|
HET AUSTRALIE ARCHIEF [link naar begin 2e Australië reis, 2006-2007] |
Foto's
Dit is een directe link naar de
foto’s van de reis
16 december 2005
Hong Kong is wat mij betreft een “crazy town”. Het is na 11½ uur
vliegen even wennen als je Zuidlaren of Bilthoven gewend bent. Wat mij opvalt
is de absolute perfecte organisatie van de airport-hotel-shuttle-bus. We
krijgen een sticker op de koffers EN op onze jas en mogen wachten in een
lounge. Na enkele minuten worden we ‘opgehaald’, de bagage wordt
ingeladen en in zoiets als in een vliegtuigstoel, maar dan oneindig
comfortabeler, worden we naar het hotel gereden. Op een korte wandeling door
het, laten we zeggen, “Albert Cuyp-deel” van de stad struikel ik bijna
over een man die voorover op de stoep ligt met zijn armen gevouwen onder zijn
gezicht. Ik kan zijn gezicht niet zien. Een van zijn handen houdt een plastic
kommetje vast. Een bedelaar dus. Dan zie ik dat de man geen benen heeft! Er
ligt dus een romp te bedelen. Achter hem tegen de pui van een winkel staat zijn
opgevouwen rolstoel. Daar ligt hij dan tussen de tientallen wolkenkrabbers met
20 of meer verdiepingen en honderden mensen die om hem heen lopen en hem niet
lijken te zien.
16 december 21.00 uur. Wat een indrukken! Met
weinig slaap het drukke Hong Kong in….. allemaal wolkenkrabbers en je
vraagt je af of daar mensen wonen of dat er gewerkt wordt…., taxi’s
alom, voetgangers overal en vooral reclameborden: niet zoals bij ons naast de
straat of gedeeltelijk boven het voetgangersgebied.. neen, hier boven de
straat, wedijverend in grootte, van links naar rechts de hele straat omvattend,
achter elkaar, boven elkaar en wel zoveel dat je niet meer kunt zien wat erop
staat. Moe, zin om even ergens te zitten, we vinden iets waar koffie en
broodjes zijn maar ook de airco… het blaast hier werkelijk uit elk gat
wat je boven je hoofd kunt ontdekken! In het hotel, in de bus, in een
café… ik wordt door kille lucht omgeven en door veel mensen. Drukte alom.
Na een paar uurtjes verbazing gaan we terug naar ons hotel, waar we gelukkig
vanochtend al het voor mij zeer
onbuigzame matras hebben kunnen omwisselen voor een iets meer meegaand type. Ik
leg mij neer en voel hoe nu wel mijn schouder en heup iets kunnen
wegzakken…. ik laat me meevoeren en ben binnen een paar minuten in
slaap…. Welverdiend, maar gezien het tijdstip hier (waar we toch aan
moeten wennen) minder handig. Na 2 uurtjes dan toch maar weer opstaan en
richting het kantonees restaurant in dit hotel. Heerlijk eten, wederom
verbazing en ter afsluiting worden we getrakteerd door de familie aan de
buurtafel om een stukje zuigbiggetje, wat ter tafel in plakjes werd gesneden en
met stukjes rettich (?) en wat wasibi in een eetbaar doekje werd gewikkeld, mee
te eten. Een hartelijke, warme afsluiting van een indrukwekkende dag! M.
18 december 2005
Vanmiddag gaan we door naar Australië. Van de anti-globalisten hebben we weinig
gezien. Een drietal dubbeldekkers zonder dak met musicerende antiglobalisten en
twee motoragenten met zwaailicht er achteraan. Maar het conferentiecentrum is
dan ook aan de andere [Hong Kong]kant van de haven. En de krant vanochtend
meldde hevige onrust rond het centrum gisterenavond. Aan ‘onze’
[Kowloon]kant, met zicht op het conferenie-gebouw, bezoeken we
‘een’ biennale van moderne kunst in het Museum of Modern Art. Ik
heb wel eens dat, als ik nonfiguratieve moderne kunst zie, ik denk dat je dat
ook ‘op zijn kop’ kunt hangen. Welnu in een van de mooie, ruime,
rustige zalen hangt een werk, vierkant van ongeveer 1½ bij 1½ meter. Het is
opgehangen precies in het midden[zwaartepunt] en ernaast een
‘suggestie’ dat je het kunstwerk draaien kan [met de klok mee]. Er
is ook een bakje met plastic handschoenen. De bezoeker dient het kunstwerk
alleen aan te raken met zo’n handschoen aan. En natuurlijk is er een
bakje waar je de gebruikte handschoenen kan achterlaten!
21 december 2005
We zijn nu écht onderweg op Tasmanië. Ik heb geen idee dat we op een eiland
rijden: Tasmanië is, qua oppervlak, net zo groot als de Benelux. Onze
–gehuurde- camper is voor ons gevoel erg lang. En het verkeer rijdt aan
de andere kant van de weg dan wij op het vasteland van Europa gewend zijn, n.l.
links. Het is allemaal even wennen. Wat alleen maar leuk is, is wakker worden
met een strak blauwe hemel buiten. En verder Hobart is, gewoon, een grote stad
met alles erop en eraan. De internet-faciliteit waar ik de website
‘oplaadt’ met tekst en foto’s [klik de Foto’s link
hierboven maar aan] afficheert zichzelf als “Fashion-net” :
Colourful Clothing and fast internet! En ja hoor, er hangt mode en
achterin de winkel staat een lange tafel
met zes lap-tops met Windows XP. Kosten: AUD 3 [australian dollar = € 0,70] per uur. “The
cheapest broadband Internet in Hobart”. De chauffeur van de bus op
weg naar de camping was al helemaal in kerststemming. Zie foto. Mijn eerste dag
in korte broek, T-shirt en sandalen is plezierig verlopen. Th.
De hete zon deed mij vandaag al een sunscreen factor 30 aanschaffen en bijna
een blouse met driekwart mouw, wat door opvallend veel vrouwen hier wordt
gedragen. M.
22 december 2005
We worden wakker aan de rand van een meer vlak bij een dorpje [Oatlands] waar
een vrije kampeerplek is gemaakt. Geen andere faciliteiten dan een kraan voor
drinkwater en, even verderop, een toiletgebouw. Keurige, schone en frisse
toiletten! In het meer zwemmen onder meer twee zwarte zwanen. Ik maak een
praatje met Greg –zie foto- die langs komt wandelen met zijn poedeltje.
Greg is 60 jaar, draagt een enorme ‘father-christmas’-baard, en is
zijn leven lang ‘eigenaar-chauffeur’ van een grote truck geweest.
Dat betekende gedurende de week rijden [en geld verdienen] en in de weekenden
onderhoud plegen aan zijn truck. Tot hij last kreeg van zijn heup. “Ik
heb toen mijn truck verkocht en een nieuwe heup gekocht”, zegt hij. Met zijn [maori]vrouw verhuisde hij naar een
rustig plekje op Tassie. Zo heet Tasmanië in de volksmond. We praten nog wat
verder over de relatie tussen Nieuw Zeelanders en Maori’s en dan zeg ik
dat het mij opgevallen is dat ik nog geen enkele ‘aboriginal’ ben
tegengekomen. “Nee”, zegt Greg “dit is een
convict-gebied”. We wensen elkaar “Merry Christmas” en op weg
naar het noorden komen we door Campbell Town. Daar krijgen we bevestigd dat dit
een “convict-gebied” is. Als bezienswaardigheid wordt aangeprezen
de “convict-bridge”. Gebouwd door gevangenen met stenen die ter
plekke gemaakt en gebakken werden. De brug, in die tijd gebouwd voor
‘paard en wagens’ verwerkt heden ten dage duizenden motorvoertuigen
per dag en heeft sinds de bouw nog geen onderhoud nodig gehad, zo vermelden de
brochures. Eigenlijk is het wel ‘vriendelijk’ om van
‘veroordeelden’ te spreken als je over de gevangenen hebt die
indertijd uit Engeland naar dit deel van de wereld verbannen werden. En niet
van ‘rovers’, ‘moordenaars’, ‘verkrachters’
of ‘dieven’. Zittend voor een café met een kop koffie komen we aan
de praat met enkele jongere inwoners van Campbell Town wier families al
generaties lang in Campbell Town wonen. En voor een groot aantal families geldt
dat er afstammelingen van ‘convicts’ in zitten. [Ergens in de 19e
eeuw was een massale amnestie] De jongeren met wie wij spraken vertelden over
grootmoeders of overgrootmoeders die eigenlijk niet wilde weten dat zij
afstamden van ‘convicts’ waren. Maar dat steeds meer dit een
geaccepteerd gespreksonderwerp wordt. Een onderdeel van de stoep in de
hoofdstraat is een rij bakstenen [mijn
linkervoet staat op één van de foto’s op die stenen-rij], waarin namen
van ‘convicts’ staan, met de reden van hun veroordeling en de
straf. [zie foto’s] Tientallen stenen in een lange rij. Men heeft van de
afstammelingen bijdragen gevraagd –en gekregen- om dit te kunnen
verwezenlijken. Niks alleen maar ‘veroordeelden’ maar met alle
details vereeuwigd in de stoep.
23 december 2005
Kerstmis gaan we dit jaar doorbrengen vlakbij de ingang van het Freycinet
National Park aan de westkust van Tasmanië. Het park is bekend als
‘paradijs voor wandelaars’. We verblijven op het Iluka Holiday
Centre. [ www.ilukaholidaycentre.com.au
] Het dichtstbijzijnde internet-point is –helaas- 35 km verderop. De
kerstvakantie begint en het is druk, waar je ook kijkt en gaat. Vandaag maken
we in het park een wandeling naar het Wineglass Bay uitkijkpunt. Het is meer
een klauterparij van ongeveer een uur over een, overigens zeer goed
onderhouden, steeds maar stijgend pad. Maar wat wil je: uitkijkpunten zijn
veelal hoog gelegen. Het blijkt allemaal zeer de moeite waard. [zie foto’s]
Onderweg halen we een, in mijn ogen, nogal omvangrijke mevrouw in die af en toe
wat uitrust –gezien haar omvang: geen wonder, denk ik dan- en verder
klautert. Op het uitkijkpunt zie ik haar weer zitten en ook zie ik, omdat de
pijp van haar jeans iets omhoog geschoven is, dat ze onder haar rechterknie één
kunstbeen heeft. Mineke ‘scoort’ op de terugweg haar eerste
wallabie. [wallabie is een kleinere versie van de kangaroe, net als pony een
kleinere versie van een paard is. Zie foto.] Niks wild en schuw. Het beest
scharrelt gewoon op de parkeerplaats rond op zoek naar voedsel. Th.
Ik kookte vanavond al het kerstmaal, maar kwam tijdens het eten tot de
ontdekking dat het pas morgenavond kerstavond is……. We hebben de
kaarsjes toch maar aangelaten. Reizen doet je de tijd vergeten. M.
24 december 2005
Toch maar wat tekst, al is de oplaadmogelijkheid ver weg. We brengen deze dag
door aan enkele stranden van het Freycinet park, Sleepy Bay en Friendly
Beaches, [zie foto’s] tussen families met kinderen en toeristen uit
Singapore of elders. Geen moment komt het in mij op dat de aanwezigheid van
‘buitenlanders’ op de stranden rondom Sydney tot zoveel
vechtpartijen heeft geleid. Het is allemaal zo vredig en vriendelijk hier en we
hebben het zo naar onze zin.
25 december 2005
Vanochtend, 1e Kerstdag, rijdt een brandweerauto met gillende sirene
door het vakantieoord. Geen brand, maar wel Father Christmas met assistenten
bovenop, die snoepjes rondstrooien als
waren zij Sinterklaas met zwarte pieten. We gaan op weg noordwaarts langs de
oostkust van het eiland. Het is overal zeer rustig. Het enige wat open lijkt
zijn de brievenbussen. We belanden op een van de zeer vele openbare stranden
met kampeerfaciliteiten –een kraan en een toilet- langs de kust met mooie
uitzichten op de Bay of Fires [zie foto]. De toeristenbrochures vertellen dat
deze naam gegeven is door de eerste ‘buitenlanders’, die over zee
in de buurt kwamen en de vuren van de aboriginals zagen. We beleven een
heerlijke zonnige middag met wandelen, thee, lezen en zo maar een beetje naar
de zee kijken. Tijdens het koken ontstaat er even paniek omdat de waterpomp in
de kampeerbus de dienst weigert. Mijn
technische achtergrond gekoppeld aan de ervaring met mijn eigen kampeerbusje
brengen mij bij een zekering ergens in de krochten van de bus en dan is het
probleem snel opgelost. En Mineke heeft ondertussen de afwas van mij
overgenomen. Hoewel ik altijd met plezier de afwas doe, ben ik dubbel blij.
26 december 2005
Boxing day. Van alles is weer open, alleen geen internet access faciliteit. We
zetten koers van de oostkust via de binnenlanden –en dat betekent ook
enkele kilometers onverharde weg- naar de noordkust van het eiland. Vlak voor
onze vermoedelijke bestemming horen we opeens een krassend lawaai onder de bus.
Onmiddellijk stoppen en het blijkt dat een draagstang van een watertank onder
de camper is losgeschoten [waarschijnlijk door het wasbord-karakter van de
weg]. Binnen 5 minuten lig ik met een Tasmaniër en een bahco-sleutel uit zijn gereedschapkist
onder de bus [zie foto] en na enig gezamenlijk prutsen klaren we de klus. [Je
moet je toch niet voorstellen om ergens “in the middle of nowhere”
de verhuurder te moeten bellen of zo, zo er al dekking voor de mobiele telefoon
is] Vier handen maakte het werk licht. Wat het meeste indruk op mij maakte was
dat die Tasmaniër min of meer tijdens mijn uitleg van wat er was gebeurd, al
onder de auto schoof om te kijken wat hij er van vond. We vinden een prachtige
plek, kijken uit op Australië –wat wel achter de horizon ligt- maken een
strandwandeling in de zon met een beetje wind en vinden alweer dat we het goed
hebben.
