas Nusselder geboren. Mijn derde kleinkind en derde kleinzoon. Op het moment dat ik deze woorden type is hij waarschijnlijk net wakker en bezig met uitpakken van cadeautjes! We zitten 100 km landinwaarts –dus ten westen- van Sydney. Mount Wilson National Park. [plm 1000 m boven zeeniveau, dus iets koeler en een heldere lucht] Het is een onderdeel van de Blue Mountain Range. Het woord ‘blue’ in de naam ontleent de range aan zijn blauwe kleur die dezelfde fysische verklaring heeft als de blauwe hemel, berustend op het verstrooiings beginsel van het licht van de zon, voor het eerst op schrift gesteld door Lord Rayleigh in het midden van de 19e eeuw. En het is een prachtig gebied, populair bij de inwoners van [bijv] Sydney. Onze laatste avond in Sydney was bijzonder. We waren in de grote concertzaal van het Opera House en genoten van de viool-virtuoos Nigel Kennedy die Vivaldi speelde. Nigel Kennedy speelt elke noot uit zijn hoofd en heeft daarnaast ook een zekere bekendheid vanwege de expressieve manier van dirigeren en van zijn ‘clowneske’ optreden in het algemeen. Hij was inderdaad anders gekleed dan tijdens de repetitie afgelopen Vrijdag en ook anders dan je zou verwachten. Weliswaar –net als het orkest- in het zwart maar met hoge soldatenkistjes onder te nauwe en te korte broekspijpen, een rare lap om zijn middel en een colbertje met redelijk korte mouwen. Ach, het doet er ook niet toe, een geweldige beleving met nog 2000 anderen in die fantastische zaal. Daarnaast vermeld ik nog dat het programma het begin om 20.00 uur aankondigde en het eind om 22.00 uur. Om zeven over acht was er nog geen muzikant op het podium te zien en klonk er een langzaam handklappen uit een deel van de zaal. Ik legde dat uit als “komt er nog wat van?” en vroeg mij af of dit ook zou kunnen gebeuren in het Concertgebouw in Amsterdam. Enkele minuten later was Kennedy met zijn voorstelling onderweg. Het programma eindige, mede vanwege zijn clownerieën, om kwart over elf. Ik ben, voor wat betreft het Sydney Opera House super-volledig aan mijn trekken gekomen. Per trein hebben we de volgende morgen om negen uur Sydney verlaten op weg naar onze nieuwe kampeerbus. Een gewone dubbeldeks trein die, qua ‘gepoetstheid’ en op tijd rijden de vergelijking met elke nederlands dubbeldekker met glans kon doorstaan. Wat mij opviel was dat er op de bovendekken een ringleiding voor slechthorenden is geïnstalleerd zoals ik die in Nederland alleen nog maar in kerken en schouwburgen ken.

Woensdagavond 1 februari 2006
Gisteren was een ‘kanteldag’. 30 januari was de 47e dag van een reis van 95 dagen, dus resteerden er nog 48. 31 januari is de 48e dag en resteren er dus nog MAAR 47! Een soort ‘woensdagfunctie’ van een werkweek. Vandaag zijn we weer terug gegaan naar de kust ten zuiden van Sydney. We reden een toeristische route door de Kangaroo-valley. Iedereen die in de buurt van Sydney rondrijdt zou eigenlijk deze route moeten rijden. Prachtig groen en dat was een afwisseling tov van de vorige dagen nadat we de Blue Mountain Range achter ons lieten. Wat mij het meeste opvalt is dat er op zo’n 150 km ten westen van de miljoenenstad Sydney [4 miljoen inwoners] zulke prachtige rustige State Parks zijn waar je kunt rondwandelen en overnachten. Toegegeven: er zijn weinig meer faciliteiten dat een toilet-gebouwtje [met voldoende toiletpapier overigens] maar een verademing is het. Op een van die parken aan de Abercombie-river kwam Mineke in gesprek met een echtpaar wat daar aan het zwemmen was met een 6-jarige dochter. Ze woonden ‘even verderop’ en hun dochter Tes zou de dag erop voor het eerst naar school gaan. De school staat 20 km van hun huis en heeft 18 leerlingen en 2 leerkrachten, vertelde de moeder, Deb[bie]. Hun huis –een farm- zagen we liggen de volgende dag. Op een prachtige plek met een adembenemend uitzicht. En het volgende huis, hun buren dus, staat kilometers verder. Een keer per week gaan ze inkopen doen in Goulbourn -60 km verder- en voor de rest zijn ze op zichzelf aangewezen. En dat dochtertje ook. Het echtpaar vertelde er bewust voor gekozen te hebben. Wat mij betreft dien je voor zo’n leven toch een andere instelling te hebben dan de yup in een snel pak met een snelle baan in een of ander kantoor op de zoveelste verdieping van een kantoorflat in Sydney. Australië is, denk ik, wel begonnen met mensen met die instelling van dat echtpaar ergens buiten. Ja, en wij rijden steeds een stukje verder. Af en toe heb ik moeite om de uitgestrektheid van heel Australië te ‘vatten’. Op de momenten dat ik ‘navigeer’ kijk ik ook wel eens op de kaart van heel Australië en word ik mij bewust van dat ik maar in een heel klein stukje van dit onmetelijke land rondrijd en geniet van mooie uitzichten, landschappen etc. En steeds weer denk ik dat de settlers die zo’n 150+ jaar geleden in Australië ‘begonnen’ dit land zo gemaakt hebben. Vooral het gebied waar we de laatste dagen door heen gingen –wat bekend staat als het Meringowol gebied- is vroeger als ‘bos’ aangetroffen en vervolgens ontgonnen. Dat was geen eenvoudig bestaan. Het boek wat ik momenteel lees –Remembering Babylon, van David Malouf- beschrijft dat leven in detail, en de contacten met de Aboriginals die in zo’n gebied woonden. Er doorheenrijdend dwalen mijn gedachten ook vaak af naar die tijd en vergeet ik even te bedenken waar ik het volgende internet-cafe zal aantreffen om deze tekst op de website te zetten.

Vrijdag 3 februari 2006
We staan op het punt om weer landinwaarts te trekken richting Canberra. Het weer is wat opgeknapt –gisteren was het bewolkt en regenachtig- en we genieten nog wat van de kust, het mooie strand en de golven van de Tasman Zee. We verblijven op een commerciële campground –Merry Beach- aan de rand van het Murramarang National Park. Haren wassen, kleren en beddegoed wassen, allemaal van die dingen die op eenvoudige kampeerfaciliteiten in Nationale Parken minder goed mogelijk zijn. Vanmiddag bij het ‘inchecken’ krijg ik een folder in mijn handen gedrukt die over heel wat anders gaat dan de inrichting van de camping etc. Het is een protest-A4tje tegen het voornemen van de regering om aan de kust een zgn ‘marinepark’ te vestigen. Een marinepark betekent o.m. bescherming van wat er in het water leeft en dat er dus niet meer aan de kust –in het park- gevist mag worden. Volgens de protestanten ‘koopt’ de huidige Labour-regering van New South Wales de medewerking van de Groenen om de huidige coalitie in stand te houden. “The Government is buying votes at the expense of your freedom to fish (even if you catch and release)”. Natuurlijk zeggen de anderen dat het geld beter besteed kan worden aan scholen, ziekenhuizen en wegen. De protestbrief eindigt met: “Leun niet achterover tot je volgende vakantie om er dan achter te komen dat je hier niet meer mag vissen!”  Politiek niks nieuws onder de zon dus, ook aan deze zijde van de wereld. Vanavond bij het eten kregen we bezoek van een ‘kudde’ [noem je dat zo?] kangaroe’s. Ze grazen en scharrelen vrijelijk tussen de tenten en caravans door. Een enkele laat zich zelfs aaien door toekijkende kinderen. En, ja hoor, het klopt: jonge kangaroetjes zitten in de buidel bij mama en grazen vrolijk mee. [zie foto’s]  Vanmiddag las ik Remembering Babylon uit. Ik kom er nog op terug.

Zaterdag 4 februari 2006
We zijn nog maar een dagje gebleven. Het weer knapte op, we konden verhuizen naar een minstens even mooie plek [strand op 10 meter afstand!] en je hoeft toch niet altijd onderweg te zijn. Tegen het eind van de ochtend is er ook een weekend-krant [The Weekend Australian] en voor wat betreft het ‘terugkomen op David Malouf’s boek’ wordt ik op mijn wenken bediend: een goed deel van de Weekend Inquirer katern wordt besteed aan “Who wants to be an Aborigine?”. Ik ben niet in staat om na het lezen van de diverse artikelen in het kort uit de doeken te doen waar het allemaal om draait. Duidelijk is dat de materie complex is. Het gaat over mensen en gevoelens en over twee drastisch uiteenlopende culturen. De juridische benadering is het makkelijkst te volgen: “Wanneer heb je wat te vertellen over het land waar je woont ook al beslaat het stuk wat je in gebruik hebt maar een deel van het totale continent?” en “Zijn er internationale regels en criteria?”. Voor wat betreft het laatste: die zijn gemaakt o.m. naar aanleiding van de ‘in gebruikneming van de westelijke Sahara ergens halverwege de 19e eeuw door Spanje. [De Sahara werd als ‘territorium nullius’ –leeg land- verklaard en dan geldt een beetje wie het eerst komt enz…..] Het probleem is echter dat 100 jaar daarvoor al Britten in Australië aan land gingen [zie mijn dagboek van 27 januari jl] en wat voor regels golden er toen? “Het recht van de sterkste” wordt nu wel gesuggereerd maar internationaal en volkenrechtelijk kom je daar niet mee weg. Er is nu een uitspraak –in 1992- van het Australische Hooggerechtshof [De zgn Mabo-decision genoemd naar Eddy Kolki Mabo, een aboriginal die lector aan de Universiteit van Adelaide was]  waar o.m. in staat dat het ‘leeg land’-begrip niet van toepassing is. Maar wat dan wel?, vraagt men zich af en “How the High Court fell for a legal fiction” kopt een artikel in het katern. Territorium Nullius bestaat eenvoudig niet en is uitgevonden om internationale acties –zoals die van Spanje- te legaliseren. Het compensatie-spook ligt op de loer. Een geheel andere benadering is de opvatting: “In Australië zijn twee werelden met culturen waar mensen in leven: de traditionele –aboriginal- manier en de Australische burger manier. En de zoektocht is die naar dezelfde ‘graal’: behoud van traditonele cultuur, introduceren van economische activiteit en verbetering van levensomstandigheden zonder dat daarbij de byzondere band van de Aboriginals met hun land en de natuur verstoord wordt. De problemen rond dat laatste worden vooral indringend door Malouf beschreven. Zo’n benadering/beleid kost geld en zodra er geld op tafel komt ligt er de vraag naast: “wie is een originele Aboriginal?”. En om in een volkstelling als zodanig opgenomen te worden is beduidend minder nodig dan om voor financieel steun in aanmerking te komen. In ieder geval: tussen 1991 en 1996 nam het aantal indigenous australians toe met 33% [van 265000 naar 353000]. In de volkstelling van 2001 verklaarden 410000 mensen ‘indigenous’ te zijn. Iets héél anders: in de Travel-katern wordt de ‘Victory at Le Hamel’ -100 km noord van Parijs- gedurende de eerste wereldoorlog –Juli 1918- herdacht. Australische troepen hebben daar –ondanks verliezen- een doorslaggevende rol gespeeld. Een verslaggeefster van de krant, Rebecca Weisser, is teruggegaan naar het slagveld en doet haar verhaal. In het nabijgelegen dorp Villers-Bretonneux komt ze nog een straatnaambordje tegen: “Roo de Kanga 1918-1998”. ‘We do not Forget Australia’ staat eronder [geen typefouten].  En vandaag –een heerlijk zonnige dag aan het strand- kwam ook weer de roedel [noem je dat misschien zo?] kangaroes langs om wat lekker groen gras te eten. Ons menu was verse garnalen van de visboer die om 5 uur op de camping langskwam. Of het nou perziken of garnalen zijn: Mineke koopt graag bij de lokale middenstand!

Zondag 5 februari 2006
Canberra. Vroeg in de middag rijden we de stad binnen en komen op een caravan-park in een buitenwijk terecht. Met openbaar vervoer naar het centrum voor een eerste indruk. Ik heb er 1½ uur rondgelopen en niet een keer de neiging gehad om iets te fotograferen. Canberra is in 1908 ‘ontworpen’ door een Amerikaanse architect, niks organisch gegroeid dus. De locatie, halverwege Melbourne en Sydney was een politieke keus. Vanuit de stadsbus ziet het er allemaal indrukwekkend uit. Woorden die opkomen: ordelijk, ruim en overdadig. Dan zie ik op een plein een etablissement waar “poffertjes” volgens origineel hollands recept worden aangeboden. Heel gewoon. Th.

Goed, het was zondagmiddag, een dag waarop de meeste steden niet erg levendig aandoen, maar ik had vanmiddag in die anderhalf uur het gevoel alsof ik op een groot ziekenhuisterrein rondliep…… het stukje Canberra wat ik vanmiddag zag deed mij denken aan het akademisch medisch centrum in Groningen, saaie gebouwen met hier en daar een bouwput…. Het kan niet anders of het wordt morgen beter! M.

Dinsdag 7 februari 2006
Canberra barst van de musea, galerieën en andere gebouwen waar exposities zijn te bezichtigen. Ik heb de door koningin Victoria getekende verklaring gezien waarin staat dat Australië ‘alleen’ verder mag. Ik heb het ‘cricket-bat’ en jasje van Don Bradman [de Australische Johan Cruyf van het cricket] gezien. Ik heb de zelfgemaakte helm van Ned Kelly [zie mijn tekst van maandag 16 januari 2006] gezien. De helm waarvan hij dacht hij het in zijn laatste confrontatie met de politie langer zou kunnen volhouden. Ik heb de eerste ontwerpschetsen van de ‘Holden’ gezien. Holden is een Australisch automerk [verbonden met General Motors] en voor mij betekent ‘Holden’ vooral een herinnering aan mijn jaren als Shell-employee in Nigeria: de eerste dienstauto waar ik daar in reed was een Holden-pickup. Ik heb verhalen gelezen van kinderen van de ‘Stolen Generation’. De betreft een grote groep aboriginal kinderen die indertijd met geweld bij hun families werden weggehaald als onderdeel van een integratie-beleid. [Het in 1997 verschenen rapport “Bringing them home” veroordeelt dit beleid, maar de huidige regering vindt niet dat zij verantwoordelijk is en dus is compensatie niet aan de orde…] Ik heb het [enig overgebleven] originele uniform van een brits convict gezien. En daar tuusendoor lopend van het ene gebouw naar het andere. Alles in prachtig weer. Alle gebouwen  air-conditioned. Veel ruimte. Gemanicuurde grasvelden rondom de parlementsgebouwen. Wat ik niet zag waren ‘gelede stadsbussen’ [bussen met een harmonica] en ‘blauw op straat’. Toen we ’s avonds bij de bushalte wachtten op bus 34 naar de camping kwam er wel een manspersoon langs die om geld vroeg. Voor de rest: zie foto’s.

Canberra: een voor mij ingewikkelde stad: nu na twee en een halve dag strollen door de city weet ik nog niet wat ik ervan moet vinden…Het centrum, Civic, vind ik ongezellig en rommelig. Een stelletje grote gebouwen rondom rommelige pleinen. Tot op heden weinig wat ik aantrekkelijk vind. Waarschijnlijk moet je meer in en onder de gebouwen gaan kijken: een mall, een grote supermarkt etc. maar zo op het oog heb ìk er nog niets mee… Het lijkt allemaal op elkaar en het beton-gehalte is hoog.Dit in tegenstelling tot het gebied waar we zowel gisteren als vandaag liepen: rondom het oude en nieuwe parlementsgebouw, de bibliotheek, de rechtbank etc. Groots, brede wegen, indrukwekkende fonteinen, een mooi meer, grote afstanden, zeer groene grasvelden (irrigatie van onderaf – Theo liep hierdoor enige tijd met een natte broek..) en lege “pleinen”, waaraan het museumplein in Amsterdam een voorbeeld zou kunnen nemen.Vandaag nam ik de bus naar een wijk, die zelfs op mijn kaartje, gescoord bij de tourist-info bij binnenkomst van deze stad, niet stond. Mijn doel stond wel op een ander kaartje, ook meegenomen van de “i”: een galerie met aboriginal kunst. In Sydney ben ik bijna gezwicht voor een groot geschilderd doek: aboriginal stijl, maar mijn moeite met het doen van keuzes speelde mij weer eens (negatieve) parten. Ik heb de twee opties op een foto, maar ja, Sydney zijn we al een tijdje uit. Ik wist niets en nu weinig van aboriginal kunst, maar de drive om iets moois mee te nemen spoort mij aan meerdere werken te bekijken. En ook deze kunst moet je leren.Tijdens de busreis, die bijna 1 uur in beslag nam, zag ik diverse woonwijken, mijlen ver uit het centrum, met elk hun eigen hart met een aantrekkelijker uitstraling dan het “echte” centrum in “de city”. Ik zou willen weten hoe groot de oppervlakte van Canberra is, het moet wel groot zijn, gezien de afstanden, die ik vanmiddag met het openbaar vervoer aflegde.

Overigens heb ik nog niets aangeschaft maar wel weer mijn kennis vergroot: de busreis was spannend en zeker niet voor niets! M.. 

Dinsdagavond 7 februari 2006
Een van de dingen waar Mineke zich regelmatig aan stoort zijn mijn ‘rechtse’ [zij het gematigde] opvattingen over asielbeleid en intergratiebeleid vooral wanneer duidelijk verschillende culturen een rol spelen. En ook hier in Australië komt het voor dat ik in gesprek raak met inwoners van westerse signatuur o.m. over Aboriginals. En dan vallen er opmerkingen die als ‘rechts’ zijn aan te merken. In de National Galery of Australia hangt een, naar mijn mening, provocerend doek: “Austracism” wat voor zichzelf spreekt. [zie foto’s] Ik blijf mij over Canberra verbazen. Ik las ergens dat het nieuwe parlementsgebouw 1100 miljoen Australische dollars heeft gekost [= € 700 miljoen] Tegen Mineke zei ik vanmorgen in de stadsbus: Ïk vraag mij af hoe bijna 20 miljoen Australiërs in een land qua oppervlak zo groot als geheel Europa zich een stad als Canberra kunnen permitteren. We maakten ook nog een wandeling door de ambassade-wijk van Canberra. De Nederlandse ambassade is niet opvallend, maar wel gebouwd van nederlands gemeenschapsgeld. [Mijn belastingcenten] Voor de Chinese Ambassade –van ver af duidelijk herkenbaar- staat een groep mensen met spandoeken te protesteren tegen vervolging en marteling door de Chinese regering van Falun Gong ‘practitioners’  [http://www.falundafa.org] Mineke krijgt een folder in haar handen gestopt. Een Falun Gong volgeling van westerse afkomst legt mij uit dat ze hier blijven met de spandoeken tot de Chinese regering stopt met de vervolging. “We bereiken op deze plek veel toeristen”, zei hij. Er is in Canberra ook een ‘Practice Site’. In de weekenden kun je daar aan oefeningen deelnemen van 1400 tot 1600 uur. Th.

Vrijdagavond 10 Februari 2006
Voor diegenen die een nauwkeurige kaart van Australië ter beschikking hebben: We zijn neergestreken op de Three Mile Dam rest area ergens in het Kosciuszko National Park. Hemelsbreed op ongeveer 150 km ZW van Canberra maar we hebben voor een ‘omweg’ gekozen door de Snowy Mountain Range. Er staan nog drie kampeerders in de buurt, desondanks: absolute stilte op vogelgeluiden na. Hier aangekomen merk je pas dat een stad als Canberra ‘druk’ is. We hebben al een dag doorgebracht in Tumut [rustig dorp –met zelfs een internet-toegang in een 2e hands boekwinkel- aan de noordrand van het park] maar zijn we weer helemaal in de natuur. Ooit was dit een gebied waar goudzoekers actief waren. We maakten al een wandeling langs de Goldseekers Trail en kwamen een roestige auto tegen [zie foto]. Ik ben weer aan een vers boek begonnen: “Voss” van Patrick White. [In de Lonely Planet Gids over Australië wordt dit boek als een ‘must’ aangemerkt.] In het toeristeninfo centrum in Tumut ontdekte Mineke een brochure over Benalla [een dorp ongeveer 190 km NO van Melbourne]. Dat is de plaats waar Ned Kelly leefde. In de brochure spreekt men van “Ned Kelly historici” en ik moet gaan oppassen: straks ben ik een Ned Kelly fan, of ‘fanatic’.  Wie weet kunnen we een bezoek aan dit dorp nog in onze route opnemen, want het is enkele honderden kilometers ‘omrijden’.

Zondagavond 12 februari 2006
We zijn het Kosciuszko Nationale Park uit. We laten de Mount Kosciuszko –hoogste berg in Australië, 2229 m- achter ons en besluiten om weer richting kust te rijden. Op de weg ‘uit’ komen we door Thredbo, alwaar we een ‘latte’ drinken. ‘Latte’ is gewoon koffie met opgeklopte melk in een glas. En Thredbo is ‘eigenlijk’ een wintersportplaats. Kabelbaantjes in bedrijf voor een  enkele wandeltoerist, ski- en snowboardverhuur dicht en de huizen tegen de helling geplakt. We leggen uiteindelijk aan in Nimmitabel. Het dorp kondigt zichzelf aan als ‘historic village’. Er staat inderdaad een historische molen [zonder wieken] en ik krijg een gevoel van dat je hier al gauw voor ‘historic village’ in aanmerking komt. Maar de titel zal wel niet beschermd zijn. Het dorp ligt nog wel ‘hoog’ [plm 1100 meter boven zeenivo], min of meer op de kam van de Great Dividing Range. Vandaag reden we ook door een gebied waar in 2002 hevige bosbranden gewoed hebben. Aan de ene kant maakt het een uiterst trieste indruk: uitgestrekte hellingen met alleen maar dode –nog wel omhoogstaande- bomen. De andere –enigszins geruststellende- indruk is die van het zelf-herstellend vermogen van de natuur: er groeit weer groen tussen! De geografische hoogte waarop we de laatste dagen doorbrachten heeft nog een ander voordeel: er is altijd een windje, er is altijd zon en ’s avonds blijft het niet plakkerig maar koelt het af en slapen we onder een dekbed.