27 december 2005
Het jaar is bijna om en wij zitten hier in de zomer. De temperaturen zijn
gematigd: vandaag is het ongeveer 20 graden met zo nu en dan zon. Het is vreemd om in Tasmanië te zijn en ook
weer zo gewoon. Het zou hier Engeland kunnen zijn, het landschap lijkt erop
maar dan met meer witte spectaculaire stranden. En met minder mensen. Hier en
daar zie je zelfs Devonshire teas en in vergelijking met Nederland zie je hier
nog relatief veel mensen met (origineel) rossig haar. Ik realiseer me vaak niet
dat ik aan het andere eind van de wereld zit: het lijkt hier allemaal zo
gewoon: men heeft deze week vakantie gekregen en voor velen verandert het
werkzame leven voor een paar weken in een camper-bestaan. De campings lopen vol
en ook de vrije plekken aan de kust worden bevolkt door hele families, die het
liefst samen met vrienden of familieleden met elkaar willen staan: er worden dorpjes
gevormd, men houdt plaatsen voor elkaar vrij. Vannacht stonden ook wij op weer zo’n vrije plaats: officiële
campgrounds zonder faciliteiten en per definitie in prachtige gebieden. Hele
stroken aan de kust zijn zo ingericht en je kunt kiezen uit diverse
terreintjes. Maar vandaag staan we even op een “echte” camping: de
pomp die het water uit het voorraadvat naar onze kraan moet pompen weigert zijn
diensten, dus is het prettig om in de buurt van een stromende kraan te zijn en
in een gebied waar onze mobiele telefoon met tasmaans nummer dekking heeft. Als
alles gaat zoals we verwachten gaan we morgen naar een grotere plaats
zo’n 100 kilometer van hier, waar de pomp gemaakt kan worden. Het
verstoort een beetje ons rustige leventje, al behoort zo’n akkefietje ook
gewoon bij het leven wat we hier hebben. Wij zouden hier met gemak onze gehele
drie maanden door kunnen brengen. M.
29 december 2005
Ik word wakker vanochtend en het blijkt ‘slecht’ weer te zijn.
Bewolkt en miezerig. Ik word er niet vrolijk van. We gaan naar Scottsdale om
dit dagboek en een aantal foto’s op de website te zetten. Onderweg gaat
het ook mis met Mineke en mij: de manier waarop Mineke ‘kaartleest’
en ik de kampeerbus bestuur stroken niet met de wederzijdse opvattingen over
hoe het moet. In de internet faciliteit lukt het maar half: www.euronet.nl is niet bereikbaar. De
foto’s lukken wél dus aan de apparatuur ligt het niet. De faciliteit is
een onderdeel van een centraal systeem op Tasmanië gekoppeld aan de openbare
bibliotheek. Dan suggereert de beheerder –die met zijn vrouw in de
bibliotheek aanwezig is- dat we het even op zijn computer thuis gaan proberen.
En ja hoor: de vrouw loopt met ons mee naar hun huis -3 minuten- maakt koffie
terwijl ik op zijn computer hetzelfde ervaar als in de faciliteit: het lukt
niet met Euronet. We praten nog wat door, nemen afscheid en, hoe hartverwarmend
deze ontmoeting ook is, ik blijf somber. Terug op de camping lees ik het boek
“Australië op blote voeten” uit. Geschreven door een vrouwelijk
Amerikaanse arts die 3 maanden met een Aboriginal-stam op uitnodiging met een
rituele tocht meeloopt. Zij beschrijft haar intensieve kennismaking met een
totaal andere cultuur van onderlinge verbondenheid en respect voor elkaar,
omgaan met pijn, omgaan met gebrek aan voedsel en nog zo wat van die
omstandigheden waar wij ‘in het westen’ van alles op gevonden
hebben. Eenmaal weer terug in de USA vertelt zij van de uiteenlopende reacties
van haar thuisfront. De reacties die het meeste indruk op mij maken liggen in
de sfeer van “zouden enkele wilden daar in Australië het beter weten dan
al die miljoenen in het westen?” Inmiddels schijnt de zon weer. Ik word
mij weer bewust van dat ik in een luxe kampeerbus met uitzicht op zee op een laptop
wat sombere verhalen zit te schrijven en dat Mineke weer aan een van haar
befaamde maaltijden werkt. Het dringt het langzaam tot mij door dat mijn
soberheid net zo min ergens op slaat als de vraag wie het ‘beter
weet’: de Aboriginals of de Westerling. Wie weet kom ik morgen wel een
internetcafé tegen en is Euronet weer bereikbaar.
En ik las zojuist: “Ik voel me niet op mijn gemak. Ik kan niet geloven
wat me overkomt. Ik schud mijn hoofd en zie ineens niet meer in waarom ik de
nacht niet slapend in mijn bed zou doorbrengen. Ik zie de noodzaak niet meer in
van de dingen die wij doen, wij allemaal. Wij bestaan louter uit grillen, de
ene gril na de andere. Waarom kunnen we niet accepteren dat ons leven leeg is,
net zo leeg als de woestijn waarin we wonen, en het met een monter hart
doorbrengen met schapen tellen of kopjes wassen? Ik zie niet in waarom ons
levensverhaal interessant zou moeten zijn……” etc. (alinea uit
J.M.Coetzee: In het hart van het land).
Maar ik wandelde ook zojuist in de late middagzon in een heerlijke wind over
het strand en zag dolfijnen! En sprak met een Australische vrouw die na 7 jaar
rondreizen in een old timer prachtige bus hier nu is neergestreken en een
permanente plaats heeft veroverd en het hier paradise noemt.
En we eten vanavond gewoon gebakken aardappelen met bloemkool en een zelf
gedraaide gehakbal! M.
31 december 2005
De volgende dag was Euronet wél bereikbaar, hoera! De faciliteit is een
onderdeel van een kring van Community Online Centres en er zijn er op Tasmanië
ongeveer 70, meestal gehuisvest in de plaatselijke openbare bibliotheek. Niet
duur: AUD 2 [= € 1.50] per half uur en ook bedoeld om
‘internet’ dichter bij de mensen te brengen. Het doen van
belastingaangifte via internet wordt in een brochure ook sterk aangemoedigd.
Oudejaarsavond gaan we doorbrengen op een kleine camping vak bij Mole Creek.
Een dorp ergens midden in het land. [En ook dit heeft een online-access
centre!] We hebben een plekje vlak bij een snelstromend beekje: De
Sassafascreek. Die naam zal wel op geen enkele Bosatlas in Nederland voorkomen.
Het terrein is wel vol. Men bereidt zich
voor op middernacht. Ieder op zijn eigen wijze. Het is heerlijk zacht weer en
we eten ons laatste avondmaal van 2005 met het ruisende water als achtergrond
muziek vermengd met lawaai uit een ‘ghettoblaster’ op een belendend
plotje. Ieder zijn meug, het zij zo. Ik heb een uurtje in de
‘Examiner’ gelezen. Een krant van en voor Tasmanië. [Het lijkt op
een mix van Telegraaf en Algemeen Dagblad] Veel aandacht wordt besteed aan het
overlijden van Kerry Packer. Australië’s rijkste inwoner. Een mix van
Berlusconi en John de Mol. Verder een stuk over de kou en de sneeuw, momenteel,
in delen van noord-Europa. En een –klein- item over een onderzoek van Dr.
Michiel Bots van de Universiteit van Utrecht leidend tot de conclusie dat een
matig gebruik van alcohol bij oudere vrouwen leidt tot een verminderde kans op
het ontwikkelen van ‘niet-insuline-afhankelijke’ diabetes.
1 januari 2006
We redden het nét: we zitten tot middernacht buiten bij dat stromende beekje
met een ‘goed glas wijn’ maar snel na de kussen en de voornemens,
de sms-jes en het klinken plus nieuwjaarspraatje met de ‘buren’
begint het te regenen. Eerst maar slapen. Na het ontbijt de nieuwe agenda en
dagboek in bedrijf nemen. Tegen het eind van de morgen is het weer droog en
maken we een wandeling naar Alum Cliff: een heilig gebied van de Aboriginals en
nu ‘open’ voor toeristen. Voor het eerst komen we met
‘iets’ van die oorspronkelijke bevolking in aanraking. [Volgens de Lonely Planet is de laatste
originele zuivere Aboriginal in dit gebied zo’n 100 jaar geleden
gestorven] Het maakt overigens niet veel indruk op mij. Waarom weet ik niet. Ik
zou wel eens met een échte Aboriginal willen praten. Daarnaast ontdek ik waar
de Sassafras Creek zijn naam aan ontleent. Het is een varen met geneeskrachtige
eigenschappen en waar thee van gezet werd. [zie foto]
2 januari 2006
Vandaag is nog een ‘public holiday’ omdat Nieuwjaarsdag op een
zondag viel. We besluiten richting noord-westpunt van het eiland te rijden.
Onderweg nemen we deel aan een rondleiding in de King Solomons Cave. Ik ben
nooit in de Grotten van Han geweest maar veronderstel dat deze er net zo
uitzien, stalagtieten en zo. Indrukwekkende verhalen en statistieken van de gids,
prachtige vormen en kleuren maar ik ben nog het meest onder de indruk van de
‘ontstaansgeschiedenis’, die ik lees tijdens het wachten op het
begin van de tour. Miljoenen en miljoenen jaren van verschuivende continenten,
ijstijden, gletschers en klimaatveranderingen. Ik loop eruit met de gedachte:
‘niks intelligent design, dit kan nooit in één week geschapen zijn, ik
word steeds meer een fan van Darwin en zijn evolutie-gedachte!’. Via
Sheffield, een stadje waar veel muurschilderingen te zien zijn en Davenport
waar de veerboot vanuit Melbourne aanlegt komen we in Penguin meer westelijk
aan de noordkust en strijken neer op een mini-caravan-park. Op de radio hoor ik
dat Michaela Krajicek een of ander toernooi gewonnen heeft en dat een groot
deel van de Australiërs morgen weer aan het werk gaat. En wij beginnen dan met
plezier aan de 20e dag van onze reis. Op Tasmanië hebben we tot nu toe 1217
kilometer afgelegd.
4 januari 2006
Vandaag ‘deden’ we noord-west Tasmanië. Glooiend grasland en
regenwouden afgewisseld met hier en daar een ‘poppyfield’. Het
blijkt dat Tasmanië als enige staat van Australië onder streng gecontroleerde
omstandigheden papavers [=grondstof voor opium] mag verbouwen voor medisch
gebruik. We vragen links en rechts hoe
streng de contrôle is en het in onze oren meest betrouwbare antwoord is dat
Tasmanië is gekozen –na een proef- mede vanwege de verminderde kans op
fraude. In Launceston -2e stad van Tasmanië- staat een
verwerkingsfabriek. En rondom de velden staan borden die aan duidelijkheid niets
te wensen overlaten. [zie foto] In het South Arthur Forest komen we Eddie
Freeman tegen. Eddie is een chain-saw-sculptor. [Mijn vertaling:
kettingzaagbeeldhouwer] Hij staat daar in zijn eentje met behulp van een
indrukwekkend aantal kettingzagen een naambord te beeldhouwen uit een volwassen
eucalyptusboomstam. De letters die uitgehouwen moeten worden zijn 50 à 60 cm
hoog. Hij is een zelfstandig ondernemer en dit klusje moet vrijdag klaar. Hij
doet ter plekke ook aan PR en ik krijg een aantal kaartjes met voorbeelden en
zijn website: www.eddiefreeman.rosstasmania We overnachten vanavond in Stanley, praktisch
aan de noordwestpunt van Tasmanië. Als toeristische attractie heeft Stanley het
Highfield House wat ooit diende als hoofdkwartier van de Van Diemen’s
Land Company. Tasmanie is door Abel Tasman als “Van Diemen’s
Land” op de kaart gezet. Van Diemen was in die tijd de baas van de VOC
die Tasman’s expeditie financierde. Sinds enkele dagen lees ik twee
boeken tegelijk: “Shadow over Tasmania” [geschreven door Coultman
Smith, die probeert misvattingen en ‘horror-stories’ over de
convict-tijd in Tasmanie in een realistisch beeld te zetten] en “True
History of The Kelly Gang, geschreven door Peter Carey en dat gaat over Ned
Kelly, die als zoon van een convict/settler een leven opbouwt in Australië. Ik
vind het boeiend om door het land te rijden waar de verhalen in de boeken
overgaan. De beschrijvingen van de situaties toen, zijn nu ook vaak
bezienswaardigheden met een historisch karakter. Morgen gaan we richting
Queenstown aan de westkant van Tasmanië. Wanneer we daar aankomen zien we wel.
Ik verwacht niet dat er onderweg veel mogelijkheden tot bijhouden van de
website zijn.
5 januari 2006
Mijn indrukken van Tasmanië:
Tasmanië lijkt op Nw.Zeeland, maar is compacter en
waarschijnlijk wel niet zo spectaculair. Misschien raak ik ook verwend…
maar dit stukje is bedoeld om julli mijn indruk van Tasmanië te geven.
Tasmanië is groen en vriendelijk: groen voor wat betreft de natuur, ongelofelijk vriendelijk voor wat betreft de mensen. Het is moeilijk om bijvoorbeeld op een camp-site naar een toilet of zomaar rond te lopen, zonder het maken van een praatje, of weg te gaan zonder dat je wordt uitgezwaaid. Iedereen spreekt je aan, verwacht misschien niet direct een antwoord op de groet: good day, how are you? , maar toch, men is te allen tijde bereid tot dit praatje en om te vertellen hoe blij men is om in dit groene Tassie, met het milde klimaat, te wonen. Men is trots op Tassie en de vele milieuacties lijken nog te onderstrepen dat men Tasmanië ook graag zo wil houden! Mooie natuur, ruimte, mooie kusten, wild life en vooral veel frisse lucht.
De kusten, die mij altijd weer trekken, zijn spectaculair,
de oostkust heeft vele witte stranden, de noordkust is ruiger, met rotsen en
seals met hier en daar een stukje strand.
De Tasmaniërs zijn vriendelijk, de mannen lijken wel geboren te worden met (meestal) de rechterhand geklemd om een blikje, waar, al naar gelang de leeftijd, bier of frisdrank in zit. Het blikje wordt dan ook nog vaak “verpakt” in een soort kraag van isolatiemateriaal, wat maakt dat de eeuwige hand, die het blikje omklemt houdt, de inhoud niet doet opwarmen. De vrouwen of meisjes zien er net zo uit als bij ons en in tegenstelling tot die in Hong Kong (waar we een tussenstop hadden) zijn er velen te dik…, maar dan ook veel te! De vriendelijkheid van de mensen komt tot uiting in het graag willen vertellen over hun mooie Tasmanië en hun adviezen waar we toch vooral heen moeten gaan. Vanochtend nog, in een koffietent, spontaan een liefdesverklaring van een vrouw die haar hele leven al woont op Tasmanië en niet verlangt om het main-land te bezoeken, al zal het er wel eens van komen, volgens haar.
Regelmatig komen we mensen tegen die vroeger woonden op
vaste land van Australië, maar nu blij zijn te wonen op het groene Tasmanië.
Het is vaak te warm op het mainland en het is er dor. Wij moeten het nog gaan
ervaren.
In velerlei opzichten heeft men hier nog echte Engelse
gebruiken: cricket is een volkssport en wordt op ook op campings of stranden
door hele familie’s beoefend, fish
en chips zijn hier in vele plaatsen te verkrijgen en ook devonshire teas wordt
soms aangekondigd. Ook het landschap (pretty, glooiend, kleinschalig) lijkt,
denk ik, soms op Engeland. Reizen is vergelijken: je kunt er bijna niet aan
ontkomen.
Een paar kenmerken die mij hier zoal opvallen: roken is hier meer taboe dan in Nederland. In bruine kroegen wordt je verzocht buiten te roken… en ook in gewone koffie, broodjes, tearooms, is roken veelal niet toegestaan. Bij de deur van een restaurant staat soms een bordje dat je enkele meters van die deur verwijderd moet zijn om te kunnen roken! Het lijkt ook wel alsof er minder wordt gerookt. Diesel, om een heel ander onderwerp aan te snijden, is duurder dan de benzine soorten. Kinderen dragen op fietsjes allemaal helmen, ook op campings of speelweiden. De prijzen zijn hier ongeveer hetzelfde als in Nederland, waarbij ik de opmerking moet maken dat ik alleen maar spreek over campings, etenswaren, kleding en wat je zoals om je heen kunt zien. Brood lijkt duurder. Diesel nogal goedkoper: 1 dollar 34 = bijna 1 euro.
Opvallend vind ik het milieubewustzijn van de Tasmaniërs. In supermarkten wordt je telkenmale uitgenodigd toch vooral je eigen boodschappentas mee te nemen en de plastic tassen te vermijden. Ook ziet het land er erg schoon uit, geen blikjes of zwerfvuil, geen afval of oude auto’s geen krotten of ingezakte huizen. Alles is schoon en opgeruimd. Maar tegenstrijdig lijkt dan weer het aantal 4 wheel drive auto’s te zijn: ik denk toch wel dat 50 procent van de auto’s uit 4 wheel drives bestaat: wat misschien met dit wegennet en deze dunne bevolkingsaantallen ook wel weer te verklaren is.
Verder valt op dat ik hier nog geen dronken mensen heb gezien (en dat ondanks dat velen met een blikje in de hand geboren lijken te zijn) en ook verslaafden ben ik nog niet tegengekomen. Eenmaal heeft Theo in een openbaar toilet een box voor gebruikte injectiespuiten gezien…. Wat zou moeten verklaren dat er wel gebruikers zijn.
De vele velden met poppies (papavers in een lila kleur)
onderschrijven dat Tasmanië nogal veilig is en weinig gebruikers telt. Deze
velden papavers worden hier gekweekt voor de medische industrie voor geheel
Australië. Slechts hier schijnt verbouw mogelijk te zijn. Grote borden in de
velden met bloeiende papavers waarschuwen wel dat je uit zo’n gebied moet
blijven en dat misbruik ernstig wordt bestraft. Hoeveel misbruik er is weet ik
niet, maar ik kan me zulke openbare velden in Nederland moeilijk voorstellen.
Toen wij deze reis samenstelden en ik voor een paar weken
Tasmanië koos hoorde ik onder andere van het reisburo dat het toch zeer
ongebruikelijk was om een paar weken (en in ons geval meer dan 5!) op Tasmanië
te verblijven. Meestal wordt er voor maximaal 9 dagen gekozen. Nu ik hier ben
ondervinden wij dat 5 weken beslist niet teveel is: wij zouden hier prima nog
meer tijd kunnen doorbrengen. En helemaal nu ik regelmatig hoor dat het zo warm
is op het main-land en dat mensen, die het grootste deel van hun leven hebben
gewoond op het op vaste land van Australië, nu, vanwege de mildheid van het
klimaat en de hiermee samenhangende groenheid van het landschap, hun niet
werkzame deel van het leven willen wonen op de groene parel van Aussie:
Tasmanië, zoals op de nummerborden staat vermeld: Tasmanië, your natural state.
Wat me verder hier nog opvalt is dat ik nauwelijks of geen
gekleurde mensen tegen kom. Ze wonen hier blijkbaar niet en ze gaan hier niet
met vakantie. Dat maakt dat er ook geen vermengingen zijn, zoals bij ons. Er
zijn daardoor ook nog relatief veel roodharige kinderen, iets wat bij ons een
uitstervend ras aan het worden is.
Ik moet zeggen dat het me hier steeds beter bevalt. We zijn
op een derde van onze reis door Tasmanië en ik begin me hier al aardig thuis te
voelen. Vooral de vriendelijkheid van de mensen is heerlijk om te ervaren. De
mevrouw vanochtend in de koffietent concludeerde spontaan dat de mensen op
Tasmanië nogal wat vriendlijker zijn dan in Australië. Wij moeten dat nog gaan
ervaren, maar ik kan me iets voorstellen bij het feit dat een mild klimaat, de
groenheid van het landschap, de dunbevolktheid van Tasmanië allemaal bijdraagt
aan het geluksgevoel van de bewoners, wat uiteraard meer vriendelijkheid met
zich mee zal brengen dan wanneer je op een kluitje woont, of hitte en droogte
moet weerstaan. Wij gaan dat laatste nog allemaal ervaren en ik zal er te
zijner tijd over vertellen.
Wij zijn blij dat we nog enige weken hier hebben te gaan.
Mineke.
8 januari 2006
Vandaag wordt Lenie Marie Jansje van Gent 74 jaar! Zij is het eerste meisje [de
vrouw!] waar ik ooit –ergens in de jaren direct na de 2e wereldoorlog-
verliefd op werd. Na ommekomst van deze reis zal ik haar persoonlijk gaan
feliciteren. Terug naar het hier en nu: we blijven nog een –zonnig- dagje
in Strahan aan de westkust en de monding van de Gordon River. [Ik kan niet
beschrijven hoe de plaatselijke bevolking die naam uitspreekt. Zoiets als
‘stron’ maar dan met een uitgerekte ‘o’] Gisteren
brachten we door op een tourboot als deelnemers aan een tour over de Gordon
River met als ‘ bezienswaardige aanlegplaatsen’ Sarah Island en
Heritage Landing. De laatste betekent een wandeling door een gebied wat sinds
enige tijd tot het wereld erfgoed gerekend wordt. Nat, koud regenwoud in alle
glorie. Sarah Island is bekend vanwege de, in vergelijking zelfs extra notoire,
plek die het inneemt in de convict geschiedenis van Tasmanië, waarbij Sarah
Simmons de kokkin was van de dokter en van de commandant van de nederzetting
van gevangenen en bewakers met daarnaast een gewelddadig en overspelig leven.
De toegang tot Sarah Island –over zee- is via een nauwe monding die Hells
Gate heet en die naam ontleent aan de opvatting van de veroordeelden die via
deze monding binnenkwamen. De gids op het eiland heeft smeuige verhalen tijdens de wandeling en
daarna is er ‘rust’ en krijgen mijn gedachten en mijmeringen een
kans. De tocht over de Gordon-river bracht de Bonny River in Nigeria in mijn
herinneringen terug. [Reizen is vergelijken: ook ik ontkom er niet aan] Bovenal
loop ik aan het eind van de dag de boot af met de vraag: “Hebben ze in
Tasmanië wat met dat convict-verleden?”. Is het behalve een manier van ‘verwerken’
ook een mooie toeristische attractie of andersom? In het boek “Shadow
over Tasmania” wat ik lees bespeur ik ook af een toe een ondertoon van
‘het is allemaal wel streng en zwaar geweest maar ook fair’. Want
wat heb je aan een gevangene voor een maand opsluiten in eenzame afzondering?
Je moet hem toch te eten geven. Dan zijn 40 zweepslagen economischer: na drie
dagen ziekenhuis kan hij weer aan het werk.
8 januari 2006 [later op de dag]
Een heerlijke luier dag! Nietsdoen en dat in je vakantie!
Voor Theo is dit een tegenstelling: vakantie is nietsdoen.
Voor mij voelt het anders. Hier zijn is verplaatsen en daarmee steeds maar weer nieuwe indrukken
opdoen, is plek zoeken, eten maken, soms een spelletje, vaak een verslag voor
de website, bed-bouwen, crypto, lezen en slapen.
Ik luier vandaag wat aan en het lijkt wel alsof ik mij
herpak. Alles even weer op orde: rustig kaarten bekijken, rustig boek lezen, in
de zon zitten met een zondagskrant, iets lekkers bij de koffie. Het is warm
buiten, de zon schijnt volop. Ik zoek een schaduwplekje en kuier straks even
naar het dorp voor verse vis, wat wil een mens nog meer?
Mineke
Dinsdag 10 januari 2006.
Wat een heerlijke dag! We wandelden ruim 3 uur door een prachtig regenwoud,
langs één van de mooiste meren van Tasmanië en tevens het diepste fris water
meer van Australië: Lake St.Clair in het Cradle Mountain-Lake St.Clair National
Park. 3 uur lang klauteren over boomwortels, zo nu en dan een modderpoel
ontwijkend, kris-kras langs kolossale bomen, in verbazing door zoiets moois met
zoveel groen schakeringen.
Gisteravond kwamen we terecht op de camping in het National
Park Lake St.Clair en vanaf het eerste uur voelde ik mij hier thuis. Een
heerlijk ongeregeld zooitje, met allemaal sportievelingen die overland-tracks,
of andere ingewikkelde lange wandelingen ondernemen en na deze
“arbeid” heerlijk rond een kampvuur zitten en ongecompliceerd
kamperen. Eigenlijk zou ik graag in een tent tussen alle tenten staan…..,
maar ja, wij zitten in een brave keurige camper en rijden niet in een stoere
terreinwagen. Je kunt niet alles hebben. Theo had zo zijn bedenkingen; voelde
zich in het begin niet op zijn gemak… maar na vandaag is ook hij helemaal
om! Ik zou willen dat jullie een kijkje konden nemen in dit gebied met zijn prachtige
vergezichten over het meer en het natte regenwoud met reuzen van eucalyptus
bomen, bloeiende tea trees, alle variëteiten aan varens en even zovele mossen.
De foto’s op de fotosite moeten laten zien wat wij vandaag zagen; het
voldane gevoel van nu (na een heerlijke maaltijdsoep met nota bene roggebrood
van Van der Meulen (!) moeten jullie erbij denken. Wij verheugen ons alweer op
morgen nog een wandeling in dit gebied. M.
Ik wil niks méér toevoegen dan een gedicht [of
‘uitspraak’ zo je wilt] wat ik –gegraveerd op een mooi
plaatje- op de ballustrade van een uitkijkpunt in het park zie aangebracht.
[Bij de uitkijk komen betekende vanuit de parkeerplaats wel een klauterpartij
van ongeveer een ½ uur] Th.
|
Our ability to percieve quality in nature
begins as in art with the pretty.
Aldo Leopold |
We zijn met plezier en overtuiging nog een dag gebleven en bewandelen vandaag
een ander deel van het park. Een deel van het traject wordt in de brochures
aangegeven als “Larmairremener tabelti, Aboriginal cultural walk”
en loopt door een vroeger door Aboriginals bevolkt gebied. De enige verbinding
met die Aboriginal Culture zie ik in drie, door kunstenaars ontworpen,
informatiepanelen waarop het ‘waarom en hoe’ staat. Op één van de
panelen staat ook waar de laatst overgebeleven heen verscheept zijn. Maar dichter
bij de Aboriginal brengt het mij niet. Ik wil er nog steeds wel eens een zien
en spreken. Maar het is wél een mooi gebied: kijk maar naar de foto’s.
Vrijdag 13 januari 2006
Afgelopen dagen brachten we door in het Mt Field National Park in het hart van
Tasmanië. We wandelden bijkans meer kilometers dan we met de kampeerbus reden.
Steeds onder zeer goede weersomstandigheden. Het aantal MacDonald’s is
hier in de buurt net zo groot als het aantal internet-faciliteiten: nul. Morgen
rijden we richting Hobart en wellicht is er onderweg een mogelijkheid de
website van tekst en foto’s te voorzien. In de krant lees ik ondertussen
dat Sharon nog in leven is en dat de wereld er langzaam aan begint te wennen.
De premier van Tasmanië –Paul Lennon- is in politieke moeilijkheden
verzeild geraakt vanwege een verblijf in een dure hotelsuite gedurende een
bezoek aan Melbourne. Hij had de prijs van een ‘gewone’ kamer [AUD
200 per nacht] betaald en zijn gastheer heeft de rekening van de upgrade naar
AUD 1000 per nacht voor zijn rekening genomen.
En uitgerekend die gastheer staat aan het hoofd van een bedrijf wat
enkele dagen later een lucratief contract van de Tasmaanse regering krijgt. De
oppositie –groen en links- schreeuwt moord en brand. En de teksten
verschillen nauwelijks van die welke je in Nederland van dezelfde politieke
kant te horen zou krijgen: “Mr Lennon vertoont een groot gebrek aan
inlevingsvermogen en een overmaat aan arrogantie door in zo’n peperdure
suite te overnachten als hoofd van een regering die weet van grote groepen
mensen ‘op straat’ die regeringssteun ontberen om in een
fatsoenlijk huis te kunnen wonen”. Th.
Het lijkt hier soms echt op Nw. Zeeland, maar Tasmanië is kleiner en nog beter behapbaar, omdat het slechts uit één eiland bestaat. Dat velen in Nederland door reisorganisaties worden geadviseerd maximaal 10 dagen aan Tasmanië te besteden is een grote vergissing! Het is heerlijk om hier te zijn. M.