Maandag 13 februari 2006
Naar de kust dus. Afzakken tot op zeeniveau en dat merk je direct aan de temperatuur. Het wordt warmer. We stoppen in Bega en doen boodschappen. In de plaatselijke bibliotheek is internet acces voorhanden maar het systeem is voorzien van een soort ‘fire-wall’ zodat ik de website niet kan bijwerken. Ergens verderop in het dorp is een computershop waar in de winkel ook een ‘broadband’ internet verbinding beschikbaar is en dan is de klus van opladen snel geklaard. Kosten AUD 2. We komen in Tathra bij de kust en weten meteen weer dat het nog zomer is, ondanks dat de ‘scholen weer begonnen zijn’ en dat deze kust populair is. Het is er vol. Het voelt bijna als vluchten als we wat verder afzakken naar het eerstvolgende Nationale Park: Bournda National Park. En daarbinnen is aan de rand van het Wallagoot Lake een campsite. Een mooie open ruimte in het bos. Hier en daar nog een enkele kampeerder/kampeerbus/caravan  en verder alleen maar vogeltjes en ander ‘wildlife’. Zijn we nou zo verwend geraakt dat we alleen nog maar deze stilte en rust kunnen waarderen? Ik weet het niet maar ik stel vast dat er in dit immense Australië véél ruimte is en dat men die ruimte ook ‘beschikbaar’ maakt. Th.

Vandaag hoorde ik dat de moeder van mijn 2e buurvrouw en vriendin is overleden. Op zo’n moment zijn mijn gedachten weer thuis en zou ik willen dat ik daar even was, voor haar en ook voor mijzelf. Ik ben echter hier, aan de andere kant van de wereld en dat besef je pas goed op zo’n moment. Het lijkt zo gewoon om hier te zijn, rondtrekkend in de zomer. De wereld is klein maar thuis is ver. M.

Dinsdagmiddag 14 februari 2006
We hebben Valentijnsdag besteed aan ‘gassen’ op de Princess Highway (A1) vanaf het Bournda National Park naar Lakes Entrance. 281 kilometer zuidwaarts. Met een koffiestop in Cann River waar we even aan de praat raken met een russisch echtpaar wat al sinds 1973 [de tijd van Breznev] in Sydney woont. Ze voelen zich Australisch, zijn hun russisch paspoort kwijt en ‘als Rusland in oorlog komt met Australië dan vecht ik voor Australië’. Verder een prachtige weg, prachtig weer. Meer is er niet over te melden. Ons ‘daggemiddelde’ op het vasteland is vandaag gestegen van 102 naar 112 kilometer!

Donderdagavond 16 februari 2006
We staan voor de poorten van Melbourne en hebben een plek op een camping in Dandenong, een voorstad op zo’n 30 km zuidoost van het centrum. Morgen met het openbaar vervoer even de stad –en de drukte met mensen en stoplichten- in. Na het kilometervreten op dinsdag hadden we woensdag een rustige dag aan zee. Over een afstand van 25 km strand zijn 14 kampeerplekken ingericht –verder niks: geen huizen, geen stopcontacten, geen dekking voor de mobiele telefoon, alleen compost-toiletten- en op één daarvan –C 10-  hebben we een dag en een nacht doorgebracht.  Vandaag weer kilometervreten [plm 280]  over o.m. de South Gippsland Highway. Stel je bij het woord ‘highway’ niet al te veel voor: meestal een gewone twee-baansweg met af en toe inhaalstroken. De grote stukken zonder ‘afwisseling’ echter hebben geleid tot een aantal waarschuwingen langs de weg. Inhoud: “drowsy drivers die” [mijn vertaling: “slaperige stuurders sterven”],  “een microslaap kan je leven kosten” en dergelijke. Een woord heb ik hierdoor aan mijn kennis van het engels kunnen toevoegen: “powernap”. [Een dutje om weer frisse krachten op te doen, is mijn vertaling] Regelmatig wordt de gebruiker aangemoedigd om een “powernap”te nemen. Er zijn zelfs “powernap-areas”. Dezelfde inrichting als rest-areas. Australische kranten kopten vandaag met de doodstraf uitgeproken tegen twee Australiers –onderdeel van de ‘Bali-negen’- en de reactie van John Howard, de premier. Hij probeerde in een zin medeleven te betuigen met de families van de veroordeelden en de aanstormende jeugd van Australië te waarschuwen niet zulke stomme risico’s te nemen. Th.

Naast ons hoor ik “dubbel dutch”, zo noemen ze het zelf…..In 1 caravan naast ons en 2 van hetzelfde merk tegenover ons reizen voormalige Nederlandse echtparen. Ze komen elkaar hier tegen, allemaal op weg naar een “Holland-festival.  “Vroeger was dat ook in Sydney en we loved it….. nu moeten we ervoor reizen, maar we doen het graag”! Een Holland festival blijkt een bijeenkomst te zijn van voormalige Nederlanders, met standjes paling, haring en een carnaval stemming. Onze overburen kwamen ons welkom heten in Australië… zij wonen er al 49 jaar.  Ik hoor als ik goed luister “dubbel dutch”: een mengsel van Australisch engels met Nederlands met een (bijna Gronings) aksent. Morgen gaan we naar Melbourne en ik verheug me op weer 3 galerieën met Aboriginal kunst: wie weet kom ik nu iets tegen wat ik aanschaf. M.

Zaterdagavond 18 februari 2006
Op één dag ‘Melbourne doen’ moet je eigenlijk niet doen. Een stad met veel meer ‘ziel’ dan –bijvoorbeeld- Canberra, dat wél. Uit de veelheid van bezienswaardigheden kiezen. Dat kan bijna niet. Mineke en ik kiezen samen voor de –gratis!!- Circle Tram. Een oud tramstel wat een rondje rijdt door het hart van Melbourne met uitleg en mogelijkheid om af te stappen en met de volgende tram weer verder te gaan. Daarna gaan we ieder ‘ons weegs’. Mineke achter Aboriginal kunst aan en ik met het openbaar vervoer dwars door de stad naar de verhuurder van onze Tasmanie camper om een ‘appeltje te schillen’. [Dat dwars door de stad betekent zoiets als van Buitenveldert naar Purmerend] Met het openbaar vervoer. Heerlijk. Je ziet van alles en iedereen en delen van de stad waar de stadstour niet komt. Om vier uur trekken we weer samen op maar ja, waarheen? Het wordt de Victoria Market –een soort overdekte Albert Cuyp maar dan 10x zo groot-, de Australian Art Gallery en een maaltijd op de stoep voor ‘Box on Collins’ in Collinsstreet. Toch, achteraf, wel weer leuk om eens in een echte stad rond te lopen. Vanochtend worden we wakker met André Hazes. De buren op de camping zijn behalve ‘gek’ van André Hazes [en laten dat via hun geluidsinstallatie horen], 48 jaar geleden uit den Haag naar Australië geëmigreerd. Recentelijk gepensioneerd zijn ze nu aan een tour van 7 maanden rond Australië met een caravan achter hun formidabele ‘PC Hooft-tractor’ begonnen. Hij vertelt mij sinds drie dagen niet meer te roken en verwacht dat de hele reis vol te houden. Een bijzondere man met een uitmonstering van gouden armbanden, ringen en kettingen. Hij heeft aan zijn tenen op drie plaatsen gouden ringen. Wij gaan niet naar het Holland Festival maar op weg naar de Great Ocean Road. Iedere Australiër die wij spraken suggereerde dat wij toch minstens deze weg dienden te ervaren. Daarvoor gaan we ‘onder’ Melbourne door van Oost naar West en laten het a.h.w. ‘rechts liggen’. We komen langs Geelong en dat brengt weer een stukje uit mijn verleden terug. In het begin van mijn Shell tijd bestond de mogelijkheid uitgezonden te worden naar de Shell Raffinaderij aldaar. Ik ben er nooit terecht gekomen maar, er voorbij rijdend, komt het verleden weer even boven. Het doet mij goed er weer aan terug te denken. Onder Melbourne door betekent een oversteek met de veerboot van Sorrento naar Queenscliff. De baai waaraan Melbourne ligt –de Port Philip Bay- wordt omsloten door twee landtongen, als de scharen van een krab, en aan de punten kun je overvaren. We stoppen in Anglesea aan het begin van de Great Ocean Road en gaan de komende dagen zien en beleven wat er van al die verhalen waar is, of dat wij de subjectiviteit ons kunnen voorstellen. We hebben 125 kilometer gereden vandaag en het was één groot genoegen. Prachtig weer, afwisselend landschap en niet druk op de weg: het levert de indruk van veel rust en ruimte op. Th.


Maandagavond 20 februari 2006
We staan op een kleine camping vlak bij Apollo Bay. Ergens langs de Great Ocean Road. Een plek vlak aan zee en we hebben derhalve de branding als ‘behang’ en achtergrondgeruis. Vandaag, maandag, is tot wasdag verklaard en we nemen het er van. Een strandwandeling –het is een onderdeel van de Great Ocean Walk- naar het dorp [een dik half uur] nadat de was aan de lijn hangt voor koffie, boodschappen en een heel gezonde ‘tofu-burger’ aan de boulevard. In de maandagkrant staat een kort verslag van de ‘open dag’ die in het ‘red light district’ in Amsterdam is gehouden. Een nuchter verhaal met een licht ‘die-hollanders-toch toontje’. En –in de business section- een artikel over een Australische Investeringsmaatschappij die de –feitelijk failliete- Eurotunnel [tussen Frankrijk en Engeland] wil kopen. Maar daar zal Chirac wel een stokje voor steken, verwacht men. Een hoofdartikel maakt melding van een verkeersongeluk –inclusief foto’s van de slachofffers- in de buurt van Adelaide waarbij zeven teenagers om het leven komen. Ik begrijp dat in de Nederlandse Telegraaf er ook melding van is gemaakt. In een Telstra-telefooncel langs de boulevard zag ik een aanplakbiljet –wat er duidelijk niet door de telefoonmaatschappij was geplakt- met een advies om SOA-vrij te blijven. [Zie vooral de foto die meer zegt dan ik kan]  Op de camping vertrokken vanochtend onze buren. Bruce Holland heet hij en ik raakte met hem aan de praat vanwege het kampeerbusje [!!!] met toebehoren waar hij mee rondrijdt. [zie foto] De volgende buurman op dezelfde plek, ditmaal een échte Hollander heeft weer een ander ‘speeltje’. Hij reist met zijn gezin enkele maanden rond in Australië –ter voorbereidng van een emigratie naar hier- en heeft een apparaatje in zijn laptop waarmee hij overal ‘access to internet’ heeft. Zo zit hij dus naast zijn vouwvaravan fotootjes van zijn beide kinderen –Marijke en Toon- op het net te zetten zodat de beide grootmoeders in Holland kunnen meeleven. Eigenlijk vind ik dit soort ontmoetingen het aantrekkelijke van het reizen wat ik doe. Nou is Bruce Holland een ‘prater’ dus ik kom er al gauw achter dat hij een fabriek heeft die beton-elementen voor de bouw maakt. Dat is specialistisch werk, vergeleken met bijvoorbeeld het maken van stoeptegels. Bruce is bezig de zaak aan zijn schoonzoon over te dragen ‘maar dat gaat hem niet makkelijk af’, zei zijn vrouw. Als ik zie hoe hij zijn ‘speelgoedje’ behandelt kan ik mij bij die opmerking veel voorstellen. Het is weer een heerlijke dag. De strandwandeling terug, tegen de wind in, levert natte sokken en schoenen op. Wie loopt er dan ook met schoenen aan op het strand, zou je zeggen. Ik dus, want ik moet ook nog langs de boulevard en de sandalen, waar ik al jaren dit soort tochten mee rondloopt, lopen zelf op hun einde. Ik hoop er Cairns mee te halen –ik hecht aan dingen die mij dierbaar zijn- zonder dat Mineke zich er al te veel aan gaat ergeren
.

Het is maandag 20 februari en we tellen de laatste weken…  Nog precies 20 dagen: dan willen we in Adelaide zijn, vanwaar we op 14 maart naar Cairns zullen vliegen.

Voor het eerst moeten we serieus keuzes maken: willen we echt nog helemaal naar Broken Hill (wat betekent dat er nog minstens 1600 km. afgelegd moet worden) of blijven we “aankeutelen” en maken we een kleiner rondje Noordwaarts?

Zullen we op een tocht naar Broken Hill iets proeven van de outback? 

Regelmatig filosofeer ik over “het onderste uit de kan willen halen” en wat “het onderste” dan wel niet is. Theo en ik denken daar vaak verschillend over: ik zoek graag  de “beste” plek op een kampeerplaats, Theo is snel(ler) tevreden of (negatief uitgedrukt) vindt het gauw goed… Ik zou dan willen dat ik eerder tevreden ben.. Maar “het onderste uit de kan” is voor mij misschien nu wel lekker rustig aan, nog wat van die heerlijke stranden en een lus(je) ten noorden van Adelaide. Voor het eerst lijkt Theo nù meer te willen dan ik….. zijn voorkeur is Broken Hill.  Gezien de tijd is er geen ruimte voor beide opties: er zal gepland moeten worden! M.

Woensdagavond 22 februari 2006
Vanochtend besluiten we om in ieder geval richting Broken Hill te rijden en te ondervinden hoe lang het ‘leuk’ blijft. Dat wil zeggen: geen woestijncondities etc. We maken de Great Ocean Road  af  en draaien bij Warrmambool van de kust weg en rijden noordwaarts. Toch wel indrukwekkend die Great Ocean Road: de kustlijn  -van kalkzandstenen rotsen- is in die miljoenen jaren dat Australië daar ligt gevormd en hervormd. Grillige rotspartijen die hedendaagse namen krijgen, wellicht ten behoeve van het toeristisch karakter. [De twaalf apostelen, The Arch, The London Bridge e.d.] Maar toch: ik kijk er naar en zie die machtige branding. Ik zie de aardlagen, blootgelegd omdat de zee miljoenen jaren terug veel hoger stond en toen ook zijn eroderende werk deed. In mijn leven is er niet veel veranderd en zal er niet veel duidelijk zichtbaars aan dit patroon veranderen. En in zo’n tijdsperspectief stellen mijn 75 jaren niet veel voor. Gelukkig zijn er nog andere toeschouwers die mij in een ander tijdsperspectief bekijken, al was ik het maar zelf! In Warrmambool zoek ik een plek om de foto’s op de website te zetten. In een computershop staan in een hoek twee computers en ik ga aan de gang. Raak tegelijkertijd aan de praat met de eigenaar/winkelier die 2 jaar als jongen in Wanneperveen gewoond heeft. Omdat zijn vader in Australië acting consul generaal de Nederlanden was en hij ‘thuis’ geboren is, is hij op ‘nederlandse bodem’ geboren en zou in aanmerking komen voor een nederlands paspoort. Maar er zijn uitzonderingen o.i.d. en hij heeft het niet. En er evenmin de pest over in. Het wordt een gesprek in het nederlands/engels over van alles. De Australiers in Irak, de Nederlanders in WOII in Indonesië en de Spanjaarden die ook niet altijd even lief omgingen met volkeren waar zij de ‘macht’ over dachten te hebben. Boeiend. In Warrnambool lopen we nog even de Warrnambool Art Gallery binnen en bekijken Europeese salonschilderijen, hedendaagse Australische kunst etc. Heerlijk zo’n punt van rust. Dan weer verder noordwaarts. Over Penhurst, Dunikeld en dan dwars door The Grampians National Park. Vlak land, veel koeien en –uiteraard- een stop bij een kaasfabriek waar we lekkere inheemse kaas kopen. De laatste 30-40 kilometer door The Grampians zijn deprimerend vanwege een enorme bosbrand die hier enkele weken geleden woedde. Verkoolde bossen links en rechts en de eerste resultaten van de opruimactiviteiten zijn al zichtbaar. Vele mogelijke campgrounds in het park zijn onbruikbaar en afgesloten. Op de camping in Hell’s Gap –direct aan de noordgrens van het National Park- krijgen we een plek. Er ligt een folder bij de incheckbalie “On the road to recovery” met wat er nog gesloten en wat er al weer open is. De camping zelf is gespaard gebleven. We worden omringd door vele soorten papagaaien, kangaroes etc. Het is vergeleken met de kust vanmorgen, waar het zelfs even ‘drizzelde’, weer heerlijk weer, blauwe luchten en 24 graden. Th.

Een pluim voor de VISA! Het gemak van een creditkaart wordt pas echt duidelijk als hij geweigerd wordt…. Enige dagen geleden kreeg ik dit te horen in de supermarkt “declined: call your bank”……Nu had ik die dag daarvóór een hoog bedrag besteed aan een aboriginal kunstwerk, maar enig gereken deed mij tot de conclusie komen dat ik niet aan de limiet kon zitten… maar toch: wederom een weigering. Het voornemen om bij te storten mislukte ook, ik had  wel een identifier bij mij om van een andere rekening per internet bij te storten, maar helaas had ik het nummer van de bank van de Visa kaart niet meegenomen…… en, hoewel iedere winkelier geld van mijn kaart kan halen (als ik hem aanbied) met alleen het kaartnummer kun je niet bijstorten! Twee banken die ik bezocht wisten ook geen oplossing. Vanavond kreeg ik contact met “mijn” visa-bank: direkt werd ik teruggebeld zodat ik niet in een cel munten moest blijven gooien. Groot was weer mijn verbazing over de zorg die Visa besteed aan hun klanten! Eerder overkwam mij zoiets in Indonesië. Men had uit voorzorg mijn kaart geblokkeerd omdat er een ongebruikelijk groot bedrag ineens was afgehaald (mijn kunstwerk) en men dat niet vertrouwde. Normaliter stuurt men een smsje naar de klant of wordt deze gebeld: men wist mij niet te bereiken en was zeer, maar dan ook zeer blij dat ik uiteindelijk contact opnam! Mijn kaart is direkt gedeblokkeerd en ik ben nu in het bezit van een collect-call nummer wat 24 uur per dag werkt, dus in voorkomende gevallen weet ik nu wat mij te doen staat. De bejegening van de kant van Visa verdient in mijn ogen wederom een pluim! M.

Donderdagavond 23 februari 2006
Mildura, dat is het –zover- geworden. Een camping aan de oever van de Murray river. Het is bloedheet. We hebben 410 kilometer afgelegd voor een goed deel met de airconditioner in de kampeerbus aan. En een fles water binnen handbereik. Tientallen kilometers door landbouwgebied [gemaaid koren en geel] met af en toe een graanssilo langs de spoorlijn en hier en daar een haltebordje voor de schoolbus. Dat laatste geeft aan dat er, hoewel dit vanaf de weg zeker niet altijd zichtbaar is, ook mensen met kinderen wonen. Het is de uitgestrektheid die indruk op mij maakt. Telkens denk ik aan de ‘early settlers’, de mensen die zo’n anderhalve eeuw geleden hier ergens begonnen. Met het verwijderen van de bush en het vervolgens verbouwen van graan. Niks gebaande wegen en zeker geen supermarkt –ook al is het 40 kilometer- in de buurt. Het boek “Voss” wat ik momenteel lees beschrijft zo’n tocht in het niets, door het niets en naar het niets. [Er speelt in het boek nog meer maar dat doet hier niet ter zake] Ik kan mij er, rijdende door het land in deze regio, veel bij voorstellen. Het moeten mensen geweest zijn met een ‘stayers’-mentaliteit. [De bijna dubbele betekenis van het woord ‘stayer’ valt mij opeens op] Zeker geen snelle sprinters. We hebben op de camping een buurvrouw die in een piepklein tentje slaapt. Naast dit tentje liggen ‘kano-peddels’. [Ik wil niemand met dit woord beledigen] We raken met haar aan de praat. Ze is op vakantie met een kajak die beneden aan de rivier ligt. Ze heeft zich voorgenomen om de Murray River 2000 [ja: tweeduizend] kilometer af te kajakken tot de rivier in zee stroomt. Weliswaar met de strooom mee, dus, maar toch: een stayersmentaliteit dien je ook voor dit soort ondernemingen te hebben dunkt mij. Ze ziet er ook uit als een marathonloper. Ik schat haar ‘ergens in de veertig’. En ik, Theo Voors, wil natuurlijk  weten hoeveel kilometer gemiddeld ze per dag aflegt. Antwoord: 40.

Vrijdagavond 24 februari 2006
Ik heb zojuist Nel in ’t Veld gebeld in Spanje. Het duurde maar heel even want de telefoon accepteerde niet alle munten die ik verzameld had! Zij is net aan haar 90e verjaardag begonnen. Ik heb haar 20 jaar geleden leren kennen als medebewoonster van El Bloque en als Gestalt therapeute “in residence”. Als therapeute wordt je misschien weleens als ‘voetveeg’ gebruikt, maar nu denk ik aan Nel meer als een antiek tapijt. Ze worden naarmate ze ouder worden steeds mooier en steeds meer waard. Ook een telefoontje de halve wereld over. Het deed mij heel goed haar te horen zeggen: “Ik ben ook héél blij vandaag!” Th.

Zondagavond 26 februari 2006
Morgenochtend vertrekken we vanuit Broken Hill zuidwaarts richting Adelaide. We hebben een tipje van de ‘outback’ beleefd en gezien. Voor mij was het bijna een ‘must’ tijdens deze reis door Australië. Ik kom de outback overal tegen: foto’s, brochures en exposities in de Tourist Information Centres, en ik kan mij nu wat voorstellen bij al die info op papier. We hebben bijna 300 kilometer gereden van Mildura naar Broken Hill. Met niks dan een schier oneindige vlakte –leeg- links en rechts. Wat dorre bomen en andere begroeiïng. Ik heb zelfs het idee dat ik minder –of helemaal geen- vogels zie. Halverwege staat een koffietent met een benzinepomp, telefooncel en toiletten [alleen voor klanten van het cafe] De rest zou zich kunnen behelpen met de uitgestrektheid, denk ik zo. Het café heeft via een satellietverbinding toegang tot het internet. We kwamen zaterdag in Broken Hill aan en hebben vandaag een rondrit gemaakt. Langs de basis van de Royal Australian Flying Doctors. Mineke laat zich rondleiden terwijl ik alleen maar even ‘kijk’. [Ik heb in Holland de TV serie nooit gezien en voel geen affiniteit] Hier zie ik wél de stoel waarop Koningin Elisabeth van Engeland zat toen ze het decreet, waardoor de service “royal” werd, tekende. De pen lag er bij. We rijden nog even 25 km door naar Silverton. Een ‘ghost-town’ waar ooit –einde 19e eeuw- zilver en zo gevonden en gemined werd. Vanuit Silverton nog 5 kilometer noordwaarts is de ‘Mundi-Mundi lookout’ waar je de echte uitgestrektheid kunt zien [en fotograferen] Broken Hill is overigens ook een ‘mining town’. De straten hebben toepasselijke namen: “Chloride st”, “Iodide St” etc. [In Silverton zijn nog nauwelijks straten over] Opvallend in Broken Hill is het aantal ‘vakbondsgebouwen’. De toeristeninfo vermeldt dat dit is vanwege de enorme invloed die de vakbonden hebben gehad ten tijde van de bloeiperiode –en het grote geld!!!- van de zilvererts-mijn-periode. We besteden ook nog een uur in de Broken Hill Art Gallery [oud vakbondsgebouw] aan een tentoonstelling van het werk van David Rankin. Morgen verder. We steken snel de ‘grens’ over naar South Australia. En krijgen dan weer te maken met de ‘fruitfly-free’ zone. Er heerst een verbod op de invoer van vruchten. Toen we ergens in de buurt van Mildura deze zone binnenreden waren er ook al borden langs de weg, maar geen controle. Richting South Australia wordt er op de kaart wel melding gemaakt van ‘checking stations’. Het lijkt mij een moeilijk controleerbare wet. We zullen zien: Mineke heeft alle groenten etc ‘gebruikt’ en ik zal morgenochtend de laatste sinaasappelen verwerken tot orange juice. [Iemand vertelde ons dat een fruitsalade wel ingevoerd mag worden] Qua tijd is Broken Hill al ingesteld op South Australia: dezelfde tijd als in Adelaide en dat is een half uur verschil met Sydney. We hadden een uitstekend weekend in dit meest noordelijke plekje van onze reis [uitgezonderd Cairns, straks op de terugvlucht] heerlijke temperatuur en een lekker windje. Warmer dan 30 graden is het naar mijn gevoel niet geweest.

Dinsdagavond 28 februari 2006
Het beleid achter de ‘fruitfly-free zone’ – of ook wel South Australia fruitvliegvrij houden- blijft voor mij onduidelijk. We mochten gisteren ten koste van een halve krop sla South Australia binnen. De ijskast werd gecontroleerd en de uiterst gemoedelijke en vriendelijke ambtenaar –in uniform- legde Mineke uit dat een halve doorgesneden ui wél mocht maar een halve krop sla niet. 28 kilometer verderop heeft ze een nieuwe krop gekocht. De “Lonely Planet” legt uit dat de fruit fly iets te maken heeft met het Murray River basin en alle landbouwactiviteiten daarbinnen. Maar de Murray River stroomt ergens in de buurt van Adelaide de oceaan in en South Australia is volgens mij wel ietsje meer dan het gebied rond Adelaide. Terug in Nederland zal ik er nog eens een uurtje Googlen aan besteden.  We naderen Adelaide. Reden vandaag door de wijngebieden ‘The Barossa” en “The Clare Valley” [Dat is wat anders dan die ‘lege’ outback] en bezochten de producent van de wijn die wij tijdens deze reis hoofdzakelijk dronken. Yalumba is de naam. Wij kopen van de wijn altijd ‘caskets’ van 2 liter. De wijn is in die kartonnen doos verpakt in een luchtledige aluminium folie zak met een drukknopkraantje. De luchtdruk druk de wijn gewoon het glas in en die luchtpompjes van Blokker in Nederland zijn dan niet nodig. We namen van het bezoek een fles Riesling –en die heeft dan weer een schroefdop!!- mee die we vanavond leegdronken. De man in de Yalumba tasting-room legde uit dat die schroefdop een veel betere afsluiting betekent dan gewone kurk en dat de ‘shelf-life’ van de caskets 9 maanden is.  Williamstown is de naam van het dorp –hier blijft men het, hardnekkkig, ‘town’ noemen- en ik ben er zelfs ‘naar de kapper’ geweest. Mineke ontdekte op een uithangbord een spelfout, maar vroeg zich af, want ook deze town is ‘historic’, of het vroeger niet zó gespeld werd. [zie foto] Th.
Maandag waren we in Burra en toen ik daar vanochtend boodschappen deed viel mij vooral de prettige sfeer op. Een levendig dorp met ouderwetse winkels, grote overkappingen over de looppaden vóór de winkels, soms behangen met levende druiventakken. Een moeilijk te omschrijven sfeer, het ademde iets echts uit en de verstopte sub-way broodjeswinkel hoorde er eigenlijk niet in thuis. Even kreeg ik het idee hier maar te blijven en de laatste veertien dagen gewoon, reflecterend in dit prettige dorp, door te brengen. Ik stelde het niet voor en ontdek nu dat er misschien wel moed voor nodig is om zoiets te besluiten. Theo vernam vanavond mijn gedachten van vanochtend en vond het ook wel een intrigerend idee. Wanneer haal je het onderste uit de kan? De laatste 14 dagen in een slaperig, maar sfeervol dorp terugkijkend op twee en halve maand Australië of toch nog naar Kangaroo island? Als ik dit schrijf zijn we al 200 km. verder dan Burra. M.

Vrijdag 3 maart 2006
Het is Kangaroo Island geworden. We hadden gisteren, na de beslissing om over te varen naar Kangaroo Island, een beetje mazzel met de veerboot. We waren om 9 uur no 2 in de standby-rij en dat was genoeg vooraan om er nog bij te kunnen. [Het alternatief was: of dezelfde avond om zes uur of morgenochtend om 10 uur] Voor deze speciale overtocht golden overigens wel restricties vanwege het feit dat er een volle LPG tankwagen en een volle Mobil benzine tankwagen aan boord waren. Dan mogen er maar 25 passagiers mee. “It’s the law” was het antwoord op mijn vraag naar het ‘waarom?’. Duidelijk is dat in zekere zin wél, maar begrip kweekte het bij mij niet. Kangaroo Island is een soort Texel bij Nederland, alleen een beetje groter. 150 x 50 kilometer. [Klik maar op De kaart van Australië hierboven en je ziet waar het zich bevindt, ten zuiden van Adelaide] Wie weet, kunnen we de ‘voordelen’ van dat slaperige en sfeervolle Burra wel combineren met de rust en natuurlijke schoonheid van Kangaroo Island en zo de komende week –we hebben, het zekere voor het onzekere nemend, teruggeboekt op 9 maart 1500 uur- een ‘eind’ reflecteren aan ons Australië avontuur. Alhoewel: er staat ook nog een stop-over van vier dagen in Cairns op het programma. De eerste nacht brachten we door op een kampeerfaciliteit van de Kangaroo Island Council in American River aan de noord-oostkant van het eiland. Heerlijk rustig aan een baai met zwarte zwanen, pelikanen meeuwen en dergelijke. Ik heb er –in de schaduw, want de thermometer wees ver boven de 30 graden aan- mijn boek “Voss” uitgelezen. Vandaag staan we op een camping in Brownlow, ook aan de noord-oostkust. De was ‘draait’ en als die aan de lijn hangt gaan we koffie drinken, krantje kijken etc in Kingscote wat hier vlakbij ligt. De toeristen-info bij de aanlandingsplaats verstrekte ook een lijstje met internet-access mogelijkheden [niet al te lang, maar wel één in Kingscote] en, wie weet lukt het deze tekst aan mijn dagboek toe te voegen. Hoe dan ook: met veel plezier begin ik aan deze week en of het nou de laatste, voorlaatste of ‘weet ik wat’ is doet er minder toe, al mag het af en toe ‘best eens langs komen’. Maar heel eigenlijk: vanmorgen werd ik wakker met een zeer pijnlijke rechtervoet. Bekend verschijnsel: het al eens eerder door deskundigen als arthritis gedefinieerd. Een van de gewrichten in mijn rechtervoet is ontstoken. Ik heb tabletten bij me en met een verzachtend, pijnstillend smeerseltje –wat Mineke aanschafte in de plaatselijke store- zal het waarachtig wel –moeten- gaan. Het beinvloedt echter mijn welbevinden en wellicht daardoor ook wat ik over Kangaroo Island en zo te melden heb en zal het plezier zich over enkele dagen manifesteren.

 Zondag 5 maart 2006
Ik krap op mijn hoofd en mijn nagels zijn (steen) rood: stof. Ik trek de besteklade open en pak een lepel: eveneens bedekt met donkerrood stof…. We klopten de kussens uit: stof, stof. En ik at stof! Het gehele interieur van de camper is bedekt met een laagje donkerrode stofdeeltjes. We reden vandaag over Kangaroo Island en deden daarvan minstens 50 km. over een dirt-road, gelijk een wasbord! Uiteindelijk kwamen we op een plekje waar we nu kamperen, ergens in de midle of nowhere, op weliswaar een kampeerplaats in een nationaal park, maar we staan moederziel alleen. Een prachtige plek, dat wel. Verwelkomt door een krassende kraai, die hier niet een krassend maar een klagend-, bijna walgend geluid maakt. We aten vanavond, om in stijl te blijven, wortel/rode linzen/ pompoen/sinaasappelsoep: niet zo rood als alles hier binnen in dit kampertje, maar toch aardig in de richting. Een stoffige zondag, die we niet snel zullen vergeten! Morgen zullen wij uit dit stof weder- en opnieuw de camper binnenste buiten keren…, we zullen dezelfde weg terugmoeten!  M.

Maandag 6 maart 2006
Wasborden rijden is niet leuk! Je daarna vergissen in de afstanden ook niet. Het lampje van de dieseltank ging branden en als je denkt dat er op dit eiland veel diesel te krijgen is: vergeet het. We hebben voor diesel en voor brood voor morgenochtend 70 km. gereden, en het gelukte! We zijn uit het stof weergekeerd, hebben de camper opnieuw, zoveel mogelijk, van het rode zand ontdaan en staan nu op een kampeerplaats waar we bezocht worden door kangaroe’s en gezelschap hebben van een koala beertje.  Kangaroo Island is groter en leger (er wonen praktisch geen mensen) dan je denkt. Gelukkig kon Theo’s voet vandaag weer een korte wandeling aan! M

Een weekend van gedeeltelijke inmobiliteit heeft ook voordelen: er is meer tijd voor kranten lezen. “The Weekend Australian” heb ik dit keer ‘doorgenomen’. Er staat een grote foto in van Janine Jansen (violiste) met lovende bijschriften. Ze geeft een aantal concerten in Melbourne. Veel aandacht voor de ‘nuclear powergame’ die Bush speelt met India, waar Australië ook belang bij heeft. India heeft ‘het’ non-proliferatie verdrag niet ondertekend en Australië wil daarom geen uranium leveren. En er is een Franse firma die 100% controle wil kopen in een Australisch bedrijf wat op defensiegebied weer gevoelige contacten met de VS heeft. Chirac en Bush: bepaald geen twee handen op dezelfde buik. Dit soort artikelen, inclusief de commentaren, zou ik ook in een Nederlandse krant verwachten. Niks nieuws, of beduidend anders, dus. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de pagina met ingezonden stukken. Het levert een inzicht op wat de ‘man –of vrouw- in the street’ van het een en ander denkt. Natuurlijk gaat alles door de redactionele zeef, maar wat ik te zien en lezen krijg is eigenlijk ook wat ik in een Nederlandse krant verwacht. Ik vind kranten lezen sowieso een plezierig tijdverdrijf en voor mij ligt het additionele plezier hier in de ‘herkenning’. Dat ik daarnaast die kranten kan lezen op rustig plekje in de schaduw met een windje waar we met de kampeerbus staan, maakt het nog leuker. Ik heb zelfs de sudoku [van The Australian dit weekend] zittend op het strand ingevuld. Kangaroo Island is een mooi eiland. Het valt mij op dat er zoveel mooie vogels rondvliegen. Het valt mij op dat ze ook bijzondere geluiden maken. [In een brochure las ik dat KI –Kangaroo Island- vrij is van konijnen en vossen, dat was mij nog niet opgevallen!] Die vogels geven mij een gevoel van op een echt bijzondere plek te zijn. Er wonen niet veel mensen, er zijn maar 2 commercieële kampeerterreinen en zeker de helft van het wegennet is onverhard. In een tweetal National Parks zijn daarnaast nog vele eenvoudige bush-campings waar je voor een luttel bedrag een mooie plek, een compost-toilet en [soms]  een kraan krijgt waar water uitkomt. De ‘prijs’ die je daarnaast betaalt voor die fantastische plekken is een fiks aantal kilometers ‘wasbord’. Het vervelende van die wasborden is ook dat ik het gevoel krijg ‘het altijd te verliezen’. Er is geen rijstijl te bedenken waarbij ik ze niet voel en merk. Als ik vervolgens lopend over de ribbels ga blijken ze heel zacht te zijn. Je kunt ze gewoon met je schoen wegschoffelen. Helemaal niet zo ongenaakbaar als je aan de hand van de rammel en de herrie IN de auto zou veronderstellen. Maar ja, water is ook zacht als je je hand er in stopt, terwijl je, als je bij een ongelukkige duik in een zwembad ‘op je buik’ terecht komt, daar heel anders over denkt. Kangaroo Island is echt een mooi stuk van Australië. Voor mijn gevoel blijft het lekker rustig want het is niet zo eenvoudig te bereiken. 40 minuten met een niet goedkope ferry [wij betaalden voor een retour met de kampeerbus 370 AUD = €260] en voor de inwoners van Adelaide zeker eerst nog een uur over de weg. En de mensen die er wonen lijken het wel best te vinden zo. Lekker ‘bowlen’ kan daar immers ook. We kochten er echte schapenkaas op een schapenboerderij en kwamen ‘in the middle of nowhere’ een galerie-café tegen. Wind in Wings, open sinds vorig jaar october. Mooie plek op een heuveltop, fenomenaal uitzicht over zee, hier en daar enkele bomen. [Wel 30 kilometer wasbord!] Binnen Kate Venable, een van oorsprong Amerikaanse, die de scepter zwaait. Prachtige grote ruimte waar de keuken, de kunst en de kassa te zien zijn. Indrukwekkend: ik zou er zó een tijdje willen gaan klussen om alles af te maken. Th.

Dinsdag 7 maart 2006
Mijn rechtervoet wordt steeds beter. We maakten vandaag een wandeling naar de Snake Lagoon aan de zuidkust in het Flinders Chase National Park. En Mineke scoort haar eerste Koala’s!

Woensdag 8 maart 2006
Internationale vrouwendag: ik was me er niet van bewust. Totdat ik vandaag, op het terras, waar we koffie dronken in Kingscote, een presentje kreeg aangeboden van een vrouw: een klein waskaarsje met de tekst: “make a beautiful message card for yourself and post it to yourself when you need cheering up!”  Zij wenste mij vrolijk een fijne dag. Alle vrouwen kregen een kaarsje met verschillende boodschappen. Nu had en heb ik geen oppepper nodig, maar de geste deed me goed. We (de vrouwen op terras) deelden hun teksten, sommige mannen reageerden (jaloers?). Ik voelde me verbonden en vond het een prima aktie! Toen Theo reageerde, verderop in de straat met “I feel discriminated”, kreeg hij te horen: “why don’t you start your own day?” M.

Donderdag 9 maart 2006
Vanmiddag verlaten we Kangaroo Island. Afgekort K.I. De toeristenindustrie heeft er iets wervends van gemaakt: “The K.I. experience”. En overal langs de weg staan borden met “The KI Experience,” gevolgd door een aansporing iets te bezoeken. In het begin moest ik even wennen aan dat hier de afkorting nooit kan staan voor Kunstmatige Inseminatie. Terug naar de toeristenindustrie: de afgelopen week was inderdaad een experience. Prachtig, rustig [er wonen zo’n 4000 mensen], en veel mooie plekken en stranden waar we in Nederland jaloers op zouden kunnen zijn. Veel ‘wildlife’. In de Nationale parken wordt je verzocht de kangaroes NIET te voeren. “Keep the wildlife wild”. Consequentie van zoveel wildlife is ook dat er nogal wat dode –aangereden- dieren op de weg liggen. Lang blijven ze daar niet –er lijkt een goed werkend ophaalsysteem in bedrijf- alhoewel een leeggevreten karkas niet zeldzaam is.  Wij troffen ook verrukkelijke weersomstandigheden. Bewoners vertellen ons dat de nivellerende invloed van de zee rondom er voor zorgt dat het op KI altijd beter is dan in Adelaide. [Het wordt nooit helder waarom heel Adelaide dan niet op KI woont] Zon, windje en -voor mijn gevoel- een schone lucht. Vertrek van Kangaroo Island betekent ook dat het ‘afleverdepot’ voor de camper in Adelaide en de daarbij horende datum akelig dichtbij komt. Aanstaande dinsdag is het zover. Wie weet kunnen we deze aanstaande ‘experience’ wat verzachten door ‘een dagje Adelaide”. Th .

Vrijdagavond 10 maart 2006
Het is op dit moment kwart voor negen [20.45 uur] en ik heb zojuist de afwas gedaan met het uitzicht op de zon die vuurrood ‘in de zee zakte’. Wij zijn na de veerboot van Kangaroo Island vanaf Cape Jervis langs de westkust van de Fleurieu Peninsula naar Adelaide gereden. Prachtige zee, prachtige stranden. Weinig ‘branding’ want het is niet de echte oceaan maar de Gulf St Vincent waar Adelaide aan ligt. Naarmate we vorderen wordt het drukker. We komen stoplichten tegen, hier en daar zelfs een stuk ‘vier-baans-weg’. We halen ‘alvast’ de koffers op het depot waar we aanstaande dinsdag de camper zullen achterlaten [daar waren ze vanuit Sydney naar toegebracht door de verhuurder] en we staan op een gigantische camping –het heet hier Holiday Resort- iets [10 km] ten zuidwesten van het centrum van Adelaide pal aan de kust. We lopen nog een heerlijk uurtje langs het strand maar die koffers in de kampeerbus en de wetenschap dat we van hieruit zullen wegvliegen maakt ons ietsje verdrietig. Het zit er bijna op en we hebben het zo geweldig naar onze zin gehad.

 Zondag 12 maart 2006
Een ding is voor mij op dit moment zeker: ik vind iets nieuws beginnen leuker dan iets te beëindigen. Als ik erover nadenk is dat een goed teken: iets nieuws beginnen is ontdekken, is onzekerheid tegemoet treden. Maar elk jaar vind ik het ook weer moeilijk om dàt te doen, om weg te gaan, om mijn huis achter te laten en mijn leven in Nederland te onderbreken. Eenmaal weg is het prima en lang weg lijkt het nog beter te zijn. Nu is het de tijd van opbreken: overmorgen (vroeg) moeten we dit campertje inleveren waar we dan 45 dagen in gewoond hebben. Dat opbreken vind ik apert niet leuk en terug naar huis is ook niet aanlokkelijk. Het verwart me:  blijkbaar gaat het over veranderingen, iets waar ik niet erg goed in ben. M.

Eigenlijk moet ik zoiets niet doen: “een dagje Adelaide”. Ik doe mijzelf en de stad tekort. Er is van alles aan de hand: vele festivals, een lang weekend [maandag zijn er belangrijke paardenraces] en wedstrijden voor jong en oud. In, bijvoorbeeld, de Art Galery of South Australia is een uitgebreide expositie over The Aboriginal Culture. Ik kijk er eigenlijk alleen maar naar zonder iets ‘te zien’.  Moderne kunst in het South Australia Museum: ik loop er te snel doorheen. Aan de rand van het festival terrein eten we eerst wat en maken dan een snel rondje over het terrein zelf. En komen een spiegeltent tegen! Oh ja, in de State Library staan zo’n 30 computers ter beschikking en kun je gratis een half uur e-mail checken etc. [Ze zijn open op zaterdag en in de gang zitten een aantal mensen met een laptop: het blijkt ook een hot-point te zijn dus als je je laptop meebrengt ben je helemaal vrij te doen en laten wat je wilt] Het is de hele dag ruim over de dertig graden en ’s avonds in de bus naar ‘huis’ heb ik het gevoel ‘overvol’ te zijn. Ik heb wel een weekendkrant gekocht maar er [nog] geen letter in gelezen. Th.

Maandagavond 13 maart 2006
Vandaag dus die ‘public holiday’. Behalve het postkantoor blijkt ook het internetcafé in Glenelg gesloten. Logisch, eigenlijk. We drinken koffie.  Glenelg heeft een ‘historic centre’ en een ‘benidorm-achtige uitstulping’ naar de kust. Moderne bebouwing met uitzicht op zee en een chique jachthaven. Terug naar de camping vullen we de dieseltank voor de laatste keer met brandstof. Want morgen gaat het echt gebeuren: camper afleveren bij het KEA depot en dan naar het vliegveld. Bij de afwasfaciliteit op de camping sta ik vanavond naast een meisje die een handvol schelpen staat te wassen. Natuurlijk raken we aan de praat. Ze komt uit Zuid Afrika en reist rond met haar ouders en een 51 weken jongere broer. De schelpen gaat ze gebruiken voor een spreekbeurt op school. Ze spreekt vloeiend engels, een deel van ons gesprek gaat in het nederlands en het zuid-afrikaans. Hoewel zij het pre-Mandela tijdperk niet heeft meegemaakt –ze is 15- heeft ze wel een ‘mening’: het is er niet beter op geworden: als je nu een ‘business’ in Zuid Afrika wilt beginnen MOET je een zwarte als partner hebben die gegarandeerd 30% van de winst krijgt en er niets voor hoeft te doen. “Don’t go to South Africa” voegt ze er nog aan toe. Het kan mij niet schelen of en wie zij ‘napraat’ in dit geval en ook niet of het ‘klopt’. Ik stel wel vast dat reizen voor mij ook zeer zeker gaat over dit soort ontmoetingen. Op de een of andere manier kom je ‘makkelijker’ in contact met allerlei mensen en wissel je belevenissen uit. Het begon vorig jaar zo ongeveer met Greg, die zijn truck inruilde voor een nieuwe heup en of deze zuidafrikaanse tiener de laatste is deze reis weet ik nog niet helemaal zeker: er staan nog vier dagen in Cairns op het programma. Th.

Donderdag 16 maart 2006
Cairns. The Great Barrier Reef. In mijn beleving horen die twee bij elkaar als Nederland en ‘tulpen’. De taxichauffeur van het vliegveld van Cairns naar ons hotel [www.bayvillage.com.au] heeft sterke verhalen over de tientallen centimeters regen die er de laatste dagen in Cairns zijn gevallen. Verder: veel palmbomen. Ons hotel noemt zich dan ook een ‘tropical retreat’. Gisteren –woensdag- namen we deel aan een excursie naar dat Great Barrier Reef. Het reef is niet zo maar een stukje koraal. Het strekt zich uit over 2200 kilometer langs en op wisselende afstanden van de oostkust van Australië en staat inmiddels op de World Heritage List. Wij voeren met nog zo’n 2 à 300 toeristen op een snelle catamaran enkele tientallen kilometers over een ruwe zee naar een ponton boven een deel van het reef. Een opvallend groot deel van de toeristen komt uit ‘het verre oosten’. [Hong Kong, Japan etc.] Maar het zeeziektespook heeft daar niks mee te maken en slaat toe. Een groot deel van de bemanning loopt met plastic handschoenen aan witte zakjes te distribueren en op te halen. Koelte toewapperen vergezeld van teksten zoals: ‘we zijn er bijna!’. Ik blijf ‘vrij’. Eenmaal op die enorme ponton is van alles mogelijk: snorkelen, scuba duiken, semi-submarine en gewoon zwemmen. Er tussendoor wordt ook nog een lunch geserveerd. [Alles inbegrepen] Behalve een tocht met die semi-submarine en de lunch laat ik alles voor wat het is. Ik raak aan de praat met een gepensioneerde Amerikaanse tandarts. Hij heeft 3½ week vakantie en de komende laatste week gaat hij nog even Nieuw Zeeland ‘doen’. Dat is een andere manier van reizen dan ik ambieer. We praten verder over waarom hij tandarts is geworden en wat daar nou zo leuk aan is. En dan komt er veel herkenbaars over en weer op tafel. Voor mij komt de tandartstijd van het motortje onder de stoel en een door wieltjes en riempjes aangedreven boor terug. Hij heeft dat in zijn studententijd ook nog meegemaakt. Samen stellen we vast dat het bijzonder –zo niet: bizar- is om aan de andere kant van de wereld elkaar te ontmoeten en dan het verleden weer eens langs te zien komen. We schudden handen als we uiteengaan. Tijdens de –beduidend kalmere- terugtocht wordt erop de boordvideo een film van “Mr. Bean” vertoond. Een van de scenes toont Mr Bean in een vliegtuig naast een jonge –teenager- die luchtziek wordt en –zonder dat Mr Bean dat ziet- in het zakje spuugt. Mr Bean gaat dan voordoen wat hij in zijn jonge jaren met zakjes deed: opblazen, dichtdraaien van boven en vervolgens met een klap ………Einde video.