Maandag 16 januari 2006
Vanmiddag heb ik –zittend in de zon- “True history of the Kelly
gang” uitgelezen. Volgens enkele Australië brochures verplichte
literatuur voor wie Australië bezoekt. Fascinerend verhaal rond het bestaan van
de early settlers in Australië –deels met een convict verleden- in het
begin van de 19e eeuw. Rauw leven zonder enige vorm van luxe zoals
wij dat nu kennen. Ned Kelly die op 12 jarige leeftijd zijn vader –die
een convict verleden heeft- verliest en vervolgens zijn moeder volgens zijn
normen onterecht in de gevangenis ziet belanden. Hij trekt ten strijde tegen
het gezag, verliest dat en eindigt zijn leven in zijn 26e jaar aan de galg. Het
boek beschrijft de normen en waarden die golden in die tijd. De begintijd van
de Australische cultuur. Even rauw en ook zonder enige vorm van luxe was het
leven van de convicts in diezelfde tijd. Een belangrijk centrum waar
veroordeelden uit Engeland terecht kwamen was de strafkolonie op het
schiereiland Port Arthur. Ruines en enkele ‘gerenoveerde’ gebouwen
staan nog overeind en van het schiereiland is een toeristische attractie
gemaakt. [ www.portarthur.org.au ]
Met toch wel enige verbazing heb ik er gisteren [zondag] rondgelopen,
deelgenomen aan een boottocht rond het schiereiland [bij de toegangsprijs
inbegrepen] en mij als maar afvragend “waarom zoveel aandacht voor dit
stuk verleden uit de Tasmaanse historie?” De –uitgebreide- brochure
die de Historic Site beschrijft, eindigt met het volgende [mijn
vertaling]: “Port Arthur was de
bakermat van de volwassenen- en jeugdgevangenissen. De beginselen van
çlassificatie van gestraften, strenge bewaking, discipline, belonen-straffen en
opvoeden en training die in Port Arthur als een coherent systeem gehanteerd
werden zijn nog steeds de hoekstenen van het huidige penintentiaire
beleid”. Maar mijn vraag blijft. Op het prachtige terrein –het
lijkt wel een paleistuin- staat verder nog een ‘memorial’. Op
zondag 28 april 1996 schoot een man op het terrein 35 mensen –staf en
bezoekers- dood en verwondde vele anderen. De man zit nu in de gevangenis voor
de rest van zijn leven zonder het recht op gratie. Tien jaar na datum loop ik
daar rond. Hij had mij ook kunnen raken. En het is bizar dat op zo’n plek
een dergelijk misdaad heeft plaatsgevonden.
Woensdag 18 januari 2006
Bruny Island. [ www.brunyisland.net ]
Zo ongeveer het meest zuidelijke eiland -vlak onder Tasmanié en eigenlijk ook
het meest zuidelijke eiland[punt] van geheel Australië. Tasmanie, in de vorm
van een driehoek, hangt met de punt wijzend naar de zuidpool onder Australië.
We gaan er onze laatste dagen doorbrengen bij het strand van Adventure Bay [ www.bruny.tco.asn.au/avbayhol/
]Het meest zuidelijke punt op het vasteland van Tasmanië ligt nog iets dichter
bij de zuidpool maar is slechts met een four-wheel-drive te bereiken en in de
huurovereenkomst die wij hebben staat dat wij niet op gravel-wegen mogen
rijden. [Tenzij het de ingang naar een commerciële camping betreft!] We zitten
aan de grens van het South Bruny National Park. Veel wandelmogelijkheden
–dus!- en vandaag liepen we al een uur langs de kust naar Grass Point.
Langs deze kust waren zo rond 1830 drie ‘whaling stations’
gevestigd. Er is op enkele schamele ruines na, weinig meer van over. Wel info
panelen met een gedegen [zo zijn we dat zo langzamerhand gewend geworden in de
Nationale Parken van Tasmanië] uitleg inclusief foto’s. In enkele
tientallen jaren was de walvispopulatie in deze streek uitgedund van 100.000
tot 3000 hetgeen het einde van de business en het begin van de beschermde
diersoort status betekende. Voor het eerst eigenlijk op dit toch zo schone
eiland, kom ik –op de infopanelen- graffiti geschreven met een rode
viltstift tegen. Het is een
protest: The Japanese today kill many whales in
Australien waters. Stop this murder. Terug
bij onze kampeerbus scoort Mineke haar eerste witte wallabie [zie foto]. Th.
Vóór onze camper groeit het plantje vergeet mij niet. Toen ik (nu denk ik 2
jaar geleden) met een Amerikaanse vriend een Drentse Aa wandeling deed zagen we
ook “vergeet mij niet” in het wild. Hij noemde dat toen
“forget me not”. Blijkbaar een internationaal bekende naam. De
wereld is klein: het staat nu hier voor onze camper vlak naast de Adventure Bay
en een paar meter verder sprong de witte wallabie en trippelen vreemde vogels.
M.
Op vrijdagochtend worden we om zes uur ’s ochtends gewekt met bliksem,
donder en stortbuien. [In die volgorde] Totaal onverwacht want het was zulk
mooi weer en dat zou het blijven! En ja hoor om half elf kijken we alweer tegen
een strakblauwe hemel aan en dat is de rest van de dag zo gebleven. Op een
rondrit over het eiland [voor de helft op onverharde wegen] zie ik op het
uitkijkpunt op “The Neck” [=verbindingsdam tussen het noordelijk en
zuidelijk Bruny Island, 234 traptreden om de top te bereiken!!] een memorial
van een Aboriginal vrouw, Truganini -1812/1876- die volgens sommige opvattingen
de laatste originele Tasmaanse Aboriginal van Tasmanië was. [zie foto] Ik raak
op de uitkijk in gesprek met een oudere dame [die dus ook die 234 treden had
genomen!] en peilde naar aanleiding van
het standbeeld haar opvattingen over Aboriginals. Samengevat: “Niks mis
mee, maar ze zouden moeten werken voor hun geld net zoals wij. Weet U dat ze
een toelage van de regering krijgen om voer voor hun hond te kopen!”.
LPF-erig rechts dus. Ze wist van Aboriginals die het tot de hogere regionen in
regeringskringen gebracht hadden en kende er één persoonlijk. Ons wat langere
verblijf op één en dezelfde campground brengt sociale contacten met de mede
kampeerders mee. En dat leidt weer tot spontane ‘happy hours’. In
een kring een aperitiefje drinken bij een van de campers en de daarbij horende
borrelpraat. Gisteren ook weer en na mijn gesprek met die mevrouw op de uitkijk
breng ik de Aboriginals ook in deze kring ter sprake. De teksten verschillen
nauwelijks van mijn eerdere ervaring boven op de lookout. Ik krijg de
verzekering mee dat op het deel van het vasteland waar wij zullen rondrijden er
vele gelegenheden zullen zijn om met aboriginals in contact te komen. Ik ben
benieuwd. Th.
Het is een stralende zaterdag: de warmste dag van deze maand op Burny Island. Het is onze laatste dag hier. Ik maakte een sensationele boottocht rond het eiland en kon zo de prachtige kusten vanaf de zee bekijken en afscheid nemen van dit heerlijk stukje Tasmanië. Enerverend!
Buiten hangt mijn handdoekje te wapperen in de wind: al uren droog..
Mijn handdoekje meet (misschien) 40 bij 70 centimeter en is van een soort kunst suède gemaakt. Gekocht bij een sportzaak in Groningen en voor het eerst deeluitmakend van mijn bagage. Ik raak bijna verslingerd aan dit kleinood: juist omdat het zo klein is en bovenal omdat het zoveel vocht opneemt wat binnen de kortste tijd ook weer is verdwenen. En het heeft dezelfde kleur als de helft van mijn (fancy) toilettas….
De gehele 38 dagen dat we op reis zijn, heb ik nog geen
andere “hand”doek gebruikt! Het lijkt op reclame, maar ik vind het
dan ook een prima uitvinding!
Vanavond nog uit eten op dit heerlijke eiland, morgen schijnt het nog warmer te worden, maar morgen vertrekken wij richting Hobart, waar we de camper gaan inleveren en even 2 nachten in een gewoon bed gaan slapen. M.
Zondagavond 22 januari 2006
De kampeerbus is weer –schadevrij- terug bij de verhuurder. We hebben er
in 35 dagen 2701 kilometer mee gereden, dat is gemiddeld 77 kilometer per dag.
Het is 35 dagen ons huisje geweest en met enige weemoed kijken we hem na als de
verhuurder ons bij de vliegveld-bushalte naar Hobart-centrum afzet en
terugrijdt naar de verhuur-basis. Morgen, maandag, besteden we nog een dag in
Hobart zelf. En dan is Tasmanië ‘af’. We vliegen dinsdag naar
Sydney. We zouden er geen van beiden moeite mee hebben gehad om nog eens 6
weken door dit schitterende eiland –met een zalig klimaat, dat wel!- rond
te tuffen. Vanochtend bij het vertrek van Bruny Island kregen we al te horen
dat het vandaag zeer warm zou zijn in Hobart. Welnu, dat klopte. Als we om een
uur of vijf naar de havenkant lopen voor een biertje en wat eten is het echt
bloedheet. Ik schat 40 graden. “Saoedie-Arabie”- warmte noem ik
dit. Droge, hete lucht. Tijdens het eten begint het te waaien, de schermen -we zitten buiten- worden binnengedraaid, de
wolken verschijnen en de temperatuur daalt zeker 10 graden. In een weldadige
avondlucht lopen we naar ons hotel en na terugkomst op de kamer begint het
buiten te regenen. Het is dan negen uur. We hebben het al eerder meegemaakt:
die snelle wisselingen. Uit de krant begrijpen we dat het in Melbourne warm is.
Michaela Krajicek heeft vanwege die hitte ‘opgegeven’ bij de
Australian Open. En ABN-Amro is als eerste Melbourne binnengevaren tijdens de
Volvo-Ocean race. Th.
We slapen vannacht in een prachtig oud patriciërs huis in Hobart, op
loopafstand van Salamanca en de haven (www.artacom.com.au)
Een klein hotel annex gallerie. We hebben een heerlijke kamer met donkerbruine
gelakte oude vloer, hierop een tijgerprint-carpet, een spijltjes bed, groot oud
meubilair en een kolossaal schilderij aan de wand van een liggende vrouw in een
sensuele houding. En een eigen ruime badkamer met ligbad! Een totaal andere
omgeving dan onze camper. In de hal, direkt tegenover onze deur, staat een 2
meter groot mens-figuur onder andere gemaakt van kippengaas, waarin lampjes aan
en uit gaan. In het trappenhuis, in de keuken, in de gezamenlijke eetkamer en
hal: overal kunst en van grote afmetingen! Wat ook opvalt zijn de prachtig
geschikte bloemen op een lege tafel in de keuken en evenzo in de hal. Smaakvol
en ruim. Ik vond weken geleden een kleurrijke glanzende folder van dit
onderkomen in de tourist informatie en nam het mee. Zo zie je maar wat een
brochure kan doen: de warme ontvangst en de smaakvol ingerichte ruimtes
verrasten ons. M.
Maandagavond 23 januari 2006
De [mede]eigenaresse van ons hotel is de schepster van het schilderij in onze
slaapkamer [no 5] waar Mineke gisteren over schreef. [Haar naam is Penelope, en
de uitspraak is hier met de klemtoon op de 2e lettergreep] Zij
vertelde dat het schilderij een opdracht was voor een ondergrondse passage
vanaf de straat naar een metrostation in Melbourne leidde. Ze vertelde verder
dat de ‘sensuele’ houding bedoeld was om de vrouw als
‘predator’ [= jager] neer te zetten en niet als verleidster. Er
komen daar in die passage altijd veel mannen langs op weg naar hun werk en ik
wilde iets anders maken dan wat er op de covers van de talloze
‘girlie-magazines’ staat die even verderop in de newsstands liggen.
Dinsdag 24 januari 2006
Sydney. Wereldstad. We hebben een kamer in het Radisson Plaza Hotel in het
hartje van de stad op vijf minuten lopen van de [wereldberoemde?] Sydney
Harbour Bridge en het er tegenover liggende [ wereldberoemde?] Sydney Opera
House. Aan beide wil ik dezer dagen meer tijd besteden. Het is mogelijk om
–onder begeleiding- langs de overspanning van de boogbrug omhoog te
wandelen [134 m boven de waterspiegel!]. Bovenop wordt er dan een foto gemaakt
en loop je –aangelijnd als een echte bergbeklimmer- weer terug. De
verleiding is groot maar ik heb nog niet ‘ja’ gezegd. Een
‘tour’ door het Opera House is minder inspannend en bedreigend!
Tegen het eind van de middag wandelen we weer terug naar het hotel. De kantoren
lopen leeg en de straten vullen zich dan met mannen en vrouwen in
kantoorkledij: pakken met witte overhemden en mantelpakjes. Ik was zeker niet
de enige toerist op straat maar voelde toch iets als
‘landloperigheid’ terwijl ik daar tussen liep met een korte broek
plus sandalen. In tegenstelling tot de verhalen: het was vandaag niet warm [plm
22 graden] en wel bewolkt. In het vliegtuig van Hobart naar Sydney ben ik
begonnen aan een volgend boek over Australië en de Aboriginals:
“Remembering Babylon” van David Malouf. Op de valreep kon ik in
Hobart in een 2e hands [!!] boekwinkel nummer één van mijn leeslijst
bemachtigen: “Voss” van Patrick White. En via de e-mail bereikte
mij al een volgende aanbeveling: “Outback Woman” van Melissa
McCord. Leesvoer genoeg, al zal er hier in Sydney weinig tijd voor zijn.
Woensdag 25 januari 2006
The Sydney Opera House wilde ik persé zien en beleven. Welnu ik ben aan mijn trekken
gekomen. Een ‘guided tour’ met smeuïge verhalen van de gids tijdens
welke wij op een gegeven moment in het ‘schellinkje’ van een van de
concertzalen een kort moment getuige waren van een repetitie van violist Nigel
Kennedy met het orkest. Na afloop van de tour vraagt Mineke aan de kassa of er
nog plaatsen voor de uitvoering van Kennedy zijn en ja hoor, aanstaande vrijdag
gaan we er heen! Hij –Kennedy- zal dan waarschijnlijk wat anders gekleed
zijn als vanochtend: in een korte broek, met sneakers en een poloshirt. Hoe dan
ook: ik kijk er zeer naar uit. Ik zelf wandelde vandaag in een lange broek
gekleed met trui door Sydney: het was wat miezerig weer. En het blijft nog even
wennen: zo’n jachtige stad met taxi’s, stoplichten en ontzettend veel
mensen op de trottoirs. Het equivalent van de Metro [of Spits] kent Sydney ook:
aan het eind van de middag wordt overal de “mX” uitgedeeld. Nieuws
headlines en veel foto’s. Gisteren ging het hoofdartikel over het
‘op tijd rijden’ van de lokale treinen. Vorige week was het gedaald
tot 74,2% op tijd rijden. [Aan het begin van de zomer was dit nog ruim 90%] En
natuurlijk is er het zelfde ‘zwarte-pieten’ als in Nederland.
“Op deze manier krijg je de mensen nooit uit hun auto” meldt de
oppositie. Th.