Vrijdagavond 17 maart 2006
Ons laatste optreden als toerist-reiziger in Australië vindt plaats in Cairns. Overwegend als toerist slenteren over de Esplanada, koffie drinken, krantje lezen etc. Ik realiseerde mij gisterenavond dat Cairns aanmerkelijk dichter bij Nieuw Guinea ligt dan bij Hobart waar we onze tocht begonnen. Het hotel heeft balinese koks in dienst en op het programma staat een heuse ‘rijsttafel’. Ik ‘beperk’ mij tot ‘Nasi Goreng’ en dat blijkt een enorm succes. Verrukkelijk! Hoe dan ook: het neemt allemaal niet weg dat morgenochtend de shuttle van het hotel ons naar het vliegveld en vervolgens Cathay Pacific via Hong Kong naar Schiphol zal brengen. Einde van een prachtige reis. Begin van een herinnering.

Zaterdagavond 18 maart 2006
Vanochtend heb ik mijn sandalen in de prullemand van het hotel in Cairns gedeponeerd. Ze waren ‘op’. Daarna naar het vliegveld en vanaf dat moment wordt je geleefd. Bij het inchecken ontdekte de man achter het röntgenapparaat dat ik een nagelvijl in mijn toiletzakje had zitten. Die mocht niet vliegen en werd vervolgens geconfisceerd. Tijdens het uithalen van de vijl zag de beambte ook nog een spanningzoeker/schroevendraaier  en die mocht ook niet mee. [Die was dus wél door de rontgenscreening gekomen!]. Toen ontdekte de man bij toeval nog een tube contactlijm [die had ik in Australië gekocht vanwege de belabberde toestand van mijn sandalen, zodat ik er af en toe een reparatie mee kon uitvoeren] en na overleg met de chef moest ook de tube achterblijven. Eenmaal in de wachtruimte vlak voor het instappen heb ik nog even in mijn toilettas gekeken en zag –gelukkig- nog de tweede nagelvijl die er ook in zat.  Is het systeem nou zo lek als een mandje? Enfin, ik ben inmiddels in Hong Kong en daar mocht alles naar binnen. Straks vertrekt het vliegtuig naar Schiphol.

Maandag 20 maart 2006
Het was gisterenochtend -2°C buiten toen we op Schiphol landden na 12½ uur vliegen. We konden de opkomende zon niet helemaal vòòrblijven en onze bio-systemen laten dat blijken in de vorm van ‘behoefte aan een beschuitje met honing’ terwijl er een ‘varkenslapje’ geserveerd wordt. [Of andersom natuurlijk] Het raakt allemaal iets op de achtergrond als we bij de uitgang ‘familie’ aantreffen. Een welkomstcomité met bloemen dat ons nog naar Bilthoven brengt. En als klap op deze emotionele vuurpijl krijgen we ook nog een reisverslag van onze reis aangeboden samengesteld met behulp van de gegevens en foto’s van mijn website inclusief de tekst die ik er in Hong Kong dank zij een ‘hot-spot’ 14 uur geleden had opgezet. Ik ben weer thuis en terwijl ik dit schrijf schijnt de zon naar binnen! Op de vraag: “Hoe heb je het gehad?” wil ik eigenlijk alleen maar antwoorden: “Geweldig naar mijn zin!”. Met een reismaat zoals Mineke en een land zoals Australië –inclusief de inwoners- zijn 99% van de voorwaarden vervuld om een prachtige reis te kunnen maken. Eigenlijk was het dumpen van mijn sandalen in Cairns een passend ritueel om een punt achter deze periode te zetten.

Nog ‘even’ het kostenplaatje:

 

 

 

 

Australiëreis I : 15 december 2005-19 maart 2006

 

€

% van Totale kosten

Vliegreis incl. verzekering

3932

19,9

Camperhuur incl. verzekering

9378

47,5

Levensonderhoud, excursies etc. in Australië

5200

26,3

Evt. ‘stopovers’ tijdens heen- en terugreis

1250

6,3

Totale kosten

19760

 

Totaal aantal reisdagen

95

 

‘Reiskosten’ p.p.p.d.

104

 

                                   

            









JOURNAALVERSLAG VAN DE 2E AUSTRALIË REIS  25-12-2006 ~ 20-3-2007 
                                           

                                  Directe link naar bijbehorende foto’s                 Kaart van reisgebied in Australië

Zondag 24 december 2006
Mijn bed in mijn huis(je) in Bilthoven staat hemelsbreed 50 meter van de voet van de kerktoren van de Opstandingskerk. ‘Uitslapen’ op zondagmorgen –en ik begrijp de persoonlijke subjectiviteit van de term-  is voor mij niet mogelijk want om tien voor tien beginnen de kerkklokken te beieren om de bewoners ter kerke te nodigen. De tirannie van het christendom noem ik dat en sta op om even later bij het ontbijt naar OVT te luisteren. Na vandaag kan dat voorlopig niet meer want morgenochtend vroeg –nog vòòr de kerkklokken voor de kerstdienst zullen gaan nodigen- vertrek ik met Mineke naar Australië.

Dinsdag 26 september 2006
Wij zijn vlot in Kuala Lumpur aangekomen. Het vliegveld afficheert zich als de beste in de wereld. Op het vliegveld is een hotspot waar ik gebruik van kan maken om dit even op de website te zetten. De zon is bezig op te komen en we wachten even op de taxi die ons naar het hotel zal brengen. We beschouwen dit als een goed begin. Gisterenavond aten we ons afscheidsmaal in restaurant Blauw op de Springweg in Utrecht. Een Indonesische kaart. Wat bijzonder was, was een foto die van ons ‘aan tafel’ door de ober genomen werd en die we enkele uren later van de website van het restaurant konden plukken. [ www.restaurantblauw.nl  ]

Donderdag 28 december 2006
Kuala Lumpur. Wereldstad. Wat mij direct opvalt zijn de Petronas Twin Towers. Van buiten bekleed met roestvrij staal en 452 meter hoog. Het eerste wat bij mij langs komt als ik later op loopafstand sta te kijken is dat het bepaald geen eenvoudige klus geweest moet zijn om enkele jaren terug de Twin Towers in New York met gekaapte vliegtuigen ‘aan te vallen’ en uiteindelijk te vernietigen. Ik zou verder de stad na één dag gebruik als voetganger bepaald niet een voetgangersparadijs noemen. Er rijdt een monorail door de stad. [Eén lijn. We maken een ritje en als ik binnen sta kom ik bijna met mijn hoofd tegen het plafond.] Niet duur overigens: een ritje kost 1,20 Ringgit. (Ringgit is de nationale munt, afgekort RM en voor 1 € krijg je ongeveer 4,3 RM.) Oversteekplaatsen –zebrapaden- zijn er wel en ook beveiligd met lichten. Bijzonder daarbij is dat als het –stilstaande- rode mannetje verdwijnt, en daaronder een –driftig lopend- groen mannetje verschijnt, het rode mannetje vervangen wordt door een getal wat aangeeft hoelang het nog groen blijft. Als dat getal dus onder de vijf gekomen is (bij nul wordt het weer een rood mannetje en is het gemotoriseerde verkeer aan de beurt) begint oversteken riskant te worden, want vooral de scooters zijn snel in het optrekken. Er is ook –uiteraard in dit deel van de wereld zou ik zeggen- een wijk die Chinatown heet en niet verschilt van andere “Chinatowns” die ik ken. Ik begon met de Twin Towers. De onderste vier verdiepingen hiervan zijn ingenomen door een winkelcentrum. Airconditioned en luxe. Een groter verschil met de winkelstraten in Chinatown is bijna niet denkbaar. Gisterenavond gebruikten we een maaltijd bij een ‘chinees’. Drie porties beef-satay, een schotel wok-groente, een bowl rijst, een flesje Carlsberg en een glas thee, de rekening was RM 18. ( € 4.50!) Terug in het hotel nog een kop koffie. Rekening RM 14 (€ 3.50) Ook al een opvallend verschil. (Benzine kost hier per liter RM 1,30. Dat is ongeveer € 0,30)
De krant (The Sun, nationaal en gratis zoals ‘onze’ Metro/Spits maar dan wel met 56 pagina’s!) verschijnt vanochtend met “Virtual blackout” als kop op de  voorpagina. Vanwege een aardbeving bij Taiwan (7,1 op de schaal van Richter) zijn er zeekabels beschadigd geraakt en dat heeft invloed op het telefoon- en internetverkeer in heel Azië. En, inderdaad, ik probeerde vanochtend in het e-café van het hotel deze tekst en foto’s op te laden maar dat lukte niet. Vanavond vliegen we door naar Perth. Wie weet lukt het op het vliegveld.

Zaterdag 30 december 2006
Het lukte dus op het vliegveld. Daarna vlogen we in 5 uur naar Perth waar we, mede gezien een uur extra tijdsverschil, om half twee ’s nachts in ons hotel aankwamen. Daar blijven we tot we op 1 januari de camper ophalen en echt op reis gaan. Halleluja! Binnenkomen in Australië heeft voor mij ook een, wat ik noem, bolletjesslikkerseffect. In het vliegtuig krijg je al te horen dat plantjes, zaadjes, voedsel en dergelijke aan stricte invoerbepalingen onderworpen zijn. Lopend van het vliegtuig naar de douane staan er al afvalbakken met de aankondiging: “discard or declare”. Het douanepersoneel belast met de controle draagt fel paarse handschoenen en ploegt door je koffer heen. Ik had mijn medicijnen en een stukje kaas opgegeven en beiden mocht ik houden en meenemen. Vriendelijke bejegening, maar toch. Hoge boetes worden je in het vooruitzicht gesteld in geval van het niet aangeven van verboden spullen.  

Zondag 31 december 2006
Perth. Wereldstad. We gaan vanochtend “in de stad” ontbijten en dat betekent ergens in de buurt van het hotel in een straat op de stoep in de schaduw. De zondagochtend krant besteedt 6 pagina’s  aan de executie van Saddam Hussein. Een voorpaginagrote foto van twee gemaskerde beambten en Saddam Hoessein, die een masker weigerde, met de strop al om zijn nek. Mijn eerste reactie, als ik die foto zie, is een gedachte van wat die laatste minuten ‘vreselijk’ moeten zijn geweest. Gewoon: weten dat je over enkele minuten dood bent. Projectie natuurlijk en ik ben Saddam Hussein niet. En ik vraag mijzelf af of ik, als krant, een dergel;ijke foto zou plaatsen. Verder kan ik er niet zoveel mee. In beginsel ben ik tegen de doodstraf en ook tegen gratie in bepaalde gevallen bij ‘levenslang’. Ik kan mij voorstellen dat een woord als ‘vergelding’ een grote rol speelt bij voorstanders. (Wellicht bij mij ook, zeker als ik in mijn omgeving een slachtoffer van zijn regiem zou hebben)

Terug naar Perth. In de binnenstad is het openbaar vervoer gratis. De Central Area Transit opereert drie lijnen onafhankelijk van elkaar die het gehele centrum ‘bedekken’ (CAT1, CAT2 en CAT3) Het schitterende weer nodigt echter tot wandelen uit. Voor een goed deel van de dag waait er een westelijk windje wat hier in de volksmond “The Fremantle doctor” heet. Fremantle ligt 20 km verder zuidwestelijk van Perth aan de kust. Gisterenmiddag bracht een sightseeingtrip over de Swan River ons in Fremantle. (Ik heb altijd gedacht dat het als Freemantle geschreven wordt) Terug naar Perth gaan we met een soort metro-trein. In de trein –en ook in de bussen- vind ik zogenaamde ‘priority-seats’ voor ouderen en gehandicapten e.d. Net als in Nederland krijg ik als ‘senior’ korting. Ik betaal voor de trip van Fremantle naar Perth AUD 1,20 terwijl Mineke AUD 2,30 in de kaartjesautomaat moet stoppen. ( 1 AUD = 0,60€ ) Die korting voor seniors was me gisterenochtend bij de kapper ook al opgevallen. Een knipbeurt kostte mij AUD 10 i.p.v. AUD 15 voor jongere klanten. De kapper rekende mij zonder te vragen tot de senior-groep. Ik vind het niet altijd leuk om zo oud te zijn als ik ben, maar stel vast dat die AUD 5 korting een gunstige invloed op mijn stemming heeft. Die overigens al erg goed was! Goed, we hebben ons voorgenomen om vanavond ‘oud-en-nieuw’ door te brengen op Northbridge Plaza waar festiviteiten georganiseerd zijn. Morgen gaan we de camper ophalen en op pad. Het wordt tijd, want al die drukke wereldsteden……….! Waarschijnlijk brengen we de komende weken ten noorden van Perth door, buiten en wellicht aan de kust.

Maandag 1 januari 2007

L.S.:EEN VOORSPOEDIG 2007 MOGE UW ALLER DEEL ZIJN!

En ja, hoor we zijn op pad. Bijkomen van de oudejaarsviering in Perth doen we aan het strand even buiten Guilderton (60 km noord van Perth) aan de Indische Oceaan. We hebben nog energie voor een strandwandeling maar daarna moeten de spullen een plaatsje krijgen in de camper en wij slaap inhalen Th.
Ik voel me weer helemaal tussen de Australiërs. Ik was vergeten dat het vakantietijd is, zomer-school-vakantie voor hier. Daardoor is het druk en tegelijkertijd heeft die drukte wel wat: ik voel me meer één met de mensen: één van hun. Veel meer opgenomen dan toen we in een hotel zaten. We staan midden tussen de Ozzies. Om ons heen zie je de pick up trucs weer arriveren: met in de laadruimten primitieve aanrechten, koelkasten  en niet te vergeten de barbecue. Hun leven verplaatst zich voor een paar weken naar zee: opa’s doen een balspel met hun kleinkind, kinderen fietsen rond over de zandpaden met hun fietshelmpjes op, het meest bizarre meubilair staat rond onze camper die door een enthousiaste oma al het predikaat cool kreeg. Onze reis is nu echt begonnen en ik heb er zin in! M

Woensdag 3 januari 2007
Vandaag waren de ruitenwissers nodig op weg naar het Noorden. Niet voor lang en het was maar een buitje, maar het zat toch niet bij mijn verwachtingspatroon. Gisterennacht regende het ook al even en op de camping waren geruchten dat een cycloon ergens in de buurt van Broome (dat is nog vele honderden kilometers noordelijker dan wij nu zijn) “aan land was gegaan”. Voor wat betreft onze voedselvoorziening besteedt Mineke een deel van haar tijd aan het verkrijgen van verse vis. Speciaal nu de reis ons langs de kust voert is ze extra alert. Na enig zoeken lukte het in Lancelin. In de winkel werden wij bediend door een jong meisje ( 18 jaar?) die er achter kwam dat wij buitenlanders waren en aan ons vroeg welk land. Oh wat leuk dat jullie daar vandaan komen ik ga er in februari voor een jaar onder een exchange-programma naar toe. Semantha Sporysz heet ze en is van Joegoslavische origine. Ze kijkt er erg naar uit maar vindt het ook eng, zegt ze  “What is it like in Holland?” vraagt ze. Geef maar eens een zinnig antwoord op die vraag. Wat zou een Australiër voor antwoord geven als ik hem een dergelijke vraag in Holland stelde? We laten ons adres en telefoonnummer achter en spreken af om later in het jaar in Holland contact te hebben.

Donderdag 4 januari 2007
We zijn inmiddels in Juriën Bay terecht gekomen en lezen vandaag in de krant over de cycloon Isobel die dwars over het Australische continent raast. Aan de kust merken we de gevolgen in de vorm van afwisselend wind en regen al hoewel het traject van de cycloon enkele honderden kilometers landinwaarts (over Kalgoorlie en Esperance) van noord naar zuid loopt. Een “once in a generation storm” kopt de krant. Op weg naar Juriën Bay bezochten we in het Nambung National Park de “Pinnnacles Desert”. Pinnacles zijn pilaren van kalkzandsteen en ontstaan in de loop van miljoenen jaren waar ze nu zijn door een samenloop van natuurlijke omstandigheden. (Een proces wat overigens nog steeds doorgaat). Zie de foto’s, dat is beter dan duizend woorden, die ik ook maar uit een brochure haal. We verdwaalden er op onze manier ook een beetje en een vriendelijke Australiër bracht ons in zijn “PC Hoofttractor” terug naar het parkeerterrein. Ja, en wat verder nog? We “scoren” met enige regelmaat Australiërs met een of andere Hollandse verbinding. Wat daarbij opvalt is dat die mensen daar graag in detail over vertellen. Zoals de ober in een restaurant in Perth op oudejaarsavond die vertelde dat hij in de Potgieterstraat in Amsterdam geboren was, op zijn derde jaar in Australië aankwam en het Hollands niet meer zo paraat heeft. Of de jonge man met een zoontje op zijn arm die vertelde in Schoorl geboren te zijn –en verbaasd was dat ik precies wist waar dat lag- maar via zijn ouders slechts heel vaag iets van ‘het Nederlands’ kende of herkende.

Vrijdag 5 januari 2007
Ik voel me als op Vlieland: we staan op een camping pal achter een smal duin, je hoort en ziet en ruikt de zee (die behoorlijk tekeer gaat want het waait nog steeds hard). Ons plekje is een kleine inham in het zand: idyllisch, nauwelijks zichtbaar voor de rest en volledig in de natuur. Het lijkt hier op Vlieland, maar het is aan de andere kant van de wereld… en… het weer is totaal anders. In de zon is het heet, brandend; in de wind is het lekker maar verraderlijk; ik smeer met factor 30+ en nog ben ik bang voor verbanding. Aan Theo kan ik zien hoe hard het gaat: het witte haar tekent scherp af tegen zijn rode voorhoofd. Ik lees een boek wat zich afspeelt in Tromsö, een rare tegenstelling.
Ik stuur een sms’je naar Apeldoorn, een vaak terugkerend ritueel. In dat sms’je vermeld ik de website van de camping waar we nu staan: 10 minuten later ontvang ik een reactie: onze camping is in Apeldoorn al even virtueel bezocht. Afstanden lijken inderdaad bijna niet meer te bestaan. Globalisering?
Ook hier in de winkels zie ik de kunststof geperforeerde klompen met een hakkenband en komen vele t shirts uit China. Ik zoek naar verschillen die misschien voornamelijk slechts in het verleden te vinden zijn. Of het moet de oma zijn die ik gisteren in een Lonsdale T shirt zag lopen. We gaan zodra de was droog is naar historic Dongara: wie weet. M.

Even ten zuiden van Geraldton –waar we het komende weekend zullen zijn- staan we pal aan de kust op een camping in Dongara/Port Denison. Uitzicht op de Indische Oceaan richting Kaap de Goede Hoop. Het deel van de kust heet hier Batavia-coast. Het was in deze buurt dat de Batavia van de VOC aan de grond liep met alle gevolgen van dien. Als ik ’s avonds, al mijmerend, de zon aan de westelijke kim in de zee zie zakken ontkom ik niet aan de gedachte dat zo’n Batavia komend van de Kaap de Goede Hoop met de bedoeling langs de Australische westkust omhoog te zeilen naar Batavia toch ook niet aan zomaar een zeiltochtje bezig was. Globalisering? Th.

Zondag 7 januari 2007
Wij zijn ruim 60 k verder, het gaat niet hard, laten we het erop houden dat het zondag is…. En met wederom het meest fantastische weer wat je je maar kunt wensen: warm, extreem zonnig en een bries.
Nog even over historic Dongara: gisteren bezochten wij dit plaatsje en vonden er een meer dan gezellige koffie”tent”. Het zou zo uit Bourtange gekopieerd kunnen zijn: een ouderwetse sfeer, een leuke toog, heerlijke eigen gebakken taarten (waaronder de altijd weerkerende lekker uitziende carrot-cake’s met glazuurlaagje (icing) en veel “gezonde” vulling) en een geweldige oude vig-tree waaronder het ontspannen koffiedrinken is. Altijd is er een praatje met mensen die ook op het terras zitten. Het cafeetje had ook nog een kamer met 2e hands boeken: een combinatie die je vaak ziet hier in Australië. Het dorp telde andere historic gebouwen en had hierlangs een wandeling in de aanbieding. In een tuin voor een prachtig oud gebouw werd een kleine markt gehouden: folklore: eigen gemaakte producten (jams, zeep, honing, kralenkettingen, gehaakte zonnehoeden en cakes), onder begeleiding van een elvis-achtige zanger, compleet met cowboy hoed en gitaar.
Gisteren vertelde een mevrouw bij het wachten bij de wasmachine me dat ze zojuist een tweede huis hadden gekocht in Dongara omdat de sfeer zo prettig was; na vandaag begreep ik haar keuze, misschien ook wel omdat de vertelster oorspronkelijk uit Wales komt.
Het zou kunnen zijn dat we na vandaag niet noordelijker gaan; in ieder geval gaan we over enige tijd weer afzakken naar het zuiden en ik neem me voor om dan nogmaals te proeven van de prettige sfeer in historic Dongara.
Morgen gaan we Geraldton (een stad met 23.000 inwoners en de grootste stad in de mid-west), bezoeken.  We zullen zeker een kijkje gaan nemen in het museum is waar delen van de scheepswrakken van de Batavia (1629 hier voor de kust vergaan). Even terug naar de “VOC-mentaliteit”.M.

In de weekend-editie van de –australische- Sunday Times staat een klein stukje over een warenhuis wat bezig is met de terugname van kerstkadootjes die niet ‘in de smaak vielen’ of zo. Boven aan de lijst staan ‘fitheids-machines’ (martelwerktuigen waarmee je thuis in conditie kunt blijven). Ook hoog scoort kinderkleding. (Omdat die door grootouders die niet aux fait zijn met de laatste mode, gekocht is) Heerlijk zo’n zondag met zo’n weekend editie. Mijn schatting is dat ¾ uit advertenties bestaat. Mijn overleden broer Bennie –zelf in de krantenwereld werkzaam- raakte bij een redactie ooit uit de gratie door te stellen dat “redacties de achterkanten van advertenties volschrijven”. De redactie van The Sunday Times  heeft aan deze norm niet voldaan. Als ik even opkijk van mijn krantje dan zie ik de overbuurman zijn kampeerbus binnengaan. Het is niet zo maar een bus (zie foto)



Maandag 8 januari 2007
Vandaag “doen” we een dagje Geraldton. Met het openbaar vervoer van de camping naar de stad (en terug). Ik wordt als ‘senior’ beschouwd en krijg weer korting*). Ons eerste museum –Western Australia Museum Geraldton- is zoals we zo langzamerhand gewend zijn: modern, ruim, en schoon. We komen er speciaal voor de “Shipwreck-gallery”, waarvan een zeer groot deel gewijd is aan de Batavia. Het VOC schip wat zo’n 400 jaar terug hier in de buurt aan de grond liep, met allerlei gevolgen inclusief de –vermoedelijk- eerste twee blanken die hier permanent aan wal gingen, van dien. Een van de stafleden komt op een gegeven moment mij waarschuwen dat er een video over de Batavia vertoond wordt. We kijken er met nog vier andere gasten naar en dat blijken ook Hollanders te zijn! Hoe dan ook: dat Hollandse verleden met betrekking tot het ‘begin’ van “westers” Australië krijgt veel aandacht. En allemaal ‘lieve jongens’ waren het aan boord van de Batavia nou ook niet. Maf, hoor. Zit je daar met zes Hollanders aan de andere kant van de wereld naar een Engels gesproken film van een Hollands VOC-schip te kijken. (Balkenende zou dit vast geweldig gevonden hebben!) Later gaat iedereen weer naar zijn eigen campertje terug. In de shipwreckgallery krijgt het vergaan van het Australische HMS Sydney in november 1941 veel aandacht. Ergens in Geraldton –op een heuvel- is een monument opgericht ter ere van de opvarenden waar nooit meer iets van teruggevonden is. We zijn er naar toe geklauterd en kregen als bonus een prachtig uitzicht over Geraldton. Heerlijk dagje. Strakblauwe hemel met een verfrissend windje. Goed begin van onze 2e week in de camper. Th.
 
*) “I am 76, do I have to prove that?” Het charme-offensief van Theo maakt dat wij samen voor 1 dollar 80 vijf km afleggen met het openbaar vervoer…. ik heb gemengde gevoelens dat ze ook mij op het senior kaartje laten reizen. M.


Woensdag 10 januari 2007
Kalbarri (met de klemtoon op de 2e lettergreep) ligt aan de mond van de Murchison-river ongeveer 160 kilometer ten noorden van Geraldton. We zijn daar nu en waarschijnlijk wordt dit het meest noordelijke punt van de geplande lus noordelijk van Perth. Kalbarri is een vakantiedorp met van alles op en aan het water te doen voor jong en oud. Het ligt aan de rand van het Kalbarri National Park en ook daar kan je op allerlei manieren actief bezig zijn. Wij kozen voor het “dagelijks voeren van de pelikanen” en een stevige wandel- en klauterpartij langs de Murchison rivier in het National Park. (Voor dit laatste moesten we wel 27 kilometer diep over een ‘wasbord-weg’ het park inrijden) Wat mij raakte was de toewijding waarmee de vrouwelijke vrijwilliger de voer-sessie van de pelikanen leidde. Er zijn zo’n 100 mensen van alle leeftijden op af gekomen. Die krijgen pelikaan-college van ongeveer een half uur en daarna krijgt de jeugd vissen uitgereikt om aan de pelikanen te voeren. Er zijn 3 pelikanen op af gekomen en een gigantisch veelvoud aan zeemeeuwen. De betrokkenheid van de vrijwillige mevrouw neem ik als plezierige herinnering mee. Als ik terugloop denk ik aan de vele malen dat ik mijn overleden broer Bennie (daar heb je hem weer) hielp met het eten van zijn lunch. Op dat tijdstip was er in het verpleeghuis ook altijd veel vrijwillige hulp aanwezig om te helpen bij het eten. Ook de inzet van die mensen raakte mij. Ik zal er wel iets in projecteren al weet ik niet precies wat. Laat maar. Th.


Woensdagavond 9 uur: op de achtergrond zingt Renée Flemming “Ave Maria”, haar CD zit in de CD speler. Theo leest en ik mijmer in een warme zomeravond. Middels een sms je wordt mij verzocht de camper te beschrijven en foto’s van de camper te tonen. Dat laatste komt nog: hier de beschrijving. We reizen in een Ford bestelbus: hoogte 2.70, lengte 5.70 m. Een diesel. Ik ben helemaal tevreden met deze bus en zou hem zo in Nederland willen hebben! De bus lijkt op die van vorig jaar (is ook van dezelfde –prettige- verhuurder) maar is nieuwer en weer luxer. Aan boord is een koelkast met vriesvak, een 2 pits gasfornuis, een magnetron, een airco versus kachel, een flat-screen tv (!) met een losse dvd speler (!) en een ingebouwde radio en iets waarop je pc kan draaien. Bij deze tv zijn 3 afstandsbedieningen, waarvan ik er maar 1 kan snappen….  Verder hebben we een douche met wastafeltje en toilet, een aanrecht met warm en koud stromend water en als opbergruimte 6 laden, een hangkast(je), 6 bovenkastjes en onder de banken ruimte waar o.a. een stofzuigertje (!) opgeborgen is en onze schoenen een plek hebben gevonden, alsook het meubilair voor buiten. Ons bed is 2 meter lang bij 1.70 breed (dus zeer riant) maar moet ’s avonds wel gebouwd worden. Ook kunnen we 2 eenpersoonsbedden met een paadje ertussen maken, i.p.v. het tweepersoonsbed. Verder hebben we gezellige verlichting (spotjes achter) en hebben we een buitenverlichting. We kunnen zowel de achterdeuren open hebben (die tot aan het dak reiken) alsook de zijschuifdeur. Er is een vrije doorgang van de bestuurdersplaats naar het woongedeelte.  De bekleding van onze zitbanken (en later bed) bestaat uit alcantara. Nauwkeuriger kan ik ons tijdelijke huis op wielen niet beschrijven!
Wij beiden vinden het een ideale camper, wendbaar, gemakkelijk te berijden en prima in te wonen: helemaal goed! Binnenkort verschijnen er foto’s op de website. Renée Flemming zingt nog gezellig door: ik ga koffie zetten. M.

Vrijdag 12 januari 2007
We kunnen maar niet wegkomen uit Kalbarri. Fantastisch weer. Schaduwrijk plekje. Zee op 50 meter aan de overkant van de straat. Boeken lezen op een stoeltje in de wind. Mineke zwemt in zee en wordt bruin. Van mij alleen mijn voeten op de plekken waar de sandaal riempjes dit niet verhinderen. Ik lees op dit moment twee boeken door elkaar. “De wereld van Sofie” van de noorse schrijver Jostein Gaarder –het is een roman over de geschiedenis van de filosofie- en daarnaast “Beyond the western rivers” van Myrtle Rose White. Een familiegeschiedenis van de vroege pioniers in de barre vlakten van Australie geschreven door iemand die dat leven als echtgenoot, moeder en hoofd huishouding van een outstation meemaakte. Het laatste boek kocht ik in een 2e hands boekwinkel in Geraldton die ook als internetcafé fungeerde. Op het moment dat ik dit schrijf ligt het in de bedoeling dat we morgenochtend zuidwaarts gaan. Waarschijnlijk naar Dongara.

Dinsdag 16 januari 2007
Kalbarri vaarwel gezegd. Tijdens een wandeling langs het strand maakte ik een foto van Mineke waaruit je ook kan afleiden dat de zon midden op de dag recht boven je staat. De slagschaduw rond Mineke is nauwelijks waarneembaar. [Zie foto] Ook afscheid genomen van een –engelse- buurman op bezoek bij zijn zoon in Perth. Hij had enkele dagen na aankomst een hartaanval gekregen en liep nu met twee ‘stents’ rond en voelde zich herboren.  Maar hij moest wel aan de tabletten. Ik voelde mij enigszins ervaringsdeskundige –hoewel zonder stents- en heb hem voor de komende ‘quarter century’  het allerbeste toegewenst. West Australia’s Wildflower Country heet het gebied waar we nu door heen rijden. We zijn er dus op het verkeerde moment want de bloemen bloeien ook hier in het voorjaar en dat is voor dit gebied september/october. Naast de bloemen wordt hier tarwe verbouwd. Die is dit jaar ook al geoogst en voor de rest is het leeg. [Zie foto] We vertrokken vanochtend uit Carnamah en wilden diesel tanken. De vriendelijke mevrouw aan de pomp vroeg waar wij heen gingen. Antwoord: Moora. Nou, als je genoeg brandstof hebt om daar aan te komen zou ik mijn diesel daar kopen dat is minstens 5 cent per liter goedkoper! Het is allemaal al duur genoeg was onze gedachte en na een bedankje voor dit economisch advies gingen we op weg. We zijn nu 30 kilometer verder in Coorow en daar zit ik deze tekst te typen. Want hier is geen diesel verkrijgbaar maar wél een telecentre wat om 11 uur open gaat voor het publiek. Het belooft weer een mooie dag te worden: strakblauwe hemel, [nu nog] fris windje en niet druk op de weg in dit gebied. De tarwe is namelijk al geoogst en de bloemen bloeien nog niet. Heerlijk en ook verder gaat het heel goed. De toezichthouder op de gemeentelijke camping in Carnamah kwam tijdens ons ontbijt vanochtend een praatje houden, hetgeen neerkwam op het verhaal van zijn leven hier in West Australia waarin o.m. een autoongeluk voorkwam wat hem 52 hechtingen in zijn schedel opleverde. Er was niks meer van te zien zag ik want hij kaalde een beetje en nam zijn pet af.

Dinsdagavond 16 januari 2007.
Droogbloemen. Wie kent ze niet (van vroeger?). We verbaasden ons over een zo ruime camping in Carnamah met zelfs nog een aantal huisjes en brandschone, ruime douches etc. De caretaker van de camping legde uit dat in het hoogseizoen (het bloeien van de wildflowers) het wel degelijk drukker was in dit gebied. Onderweg naar de plek waar we nu staan stond ineens een bord langs de weg: wildflowerfarm open! Eindelijk dacht ik: toch wildflowers? Nu? Bij de farm aangekomen wenkte een vrouw ons naar de schuur en ja hoor: daar hingen, stonden, lagen wildflowers, in allerlei soorten en maten, in allerlei kleuren, natuurlijk en onnatuurlijk. Maar alle gedroogd: wat met bloemen uit een droog gebied beter gaat dan bloemen die veel water bevatten.  De mevrouw was blij ons te ontvangen: mensen uit Holland: pas dáár hadden ze verstand van bloemen! Zij exporteerde ook droogbloemen naar Nederland en ontving hierna weer beter zaad, ook uit Nederland, terug. Wat als een hobby was begonnen was uitgegroeid tot een groot bedrijf, waar vele, vele dozen met gedroogde wildflowers geëxporteerd werden naar Europa, VS, Japan etc. Mevrouw was druk doende kleine bloemstukjes op magneetjes te maken: versierselen voor op de koelkast die verkocht werden in een winkel verderop. Er was vooral vraag naar droogbloemen in bijzondere kleuren: passend bij bruidskleding, passend bij de kleur van de zee (want veel huwelijksfoto’s werden op het strand genomen).  Enthousiast werd voor ons de video gestart: zo zagen wij toch nog de wildflowers in het echt: bloeiend op het land, langs de wegen, in de bossen, tussen de rotsen etc. verspreid over heel west Australië. Ik herkende de strobloem en zag weer van heel vroeger een boeketje (op de kop) hangend zodat het laatste vocht eruit zou trekken en er toch nog in de winter een bloemetje op de vaas stond. Ook Theo heeft nog een dergelijk gedroogd boeketje van zijn moeder… stoffig, zoals ik mij ook herinner. Ik houd niet van droogbloemen, maar de toewijding van de mevrouw van vanmiddag deed me goed. M.

Woensdagavond 17 januari 2007.
Ballidu: wij dronken er koffie. Zomaar een dorp in het wijde landschap: 60 km. vóór Ballidu en 60 km. na Ballidu is niets en woont er niemand.  Leegte. Dàt is waarom mensen Australië verkiezen boven Europa. Tussen de dorpen, waar kleine gemeenschappen wonen, is ruimte, leegte. Is niets. Maar in het dorp is het gemeenschappelijke moeilijk te ontlopen. Op een schoolbord in de enige straat van Ballidu, staan de gemeenschappelijke activiteiten met een krijtje vermeld: zoals een gezamenlijk BBQ ontbijt op Australië day en de eerste schooldag na de grote vakantie op 31.01. En je eigen verjaardag ontlopen in een dorp als Ballidu lijkt bijna onmogelijk: in de general store staat een schoolbordje (zie foto) met de verjaardagen van januari, niet alleen van de kinderen zoals ik eerst dacht, maar van alle inwoners….! en iedere maand wordt dit ververst. Theo zou er niet aan ontkomen! M.

170 kilometer reden wij vandaag. Van Moora via Walebing, Bindi Bindi, Ballidu, waar Semantha, de 11-jarige dochter van de uitbaatster van de koffiezaak zich verbaasde over mijn lengte,  Wongan Hills –waar, als ik mij goed herinner, mijn vriend Gerard een tijdje heeft doorgebracht- naar Goomalling, waar we nu zijn. De leegte, de ruimte bestaat uit geoogste tarweakkers, oneindig groot lijkend. In het boek “Beyond western rivers” wat ik nu lees, wordt ook beschreven hoe dat is: als je naaste buren 60 kilometer verder wonen. “You live your own life” zei de uitbaatster van de koffieshop in Ballidu, refererend aan de ‘leegte’ om het dorp heen. Eens per veertien dagen ging de familie naar Perth [2½ uur rijden]. Het raakt mij. Indrukwekkend. Je moet het helemaal zelf doen. Op zo’n dag als vandaag doe ik niet veel meer als intensief om mij heen kijken en liters water drinken. Ik voel mij rijker met zo’n ervaring.

Donderdagavond 18 januari 2007
Vanmiddag brachten we een bezoek aan eco-village Somerville [ www.somervilleecovillage.com.au  30 km west van Perth in de buurt van het dorp Chidlow]. We hadden er, via vriend Nico in Nederland, van gehoord maar troffen er, tot onze niet geringe verbazing, niemand aan. Een informatiepaneel, een aantal optrekjes, een schooltje, een schooltuin, hier en daar een bejaarde auto maar geen levende have. Wel een bijzondere sfeer. We maakten wat foto’s en zijn verder gegaan. 166 Hectare groot volgens het info-paneel. Vreemd, met mijn El Bloque ervaring kan ik niet begrijpen dat het zo verlaten is. Ik had wel graag iemand gesproken, die er wat over kon en wilde zeggen. Is iedereen op vakantie en even niet bezig met ecologisch en duurzaam leven? We verlaten het dorp en komen volgens plan terecht in Northam. ’s Avonds bij het eten raken we in gesprek met Julien en Déborah Girardet (broer en zus, woonachtig in Zwitserland) op kampeertrektocht door het zuidwesten van Australië. Julien, de broer, spreekt uitsluitend Frans op zijn Zwitsers en Deborah is drie maanden op een cursus Engels geweest en reist nu met broer-lief mee [of andersom]. Wijn en dessert delen we op uitnodiging van Mineke en het wordt een ontwapenend gesprek in het Frans, Engels en Nederlands met vertalingen over en weer.

Zaterdagochtend 20 januari 2007
De noordelijke lus boven Perth is nu echt voltooid. [Voor de statistieken: we legden 1933 km af in 19 dagen] We zitten, even ten zuiden van Perth, in Fremantle aan de zee. We hebben een plekje op een nogal luxueus uitgevoerd ‘holiday park’  en blijven hier tot aanstaande dinsdag. Aanstaande maandag treffen we vriend Gérard in Perth die dan begint aan een verblijf in dit gebied. Dinsdag starten wij de zuidelijke lus al het is het nog geenszins duidelijk hoe, waar en wat. We krijgen net een bericht dat het weer in Nederland van streek is geweest met trein- en busuitval en reizigers overnachten op plekken die ze niet van plan waren. Zo’n bericht brengt mij weer even in een andere werkelijkheid en tegelijkertijd bij de vraag ‘of we in Nederland al een kabinet hebben’. Voor ons hier in Fremantle wordt het een weekend van de dikke weekendkrant, een was draaien, wandeling langs het strand, boek lezen, biertje drinken en wat aantutten. Heerlijk ontspannen vooruitzicht!

Zondagmorgen 21 januari 2007
Ik zag gisteren in Woolworth [een supermarkt à la Albert Heijn, maar dan beduidend groter] op een van de schappen pakken Senseo liggen. Ik was blij verrast: Senseo –wat ik kennelijk met Holland associeerde- aan de andere kant van de wereld.

Maandagavond 23 januari 2007
Vandaag ben ik in Perth met Mineke, onder meer om vriend Gérard welkom te heten. Hij is om 3 uur voldoende ‘bijgeslapen’ van zijn vlucht uit La Gomera, via Frankfurt en Dubai. Een hartelijk weerzien en het feit dat zijn koffer ‘er nog niet was’ heeft geen invloed op de stemming. We praten ‘honderd uit’ en besluiten de sessie met een avondmaal in ‘Kingstreet 44’. [= naam van het restaurant]. En natuurlijk is een van de onderwerpen ‘waarom toch dat reizen?’ en ‘waarom op de manier zoals wij het ieder van ons doen?’. Geïnspireerd door het weerzien worden we door Gérard naar de trein gebracht –onze camper staat immers in Fremantle- en wie weet kruisen onze wegen in Australië zich nogmaals. Vanochtend, wachtend op Mineke die enkele boodschappen doet, kom ik op een bankje in gesprek met Josef Cupka. [de ‘C’ moet je uitspreken als ‘Tch’ ] Hij is een Slowaak die al een kwart eeuw in Perth woont. Op een gegeven moment maak ik de opmerking dat ik vind dat hij mooie handen heeft. “Ik ben organist van de Lutherse kerk hier” is zijn antwoord. Ik krijg van alle orgels in Perth bijzonderheden en welke muziek hij liever op het ene dan wel op het andere orgel speelt. Vervolgens zitten wij “Jesus, joy of men’s desire” tegen elkaar te fluiten. Midden in Perth op een bankje in de zon. Dat is ook een van de reden waarom ik mijn manier van reizen aantrekkelijk vind. Th.



Geboeid luisterde ik naar Gérard, iets ouder dan Theo; allebei zijn het “zwervers”. G. zwerft al jaren over de aardbol en lijkt alle mogelijke moeite te doen om low budget te reizen, zo eenvoudig mogelijk met zo min mogelijk luxe: ik kan slechts verwonderd luisteren. Financiële redenen om zo te reizen zijn er allerminst; Gérard zelf denkt dat het terug te voeren is naar de oorlog, zijn herinnering als jongetje in Venlo van omstreeks 14 jaar. Leven met weinig, wonen in een kelder met een kapot geschoten bovenverdieping: overleven. Wat hij wel nodig heeft zijn sociale contacten en iedere keer is het weer een uitdaging om die te vinden, om een goed gesprek te hebben, om iets te delen. Zo nu en dan heb je “warm vochtige ogen nodig die jou zien”, aldus Gérard. M.



Vrijdag 26 januari 2007.
Australian Day, de verjaardag van Australië: feest. Een soort Koninginnedag. Niemand weet overigens de hoeveelste verjaardag het is… Het is ook het laatste weekend van de schoolvakanties en vele vaders en moeders hebben een lang weekend vrijaf genomen: het is druk. Aan caravans en sommige tenten hangt de Australische vlag uitbundig te wapperen.  Er worden op deze dag ook lintjes uitgereikt en Tim Flannery, een climate warrior, werd the Australian of the Year. Hij krijgt een groter platform om zo de Australiërs te waarschuwen voor de gevaren van overconsumptie. Als wetenschapper waarschuwt hij al jaren voor de risico’s die de klimaatveranderingen met zich meebrengen, vooral voor dit toch al zo uitgedroogde land. Gisteren reden wij naar de plek (Bunbury) waar we nu staan. Onderweg zag ik enkele groene weiden (!) wat we de afgelopen vier weken nauwelijks hebben gezien.  Vanzelfsprekend waren dit percelen waar uitbundig werd gesproeid, maar ik merkte dat ik het frisse groen van weiden en planten mis! Australië is, zeker in deze maanden, droog, dor, verschroeid. Nog minder regen lijkt desastreus. Vanwege Australian day waren wij naar een grotere plaats gegaan om daar deze feestdag mee te vieren, gezien onze herinnering aan Aussie Day in Sydney vorig jaar. Hoewel het feest is in de stad, op het strand vele bandjes spelen (zoals de buren ons vertelden) hebben wij nog geen stap buiten de camping gezet…., ook hier is zout water, zei het in een zwembad.  Het is warm, te warm om naar het centrum te gaan. De wind komt de laatste 2 dagen niet vanuit de zeekant maar vanuit het oosten: een hete woestijn wind overspoelt ons. Het is in de schaduw en wind over de 35 graden C…. Wij lezen, verplaatsen ons steeds naar de schaduw, drinken water en vieren op deze manier onze Australian day. Achter onze camper lopen naast beige, ook zwart bonte koeien, zei het op een grasveld van hooi: het schijnt hun niet te deren! Vanavond is er groot vuurwerk op het strand, wie weet. M.

Een deel van mijn werkzaam leven bracht ik door in tropische klimaten en de daarbij horende temperaturen. Ik heb altijd geroepen dat ik goed tegen de warmte kan. Mijn herinnering aan vandaag, Australian Day, zal gedomineerd worden door de warme dag die het was. En door de inertie die dat bij mij tot gevolg had. Veel meer dan The West Australian lezen heb ik niet gedaan.  Water drinken. Veel water. En ’s avonds in de verrukkelijke koelte naar een vuurwerkvoorstelling gekeken. Th.