Ik keek vandaag met verbazing en ontzag naar de vele prachtige oude gebouwen, die vaak vergroot (meestal verhoogd) zijn met stakke, moderne imposante architektuur. De combinatie oud met nieuw, vind ik fascinerend en ik heb nog geen gebouw gezien waarvan ik de op-/aanbouw niet mooi vond. Zo ook het hotel waar we verblijven (Radisson Plaza Hotel). Oorspronkelijk huisvestte dit gebouw de Sydney Morning Herald en de Bank of New South Wales (later Westpac). Het heeft prachtige mooie hoge boogramen, hoge plafonds, brede trappen en een zeer imposante buitengevel èn een toren. Binnen is er een stijlvol, strak design hotel van gemaakt: veel glas, veel roestvrij staal en voor de accoustiek mooie 3 meter hoge houten wanden met strakke gleuven. Ik houd van grote imposante gebouwen en daarvan zijn er hier vele! Eigenlijk zie je niet anders: groot, ruim, hoog en vaak straten met elkaar verbindend. Wie van architektuur houdt kan hier, in Sydney, zijn of haar hart ophalen. M.
Vrijdag 27 januari 2006
Op 26 januari is het “Australia Day”. Omdat in de namiddag van 26
januari 1788 een vloot van elf britse schepen met 1030 opvarenden
–waarvan 548 mannelijke en 188 vrouwelijke convicts- na landing de britse
vlag hesen in de buurt van Port Jackson en aan Australië begonnen. Nu, ruim 2 eeuwen later, is er bij wijze van
eerbetoon, net als bij ons op Koninginnedag, een lintjesregen met –ook
net als bij ons- niveau’s en soorten: de ochtendkrant meldt op de
voorpagina in totaal 662 awards –waarvan 221 aan een vrouw = slechts
33% zegt de krant. Er zijn ongeveer 20 miljoen Australiërs; hadden wij in
Nederland de laatste keer niet ongeveer 5x zoveel lintjes? De voorpagina toont
van de hoogste orde [AC – Australian Companion] vier
‘geridderden’ met foto: een 97-jarige emeritus hoogleraar –Charles
Blackburn- geneeskunde, schrijfster/historica Inga Clendinnen die haar
getransplanteerde lever een fantastisch cadeau verpakt in een Australische vlag
noemt, Generaal Majoor Jim Molan, contra spionnage expert voor de coalitie in
Irak [keus met een politieke lading?] en met verreweg de grootste foto Nicole
Kidman, die wordt aangemerkt als “Australia’s best known
export”. Er zijn honderden evenementen georganiseerd door de hele stad
heen. Kiezen lijkt ondoenlijk, dus we ‘lopen maar wat’ en maken af
en toe een foto. Het is heerlijk weer en zo’n onderdompeling in de
Australische cultuur voelt goed. Th.
Tien jaar geleden werd Jonas Nusselder geboren. Mijn derde kleinkind en derde
kleinzoon. Op het moment dat ik deze woorden type is hij waarschijnlijk net
wakker en bezig met uitpakken van cadeautjes! We zitten 100 km landinwaarts
–dus ten westen- van Sydney. Mount Wilson National Park. [plm 1000 m
boven zeeniveau, dus iets koeler en een heldere lucht] Het is een onderdeel van
de Blue Mountain Range. Het woord ‘blue’ in de naam ontleent de
range aan zijn blauwe kleur die dezelfde fysische verklaring heeft als de
blauwe hemel, berustend op het verstrooiings beginsel van het licht van de zon,
voor het eerst op schrift gesteld door Lord Rayleigh in het midden van de 19e
eeuw. En het is een prachtig gebied, populair bij de inwoners van [bijv]
Sydney. Onze laatste avond in Sydney was bijzonder. We waren in de grote
concertzaal van het Opera House en genoten van de viool-virtuoos Nigel Kennedy
die Vivaldi speelde. Nigel Kennedy speelt elke noot uit zijn hoofd en heeft
daarnaast ook een zekere bekendheid vanwege de expressieve manier van dirigeren
en van zijn ‘clowneske’ optreden in het algemeen. Hij was inderdaad
anders gekleed dan tijdens de repetitie afgelopen Vrijdag en ook anders dan je
zou verwachten. Weliswaar –net als het orkest- in het zwart maar met hoge
soldatenkistjes onder te nauwe en te korte broekspijpen, een rare lap om zijn
middel en een colbertje met redelijk korte mouwen. Ach, het doet er ook niet
toe, een geweldige beleving met nog 2000 anderen in die fantastische zaal.
Daarnaast vermeld ik nog dat het programma het begin om 20.00 uur aankondigde
en het eind om 22.00 uur. Om zeven over acht was er nog geen muzikant op het
podium te zien en klonk er een langzaam handklappen uit een deel van de zaal.
Ik legde dat uit als “komt er nog wat van?” en vroeg mij af of dit
ook zou kunnen gebeuren in het Concertgebouw in Amsterdam. Enkele minuten later
was Kennedy met zijn voorstelling onderweg. Het programma eindige, mede vanwege
zijn clownerieën, om kwart over elf. Ik ben, voor wat betreft het Sydney Opera
House super-volledig aan mijn trekken gekomen. Per trein hebben we de volgende
morgen om negen uur Sydney verlaten op weg naar onze nieuwe kampeerbus. Een
gewone dubbeldeks trein die, qua ‘gepoetstheid’ en op tijd rijden
de vergelijking met elke nederlands dubbeldekker met glans kon doorstaan. Wat
mij opviel was dat er op de bovendekken een ringleiding voor slechthorenden is
geïnstalleerd zoals ik die in Nederland alleen nog maar in kerken en
schouwburgen ken.
Woensdagavond 1 februari 2006
Gisteren was een ‘kanteldag’. 30 januari was de 47e dag
van een reis van 95 dagen, dus resteerden er nog 48. 31 januari is de 48e
dag en resteren er dus nog MAAR 47! Een soort ‘woensdagfunctie’ van
een werkweek. Vandaag zijn we weer terug gegaan naar de kust ten zuiden van
Sydney. We reden een toeristische route door de Kangaroo-valley. Iedereen die
in de buurt van Sydney rondrijdt zou eigenlijk deze route moeten rijden.
Prachtig groen en dat was een afwisseling tov van de vorige dagen nadat we de
Blue Mountain Range achter ons lieten. Wat mij het meeste opvalt is dat er op
zo’n 150 km ten westen van de miljoenenstad Sydney [4 miljoen inwoners]
zulke prachtige rustige State Parks zijn waar je kunt rondwandelen en
overnachten. Toegegeven: er zijn weinig meer faciliteiten dat een
toilet-gebouwtje [met voldoende toiletpapier overigens] maar een verademing is
het. Op een van die parken aan de Abercombie-river kwam Mineke in gesprek met
een echtpaar wat daar aan het zwemmen was met een 6-jarige dochter. Ze woonden
‘even verderop’ en hun dochter Tes zou de dag erop voor het eerst
naar school gaan. De school staat 20 km van hun huis en heeft 18 leerlingen en
2 leerkrachten, vertelde de moeder, Deb[bie]. Hun huis –een farm- zagen
we liggen de volgende dag. Op een prachtige plek met een adembenemend uitzicht.
En het volgende huis, hun buren dus, staat kilometers verder. Een keer per week
gaan ze inkopen doen in Goulbourn -60 km verder- en voor de rest zijn ze op
zichzelf aangewezen. En dat dochtertje ook. Het echtpaar vertelde er bewust
voor gekozen te hebben. Wat mij betreft dien je voor zo’n leven toch een
andere instelling te hebben dan de yup in een snel pak met een snelle baan in
een of ander kantoor op de zoveelste verdieping van een kantoorflat in Sydney.
Australië is, denk ik, wel begonnen met mensen met die instelling van dat
echtpaar ergens buiten. Ja, en wij rijden steeds een stukje verder. Af en toe
heb ik moeite om de uitgestrektheid van heel Australië te ‘vatten’.
Op de momenten dat ik ‘navigeer’ kijk ik ook wel eens op de kaart
van heel Australië en word ik mij bewust van dat ik maar in een heel klein
stukje van dit onmetelijke land rondrijd en geniet van mooie uitzichten,
landschappen etc. En steeds weer denk ik dat de settlers die zo’n 150+
jaar geleden in Australië ‘begonnen’ dit land zo gemaakt hebben.
Vooral het gebied waar we de laatste dagen door heen gingen –wat bekend
staat als het Meringowol gebied- is vroeger als ‘bos’ aangetroffen
en vervolgens ontgonnen. Dat was geen eenvoudig bestaan. Het boek wat ik
momenteel lees –Remembering Babylon, van David Malouf- beschrijft dat
leven in detail, en de contacten met de Aboriginals die in zo’n gebied
woonden. Er doorheenrijdend dwalen mijn gedachten ook vaak af naar die tijd en
vergeet ik even te bedenken waar ik het volgende internet-cafe zal aantreffen
om deze tekst op de website te zetten.
Vrijdag 3 februari 2006
We staan op het punt om weer landinwaarts te trekken richting Canberra. Het
weer is wat opgeknapt –gisteren was het bewolkt en regenachtig- en we
genieten nog wat van de kust, het mooie strand en de golven van de Tasman Zee.
We verblijven op een commerciële campground –Merry Beach- aan de rand van
het Murramarang National Park. Haren wassen, kleren en beddegoed wassen,
allemaal van die dingen die op eenvoudige kampeerfaciliteiten in Nationale
Parken minder goed mogelijk zijn. Vanmiddag bij het ‘inchecken’
krijg ik een folder in mijn handen gedrukt die over heel wat anders gaat dan de
inrichting van de camping etc. Het is een protest-A4tje tegen het voornemen van
de regering om aan de kust een zgn ‘marinepark’ te vestigen. Een
marinepark betekent o.m. bescherming van wat er in het water leeft en dat er
dus niet meer aan de kust –in het park- gevist mag worden. Volgens de
protestanten ‘koopt’ de huidige Labour-regering van New South Wales
de medewerking van de Groenen om de huidige coalitie in stand te houden. “The Government is buying
votes at the expense of your freedom to fish (even if you catch and
release)”. Natuurlijk zeggen de anderen dat het geld beter besteed
kan worden aan scholen, ziekenhuizen en wegen. De protestbrief eindigt met:
“Leun niet achterover tot je volgende vakantie om er dan achter te komen
dat je hier niet meer mag vissen!”
Politiek niks nieuws onder de zon dus, ook aan deze zijde van de wereld.
Vanavond bij het eten kregen we bezoek van een ‘kudde’ [noem je dat
zo?] kangaroe’s. Ze grazen en scharrelen vrijelijk tussen de tenten en
caravans door. Een enkele laat zich zelfs aaien door toekijkende kinderen. En,
ja hoor, het klopt: jonge kangaroetjes zitten in de buidel bij mama en grazen
vrolijk mee. [zie foto’s]
Vanmiddag las ik Remembering Babylon uit. Ik kom er nog op terug.
Zaterdag 4 februari 2006
We zijn nog maar een dagje gebleven. Het weer knapte op, we konden verhuizen
naar een minstens even mooie plek [strand op 10 meter afstand!] en je hoeft
toch niet altijd onderweg te zijn. Tegen het eind van de ochtend is er ook een
weekend-krant [The Weekend Australian] en voor wat betreft het
‘terugkomen op David Malouf’s boek’ wordt ik op mijn wenken
bediend: een goed deel van de Weekend Inquirer katern wordt besteed aan
“Who wants to be an Aborigine?”. Ik ben niet in staat om na het
lezen van de diverse artikelen in het kort uit de doeken te doen waar het
allemaal om draait. Duidelijk is dat de materie complex is. Het gaat over
mensen en gevoelens en over twee drastisch uiteenlopende culturen. De
juridische benadering is het makkelijkst te volgen: “Wanneer heb je wat
te vertellen over het land waar je woont ook al beslaat het stuk wat je in
gebruik hebt maar een deel van het totale continent?” en “Zijn er
internationale regels en criteria?”. Voor wat betreft het laatste: die
zijn gemaakt o.m. naar aanleiding van de ‘in gebruikneming van de
westelijke Sahara ergens halverwege de 19e eeuw door Spanje. [De
Sahara werd als ‘territorium nullius’ –leeg land- verklaard
en dan geldt een beetje wie het eerst komt enz…..] Het probleem is echter
dat 100 jaar daarvoor al Britten in Australië aan land gingen [zie mijn dagboek
van 27 januari jl] en wat voor regels golden er toen? “Het recht van de
sterkste” wordt nu wel gesuggereerd maar internationaal en
volkenrechtelijk kom je daar niet mee weg. Er is nu een uitspraak –in
1992- van het Australische Hooggerechtshof [De zgn Mabo-decision genoemd naar
Eddy Kolki Mabo, een aboriginal die lector aan de Universiteit van Adelaide
was] waar o.m. in staat dat het
‘leeg land’-begrip niet van toepassing is. Maar wat dan wel?,
vraagt men zich af en “How the High Court fell for a legal fiction”
kopt een artikel in het katern. Territorium Nullius bestaat eenvoudig niet en
is uitgevonden om internationale acties –zoals die van Spanje- te
legaliseren. Het compensatie-spook ligt op de loer. Een geheel andere
benadering is de opvatting: “In Australië zijn twee werelden met culturen
waar mensen in leven: de traditionele –aboriginal- manier en de
Australische burger manier. En de zoektocht is die naar dezelfde ‘graal’:
behoud van traditonele cultuur, introduceren van economische activiteit en
verbetering van levensomstandigheden zonder dat daarbij de byzondere band van
de Aboriginals met hun land en de natuur verstoord wordt. De problemen rond dat
laatste worden vooral indringend door Malouf beschreven. Zo’n
benadering/beleid kost geld en zodra er geld op tafel komt ligt er de vraag
naast: “wie is een originele Aboriginal?”. En om in een
volkstelling als zodanig opgenomen te worden is beduidend minder nodig dan om
voor financieel steun in aanmerking te komen. In ieder geval: tussen 1991 en
1996 nam het aantal indigenous australians toe met 33% [van 265000 naar
353000]. In de volkstelling van 2001 verklaarden 410000 mensen
‘indigenous’ te zijn. Iets héél anders: in de Travel-katern wordt
de ‘Victory at Le Hamel’ -100 km noord van Parijs- gedurende de
eerste wereldoorlog –Juli 1918- herdacht. Australische troepen hebben
daar –ondanks verliezen- een doorslaggevende rol gespeeld. Een
verslaggeefster van de krant, Rebecca Weisser, is teruggegaan naar het slagveld
en doet haar verhaal. In het nabijgelegen dorp Villers-Bretonneux komt ze nog
een straatnaambordje tegen: “Roo de Kanga 1918-1998”. ‘We do
not Forget Australia’ staat eronder [geen typefouten]. En vandaag –een heerlijk zonnige dag aan
het strand- kwam ook weer de roedel [noem je dat misschien zo?] kangaroes langs
om wat lekker groen gras te eten. Ons menu was verse garnalen van de visboer
die om 5 uur op de camping langskwam. Of het nou perziken of garnalen zijn:
Mineke koopt graag bij de lokale middenstand!
Zondag 5 februari 2006
Canberra. Vroeg in de middag rijden we de stad binnen en komen op een
caravan-park in een buitenwijk terecht. Met openbaar vervoer naar het centrum
voor een eerste indruk. Ik heb er 1½ uur rondgelopen en niet een keer de
neiging gehad om iets te fotograferen. Canberra is in 1908
‘ontworpen’ door een Amerikaanse architect, niks organisch gegroeid
dus. De locatie, halverwege Melbourne en Sydney was een politieke keus. Vanuit
de stadsbus ziet het er allemaal indrukwekkend uit. Woorden die opkomen:
ordelijk, ruim en overdadig. Dan zie ik op een plein een etablissement waar
“poffertjes” volgens origineel hollands recept worden aangeboden.
Heel gewoon. Th.
Goed, het was zondagmiddag, een dag waarop de meeste steden niet erg levendig
aandoen, maar ik had vanmiddag in die anderhalf uur het gevoel alsof ik op een
groot ziekenhuisterrein rondliep…… het stukje Canberra wat ik
vanmiddag zag deed mij denken aan het akademisch medisch centrum in Groningen,
saaie gebouwen met hier en daar een bouwput…. Het kan niet anders of het
wordt morgen beter! M.
Dinsdag 7 februari 2006
Canberra barst van de musea, galerieën en andere gebouwen waar exposities zijn
te bezichtigen. Ik heb de door koningin Victoria getekende verklaring gezien
waarin staat dat Australië ‘alleen’ verder mag. Ik heb het
‘cricket-bat’ en jasje van Don Bradman [de Australische Johan Cruyf
van het cricket] gezien. Ik heb de zelfgemaakte helm van Ned Kelly [zie mijn
tekst van maandag 16 januari 2006] gezien. De helm waarvan hij dacht hij het in
zijn laatste confrontatie met de politie langer zou kunnen volhouden. Ik heb de
eerste ontwerpschetsen van de ‘Holden’ gezien. Holden is een
Australisch automerk [verbonden met General Motors] en voor mij betekent
‘Holden’ vooral een herinnering aan mijn jaren als Shell-employee
in Nigeria: de eerste dienstauto waar ik daar in reed was een Holden-pickup. Ik
heb verhalen gelezen van kinderen van de ‘Stolen Generation’. De
betreft een grote groep aboriginal kinderen die indertijd met geweld bij hun
families werden weggehaald als onderdeel van een integratie-beleid. [Het in
1997 verschenen rapport “Bringing them home” veroordeelt dit
beleid, maar de huidige regering vindt niet dat zij verantwoordelijk is en dus
is compensatie niet aan de orde…] Ik heb het [enig overgebleven]
originele uniform van een brits convict gezien. En daar tuusendoor lopend van
het ene gebouw naar het andere. Alles in prachtig weer. Alle gebouwen air-conditioned. Veel ruimte. Gemanicuurde
grasvelden rondom de parlementsgebouwen. Wat ik niet zag waren ‘gelede
stadsbussen’ [bussen met een harmonica] en ‘blauw op straat’.
Toen we ’s avonds bij de bushalte wachtten op bus 34 naar de camping kwam
er wel een manspersoon langs die om geld vroeg. Voor de rest: zie foto’s.
Canberra: een voor mij ingewikkelde stad: nu na twee en een halve dag strollen door de city weet ik nog niet wat ik ervan moet vinden…Het centrum, Civic, vind ik ongezellig en rommelig. Een stelletje grote gebouwen rondom rommelige pleinen. Tot op heden weinig wat ik aantrekkelijk vind. Waarschijnlijk moet je meer in en onder de gebouwen gaan kijken: een mall, een grote supermarkt etc. maar zo op het oog heb ìk er nog niets mee… Het lijkt allemaal op elkaar en het beton-gehalte is hoog.Dit in tegenstelling tot het gebied waar we zowel gisteren als vandaag liepen: rondom het oude en nieuwe parlementsgebouw, de bibliotheek, de rechtbank etc. Groots, brede wegen, indrukwekkende fonteinen, een mooi meer, grote afstanden, zeer groene grasvelden (irrigatie van onderaf – Theo liep hierdoor enige tijd met een natte broek..) en lege “pleinen”, waaraan het museumplein in Amsterdam een voorbeeld zou kunnen nemen.Vandaag nam ik de bus naar een wijk, die zelfs op mijn kaartje, gescoord bij de tourist-info bij binnenkomst van deze stad, niet stond. Mijn doel stond wel op een ander kaartje, ook meegenomen van de “i”: een galerie met aboriginal kunst. In Sydney ben ik bijna gezwicht voor een groot geschilderd doek: aboriginal stijl, maar mijn moeite met het doen van keuzes speelde mij weer eens (negatieve) parten. Ik heb de twee opties op een foto, maar ja, Sydney zijn we al een tijdje uit. Ik wist niets en nu weinig van aboriginal kunst, maar de drive om iets moois mee te nemen spoort mij aan meerdere werken te bekijken. En ook deze kunst moet je leren.Tijdens de busreis, die bijna 1 uur in beslag nam, zag ik diverse woonwijken, mijlen ver uit het centrum, met elk hun eigen hart met een aantrekkelijker uitstraling dan het “echte” centrum in “de city”. Ik zou willen weten hoe groot de oppervlakte van Canberra is, het moet wel groot zijn, gezien de afstanden, die ik vanmiddag met het openbaar vervoer aflegde.
Overigens heb ik nog niets aangeschaft maar wel weer mijn kennis vergroot: de busreis was spannend en zeker niet voor niets! M..
Dinsdagavond 7 februari 2006
Een van de dingen waar Mineke zich regelmatig aan stoort zijn mijn
‘rechtse’ [zij het gematigde] opvattingen over asielbeleid en
intergratiebeleid vooral wanneer duidelijk verschillende culturen een rol
spelen. En ook hier in Australië komt het voor dat ik in gesprek raak met
inwoners van westerse signatuur o.m. over Aboriginals. En dan vallen er
opmerkingen die als ‘rechts’ zijn aan te merken. In de National
Galery of Australia hangt een, naar mijn mening, provocerend doek:
“Austracism” wat voor zichzelf spreekt. [zie foto’s] Ik blijf
mij over Canberra verbazen. Ik las ergens dat het nieuwe parlementsgebouw 1100
miljoen Australische dollars heeft gekost [= € 700 miljoen] Tegen Mineke
zei ik vanmorgen in de stadsbus: Ïk vraag mij af hoe bijna 20 miljoen
Australiërs in een land qua oppervlak zo groot als geheel Europa zich een stad
als Canberra kunnen permitteren. We maakten ook nog een wandeling door de
ambassade-wijk van Canberra. De Nederlandse ambassade is niet opvallend, maar
wel gebouwd van nederlands gemeenschapsgeld. [Mijn belastingcenten] Voor de
Chinese Ambassade –van ver af duidelijk herkenbaar- staat een groep
mensen met spandoeken te protesteren tegen vervolging en marteling door de
Chinese regering van Falun Gong ‘practitioners’ [http://www.falundafa.org] Mineke krijgt een
folder in haar handen gestopt. Een Falun Gong volgeling van westerse afkomst
legt mij uit dat ze hier blijven met de spandoeken tot de Chinese regering
stopt met de vervolging. “We bereiken op deze plek veel toeristen”,
zei hij. Er is in Canberra ook een ‘Practice Site’. In de weekenden
kun je daar aan oefeningen deelnemen van 1400 tot 1600 uur. Th.
Vrijdagavond 10 Februari 2006
Voor diegenen die een nauwkeurige kaart van Australië ter beschikking hebben:
We zijn neergestreken op de Three Mile Dam rest area ergens in het Kosciuszko
National Park. Hemelsbreed op ongeveer 150 km ZW van Canberra maar we hebben
voor een ‘omweg’ gekozen door de Snowy Mountain Range. Er staan nog
drie kampeerders in de buurt, desondanks: absolute stilte op vogelgeluiden na.
Hier aangekomen merk je pas dat een stad als Canberra ‘druk’ is. We
hebben al een dag doorgebracht in Tumut [rustig dorp –met zelfs een
internet-toegang in een 2e hands boekwinkel- aan de noordrand van
het park] maar zijn we weer helemaal in de natuur. Ooit was dit een gebied waar
goudzoekers actief waren. We maakten al een wandeling langs de Goldseekers
Trail en kwamen een roestige auto tegen [zie foto]. Ik ben weer aan een vers
boek begonnen: “Voss” van Patrick White. [In de Lonely Planet Gids
over Australië wordt dit boek als een ‘must’ aangemerkt.] In het
toeristeninfo centrum in Tumut ontdekte Mineke een brochure over Benalla [een
dorp ongeveer 190 km NO van Melbourne]. Dat is de plaats waar Ned Kelly leefde.
In de brochure spreekt men van “Ned Kelly historici” en ik moet
gaan oppassen: straks ben ik een Ned Kelly fan, of ‘fanatic’. Wie weet kunnen we een bezoek aan dit dorp
nog in onze route opnemen, want het is enkele honderden kilometers
‘omrijden’.
Zondagavond 12 februari 2006
We zijn het Kosciuszko Nationale Park uit. We laten de Mount Kosciuszko
–hoogste berg in Australië, 2229 m- achter ons en besluiten om weer
richting kust te rijden. Op de weg ‘uit’ komen we door Thredbo,
alwaar we een ‘latte’ drinken. ‘Latte’ is gewoon koffie
met opgeklopte melk in een glas. En Thredbo is ‘eigenlijk’ een
wintersportplaats. Kabelbaantjes in bedrijf voor een enkele wandeltoerist, ski- en
snowboardverhuur dicht en de huizen tegen de helling geplakt. We leggen
uiteindelijk aan in Nimmitabel. Het dorp kondigt zichzelf aan als
‘historic village’. Er staat inderdaad een historische molen
[zonder wieken] en ik krijg een gevoel van dat je hier al gauw voor ‘historic
village’ in aanmerking komt. Maar de titel zal wel niet beschermd zijn.
Het dorp ligt nog wel ‘hoog’ [plm 1100 meter boven zeenivo], min of
meer op de kam van de Great Dividing Range. Vandaag reden we ook door een
gebied waar in 2002 hevige bosbranden gewoed hebben. Aan de ene kant maakt het
een uiterst trieste indruk: uitgestrekte hellingen met alleen maar dode
–nog wel omhoogstaande- bomen. De andere –enigszins
geruststellende- indruk is die van het zelf-herstellend vermogen van de natuur:
er groeit weer groen tussen! De geografische hoogte waarop we de laatste dagen
doorbrachten heeft nog een ander voordeel: er is altijd een windje, er is
altijd zon en ’s avonds blijft het niet plakkerig maar koelt het af en
slapen we onder een dekbed.
Maandag 13 februari 2006
Naar de kust dus. Afzakken tot op zeeniveau en dat merk je direct aan de
temperatuur. Het wordt warmer. We stoppen in Bega en doen boodschappen. In de
plaatselijke bibliotheek is internet acces voorhanden maar het systeem is
voorzien van een soort ‘fire-wall’ zodat ik de website niet kan
bijwerken. Ergens verderop in het dorp is een computershop waar in de winkel
ook een ‘broadband’ internet verbinding beschikbaar is en dan is de
klus van opladen snel geklaard. Kosten AUD 2. We komen in Tathra bij de kust en
weten meteen weer dat het nog zomer is, ondanks dat de ‘scholen weer
begonnen zijn’ en dat deze kust populair is. Het is er vol. Het voelt
bijna als vluchten als we wat verder afzakken naar het eerstvolgende Nationale
Park: Bournda National Park. En daarbinnen is aan de rand van het Wallagoot
Lake een campsite. Een mooie open ruimte in het bos. Hier en daar nog een
enkele kampeerder/kampeerbus/caravan en
verder alleen maar vogeltjes en ander ‘wildlife’. Zijn we nou zo
verwend geraakt dat we alleen nog maar deze stilte en rust kunnen waarderen? Ik
weet het niet maar ik stel vast dat er in dit immense Australië véél ruimte is
en dat men die ruimte ook ‘beschikbaar’ maakt. Th.
Vandaag hoorde ik dat de moeder van mijn 2e buurvrouw en vriendin is
overleden. Op zo’n moment zijn mijn gedachten weer thuis en zou ik willen
dat ik daar even was, voor haar en ook voor mijzelf. Ik ben echter hier, aan de
andere kant van de wereld en dat besef je pas goed op zo’n moment. Het
lijkt zo gewoon om hier te zijn, rondtrekkend in de zomer. De wereld is klein
maar thuis is ver. M.
Dinsdagmiddag 14 februari 2006
We hebben Valentijnsdag besteed aan ‘gassen’ op de Princess Highway
(A1) vanaf het Bournda National Park naar Lakes Entrance. 281 kilometer
zuidwaarts. Met een koffiestop in Cann River waar we even aan de praat raken
met een russisch echtpaar wat al sinds 1973 [de tijd van Breznev] in Sydney
woont. Ze voelen zich Australisch, zijn hun russisch paspoort kwijt en
‘als Rusland in oorlog komt met Australië dan vecht ik voor Australië’.
Verder een prachtige weg, prachtig weer. Meer is er niet over te melden. Ons
‘daggemiddelde’ op het vasteland is vandaag gestegen van 102 naar
112 kilometer!
Donderdagavond 16 februari 2006
We staan voor de poorten van Melbourne en hebben een plek op een camping in
Dandenong, een voorstad op zo’n 30 km zuidoost van het centrum. Morgen
met het openbaar vervoer even de stad –en de drukte met mensen en
stoplichten- in. Na het kilometervreten op dinsdag hadden we woensdag een
rustige dag aan zee. Over een afstand van 25 km strand zijn 14 kampeerplekken
ingericht –verder niks: geen huizen, geen stopcontacten, geen dekking
voor de mobiele telefoon, alleen compost-toiletten- en op één daarvan –C
10- hebben we een dag en een nacht
doorgebracht. Vandaag weer
kilometervreten [plm 280] over o.m. de
South Gippsland Highway. Stel je bij het woord ‘highway’ niet al te
veel voor: meestal een gewone twee-baansweg met af en toe inhaalstroken. De
grote stukken zonder ‘afwisseling’ echter hebben geleid tot een
aantal waarschuwingen langs de weg. Inhoud: “drowsy drivers die”
[mijn vertaling: “slaperige stuurders sterven”], “een microslaap kan je leven
kosten” en dergelijke. Een woord heb ik hierdoor aan mijn kennis van het
engels kunnen toevoegen: “powernap”. [Een dutje om weer frisse
krachten op te doen, is mijn vertaling] Regelmatig wordt de gebruiker
aangemoedigd om een “powernap”te nemen. Er zijn zelfs
“powernap-areas”. Dezelfde inrichting als rest-areas. Australische
kranten kopten vandaag met de doodstraf uitgeproken tegen twee Australiers
–onderdeel van de ‘Bali-negen’- en de reactie van John
Howard, de premier. Hij probeerde in een zin medeleven te betuigen met de
families van de veroordeelden en de aanstormende jeugd van Australië te
waarschuwen niet zulke stomme risico’s te nemen. Th.