Zondagmorgen 28 januari 2007
Gisteren zijn we vanuit Bunbury landinwaarts getrokken. We hebben een afspraak met Gérard die in Narrogin is neerrgestreken en daar enkele dagen blijft. [Narrogin ligt een paar honderd kilometer landinwaarts en wordt als ‘historic town’ geafficheerd] Voor we vertrekken gaan we via een internetcafé naar Coles. Een supermarkt à la Woolworth en à la Albert Heyn maar dan veel groter. Er is daar ook een toonbank waar je sigaretten, kranten en oplaadkaarten voor je mobiele telefoon etc kunt krijgen. Voor mij is een mevrouw[tje] aan de beurt. Ik zeg ‘tje’ omdat ze maar net boven de toonbank uitkomt. Ze heeft een bloemige jurk aan, slanke verschijning al ziet ze er niet erg verzorgd uit. Haar lange vingernagels vallen op speciaal die van haar duim. Ze draagt een bril en heeft in haar hand 8 biljetten van AU$ 20. Ze koopt sigaretten, maar zoveel dat er geld bij moet komen. Haar hand verdwijnt in de zak van haar jurk en komt met 6 biljetten van AU$ 50 tevoorschijn. Uiteindelijk na wat gewissel en gepraat met het meisje achter de toonbank vertrekt ze met sigaretten ter waarde van AU$ 278, keurig in een plastic zakje. Ik sta er van alles bij in te vullen maar volgens Mineke is dat onterecht.
In Narrogin gaan we zodirect koffie drinken bij en met Gérard. Gewoon, net alsof we in Holland zijn. Alleen is het weer hier wat anders: half bewolkt, zacht windje en een lekkere temperatuur. Op de enigszins verwaarloosd aandoende campground van de gemeente Narrogin tref ik twee mooie auto’s aan. [zie foto] Waarom ze er staan weet ik niet.

Maandagmorgen 29 januari 2007
Vandaag wordt mijn kleinzoon Jonas 11 jaar. Hij slaapt nog op dit moment maar in de loop van de dag zal ik proberen te bellen. Na de koffie gisteren bij en met Gérard zijn we en colonne naar Wagin getrokken  [50 kilometer zuidwaarts] Wagin wordt geafficheerd als historic town met “the largest Social History Museum van West Australië”. We hebben daar rondgekeken. Ik loop er doorheen met een min of meer permanente gedachte van “oh ja, dat ken ik nog van vroeger”. Wagin werd aan het eind van de 19e eeuw op de kaart van Australië gezet door boeren en settlers. De eerste dominee werd benoemd in 1902 voor zover ik kon opmaken uit een paneel in de gerestaureerde kerk. [Mijn vader, zelf domineeszoon, was toen 1 jaar oud]. Een grote verscheidenheid aan landbouwwerktuigen is opgesteld in een aantal schuren. Mineke –zelf boerendochter die wel eens bij haar vader op de tractor mocht- ontdekt een tractor die net zo oud is als zijzelf [zie foto]. Alle waardering heb ik voor de vrijwilligers die vele spullen in dit museum renoveerden, maar Mineke ziet er beduidend beter uit! Wagin als stadje heeft ook de “Lonely Planet” gehaald met het beeld van de “Giant Ram”. De foto’s mogen voor zichzelf spreken. Het is een bouwwerk van polyester, staat in een mooi aangelegd park en werd gefinancierd door de plaatselijke Rotary en Lions Clubs. Th.
Het was een zeer warme, vochtige dag: onze rode wijn leek wel glühwein; maar goed, je kunt niet alles hebben. M.

Dinsdagavond 30 januari 2007
Wagin met het super-kitsch beeld van de Giant Ram beschouwen we voorlopig maar als het meest landinwaartse punt van de zuidelijke lus van Perth. We trekken via Arthur River, Boyup Brook, naar Bridgetown waar we op de gemeentelijke camping de nacht van maandag op dinsdag doorbrengen. Vanochtend verder richting Donnybrook. We kiezen voor Donnybrook omdat die stad zich op de kaart geplaatst heeft gekregen als “Home of the Granny Smith” Dat willen we wel eens zien. Vlak voor de stad koopt Mineke al Granny’s en nog wat ander fruit. De fruitboer zelf doet wat klagerig. Het gaat niet zo goed met de business. De regering laat allerlei fruit van het buitenland toe enz.enz.enz. Voor het toeristenburo in Donnybrook zelf willen ze ook wel weten van de Granny Smith [zie foto] en binnen is een pamflet met de ‘history of the Granny Smith’ verkrijgbaar. Er zijn overigens ook andere obsessie’s mogelijk in Donnybrook. [zie foto] Voor we verder gaan drinken we onze capucino’s met carrot-cake en in het etablissement zitten aan een langwerpige tafel een vijftien-tal ouderen aan de lunch. Een groep bejaarden met begeleidsters op een ‘dagje uit’ denk ik zo. Ik heb zicht op een aantal mannen –overduidelijk van mijn leeftijd- die keurig hun bordje leegeten en verder niet zoveel te babbelen hebben. Het maakt mij verdrietig. Vergane glorie. Waar zijn deze mannen nog voor nodig? Het kan natuurlijk best dat die heren een hele leuke dag beleven, maar op mij maken ze een uitgebluste indruk. En ik projecteer per sé niet, maar het is wel mijn leeftijdsklasse!  Dan is de lunch voorbij, één van de begeleidsters geeft een signaal en men staat op om naar buiten te gaan waar de bus wacht. Schuifel, schuifel en steunend op stok of begeleidster. Spillebenen, korte broeken, hier en daar een verbleekte tatouage. Even later stappen Mineke en ik in ons busje op weg naar Busselton aan de kust. Het is prachtig zomerweer, mooi, glooiend landschap, zichtbare bedrijvigheid: koeien, graan en fruit. En langzaam verdwijnt het beeld van die oudere mannen. Ik ben weer op reis. Maar dit soort ontmoeting hoort erbij en ik vind het belangrijk genoeg om het te melden. Het gaat goed met mij.

Donderdagavond 1 februari 2007
Het kon natuurlijk niet uitblijven: in dit deel van West Australië spelen fruit en wijn een grote rol en bij de fruitboer waar Mineke haar eerste Grannies kocht nam ze ook nog een zak abrikozen mee. [Ongeveer 0,60€ per kilo] We reden door naar Busselton, aan de kust, met de bedoeling er iets langer te blijven. Er was dus tijd en gelegenheid om jam te maken en dat gebeurde ook: heerlijke abrikozenjam hebben we nu en waarschijnlijk voldoende voor de rest van onze reis. Wat evenmin kon uitblijven was het moment waarop Mineke voor de dagelijkse avondmaaltijd de BBQ zou inschakelen. [We hebben, voor alle duidelijkheid, géén BBQ aan boord van de camper] Maar er is waarschijnlijk in gans Australië geen caravanpark of camping te vinden waar geen BBQ-installatie voor publiek gebruik staat opgesteld. En dat kwam er dus ook van: als authentieke Australiërs aten we een BBQ-ondersteunde maaltijd. Met als verdere bijzonderheid dat Mineke als vrouw de BBQ-activiteiten uitvoerde, iets wat in Australië op zijn minst ongebruikelijk is. Alles lukte uitstekend en het feit dat een BBQ-maaltijd een, wat men hier noemt, ‘al fresco gebeuren’ is maakte het wat mij betreft extra ‘feestelijk’. In Australië lees en hoor je regelmatig over een ‘al fresco life style’. Het wil niks meer of minder zeggen dat het een ‘life style’ is die zich voornamelijk in de buitenlucht afspeelt. En natuurlijk kun je in diezelfde buitenlucht ook gewoon broccoli met aardappelen en een bal gehakt eten en dat is even ‘al fresco’ als BBQ. Maar bovenal vind ik het heerlijk om in deze omstandigheden met leven bezig te zijn.
In Busselton is een toeristische attractie in de vorm van een –voornamelijk- houten pier die 1874 meter ver de zee in ‘loopt’. Hij is niet meer in gebruik voor waar hij oorspronkelijk voor gebouwd is –laden en lossen van schepen- maar wél voor toeristen die naar het eind wandelen en weer terug. Daar helemaal aan het eind zijn uiteraard de gebruikelijke voorzieningen. Toiletten, Cola-machines en een souvenirshop. Het was een prima wandeling en de toegang à AUD 2,50 meer dan waard. Komend weekend is de jetty ook nog het middelpunt van een zwemwedstrijd. Start aan de ene zijde en finish aan de andere waarbij de deelnemers verondersteld worden niet onder de pier door te zwemmen. Ter ondersteuning van de feestelijkheden wordt er ook nog een zandkasteel gebouwd vlak voor de ingang van de pier. Ik ken het verschijnsel ‘zandkastelen’ uit Nederland maar ik was het in Australië nog niet tegengekomen. Zie foto’s.

Zaterdagmiddag 3 februari 2007
Via Dunsborough –aan de kust- kwamen we gisteren volgens plan uit bij Cape Naturaliste. [Niet te verwarren met ‘naturiste’!] De baai –waar Dunsborough ook aan ligt- is de Geographe Bay. Naturaliste en Geographe: beide namen met een Franse oorsprong. Het was de Franse ontdekkingsreiziger Nicholas Baudin die aan deze kust rond 1800 landde met een vloot van 2 schepen die Geographe en Naturaliste gedoopt waren. Dat vertelt de plaquette onder zijn borstbeeld wat de kade van Busselton siert. En telkens weer, als ik dergelijke jaartallen lees, realiseer ik mij dat het ‘huidige’ Australië toen begonnen is. En dat een goed deel van de mensen die er nu leven voorouders hebben die er ‘gewoon heen gingen’ om hun leven EN land op te bouwen. [En, natuurlijk, dat het land en de situatie ook gebruikt werden om er gevangenen –convicts- kwijt te traken, op te voeden of wat dan ook.] Cape Naturiste is ongeveer een eeuw na het bezoek van Bauduin voorzien van een vuurtoren, die nog steeds in bedrijf is –zij het volledig automatisch en onbemand- en wordt het licht nu geleverd door electriciteit en niet, zoals eerst, door walvisolie en later kerosine. De vuurtoren hebben we bezocht en het was voor het eerst in mijn leven dat ik naar boven klom onder leiding van de rondleider Peter boven op een vuurtoren stond. Prachtig uitzicht en Peter vertelde dat het licht 43 kilometer ver op zee te zien was.

Maandagmorgen 5 februari 2007
Vanochtend gaan we weer op pad –richting Margaret River- met de wetenschap dat we vandaag voor het eerst minder dagen ‘nog te gaan hebben’  dan er al geweest zijn. Ik noem het maar de kantelnacht. We zijn in totaal 85 dagen van huis en met inbegrip van vandaag zijn er nog 42. Dat gezegd hebbende: we hadden een goed weekend. Aan het strand, met een krant, wandelen en een windje. Bovendien beschikt de camping [ www.yallingupbeach.com.au ] over een wifi-hotspot zodat ik –tegen betaling van 6 AUD per uur weliswaar- vanuit de camper kan e-mailen en website opladen. In de Weekend Australian scoort Ayaan Hirsi Ali 2 pagina’s naar aanleiding van haar boek “Infidel” wat binnenkort verschijnt. [Ik heb uit het artikel niet kunnen opmaken of het een vertaling is van haar Hollandse boek wat eind vorig jaar verscheen. Lijkt haast van wel.] Het artikel heeft als kop “Cruellest cut in the name of Islam” en gaat hoofdzakelijk over haar besnijdenis [en die van haar zuster en broer] en uithuwelijking. Smeuige teksten, dus. In het artikel wordt wel duidelijk gemaakt dat vrouwenbesnijdenis ouder is dan de Islam. Niet alle Moslims praktiseren besnijdenis en andersom.  In een aparte box haar levensgeschiedenis inclusief de aanvaring met Minister Verdonk. Boeiender om te lezen vond ik een commentaar-artikel van Rebecca Weisser die Ayaan’s leven beschrijft als “Dangerous odyssee of Moslim Voltaire”. En haar beschrijft als een zeldzaam voorbeeld van morele moed voor het westen. Wat verder nog? De plek aan de kust waar we het weekend waren is erg in trek bij surfers. Mensen die op een surfplank met de golven ‘meegaan’. [Een surfplank zonder zeil, dus] Daar is een speciale golfslag voor nodig en die is hier in ruime mate aanwezig. Op zaterdagmorgen kwam de buurman op de camping naar me toe met de mededeling dat de op één na beste surfer ter wereld net was aangekomen en dat iedereen zijn kunsten op de golven kon gaan bewonderen. Ik ben wel gaan kijken, zag wel staaltjes van ‘acrobatiek’ maar weet niet of ik die op één na beste gezien heb. In de bijlage van de Weekend Australian is een omslagartikel wat gaat over Layne Beachley, een vrouw die zeven maal wereldkampioen surfen (zonder zeiltje) is geworden en nu van blond naar bruin haar is overgestapt omdat ze niet meer als “blonde surfie rat” door het leven wil.

Dinsdag 6 februari 2007.
De wifi-hotspot op de camping in Yallingup zakte in de nacht van maandag op dinsdag in elkaar. Niks website opladen vanuit de kampeerbus. Wel een refund van mijn ticket: 50%= AUD 3$. Wij zijn inmiddels in Margaret River en daar gaat veel, zoniet alles, over wijn. De oogst nadert [plm eind van deze maand] en de tijdelijke werkkrachten stromen toe. We gaan vandaag maar eens een glaasje van het lokale product proeven.


Woensdagavond 7 februari 2007
Op de camping in Maragret River staan we tussen de wijnplukkers. (De oogst blijkt eerder begonnen dan ik dacht.) We raken met één van hen aan de praat. Hij vertelt o.m. dat zijn moeder uit Amsterdam komt. Elke dag plukt hij van zeven tot half twee en krijgt –via een agency wat hij op internet vond- AUD 2$ per mand. [ ong € 1.20 ] en tussen zeven en half twee kun je zo’n 50 manden plukken. In Adelaïde, waar hij woont, verdiende hij in een café-restaurant aan de afwasmachine AUD 28$ per uur. Er zijn heel veel plukkers nodig, er is overal werk. Ik kan er wat bij denken als we zo door het gebied heen rijden. Tientallen vineyards met vele kilometers(?) wijnranken. Sommige stukken zijn ingepakt in witte netten om de vogels weg te houden. We besluiten om bij een wijnboer te gaan lunchen. Enkele ‘wineries’ houden er een restaurant op na en de keus valt op The Berry Farm. Daar zitten we dan: onder een parasol met uitzicht op de wijnstruiken, een salade op tafel met een fles Margaret River Chardonnay in een koeler. De plukkers voor 2$ per mand zijn ‘ver weg’. Ik krijg een op het decadente af luxe vakantiegevoel. Tijdens deze reis heb ik een enkele maal de indruk gehad dat we in West Australië minder beleven dan vorig jaar in het oostelijk deel en dat er meer kilometers liggen tussen dat wat we meemaken. Verder is voor mij een lunch nou niet een-twee-drie een belevenis apart, maar deze zou ik toch niet hebben willen overslaan. Ook het rijden door deze wijnregio is ook een plezier apart. Prachtig landschap, zomers zonnetje en niet druk op de weg.

Nog even een prozaïsche belevenis. Op een parkeerplaats in Margaret River gleed Mineke op het gravel uit bij het uitstappen. Een stevige schaafwond. In de plaatselijke apotheek waar ze, zoals overal gebruikelijk in winkels, begroet werd met “how are you?” en vervolgens bij wijze van antwoord op haar knie wees, was de reactie simpel: gaat U maar zitten, we helpen U even. [zie foto] Spullen uit hun eigen assortiment uiteraard.  Ik weet niet of iets dergelijks in Nederland zou gebeuren. Th.

Op de filosofiekalender (die wij in de camper hebben hangen) staat bij 7 februari een uitspraak van J.R.R.Tolkien: “er kan enige satire in het verhaal zijn, maar met één ding mag niet de draak gestoken worden en dat is de magie zelf”.
Ik lees op dit moment “De Gezongen Aarde” van Bruce Chatwin. Over magie gesproken…! Het boek gaat over het oorspronkelijke leven van de Aboriginals. Over de onzichtbare “zangsporen” of “droomwegen”, die door de Aboriginals “De Voetstappen van de Voorouders” worden genoemd. “Zo moet je je een zwangere vrouw voorstellen die rondscharrelde op haar dagelijkse fouragetocht. Opeens stapt ze op een couplet, het “geesteskind” springt op, via haar teennagel naar haar vagina of in een eeltkloof in haar voet, zoekt zijn weg naar haar baarmoeder en bevrucht de foetus met gezang. De eerste schop van de baby!  Het moment van de “geestesbevruchting”. De aanstaande moeder markeert de plek en haalt de Stamoudsten erbij. Zij interpreteren dan de ligging van de plek en besluiten welke Voorouder daar langs is gekomen en welke verzen dus het privé eigendom van het aanstaande kind zijn. Zij reserveren een bevruchtingsplek voor hem, die samenvalt met het dichtstbijzijnde oriëntatiepunt langs het Zangspoor.” Etc. etc. Je kunt je misschien een zangspoor ook voorstellen zoals vogels die kennen.
Over magie gesproken!  In dit boek wordt een beeld opgeroepen van de mens zoals hij ooit geweest moet zijn en van de bestemming die hij had en niet heeft kunnen waarmaken. M.

Donderdag 8 februari 2007
Cape Leeuwin: weer een confrontatie met Nederlandse geschiedenis. In 1622 voeren Nederlandse stuurlieden langs deze kaap met het schip Leeuwin. Op de vuurtoren van Cape Leeuwin staat een gedenkplaat (in het Nederlands!). Zie geplaatste foto. Voor het eerst zat het weer ons niet mee, het miezerde en we moesten een vest aan! Voor ons zeer ongewoon. Gelukkig zaten we na ruim een uur weer in de zon en zelfs later aan het strand: de zon was terug en de temperatuur steeg navenant. Iedere keer als ik weer een strand zie, -wat bijna elke dag gebeurt- maakt mijn hart een sprongetje. Wat een uitzicht, wat een ruimte, een gebogen strook wit zand met aanrollend blauw water. Ook dat is Australië! Bijna lege, prachtige stranden en hoeveel heb ik er nu wel al niet gezien? En altijd weer maakt het me blij over die eindeloze blauwe bewegende vlakte te kijken, de lucht te ruiken en de wind te voelen. We staan in Hamelin Bay (www.mronline.com.au/accom/hamelin). Voor het eten doen we nog snel even een strandwandeling. Er wordt weer op haring gevist, mannen en vrouwen van middelbare leeftijd, gooien hun hengel uit: een vertrouwd beeld in Australië, waar iedereen vist, waar de mannen daarna de vis op de barbecue bereiden. Gisteren had men er 16! Vandaag moest de school haring nog langskomen. M.  

Zaterdag 10 februari 2007
Wakker worden met het geluid van de aanrollende zee en zodra de zijdeur van de camper opent de zon in je gezicht voelen. Cape Leeuwin.
Gaan slapen in een Karri Forrest, met een enkele sequoia sempervirus, immens hoge bomen in een nationaal park: rust en ruimte, het geluid van vogels, nu, 20 uur invallende duisternis en stilte om ons heen. Vandaag een prachtige rit en een prima stemming. Wat wil een mens nog meer? Ik ga heerlijk slapen. M

Zondagavond 11 februari 2007
Margaret River hebben we achter ons gelaten en onderweg naar het volgende wijngebied rond Pemberton en Manjimup overnacht in een Karri Forrest. Daar was weer een van de vele nationale parken met een campground  beschikbaar. Basisvoorzieningen zoals een “pit-toilet” –schoon en met fatsoenlijke rollen closetpapier- maar geen stromend water en electra. Wel: rust, ruimte, kwetterende vogels en een rustgevend bos met een open plek. Af en toe worden we lastig gevallen door “march-flies” zoals de campground-host ze noemde. Eigenlijk horen die beesten pas in Maart te verschijnen maar met het klimaat is van alles in de war en dus ook deze beesten. In de Weekend Australian van dit weekend wordt de klimaat verandering, de CO2 uitstoot en het effect daarvan op het milieu bij elkaar genoemd als DE issue bij de komende verkiezingen voor het hoogste politieke ambt in Australië: prime minister of the federal government. [Op dit moment is dit John Howard, liberaal en zijn grote uitdager wordt Kevin Rudd, labour. Een soort Wouter Bos, al begrijp ik dat Wouter Bos voldoende heeft ingeleverd om te mogen meeregeren in Nederland.] In een commentaar artikel worden de milieu-effecten zelfs “by far” belangrijker genoemd dan het terrorisme. Als ik dit lees vind ik het moeilijk om vast te stellen of ik het er mee eens ben. Terrorisme is –qua effect- zo’n korte termijn issue terwijl de vermindering van de CO2 uitstoot op veel langere termijn zicht- en voelbaar wordt.  Vlak bij de overnachtingscampground is een Arboretum. We maken er een wandeling doorheen en ik raak onder de indruk van die giganten van bomen. Ik krijg een gevoel alsof ik in een kathedraal loop. Een groot deel van de bomen is geplant rond 1930, ongeveer de tijd van mijn geboorte. Ze zijn dus net zo oud als ik en sommigen zien er uit alsof ze er nog vele jaren zullen staan. Anderen zijn reeds gevallen. Ik loop er bijna letterlijk en figuurlijk “tussen in” en het maakt mij nederig. Via Manjimup rijden we door naar het Shannon National Park. Ook daar is weer zo’n prachtplek om te zijn, te zitten en te zwijmelen. Op deze plek is zelfs een warme douche beschikbaar vertelt de camphost trots.  En ja hoor, tegen half zes komt hij het houtvuur aansteken en over een uur is er dus warm water. Ik heb met hem de discussie over de CO2 uitstoot van houtvuren ontweken. Voor het eerst eigenlijk komen de kangaroes ons gezelschap houden. Ze snuffelen wat rond en verdwijnen dan weer. Niet voeren is de boodschap, dan worden ze lastig want ze willen méér. We eten ’s avonds weer buiten –af en toe moeten we een maart-vlieg wegmeppen- en voor de afwas gebruik ik nog wat warm water van de houtgestookte boiler.  

.
Dinsdagavond 13 februari 2007
Denmark. Een stadje aan de zuidkust, wat door iedereen die wij erover hoorden, als een ‘must’ wordt beschreven. Liefelijk, knus en alternatief. Het stadje ontleent zijn naam niet aan het Scandinavische land maar aan een marineofficier [Dr Alexander Denmark] die als explorer zo’n 150 jaar terug de rivier, die hier de zee instroomt, zijn naam gaf. Vervolgens kreeg de ‘settlement’ aan de mond van de rivier dezelfde naam. Toeristenbrochure-wijsheid, maar diezelfde brochures vermelden óók de naam van een Nederlander die hier pas 8 jaar woont. Bert Bolle, “barometerfanaat” en eens de man van het barometer-museum in Maartensdijk. In 1999 is hij met vrouw en al naar hier geëmigreerd en heeft zijn ‘beroemde’ grootste barometer van de wereld [Erkend door Guinnness Book of Records] geschonken aan het Toeristen Informatie Buro. Een deel van zijn collectie barometers wordt ook getoond. Helaas is het [nieuwe] infocentre nog niet klaar [de brochures beloven februari 2007, maar het wordt april en daar kan ik niet op wachten]. Ik had die grootste barometer al eens gezien in het museum in Maartensdijk. [Ik houd van kwikbarometers omdat die instrumenten zo duidelijk laten zien wát en hoe ze het meten]. Dat ‘grootste’ komt omdat Bolle in die, door hemzelf gebouwde, barometer het kwik vervangen heeft door water, waardoor het apparaat ongeveer 13 keer zo lang wordt vanwege het feit dat het soortelijk gewicht van kwik ongeveer 13x dat van water is. Daar zijn, als je zo’n ding aan de muur wilt hangen, in een gewoon woonhuis 3 verdiepingen voor nodig en in het toeristencentrum in aanbouw is de centrale toren van vergelijkbare hoogte ook duidelijk te zien. Hoe dan ook: dit soort ontdekkingen draagt bij aan mijn plezier in reizen.

Onderweg naar Denmark stopten we in de Valley of the Giants voor een Tall Tree Top Walk. In Nederland bestaat in Drente ook een boomkroonpad en dit is er ook een en dat wilden we wel eens beleven. Indrukwekkend, ook hier, te lopen op zo’n 40 meter hoogte tussen de toppen van Karri-trees [Karri is een soort eucalyptus en worden met gemak, kaarsrecht, 40-60 meter hoog]. Maar dan verder rijdend blijft bij mij hangen de info met betrekking tot de houtindustrie die een eeuw geleden in dit gebied nog in volle bloei was, maar nu beduidend minder. Een van de reden was de aanleg van de spoorlijn dwars door het zuiden van Australië van Adelaïde naar Perth. Daarvoor waren 20 miljoen dwarsliggers nodig! Die kaarsrechte karri’s van taai hout waren daar uitstekend geschikt voor.

Donderdag 15 februari 2007
Shelley Beach in het West Cape Howe National Park.
Blauwe zee, blank strand. Kan zó in de toeristenbrochure. Er is kampeermogelijkheid en we blijven een dag. Koffie aan het strand . Twee sporadische wandelaars komen langs. Cor ’t Hart, 71, geboren in Pernis en op 16-jarige leeftijd met familie geëmigreerd. Zijn vriend, over met vakantie, heet Herman Brink, 76, woonachtig in ’t Harde. Het gesprek gaat over niet veel meer dan hoe mooi dit stuk kust van Australië is en hoe ieder van ons hier terecht kwam. 3 Bejaarde mannen, gepensionneerd en blij op een prachtig stukje wereld, ieder met zijn eigen beleving. [100 woorden]

Zaterdagavond 17 februari 2007
Morgen verlaten we Albany oostwaarts richting Esperance. Vanochtend was er opeens ‘ander weer’. Het miezerde, er was een kil windje en dat was even aanpassen. Ik had visioenen van de weekendkrant binnen in de camper lezen en zo. Het is er niet helemaal van gekomen. Het klaarde wat op en ik hoefde mijn klederdracht van de afgelopen zeven weken –sandalen, T-shirt en korte broek- niet aan te passen. We zijn er ‘op uit gegaan’ en dat heeft mij op de ‘Farmers Market’ in Albany een woord opgeleverd wat ik nog niet kende: “hydroponic”. Op die Farmers Market komen, zoals het woord eigenlijk aangeeft, lokale producenten die veelal waren aanbieden die zonder chemie tot stand zijn gekomen. Groente, fruit, jam, scharrelkipproducten  en dergelijke. En er was ook “hydroponic lettuce” verkrijgbaar. Navraag leerde dat het betekent dat de groente zonder aarde/grond gekweekt is maar gewoon op een bedje van water [ met voedingstoffen, natuurlijk].
Al enkele dagen loop ik na te denken over het boek “My place” [geschreven door Sally Morgan] wat ik inmiddels uit heb. Sally Morgan heeft voor het overgrote deel Aboriginal-bloed in de aderen en zij schrijft over haar bewustwording dat dat zo is en wat voor consequenties dat heeft voor haar bestaan. Sally behooort tot de ‘stolen generation’ en dat loopt als een rode draad door haar verhaal. Met die ‘stolen generation’ worden de kinderen uit Aboriginal-gezinnen bedoeld die in het begin van de vorige eeuw [tot 1970!!] binnen het kader van ‘íntegratie’ gewoon uit die gezinnen werden verwijderd en ver weg –zodat familiebezoek ontmoedigd werd- in tehuizen geplaatst. En groot worden in die tehuizen was geen luxe, zachtzinnige  aangelegenheid. Een generatie dus, die opgroeide zonder ouders. Tien jaar geleden is er een rapport verschenen [titel: Bringing them home] door een Royal Commmission over dit beleid. Prime Minister John Howard heeft 63 millioen dollar aangeboden voor reparatie van eventuele schade maar een formele erkenning en verontschuldiging komt er niet. [Waarschijnlijk in verband met compensatieclaims te risicovol] Sally Morgan beschrijft vooral het ‘ouderloos’ opgroeien heel indringend. En nergens in het boek krijg ik de indruk dat ‘men op geld uit is’. Maar hoe doe je dat dan wel: “Sorry zeggen”? Want het gaat over ergens bij horen. En hoe zeg je tegen iemand: ‘jij hoort daar en daar bij” als hij/zij dat helemaal niet voelt, maar wel de huidskleur en de haardracht heeft? Het geeft mij ook een machteloos gevoel. En dan is er nog dat beleid: dat is toch gemaakt en in werking gesteld door mensen met gezinnen? 26 Mei is in Australië tot “Sorry day” uitgeroepen.

Het zal wel niet helemaal kloppen, maar ik heb het gevoel dat Albany bijna de laatste plaats van enige betekenis is, voordat wij (over een 3 tal weken) in Adelaïde aankomen. Hier (in Albany) moest ik (dus nog) een paar inkopen doen. Helaas was de enige sportzaak om 12.00 gesloten, maar de etalage trok mijn aandacht. Een grote kaart van Europa stond opgesteld, met daarvoor (nep) euromunten en een serie lonely planets van Europese landen. De landkaart trok in het bijzonder mijn aandacht: bovenaan stond een wervelende tekst: Europa, iets groter dan Australië, maar met in ieder land vele bijzonderheden: onder andere Rome, Londen en Spanje werden aangeprezen, kortom: veel te zien, in ieder land weer andere enerverende dingen, vele diverse gewoontes, vooral in vergelijking met Australië. (Een klein detail: op de kaart was een foto geprikt in de buurt van Nederland waarop een molen, die verdacht veel overeenkomst heeft met die in Garwerd!). Vooral de tekst op de kaart die Europa erg verhief boven Australië deed mij denken aan een stukje uit het boek wat ik momenteel lees “Koud bier en krokodillen” – op de fiets door Australië van Roff Smith. In een gesprek met de fietsende schrijver geven twee duitse jonge toeristen, die al 7 maanden door Australië trekken nogal af op dit land: “het stelt hier niets voor. Een stompzinnig leeg land, gevuld met stompzinnige, nietszeggende mensen. Er is hier volstrekt niets interessants. Ik bedoel, het is zo zielig, de manier waarop een hoop drukte gemaakt wordt om een miezerig, klein rotriviertje. Je moet er drieduizend kilometer voor reizen om het te zien, en als je er dan eindelijk bent, is het niets meer en niets minder: een miezerig klein rotriviertje….”.
Beide gezichtspunten (de tekst op de kaart over Europa en de wat onverschillige uitlatingen van de Duitse jongens) hebben iets van waarheid in zich, denk ik. Maar toch: wat een fantastisch land is Australië, wat een ruimte, wat een vrijheid!  Het doet iets met de mensen, ze lijken minder egoïstisch en vriendelijker. Ik denk er veel over na en  kom tot de conclusie dat het hier bijzonder goed toeven is aan deze westelijke kant van Australië! M.

Maandagavond 19 februari 2007
Ons plan voor deze komende week behelst o.m. enkele dagen in Fitzgerald National Park. Een groot park [70 km x 40 km] aan de kust met een aantal aantrekkelijke overnachtingsplekken. Maar, helaas, de ranger aan de ingang meldt dat de bewuste kampeerplekken gesloten zijn vanwege een enorme bosbrand afgelopen december. We mogen het park wel in maar niet overnachten. We komen terecht in Ravensthorpe. Een dorp langs de South Coast Highway [no.1], ongeveer 190 kilometer west van Esperance met een, door de gemeente geëxploiteerd, caravanpark. Vlak bij het dorp is een nikkelmijn in aanbouw en op het caravanpark zijn een groot aantal ‘tijdelijke’ plekken permanent in gebruik door personeel van de mijn in aanbouw. Er is voor ons nog een plaats beschikbaar. Tot zover eigenlijk niks bijzonders. Maar dan de mevrouw van de ‘office’. Onbestemde leeftijd, opvallend slank, innemend zoals ik van een gastvrouw verwacht en ongeveer elke vierkante centimeter van haar huid die zichtbaar is voorzien van een tatoeage. [Iets wat ik van een (gast)vrouw nou niet elke moment krijg te zien]. Fleurige (bloemen)patronen in een aantal kleuren. Ik zou er wel een foto van hebben willen maken, maar ja……… Van de office zelf heb ik wel wat plaatjes gemaakt. Later ook van het mannentoilet. Zie de foto’s want beschrijven is moeilijk. Het is een aparte ervaring om tussen hangplanten en ficussen in de meest uiteenlopende soorten potten in de mannendouche je voeten af te drogen. Ik ga er maar van uit dat beide vormen van versieren wat met elkaar te maken hebben.

Woensdag 21 februari 2007
Vandaag wordt mijn zus, Sonja, vijfenzeventig jaar. Ze heeft nu grijs haar, opgestoken, maar een beeld van haar als jong meisje met beginnende vlechten en enorme strikken erin kwam vandaag bij het wakker worden langs. Toen lag zij nog rustig te slapen, denk ik. Ik wens haar een feestelijke dag toe. Verjaardagskussen komen later. Op weg naar Esperance, waar we nu op een campground aan zee staan [als een David tussen links en rechts van ons een Goliath bus], kwamen we alweer langs een National Park wat vanwege bushfires gesloten was. Pech. Maar vlak naast dit Stokes National Park vinden we een zogenaamde ‘dirt-road’ die na 10 kilometer eindigt bij Quagi Beach. Er is een kampeermogelijkheid aan zee en we blijven. Verspreid in het duingebied blijken nog meer kampeerders te verblijven onder meer een Duits echtpaar die in een omgebouwde witte begrafenisauto [als er een lijkkist in kan, kun je er ook languit in slapen….] een jaar door Australië willen toeren. Ze hebben er vier maanden op zitten. De in Sydney tweedehands aangeschafte auto is echter aan een nieuwe motor toe en de vraag voor hen is, uiteraard, is dat de kostprijs waard? Ik voel mij dan een luxe beest in zo’n relatief dure huurcamper. Quagi Beach is overigens nog weer een van die vele mooie stranden die aan deze kant van Australië te vinden zijn. Wandelen, boekkie lezen en schelpjes verzamelen. Bij het verlaten van de plek wordt iedereen verzocht 2 AUD per persoon per nacht [= € 1.20] in een “honour-box” te stoppen. Het zal wel “projectie” zijn als ik mijzelf even de vraag stel: “hoeveel mensen zouden dit ook echt correct doen?” Th.

We speelden vanavond ons 14e spelletje scrabble: het is nu 7-7. M.

Zaterdag 24 februari 2007
Vandaag verjaart mijn jongste kleindochter Marije Anne. Ze wordt 6 jaar. We zitten in een gebied waar geen telefooncellen zijn en eveneens geen dekking voor een mobiele telefoon. Bellen kan waarschijnlijk morgen weer. Evenals “lang zal ze leven” zingen.

Op weg van Esperance naar Cape le Grand National Park komen we “in the middle of nowhere” de Hellfire Gallery tegen [ www.wn.com.au/hellfiregallery ]. We stoppen en het blijkt dat we er ook kunnen koffiedrinken. We besteden een uur aan beide: kunst en koffie. Tot mijn verbazing voel ik het bezoek als een aangename afwisseling. We hebben de laatste tijd veel tijd aan de kust doorgebracht en intensief contact met de natuur gehad. Zou het kunnen zijn dat je van iets ‘overvol’ kunt raken? Of is het zo dat in het westen van Australië wij, toeristen, meer kustlijn dan cultuur aangeboden krijgen? (100 woorden)

Zondag 25 februari 2007
Nooit zag ik zulk fijn wit (talk)-poeder zand als rond Lucky Bay, evenmin zag ik ooit zulk blauw water als in Lucky Bay. Het zal wel wat met elkaar te maken hebben, maar indrukwekkend was het zeker. Jammer dat het (bijna voor het eerst) geen zwemweer was: ik had graag met mijn nieuwe blauwe badpak in dat even blauwe water willen dobberen! Maar rond deze prachtige baai wandelen

En er vanuit de camper overheen kunnen kijken zal lang in mijn herinnering blijven! M

Maandag 26 februari 2007
Voor ons begint vandaag vanuit Norseman de oversteek van de Nullarbor. Of het geografisch helemaal juist is weet ik niet zeker, maar wij beschouwen The Nullarbor als strekkend van Norseman naar Ceduna, een afstand van ongeveer 1200 kilometer. De toeristenbrochures beschrijven alle overnachtingsmogelijkheden, bezienswaardigheden, brandstofpompen en voedselvoorzieningen onderweg. De Nullarbor vlakte zelf wordt omschreven als de grootste brok kalkzandsteen van de wereld: meer dan 250.000 vierkante kilometer! Of het even makkelijk zal zijn om deze website bij te houden als tot nu toe kom ik in de loop van de komende week achter [en mijn lezers dus ook].

Maandagavond 26 februari 2007
Vanochtend dacht ik nog terecht te kunnen bij het Telecentre in Norseman maar dat bleek op maandag gesloten. We beginnen aan de Nullarbor en na zo´n 200 kilometer langs de Eyre Highway no. 1, die dwars over de Nullarborvlakte loopt, met voorlopig alleen maar bomen, bossages en af en toe een vlak stuk niks zover je kunt kijken met grote kaarsrechte eenzame stukken, kom je bij Balladonia Hotel-motel [www.users.bigpond.com/balladonia]  Een zgn. “road-house” zoals er enkele over 1200 kilometer verspreid langs de weg staan. Hotel, restaurant, benzinepomp [de diesel kost hier AUD 1.63 ipv AUD 1.32 in Norseman!!] kinderspeeltuin, internetkiosk [alleen voor e-mail] camping, geen dekking voor mobiele telefoons maar wel 3 ‘vaste’ telefooncellen en een heus historisch museum. Website bijhouden zal dus de komende dagen wat moeilijker worden. Dat vermoedde ik al. We besluiten volgens plan te blijven, hoewel het pas 1 uur in de middag is. Het heeft wel wat: zo’n stuk civilisatie met alle bedrijvigheid er omheen. Een soort fata morgana maar dan écht! Het is heerlijk weer om buiten te zitten, wat rond te wandelen en wat te filosoferen over het feit dat alles wat langs komt –meestal campers en vrachtverkeer- hetzelfde doet: de Nullarbor oversteken.

Woensdag 28 februari 2007
Driekwart van de Nullarbor oversteek is voorbij. We staan nu bij het Nullarbor Motel en ik ben blij dat we er de tijd voor genomen hebben. Fascinerend! Je kunt ergens langs de weg gaan staan en 360 graden om je heen een strakke horizon zien met daar boven een blauwe luchtkoepel. De roadhouses krijgen het karakter van oases. Een heet er ook zo: Madura Pass Oasis Hotel-Motel. Alle internetkiosken langs de route zijn “out of order”, dus met de website is er een achterstand. Je deelt de –prachtige wegdek- weg met vele ‘road-trains’. Trucks met twee of drie opleggers. Soms kan ik het niet laten om het aantal wielen te tellen waarop zo’n combinatie rijdt. Het maximum tot nu toe is 52. Ik voel mij op zo’n moment net weer die kleine jongen, die ik was toen ik langs de weg de nummerborden van voorbijgaande auto’s opschreef [aan de letter kon je toen nog zien uit welke provincie]. Een aantal malen kom je ook een bord tegen waarop vermeld staat dat dat deel van de weg als ‘airstrip’ gebruikt kan gaan worden [o.m. voor de Flying Doctor Service]. Hoe dan ook: het is een fascinerend stuk Australië. Ik vraag mij ook af hoe dat is: als delen van de bevolking van één land gescheiden zijn door zo’n groot stuk –noem het maar- niemandsland. Kun je je nog bij elkaar horen voelen?

Donderdagavond 1 maart 2007
We staan in Ceduna, www.cedunacaravanpark.com.au De kilometerteller staat op 34266. Toen we maandagochtend uit Norseman wegreden was dit 33066 en dat betekent dus op de kop af 1200 kilometer. Vlak voor Ceduna moesten we langs het “fruitfly-checkpoint”, waar men controleert of iedereen zich houdt aan het gebod dat vers fruit en groente niet van Western Australia naar South Australia mogen worden gebracht en andersom. We wisten ervan [“cook it”: no problem was ons door het toeristen-info buro gemeld] en alleen een –van vorm mooie- pompoen kon niet door de beugel. We hebben nog geprobeerd het ding als ‘kunst’ te bestempelen maar de ambtenaar liet zich –uiteraard- niet beetnemen. Verder geen problemen, het oponthoud duurde hooguit twee minuten. Het toeristenburo in Ceduna verstrekt ons een certificaat van veilige aankomst en biedt tevens de mogelijkheid om met je eigen laptop een internetverbinding te realiseren. Dat gaat dus morgenochtend gebeuren om de website weer up to date te maken voor we afzakken langs de kust van de Eyre Peninsula richting Port Lincoln. Was het tijdens de oversteek boven verwachting heerlijk zomerweer, nu in Ceduna is de hitte weer terug: 40 graden Celsius. En miljarden vliegen. Van het type dat, net als bij koeien, op vochtige oogleden of in donkere oorgaten wil gaan kijken. Doodslaan heeft geen enkele zin: er zijn er miljarden zoals vermoed. Maar ik neem het op de koop toe. De oversteek is een geweldige ervaring. Dat uitzicht, die ruimte, eindeloze vlakten, prachtige kleuren. Mineke en ik hebben die 1200 kilometer keurig verdeeld: ieder 600 achter het stuur, maar ik heb mij zowel achter het stuur als in de kaartlees-stoel geen seconde verveeld [en iedereen zal begrijpen dat er niet veel valt kaart te lezen] Th.

Boring, exciting, twee uitlatingen die ik vaak heb gehoord over het rijden van de Nullarbor. Boring werd gebruikt door een Duits stel, die we tegenkwamen vrij in het begin van onze reis. Ze hadden “het alleen maar gered” doordat ze gelezen boeken –op cassettes- konden afdraaien. Na al deze uitlatingen werd ik toch wel heel benieuwd hoe ik deze lange tocht door het “niets” zou ervaren. Nu ik vond het geweldig! De warme wind door wapperend haar. Prachtige “Philadelphia”achtige luchten met de mooiste kleurschakeringen lichtblauw, 360 graden rondom horizon kunnen zien en de vele groetende handen achter de voorruit van tegemoetkomende auto’s. Daar word ik blij van! Ik heb genoten van deze prachtige tocht!
Om de 100 à 150 km. een roadhouse, vooral de eerste (Balladonia) vond ik gezellig: zo alles in één. Huiskamer, summier winkeltje, “eet”zaaltje, een tv, chauffeurs van roadtrains die elkaar tegenkomen, douche- camp- en slaapgelegenheden; en dat alles in een wat oubollige sfeer. ’s Avonds strijken er reizigers neer, overdag eten ze een hamburger of andere vette happen en “help-your-self-coffee”. Wij vroegen in het begin nog om een cappuccino, maar dat leer je snel af! Niets van dat luxe gedoe! Als de motor even stilstaat op een parkeerplaats tussen de roadhouses is het ook stil! Je hoort totaal niets, slechts je eigen voetstappen op het zand, slechts de stille weidse verlatenheid. 4 Dagen rijden in een dergelijk uitgestrekte leegte met lage vegetatie in de kleuren grijs, groen, roodbruin.  Jammer dat deze weidsheid zo moeilijk is vast te leggen op een foto. Ze lijken allemaal hetzelfde en zo is het ook. Maar toch verandert het landschap voortdurend, als je er maar de tijd voor neemt en er waarschijnlijk oog voor hebt. Ik vond het in ieder geval prachtig en eigenlijk vond ik het jammer dat er aan het eind wat civilisatie begon te komen: er verscheen elektriciteit, later een hek om dieren van de weg te houden en n.b. aan het eind een stukje vangrail.  Nullarbor: ik zou het iedereen die niet teveel haast heeft van harte aanraden M.

Zondagavond 4 maart 2007
Elliston. Dat is een plaatsje aan de kust halverwege Ceduna en Port Lincoln. We strijken er neer voor het weekend. Er moet een was gedraaid worden, de kampeerbus is wat stoffig geworden na onze laatste ‘detour’ vanaf de highway naar het plaatsje Baird Bay. Dat was 30 kilometer over een niet geasfalteerde weg, maar het was zeer de moeite waard. Vanuit Baird Bay [zes huizen] worden excursies naar de dolfijnen op zee georganiseerd en kun je met dolfijnen zwemmen. Mineke heeft zéér sterk getwijfeld, bij mij was er geen belangstelling waar te nemen. Maar de moeite waard is de rust en de kleinschalige eenvoud. Dan weer terug over die 30 kilometer waarna een stofzuigerbeurt dringend noodzakelijk wordt. Elliston is wat saai en slaperig. Je kunt er ‘het internet op’ [er is zelfs mogelijkheid om je eigen laptop mee te brengen] in de plaatselijke ‘community hall’. Dit gebouw heeft de grootste muurschildering van West Australië en daar maken we dan een foto van. En ja, dan is er behalve het fantastische zomerweer, ook nog de weekend editie van The Australian en daar kun je de rest van de tijd mee doorbrengen. Oh, ja er is ook nog een kroeg en daar zijn we vanmiddag heen gewandeld en hebben een koel biertje genoten. Th.

Zojuist weer veel reclame gehoord van Australiërs over hun eigen land. Mw. is geboren in Amsterdam, maar kwam op 11 jarige leeftijd naar Australië. Haar man is een Kiwi (geboren en getogen in Nw. Zeeland). Samen wonen ze nu al weer jaren in Australië en zouden, naar hun zeggen, nergens anders kunnen wonen. Enige jaren geleden bezochten zij, hij voor het eerst en zij na 50 jaar, Europa, waaronder Nederland. Per bus werden hoogtepunten van Europa “gedaan”. Ze zijn nog niet uitgepraat over de drukte waarmee ze daar geconfronteerd werden: zoveel mensen, zulke kleine huizen, zoveel auto’s….. De leefstijl van Australië, je eigen gang kunnen gaan, niemand tot last zijn en niemand die jou tot last is, de gemakkelijke leefwijze, het klimaat, de ruimte, niets opgepoetst, etc., zo ging men nog even door met het opsommen van de voordelen van dit grote land. Overigens spraken wij op de Nullarbor een echtpaar, dat met een gehuurde camper 3 maanden door Europa waren getrokken en dit als “heaven” hadden ervaren. Beide standpunten kan ik begrijpen.
En wat ik nog even wil vermelden is het feit dat we sinds enige dagen gasten in onze camper hebben: sinds de Nullarbor hebben we ’s nachts gezelschap. Dit gezelschap is dol op kokos, op rijst, op brood, op zonnepitten……. Iedere ochtend vinden we als dank korreltjes “bruine hagelslag”….M.