Naast ons hoor ik “dubbel dutch”, zo noemen ze het zelf…..In
1 caravan naast ons en 2 van hetzelfde merk tegenover ons reizen voormalige
Nederlandse echtparen. Ze komen elkaar hier tegen, allemaal op weg naar een
“Holland-festival. “Vroeger
was dat ook in Sydney en we loved it….. nu moeten we ervoor reizen, maar
we doen het graag”! Een Holland festival blijkt een bijeenkomst te zijn
van voormalige Nederlanders, met standjes paling, haring en een carnaval
stemming. Onze overburen kwamen ons welkom heten in Australië… zij wonen
er al 49 jaar. Ik hoor als ik goed
luister “dubbel dutch”: een mengsel van Australisch engels met
Nederlands met een (bijna Gronings) aksent. Morgen gaan we naar Melbourne en ik
verheug me op weer 3 galerieën met Aboriginal kunst: wie weet kom ik nu iets
tegen wat ik aanschaf. M.
Op één dag ‘Melbourne doen’ moet je eigenlijk niet doen. Een stad
met veel meer ‘ziel’ dan –bijvoorbeeld- Canberra, dat wél.
Uit de veelheid van bezienswaardigheden kiezen. Dat kan bijna niet. Mineke en
ik kiezen samen voor de –gratis!!- Circle Tram. Een oud tramstel wat een
rondje rijdt door het hart van Melbourne met uitleg en mogelijkheid om af te
stappen en met de volgende tram weer verder te gaan. Daarna gaan we ieder
‘ons weegs’. Mineke achter Aboriginal kunst aan en ik met het
openbaar vervoer dwars door de stad naar de verhuurder van onze Tasmanie camper
om een ‘appeltje te schillen’. [Dat dwars door de stad betekent
zoiets als van Buitenveldert naar Purmerend] Met het openbaar vervoer.
Heerlijk. Je ziet van alles en iedereen en delen van de stad waar de stadstour
niet komt. Om vier uur trekken we weer samen op maar ja, waarheen? Het wordt de
Victoria Market –een soort overdekte Albert Cuyp maar dan 10x zo groot-,
de Australian Art Gallery en een maaltijd op de stoep voor ‘Box on
Collins’ in Collinsstreet. Toch, achteraf, wel weer leuk om eens in een
echte stad rond te lopen. Vanochtend worden we wakker met André Hazes. De buren
op de camping zijn behalve ‘gek’ van André Hazes [en laten dat via
hun geluidsinstallatie horen], 48 jaar geleden uit den Haag naar Australië
geëmigreerd. Recentelijk gepensioneerd zijn ze nu aan een tour van 7 maanden
rond Australië met een caravan achter hun formidabele ‘PC Hooft-tractor’
begonnen. Hij vertelt mij sinds drie dagen niet meer te roken en verwacht dat
de hele reis vol te houden. Een bijzondere man met een uitmonstering van gouden
armbanden, ringen en kettingen. Hij heeft aan zijn tenen op drie plaatsen gouden
ringen. Wij gaan niet naar het Holland Festival maar op weg naar de Great Ocean
Road. Iedere Australiër die wij spraken suggereerde dat wij toch minstens deze
weg dienden te ervaren. Daarvoor gaan we ‘onder’ Melbourne door van
Oost naar West en laten het a.h.w. ‘rechts liggen’. We komen langs
Geelong en dat brengt weer een stukje uit mijn verleden terug. In het begin van
mijn Shell tijd bestond de mogelijkheid uitgezonden te worden naar de Shell
Raffinaderij aldaar. Ik ben er nooit terecht gekomen maar, er voorbij rijdend,
komt het verleden weer even boven. Het doet mij goed er weer aan terug te
denken. Onder Melbourne door betekent een oversteek met de veerboot van
Sorrento naar Queenscliff. De baai waaraan Melbourne ligt –de Port Philip
Bay- wordt omsloten door twee landtongen, als de scharen van een krab, en aan
de punten kun je overvaren. We stoppen in Anglesea aan het begin van de Great
Ocean Road en gaan de komende dagen zien en beleven wat er van al die verhalen
waar is, of dat wij de subjectiviteit ons kunnen voorstellen. We hebben 125
kilometer gereden vandaag en het was één groot genoegen. Prachtig weer,
afwisselend landschap en niet druk op de weg: het levert de indruk van veel
rust en ruimte op. Th.
Maandagavond 20 februari 2006
We staan op een kleine camping vlak bij Apollo Bay. Ergens langs de Great Ocean
Road. Een plek vlak aan zee en we hebben derhalve de branding als
‘behang’ en achtergrondgeruis. Vandaag, maandag, is tot wasdag
verklaard en we nemen het er van. Een strandwandeling –het is een onderdeel
van de Great Ocean Walk- naar het dorp [een dik half uur] nadat de was aan de
lijn hangt voor koffie, boodschappen en een heel gezonde
‘tofu-burger’ aan de boulevard. In de maandagkrant staat een kort
verslag van de ‘open dag’ die in het ‘red light
district’ in Amsterdam is gehouden. Een nuchter verhaal met een licht
‘die-hollanders-toch toontje’. En –in de business section-
een artikel over een Australische Investeringsmaatschappij die de
–feitelijk failliete- Eurotunnel [tussen Frankrijk en Engeland] wil
kopen. Maar daar zal Chirac wel een stokje voor steken, verwacht men. Een
hoofdartikel maakt melding van een verkeersongeluk –inclusief
foto’s van de slachofffers- in de buurt van Adelaide waarbij zeven
teenagers om het leven komen. Ik begrijp dat in de Nederlandse Telegraaf er ook
melding van is gemaakt. In een Telstra-telefooncel langs de boulevard zag ik
een aanplakbiljet –wat er duidelijk niet door de telefoonmaatschappij was
geplakt- met een advies om SOA-vrij te blijven. [Zie vooral de foto die meer
zegt dan ik kan] Op de camping
vertrokken vanochtend onze buren. Bruce Holland heet hij en ik raakte met hem
aan de praat vanwege het kampeerbusje [!!!] met toebehoren waar hij mee
rondrijdt. [zie foto] De volgende buurman op dezelfde plek, ditmaal een échte
Hollander heeft weer een ander ‘speeltje’. Hij reist met zijn gezin
enkele maanden rond in Australië –ter voorbereidng van een emigratie naar
hier- en heeft een apparaatje in zijn laptop waarmee hij overal ‘access
to internet’ heeft. Zo zit hij dus naast zijn vouwvaravan fotootjes van
zijn beide kinderen –Marijke en Toon- op het net te zetten zodat de beide
grootmoeders in Holland kunnen meeleven. Eigenlijk vind ik dit soort
ontmoetingen het aantrekkelijke van het reizen wat ik doe. Nou is Bruce Holland
een ‘prater’ dus ik kom er al gauw achter dat hij een fabriek heeft
die beton-elementen voor de bouw maakt. Dat is specialistisch werk, vergeleken
met bijvoorbeeld het maken van stoeptegels. Bruce is bezig de zaak aan zijn
schoonzoon over te dragen ‘maar dat gaat hem niet makkelijk af’,
zei zijn vrouw. Als ik zie hoe hij zijn ‘speelgoedje’ behandelt kan
ik mij bij die opmerking veel voorstellen. Het is weer een heerlijke dag. De
strandwandeling terug, tegen de wind in, levert natte sokken en schoenen op.
Wie loopt er dan ook met schoenen aan op het strand, zou je zeggen. Ik dus,
want ik moet ook nog langs de boulevard en de sandalen, waar ik al jaren dit
soort tochten mee rondloopt, lopen zelf op hun einde. Ik hoop er Cairns mee te
halen –ik hecht aan dingen die mij dierbaar zijn- zonder dat Mineke zich
er al te veel aan gaat ergeren
.
Het is maandag 20 februari en we tellen de laatste weken… Nog precies 20 dagen: dan willen we in Adelaide zijn, vanwaar we op 14 maart naar Cairns zullen vliegen.
Voor het eerst moeten we serieus keuzes maken: willen we echt nog helemaal naar Broken Hill (wat betekent dat er nog minstens 1600 km. afgelegd moet worden) of blijven we “aankeutelen” en maken we een kleiner rondje Noordwaarts?
Zullen we op een tocht naar Broken Hill iets proeven van de outback?
Regelmatig filosofeer ik over “het onderste uit de kan willen halen” en wat “het onderste” dan wel niet is. Theo en ik denken daar vaak verschillend over: ik zoek graag de “beste” plek op een kampeerplaats, Theo is snel(ler) tevreden of (negatief uitgedrukt) vindt het gauw goed… Ik zou dan willen dat ik eerder tevreden ben.. Maar “het onderste uit de kan” is voor mij misschien nu wel lekker rustig aan, nog wat van die heerlijke stranden en een lus(je) ten noorden van Adelaide. Voor het eerst lijkt Theo nù meer te willen dan ik….. zijn voorkeur is Broken Hill. Gezien de tijd is er geen ruimte voor beide opties: er zal gepland moeten worden! M.
Woensdagavond 22 februari 2006
Vanochtend besluiten we om in ieder geval richting Broken Hill te rijden en te
ondervinden hoe lang het ‘leuk’ blijft. Dat wil zeggen: geen
woestijncondities etc. We maken de Great Ocean Road af en
draaien bij Warrmambool van de kust weg en rijden noordwaarts. Toch wel
indrukwekkend die Great Ocean Road: de kustlijn
-van kalkzandstenen rotsen- is in die miljoenen jaren dat Australië daar
ligt gevormd en hervormd. Grillige rotspartijen die hedendaagse namen krijgen,
wellicht ten behoeve van het toeristisch karakter. [De twaalf apostelen, The Arch, The London
Bridge e.d.] Maar toch: ik kijk er naar en zie die machtige branding. Ik
zie de aardlagen, blootgelegd omdat de zee miljoenen jaren terug veel hoger
stond en toen ook zijn eroderende werk deed. In mijn leven is er niet veel
veranderd en zal er niet veel duidelijk zichtbaars aan dit patroon veranderen.
En in zo’n tijdsperspectief stellen mijn 75 jaren niet veel voor.
Gelukkig zijn er nog andere toeschouwers die mij in een ander tijdsperspectief
bekijken, al was ik het maar zelf! In Warrmambool zoek ik een plek om de
foto’s op de website te zetten. In een computershop staan in een hoek
twee computers en ik ga aan de gang. Raak tegelijkertijd aan de praat met de
eigenaar/winkelier die 2 jaar als jongen in Wanneperveen gewoond heeft. Omdat zijn
vader in Australië acting consul generaal de Nederlanden was en hij
‘thuis’ geboren is, is hij op ‘nederlandse bodem’
geboren en zou in aanmerking komen voor een nederlands paspoort. Maar er zijn
uitzonderingen o.i.d. en hij heeft het niet. En er evenmin de pest over in. Het
wordt een gesprek in het nederlands/engels over van alles. De Australiers in
Irak, de Nederlanders in WOII in Indonesië en de Spanjaarden die ook niet
altijd even lief omgingen met volkeren waar zij de ‘macht’ over
dachten te hebben. Boeiend. In Warrnambool lopen we nog even de Warrnambool Art
Gallery binnen en bekijken Europeese salonschilderijen, hedendaagse
Australische kunst etc. Heerlijk zo’n punt van rust. Dan weer verder
noordwaarts. Over Penhurst, Dunikeld en dan dwars door The Grampians National
Park. Vlak land, veel koeien en –uiteraard- een stop bij een kaasfabriek
waar we lekkere inheemse kaas kopen. De laatste 30-40 kilometer door The
Grampians zijn deprimerend vanwege een enorme bosbrand die hier enkele weken
geleden woedde. Verkoolde bossen links en rechts en de eerste resultaten van de
opruimactiviteiten zijn al zichtbaar. Vele mogelijke campgrounds in het park
zijn onbruikbaar en afgesloten. Op de camping in Hell’s Gap –direct
aan de noordgrens van het National Park- krijgen we een plek. Er ligt een
folder bij de incheckbalie “On the road to recovery” met wat er nog
gesloten en wat er al weer open is. De camping zelf is gespaard gebleven. We
worden omringd door vele soorten papagaaien, kangaroes etc. Het is vergeleken
met de kust vanmorgen, waar het zelfs even ‘drizzelde’, weer
heerlijk weer, blauwe luchten en 24 graden. Th.
Een pluim voor de VISA! Het gemak van een creditkaart wordt pas echt duidelijk
als hij geweigerd wordt…. Enige dagen geleden kreeg ik dit te horen in de
supermarkt “declined: call your bank”……Nu had ik die
dag daarvóór een hoog bedrag besteed aan een aboriginal kunstwerk, maar enig
gereken deed mij tot de conclusie komen dat ik niet aan de limiet kon
zitten… maar toch: wederom een weigering. Het voornemen om bij te storten
mislukte ook, ik had wel een identifier
bij mij om van een andere rekening per internet bij te storten, maar helaas had
ik het nummer van de bank van de Visa kaart niet meegenomen…… en, hoewel
iedere winkelier geld van mijn kaart kan halen (als ik hem aanbied) met alleen
het kaartnummer kun je niet bijstorten! Twee banken die ik bezocht wisten ook
geen oplossing. Vanavond kreeg ik contact met “mijn” visa-bank:
direkt werd ik teruggebeld zodat ik niet in een cel munten moest blijven
gooien. Groot was weer mijn verbazing over de zorg die Visa besteed aan hun
klanten! Eerder overkwam mij zoiets in Indonesië. Men had uit voorzorg mijn
kaart geblokkeerd omdat er een ongebruikelijk groot bedrag ineens was afgehaald
(mijn kunstwerk) en men dat niet vertrouwde. Normaliter stuurt men een smsje
naar de klant of wordt deze gebeld: men wist mij niet te bereiken en was zeer,
maar dan ook zeer blij dat ik uiteindelijk contact opnam! Mijn kaart is direkt
gedeblokkeerd en ik ben nu in het bezit van een collect-call nummer wat 24 uur
per dag werkt, dus in voorkomende gevallen weet ik nu wat mij te doen staat. De
bejegening van de kant van Visa verdient in mijn ogen wederom een pluim! M.