Maandagavond 5 maart 2007
Al veel eerder heb ik een opmerking willen maken over de openbare toiletten in Australië. In de nu volgende tekst zullen generalisaties voorkomen, desondanks moet mijn positieve indruk duidelijk worden. Ik ben zeer goed te spreken. Mijn hoge leeftijd, de grotere hoeveelheid water die ik inneem vanwege de temperatuur en het ambulante karakter van mijn levensstijl dragen bij tot een grotere behoefte aan dergelijke voorzieningen. En ze zijn overal, in elk dorp en bij praktisch alle grotere parkeerplaatsen langs de weg. Er is altijd papier en nauwelijks graffiti en vervelende geuren. In kleinere dorpen wordt ik in een koffie-tent, als ik naar het toilet vraag, vaak verwezen naar het dichtstbijzijnde openbare toilet. Dat is nooit verder dan 100 meter. En ook vandaag weer reden om de loftrompet te laten klinken: wij besloten vlak voor Port Lincoln een nacht door te brengen in Coffin Bay National Park en komen terecht op de Yangi Bay-campground in dat park. Absolute rust, aan het water, een infopaneel met wandelingen en een verzoek om de ‘wilde dieren’ wild te houden en ze niet te voeren. Er is nog een andere camper. De beide ‘openbare toiletten’ zijn brandschoon, rollen papier, een emmer met desinfectans en borstel plus per annonce het verzoek het deksel na gebruik te sluiten. Daar zit [of sta] je voor je plezier!

Woensdagmiddag 7 maart 2007
Port Lincoln. We blijven nog een dagje. Kijken naar de horizon in oostelijke richting. Achter de kim ligt Adelaïde en daar houdt deze prachtreis over enkele dagen op. Zie foto’s

Donderdagavond 8 maart 2007
We hebben ons vanochtend verplaatst van Port Lincoln naar Lipson Cove, ongeveer 80 kilometer verderop noordwaarts langs de kust. Lipson Cove is weer zo’n idyllisch plekje aan zee met een mooi blank strand en enkele plekken die geschikt zijn gemaakt voor “camping”. Qua faciliteiten is er niks behalve een composttoilet en een ‘kliko’. Het uitzicht is daarentegen –oostwaarts over zee- overweldigend. Strandwandeling, boekkie, krantje, koppie thee en een zonnetje. Dat maakt zeker dit deel van Australië zo aantrekkelijk om op mijn manier te reizen. De krant –The Advertiser uit Adelaïde- besteedt met “INFERNO” als kop op de voorpagina en enkele pagina’s binnenin aandacht aan het vliegongeluk bij Jogjakarta.
Uit Port Lincoln neem ik een herinnering mee aan de ontmoeting met Geoff & Jules uit Donnybrook [West Australia]. Sinds 30 januari jl. weet ik dat Donnybrook zich opwerpt als “Home of the Granny Smith” en dat zeg ik ook tegen Jules die een T-shirt draagt in de kleur van die appel. “Dat is toeval” zegt ze, maar ze werkt wel bij een Granny Smith kweker. Even later komt Geoff met een blikje bier en een stoel een praatje maken en al gauw gaat het wat dieper dan die uiterlijkheden zoals de kleur van een T-shirt. Geoff, begin 60, is boer in ruste, Vietnam veteraan [waar hij gewond vandaan kwam] en nu op weg naar een 3-jaarlijkse reünie met zijn buddy’s uit de Vietnam-oorlog. Dat zijn er nog zo’n 100 plus echtgenotes en dit jaar is de reünie in Cairns. Dat is 6500 kilometer van zijn woonplaats Donnybrook! De reünie is steeds rond ANZAC-day op 25 april. [ANZAC is afkorting van Australia-New Zealand Army Corps] Op ANZAC day worden alle militaire slachtoffers herdacht van alle oorlogen waaraan Australië heeft deelgenomen. En dat begint met WO I waarin ANZAC een enorme slachting ondergaan heeft bij Gallipoli in Turkije. Geoff bevestigt mijn indruk dat het herdenken van oorlogen en de slachtoffers voor Australië belangrijk is. Onderstrepen van het gevoel dat Australië meetelt in de wereld. Ook het enorme herdenkingsmonument in Canberra t.o. het Parlementsgebouw [Ik heb dat vorig jaar bewonderd] laat ook het belang voor Australië zien. En helemaal aan de andere kant van het spectrum: het koekje wat ik vanmiddag bij de thee heb is een ANZAC koekje. ANZAC staat met grote letters als merk op de verpakking met daarnaast een melding dat van de opbrengst van elk pak koekjes 6 ct. naar de Veteranen Organisatie gaat. De veronderstelling dat deelname aan oorlogen en aanvaarden van de consequenties “nationwide’ ondersteund wordt lijkt mij niet gewaagd. En dat je dus ook bereid bent om 6500 kilometer te reizen –en weer terug- voor een reünie met je kameraden uit een oorlog past ook naadloos in dit beeld. Th.

Dilemma:

Hoe ver ga ik? Hoe desperaat moet “de” muis zijn wil hij uiteindelijk onze camper verlaten? Wie wint er en hoe?
Sinds 28 februari hebben we muizen: ik dacht eerst dat het er één was, maar het blijken er 2 (of meer?) te zijn. Aan boord gekomen in West Australië en gratis vakantievierend in onze camper….
Brood, dadels, gemalen kokos, zonnepitten, worst (!), Rijst, pasta, koffie (!), bruine bonen, rendangkruiden (!) en uiteindelijk de wikkel van een blikje kokosmelk, een half schuursponsje, een stukje olive-zeep uit Theo’s zeepdoos en 3 tandjes in het hoesje van mijn fototoestel…..
Wakker liggen en trippelrappel geluiden horen, weer een plastic zak…., waaraan duidelijk geknaagd wordt. Zal nu de waterslang op het menu staan? Verder is er dacht ik niets meer te eten, op ons na…. Onze voorraad is opgeborgen in de magnetron, de douche (zodat ik nauwelijks meer ruimte heb om te plassen…) en de koelkast. Wie houdt het het langst vol? Die stomme muis of ik? Hoe ver moet het komen voordat ik besluit om ook deze muis te vangen in zo’n akelig zwart doosje……. De eerste vermoorde ik op die manier, ik hoor nog de klik van het terugspringende veertje die het doosje deed sluiten, piep, piep…. En stil was het: geen geknaag meer, geen getrippel…., eerst opluchting, later spijt… nu nog steeds…. De volgende ochtend zag ik het staartje uit de gesloten opening hangen……  Hoe ver moet het komen voordat ik besluit weer zo’n akelig zwart doosje aan te schaffen? En stel dat dit niet de laatste is??? Of nog erger dat het er meer worden?  M.

Zondagavond 11 maart 2007
Vlak voor we van Lipson Cove vertrekken –we zijn bezig met inruimen etc- komt Kevin Box langs. Hij vraagt wanneer we vertrekken. Hij is net aangekomen en wil graag op oinze plek staan. Kevin ziet er, naar mijn maatstaven, stoer uit. Bruine kop met een typische Australische verkennershoed op. Stevige stem en evenzeer uit de kluiten gewassen. Tijdens het gesprek raakt hij enkele keren ‘buiten adem’. Hij meldt uit zichzelf dan dat hij hartpatiënt is, een driedubbele bypass heeft en dat de ribben, die ten behoeve van de bypassoperatie opengezaagd zijn, niet helemaal goed lijken te helen. Ik krijg de littekens te zien en het hele verhaal: ze gaven hem met deze bypasses 14 jaar. Hij blijkt 8 pillen per dag te slikken. Uiteraard vertel ik van mijn angina pectoris en de drie pillen die ik per dag slik waarmee de zaak onder controle lijkt. Naast zijn ‘stoerheid’ komt in mijn beeld nu ook plaats voor een aardige, warme vent. Hij heeft zijn boerderij aan zijn zoon overgedaan –hij kan niet zo veel meer- en reist nu de helft van de tijd rond met zijn vrouw, caravan en hond. De andere helft wil zijn vrouw dichterbij de kleinkinderen zijn. We schudden handen en zwaaien hartelijk als we vertrekken en hij naar binnen parkeert. Lipson Cove behoort bij de top-5 van plekken die we tot nu toe in Australië tegen kwamen. We besluiten om de Eyre Peninsula niet helemaal naar boven uit te rijden maar om met de veerboot van Cowell naar Wallaroo over te steken naar de Yorke Peninsula. In Cowell overnachten we en maken terloops kennis met de krabben. Het is krab-vis-seizoen en de camping staat vol met amateur-crabbers. Mineke krijgt 6 blauwe krabben aangeboden. “Cooked and ready to eat” De gulle gever [zijn vrouw heet Anna en is in Schoorl geboren] neemt zijn combinatietang mee en laat zien hoe je een krab die gegeten kan worden toegankelijk maakt. Ik neem op reizen altijd mijn opvouwbare ‘leatherman combinatie tang’ mee voor je-weet-maar-nooit-wat-voor-reparaties. Maar dat ik Mineke er nu de krabben mee te lijf zie gaan heb ik nooit verwacht. Na de 2 uur durende oversteek met de SeaSA ferry –vandaag zondag 11 maart- is het menu vanavond [in Port Hughes] : krabsalade à la Ceasar of Ceasar salade à la crab. Verrukkelijk met een lekkere slok witte wijn. Morgen -12 maart- heeft heel South Australia een vrije dag vanwege “Adelaïde Cup day”. Vergelijkbaar met Ascot day in Engeland. Er wordt veel aandacht besteed aan de uitmonstering van de dames die de races bezoeken. En alle internet faciliteiten zijn hoogstwaarschijnlijk gesloten. Nog erger: vandaag over een week leveren we de camper in en stappen we op het vliegtuig.



Dinsdagavond 13 maart 2007
In de wielrenwereld kun je met een banddikte winnen [of verliezen, natuurlijk] en in de Adelaide-cup won het winnende paard [Gallic] gisteren met een neuslengte van Lacey Underall. Een finishfoto stelde dat vast. En voor de rest veel mooie vrouwen in mooie jurken die de teksten met betrekking tot de verslagen in The Advertiser van de race vullen. In diezelfde krant een melding van een dodelijk ongeluk op “Cup-day” waarbij een oudere man, Kelly Curnow, het slachtoffer is. Hij verongelukte in de vroege ochtend op de weg van Pt Parham naar Dublin. Wij rijden tegen het middaguur op diezelfde “Cup-day” richting Port Parham waar een kampeermogelijkheid is aan zee. We raken de weg kwijt en toevallig is er een boer op zijn land die ik vraag naar de juiste richting. Hij vertelt mij dat een stuk weg is afgesloten vanwege een “fatal accident” maar als je ‘zus en zo’ rijdt kom je er ook. Aldus geschiedde en we hebben een plezierige middag plus overnachting op de “Port Parham Camping Reserve” met veel ruimte, alleen een compost-toilet en de zee op enkele meters afstand. Waarna we vandaag richting The Barossa Valley rijden voor een laatste rondje ‘door het land’ alvorens we ons in Adelaide storten. We komen terecht in Tanunda, Mineke koopt een krant en ziet het verhaal van Kelly Curnow. “He was a very popular fellow”. Toen we vanmorgen door het dorp reden waar hij woonde, wisten we van niks, maar nu zou dat anders zijn. Maar we zijn inmiddels in Tanunda. Behalve de krant hebben we ook drie flessen wijn van de regio aangeschaft. The Barossa Vallley draait om wijn en we denken nu naast de bestaande voorraad voldoende te hebben tot vertrekdag. Terwijl we aan de thee zitten op de camping in Tanunda komt Marian Grcic langs. Hij begint wen praatje en vertelt al snel dat hij Kroaat is, huisschilder van beroep, net over de 60 jaar en zo n 40 jaar geleden zijn familie in Kroatie verlaten heeft om zijn toekomst en geluk in Australie te zoeken. Als ik begin over alle onheil op de Balkan de laatste jaren doet hij dat af met een wegwerp-gebaar. Het komt daar nooit meer goed met al die katholieken, protestanten en moslims bij elkaar. Hij heeft geen contact meer met zijn familie –ze zijn nog allemaal daar- is nooit meer terug geweest, heeft hier vrouw, kind en kleinkinderen en komt dan op de proppen met een foto van hemzelf met op de achtergrond een soort waslijn waaraan 10 grote vissen hangen. Karpers van 5 kilo per stuk. Heeft hij gevangen. Prachtig.

Donderdag 15 maart 2007
Vanuit Tanunda reden we gisteren een ‘scenic route’ door de Barossa Valley. We komen langs de Yalumba Winery [daar vandaan komt de wijn die we tijdens de reis vrijwel uitsluitend dronken en vorig jaar zijn we er ook langs geweest] en al gaande krijgt de tour een ‘afscheidsaspect’. Hierna gaan we immers via de KEA-camper-verhuur onze koffers ophalen en dan naar West Beach [enkele kilometers west van het centrum van Adelaide aan zee] nog even langs de zee wandelen en koffers inpakken enz.enz. Op de camping in West Beach staan we binnen gehoorafstand van het vliegveld en regelmatig worden we herinnerd dat ONS vliegtuig aanstaande zondag ook zo’n lawaai zal maken als wij wegvliegen. En in de vroege ochtend regende het zelfs even. Het is nu tegen twaalven en de lucht is weer grotendeels blauw, er hangt een was aan de lijn te drogen en we gaan langs het strand naar Glenelg, net doen alsof er niks aan de hand is. En dat is er natuurlijk ook niet. Th.



Alles went, zelfs een muis in de tent! “Van de muizen besnuffeld” zullen we terugkeren naar Nederland! N.b. bij de receptie van deze laatste camping stonden we nog in de computer vanwege ons bezoek in 2006, ook toen stonden we hier 4 nachten. Voor mij mag het een traditie worden. M.

Vrijdag 16 maart 2007
Adelaïde, een grote stad met meer dan 1 miljoen inwoners is wel weer even wennen. Gisteren was ik er ook al even, met het treintje vanuit Glenelg, vandaag gingen we samen met openbare bus. Ik merk dat een grote stad mij zomaar weer opslokt, ik ga mee met de stroom en ben niet te stuiten. Theo loopt wat verdwaasd rond en vraagt zich af wat hij hier doet. De overgang is groot, van leeg Australië naar een verzamelpunt van mensen, activiteiten, winkels, restaurants en alles wat een grote stad vertegenwoordigt. Adelaïde bruist weer van de activiteiten, het ligt niet voor niets in de festival-state. Altijd wat te doen, altijd feest. In parken speelt zich weer “the fridge”, een soort “parade” af en in de botanische tuinen is het jaarlijks terugkerende WOM Adelaïde festival gaande. In de binnenstad wemelt het van de brandweer- douane en politiemensen uit 60! landen, die gekomen zijn voor een sportevenement, allemaal te herkennen aan een deelnemerskaart om hun nek. Ook Nederland is met een grote groep vertegenwoordigd, vertelt onze buurman (bodybuilding en squash) op de camping. Het geeft me een veilig gevoel al die stoere mannen, die vandaag nog vertier zoeken in de stad, maar morgen het sportief tegen elkaar zullen opnemen. Ook “onze” camping staat vol met deze sportieve mannen. Uit de CD speler klinkt de stem van John Williamson, een volkszanger van het soort Ede Staal, bij noordelingen bekent. Volgens Australiërs a real Australian bloke…. Waar een mens wel niet toe komt om aan te schaffen in een ander land! Morgen inpak- en inruimdag… onze heerlijke reis is bijna ten einde. M.

Zaterdag 17 maart 2007
Inpakdag. Zo af en toe kijk ik tegen het eind van de reis aan als “de laatste puntjes op de i zetten”. Het lijkt wel een klus die geklaard moet worden. De camper dient morgen ingeleverd te worden met een volle gasfles, een leeg chemisch toilet, een volle dieseltank en een lege afvalwater tank. De buurman op de camping is een deelnemer aan de “2007 Police & Fire Games”. Hij neemt deel aan de sporten ‘bodybuilding’ en ‘squash’. Vanmiddag om 5 uur is de bodybuilding finale en hij staat met een collega-deelnemer alle poses nog eens door te nemen. Ze smeren crème op hun huid zodat die bruin wordt waardoor de spieren goed tonen. Ze wijzen naar mijn armen: ‘zo bruin moeten ze zijn’ maar ja, ik heb geen spiermassa’s meer die deelname zouden rechtvaardigen. Maar het is een leuke afleiding van die stomme koffers inpakken. Gisterenavond was de openingsceremonie en mijn buurman vertelde dat er ook een grote groep Nederlanders deelneemt. Politie, douane en brandweermensen, daar gaat het om. Ze nemen overigens deel op eigen kosten en krijgen geen ‘vrij’ van de baas. Maar de ernst en toewijding straalt van beide mannen af. Wij, Mineke en ik, sluiten de dag af met buiten de deur eten in Glenelg Th.



Nog 1 nachtje slapen met de muis onder het Zuiderkruis! M.

Maandagavond 19 maart 2007
De taxichauffeur die ons vanavond vanuit ons Kuala Lumpur hotel naar het vliegveld reed [een rit van een uur] heeft indruk op mij gemaakt. Nadat hem duidelijk was dat wij in december via Kuala Lumpur naar Australië gegaan waren en nu weer terug gingen maakte hij de opmerking dat wij na de verkiezingen uit Holland waren vertrokken en dus niet hadden meegemaakt hoe Balkenende zijn nieuwe regering vormde. Hij noemde Balkenende bij naam! Ik heb hem op een bescheiden manier gecomplimenteerd en we kregen vervolgens een stukje geschiedenis van de banden die er bestonden tussen Nederland en Malakka. En ook nog welke Singaporese voetballer voor FC Groningen voetbalde. Kuala Lumpur: het is even erg veel wennen na dat ‘rustige en weidse’ Australië. Ik krijg bijna geen gelegenheid om mij te realiseren dat de reis weer voorbij is. [Maar het is echt zo: nog 12 uur vliegen en dan staan we op Schiphol]. Ik schrijf dit stukje op het vliegveld van Kuala Lumpur. Er is hier vrije toegang tot het internet, net als op vele plekken in de stad. We brengen een deel van de dag door in het KLCC winkelcentrum aan de voet van de Petronas Towers. [Het zijn er twee verbonden door een luchtbrug] Wat een weelde! Wat een verschil met de buurten waar we doorheen liepen op weg erheen. Vele verdiepingen hoog. Wasgoed buiten. Eettentjes op de stoepen. Rommel en lekkende afvoeren. En dan opeens sta ik aan de voet van die torens en kijk naar de schutting om alweer een stuk nieuw-hoogbouw wat en nog net tussen gepropt lijkt te kunnen worden. Op de schutting staat de naam van het nieuwe gebouw met als ondertitel: “94 appartementen en 95 zwembaden”. Een andere wereld dus. In dat super KLCC winkelcentrum wordt alles goed schoongehouden. Schoonmakers met een karretje met schoonmaakspullen lopen in laag tempo over alle verdiepingen met een gezichtsuitdrukking die op oneindig lijkt te staan. Toch ontsnapt geen propje of vlekje aan hun ‘aandacht’. Ze dragen allemaal ook een uniform [en een enkele keer een hoofddoekje] maar het grote verschil blijft. Waanzinnig dure horloges, jurken, tassen of telefoontjes achter de etalageruiten. Th.

Dinsdagavond 20 maart 2007
Om kwart over vijf vanmorgen landen we op Schiphol na ruim twaalf uur vliegen in een Boeing 747 van de KLM. Geen problemen maar ook, wat mij betreft, geen lol aan. Een gevoel van “als sardientjes in een blikje” overheerst bij mij. Op gezette tijden krijg ik voedsel en drank aangeboden en ja hoor, de KLM gaat met de tijd mee. Aan de binnenkant van de deksel van het kartonnen doosje waar het voedsel in plastic bakjes in verpakt is staan twee sudoku’s en bij het verpakte wegwerp-eetgarnituur zit ook een potloodje –van IKEA lengte- verpakt in plastic huls! Op Schiphol worden we opgewacht en verwelkomd door Luuk en Marga. Die hebben zelfs een ontbijt meegebracht wat we met z’n vieren in Bilthoven opeten en daarnaast een begin maken met bijpraten vice versa. Overheersend als het ware bij dit weerzien is toch een foto-dvd van alle foto’s die op de website staan en een complete afdruk van het lopend journaal van de reis gelardeerd met foto’s van de site, plus Google Earth plaatjes etc. Prachtig: werk van een liefhebber! De hele dag door tijdens de gebruikelijke uitpakritueelen grijp ik weer even die multo-map en haal stukken van de reis naar voren! En een fantastische reis was het! Een statistiek is al bekend: we reisden 77 dagen in de camper rond en legden 7185 kilometer af. Dat is 93,3 kilometer per dag gemiddeld.

Vrijdag 23 maart 2007
Ik heb alweer een groot aantal belangrijke stemmen gehoord via de telefoon. Effecten van de jet-lag zijn praktisch ‘weg-geslapen’. 10 Postzegels van 5 ct aangeschaft want de postzegel blijkt duurder geworden.  Het kostenplaatje van de reis ziet er als volgt uit:

 

AUSTRALIE REIS II 
25-12-06 ~ 20-3-07

 

 

€

% van totale kosten

Vliegreis incl. verzekering

3281

20.4

Camperhuur incl. verzekering

7572

47.1

Levensonderhoud, brandstof, campings, excursies, kranten en @ *) in Australië

 

4170

 

25.9

Stopovers tijdens heen- en terugreis

1042

6.5

Totaal uitgaven

16065

 

Aantal reisdagen

85

 

Reiskosten p.p.p.d

94.50

 

 

*) Kosten voor website opladen, e-mail contact in internet-café’s of via beschermde ‘hot-spots’ € 79,00. (= € 0,45 p.p.p.d.)

Via de ‘etalage’ kun je het Australié archief aanklikken en constateren dat deze reis enkele procenten goedkoper uitgevallen is dan vorig jaar. De verschillen zijn mijns inziens echter dermate marginaal dat ik aan een verdere analyse geen behoefte heb.





 

 


                                            
                                                            TERUG NAAR HET LOPEND JOURNAAL