Donderdagavond 23 februari 2006
Mildura, dat is het –zover- geworden. Een camping aan de oever van de
Murray river. Het is bloedheet. We hebben 410 kilometer afgelegd voor een goed
deel met de airconditioner in de kampeerbus aan. En een fles water binnen
handbereik. Tientallen kilometers door landbouwgebied [gemaaid koren en geel]
met af en toe een graanssilo langs de spoorlijn en hier en daar een haltebordje
voor de schoolbus. Dat laatste geeft aan dat er, hoewel dit vanaf de weg zeker
niet altijd zichtbaar is, ook mensen met kinderen wonen. Het is de
uitgestrektheid die indruk op mij maakt. Telkens denk ik aan de ‘early
settlers’, de mensen die zo’n anderhalve eeuw geleden hier ergens
begonnen. Met het verwijderen van de bush en het vervolgens verbouwen van
graan. Niks gebaande wegen en zeker geen supermarkt –ook al is het 40 kilometer-
in de buurt. Het boek “Voss” wat ik momenteel lees beschrijft
zo’n tocht in het niets, door het niets en naar het niets. [Er speelt in
het boek nog meer maar dat doet hier niet ter zake] Ik kan mij er, rijdende
door het land in deze regio, veel bij voorstellen. Het moeten mensen geweest
zijn met een ‘stayers’-mentaliteit. [De bijna dubbele betekenis van
het woord ‘stayer’ valt mij opeens op] Zeker geen snelle sprinters.
We hebben op de camping een buurvrouw die in een piepklein tentje slaapt. Naast
dit tentje liggen ‘kano-peddels’. [Ik wil niemand met dit woord
beledigen] We raken met haar aan de praat. Ze is op vakantie met een kajak die
beneden aan de rivier ligt. Ze heeft zich voorgenomen om de Murray River 2000
[ja: tweeduizend] kilometer af te kajakken tot de rivier in zee stroomt.
Weliswaar met de strooom mee, dus, maar toch: een stayersmentaliteit dien je
ook voor dit soort ondernemingen te hebben dunkt mij. Ze ziet er ook uit als
een marathonloper. Ik schat haar ‘ergens in de veertig’. En ik,
Theo Voors, wil natuurlijk weten hoeveel
kilometer gemiddeld ze per dag aflegt. Antwoord: 40.
Vrijdagavond 24 februari 2006
Ik heb zojuist Nel in ’t Veld gebeld in Spanje. Het duurde maar heel even
want de telefoon accepteerde niet alle munten die ik verzameld had! Zij is net
aan haar 90e verjaardag begonnen. Ik heb haar 20 jaar geleden leren
kennen als medebewoonster van El Bloque en als Gestalt therapeute “in
residence”. Als therapeute wordt je misschien weleens als
‘voetveeg’ gebruikt, maar nu denk ik aan Nel meer als een antiek
tapijt. Ze worden naarmate ze ouder worden steeds mooier en steeds meer waard.
Ook een telefoontje de halve wereld over. Het deed mij heel goed haar te horen
zeggen: “Ik ben ook héél blij vandaag!” Th.
Zondagavond 26 februari 2006
Morgenochtend vertrekken we vanuit Broken Hill zuidwaarts richting Adelaide. We
hebben een tipje van de ‘outback’ beleefd en gezien. Voor mij was
het bijna een ‘must’ tijdens deze reis door Australië. Ik kom de
outback overal tegen: foto’s, brochures en exposities in de Tourist
Information Centres, en ik kan mij nu wat voorstellen bij al die info op
papier. We hebben bijna 300 kilometer gereden van Mildura naar Broken Hill. Met
niks dan een schier oneindige vlakte –leeg- links en rechts. Wat dorre
bomen en andere begroeiïng. Ik heb zelfs het idee dat ik minder –of
helemaal geen- vogels zie. Halverwege staat een koffietent met een benzinepomp,
telefooncel en toiletten [alleen voor klanten van het cafe] De rest zou zich
kunnen behelpen met de uitgestrektheid, denk ik zo. Het café heeft via een
satellietverbinding toegang tot het internet. We kwamen zaterdag in Broken Hill
aan en hebben vandaag een rondrit gemaakt. Langs de basis van de Royal
Australian Flying Doctors. Mineke laat zich rondleiden terwijl ik alleen maar
even ‘kijk’. [Ik heb in Holland de TV serie nooit gezien en voel
geen affiniteit] Hier zie ik wél de stoel waarop Koningin Elisabeth van
Engeland zat toen ze het decreet, waardoor de service “royal” werd,
tekende. De pen lag er bij. We rijden nog even 25 km door naar Silverton. Een
‘ghost-town’ waar ooit –einde 19e eeuw- zilver en
zo gevonden en gemined werd. Vanuit Silverton nog 5 kilometer noordwaarts is de
‘Mundi-Mundi lookout’ waar je de echte uitgestrektheid kunt zien
[en fotograferen] Broken Hill is overigens ook een ‘mining town’.
De straten hebben toepasselijke namen: “Chloride st”, “Iodide
St” etc. [In Silverton zijn nog nauwelijks straten over] Opvallend in
Broken Hill is het aantal ‘vakbondsgebouwen’. De toeristeninfo
vermeldt dat dit is vanwege de enorme invloed die de vakbonden hebben gehad ten
tijde van de bloeiperiode –en het grote geld!!!- van de
zilvererts-mijn-periode. We besteden ook nog een uur in de Broken Hill Art
Gallery [oud vakbondsgebouw] aan een tentoonstelling van het werk van David
Rankin. Morgen verder. We steken snel de ‘grens’ over naar South
Australia. En krijgen dan weer te maken met de ‘fruitfly-free’
zone. Er heerst een verbod op de invoer van vruchten. Toen we ergens in de
buurt van Mildura deze zone binnenreden waren er ook al borden langs de weg,
maar geen controle. Richting South Australia wordt er op de kaart wel melding
gemaakt van ‘checking stations’. Het lijkt mij een moeilijk
controleerbare wet. We zullen zien: Mineke heeft alle groenten etc
‘gebruikt’ en ik zal morgenochtend de laatste sinaasappelen
verwerken tot orange juice. [Iemand vertelde ons dat een fruitsalade wel
ingevoerd mag worden] Qua tijd is Broken Hill al ingesteld op South Australia:
dezelfde tijd als in Adelaide en dat is een half uur verschil met Sydney. We
hadden een uitstekend weekend in dit meest noordelijke plekje van onze reis
[uitgezonderd Cairns, straks op de terugvlucht] heerlijke temperatuur en een
lekker windje. Warmer dan 30 graden is het naar mijn gevoel niet geweest.
Dinsdagavond 28 februari 2006
Het beleid achter de ‘fruitfly-free zone’ – of ook wel South
Australia fruitvliegvrij houden- blijft voor mij onduidelijk. We mochten
gisteren ten koste van een halve krop sla South Australia binnen. De ijskast
werd gecontroleerd en de uiterst gemoedelijke en vriendelijke ambtenaar
–in uniform- legde Mineke uit dat een halve doorgesneden ui wél mocht
maar een halve krop sla niet. 28 kilometer verderop heeft ze een nieuwe krop
gekocht. De “Lonely Planet” legt uit dat de fruit fly iets te maken
heeft met het Murray River basin en alle landbouwactiviteiten daarbinnen. Maar
de Murray River stroomt ergens in de buurt van Adelaide de oceaan in en South
Australia is volgens mij wel ietsje meer dan het gebied rond Adelaide. Terug in
Nederland zal ik er nog eens een uurtje Googlen aan besteden. We naderen Adelaide. Reden vandaag door de
wijngebieden ‘The Barossa” en “The Clare Valley” [Dat
is wat anders dan die ‘lege’ outback] en bezochten de producent van
de wijn die wij tijdens deze reis hoofdzakelijk dronken. Yalumba is de naam.
Wij kopen van de wijn altijd ‘caskets’ van 2 liter. De wijn is in
die kartonnen doos verpakt in een luchtledige aluminium folie zak met een
drukknopkraantje. De luchtdruk druk de wijn gewoon het glas in en die
luchtpompjes van Blokker in Nederland zijn dan niet nodig. We namen van het
bezoek een fles Riesling –en die heeft dan weer een schroefdop!!- mee die
we vanavond leegdronken. De man in de Yalumba tasting-room legde uit dat die
schroefdop een veel betere afsluiting betekent dan gewone kurk en dat de
‘shelf-life’ van de caskets 9 maanden is. Williamstown is de naam van het dorp
–hier blijft men het, hardnekkkig, ‘town’ noemen- en ik ben
er zelfs ‘naar de kapper’ geweest. Mineke ontdekte op een
uithangbord een spelfout, maar vroeg zich af, want ook deze town is
‘historic’, of het vroeger niet zó gespeld werd. [zie foto] Th.
Maandag waren we in Burra en toen ik daar vanochtend boodschappen deed viel mij
vooral de prettige sfeer op. Een levendig dorp met ouderwetse winkels, grote
overkappingen over de looppaden vóór de winkels, soms behangen met levende
druiventakken. Een moeilijk te omschrijven sfeer, het ademde iets echts uit en
de verstopte sub-way broodjeswinkel hoorde er eigenlijk niet in thuis. Even
kreeg ik het idee hier maar te blijven en de laatste veertien dagen gewoon,
reflecterend in dit prettige dorp, door te brengen. Ik stelde het niet voor en
ontdek nu dat er misschien wel moed voor nodig is om zoiets te besluiten. Theo
vernam vanavond mijn gedachten van vanochtend en vond het ook wel een
intrigerend idee. Wanneer haal je het onderste uit de kan? De laatste 14 dagen
in een slaperig, maar sfeervol dorp terugkijkend op twee en halve maand
Australië of toch nog naar Kangaroo island? Als ik dit schrijf zijn we al 200
km. verder dan Burra. M.
Vrijdag 3 maart 2006
Het is Kangaroo Island geworden. We hadden gisteren, na de beslissing om over
te varen naar Kangaroo Island, een beetje mazzel met de veerboot. We waren om 9
uur no 2 in de standby-rij en dat was genoeg vooraan om er nog bij te kunnen.
[Het alternatief was: of dezelfde avond om zes uur of morgenochtend om 10 uur]
Voor deze speciale overtocht golden overigens wel restricties vanwege het feit
dat er een volle LPG tankwagen en een volle Mobil benzine tankwagen aan boord
waren. Dan mogen er maar 25 passagiers mee. “It’s the law”
was het antwoord op mijn vraag naar het ‘waarom?’. Duidelijk is dat
in zekere zin wél, maar begrip kweekte het bij mij niet. Kangaroo Island is een
soort Texel bij Nederland, alleen een beetje groter. 150 x 50 kilometer. [Klik
maar op De kaart van Australië hierboven en je ziet waar het zich bevindt, ten
zuiden van Adelaide] Wie weet, kunnen we de ‘voordelen’ van dat
slaperige en sfeervolle Burra wel combineren met de rust en natuurlijke
schoonheid van Kangaroo Island en zo de komende week –we hebben, het
zekere voor het onzekere nemend, teruggeboekt op 9 maart 1500 uur- een
‘eind’ reflecteren aan ons Australië avontuur. Alhoewel: er staat
ook nog een stop-over van vier dagen in Cairns op het programma. De eerste
nacht brachten we door op een kampeerfaciliteit van de Kangaroo Island Council
in American River aan de noord-oostkant van het eiland. Heerlijk rustig aan een
baai met zwarte zwanen, pelikanen meeuwen en dergelijke. Ik heb er –in de
schaduw, want de thermometer wees ver boven de 30 graden aan- mijn boek
“Voss” uitgelezen. Vandaag staan we op een camping in Brownlow, ook
aan de noord-oostkust. De was ‘draait’ en als die aan de lijn hangt
gaan we koffie drinken, krantje kijken etc in Kingscote wat hier vlakbij ligt.
De toeristen-info bij de aanlandingsplaats verstrekte ook een lijstje met
internet-access mogelijkheden [niet al te lang, maar wel één in Kingscote] en,
wie weet lukt het deze tekst aan mijn dagboek toe te voegen. Hoe dan ook: met
veel plezier begin ik aan deze week en of het nou de laatste, voorlaatste of
‘weet ik wat’ is doet er minder toe, al mag het af en toe
‘best eens langs komen’. Maar heel eigenlijk: vanmorgen werd ik
wakker met een zeer pijnlijke rechtervoet. Bekend verschijnsel: het al eens
eerder door deskundigen als arthritis gedefinieerd. Een van de gewrichten in
mijn rechtervoet is ontstoken. Ik heb tabletten bij me en met een verzachtend,
pijnstillend smeerseltje –wat Mineke aanschafte in de plaatselijke store-
zal het waarachtig wel –moeten- gaan. Het beinvloedt echter mijn
welbevinden en wellicht daardoor ook wat ik over Kangaroo Island en zo te
melden heb en zal het plezier zich over enkele dagen manifesteren.
Zondag 5 maart 2006
Ik krap op mijn hoofd en mijn nagels zijn (steen) rood: stof. Ik trek de
besteklade open en pak een lepel: eveneens bedekt met donkerrood stof….
We klopten de kussens uit: stof, stof. En ik at stof! Het gehele interieur van
de camper is bedekt met een laagje donkerrode stofdeeltjes. We reden vandaag
over Kangaroo Island en deden daarvan minstens 50 km. over een dirt-road,
gelijk een wasbord! Uiteindelijk kwamen we op een plekje waar we nu kamperen,
ergens in de midle of nowhere, op weliswaar een kampeerplaats in een nationaal
park, maar we staan moederziel alleen. Een prachtige plek, dat wel. Verwelkomt
door een krassende kraai, die hier niet een krassend maar een klagend-, bijna
walgend geluid maakt. We aten vanavond, om in stijl te blijven, wortel/rode
linzen/ pompoen/sinaasappelsoep: niet zo rood als alles hier binnen in dit
kampertje, maar toch aardig in de richting. Een stoffige zondag, die we niet
snel zullen vergeten! Morgen zullen wij uit dit stof weder- en opnieuw de
camper binnenste buiten keren…, we zullen dezelfde weg terugmoeten! M.
Maandag 6 maart 2006
Wasborden rijden is niet leuk! Je daarna vergissen in de afstanden ook niet.
Het lampje van de dieseltank ging branden en als je denkt dat er op dit eiland
veel diesel te krijgen is: vergeet het. We hebben voor diesel en voor brood
voor morgenochtend 70 km. gereden, en het gelukte! We zijn uit het stof
weergekeerd, hebben de camper opnieuw, zoveel mogelijk, van het rode zand
ontdaan en staan nu op een kampeerplaats waar we bezocht worden door kangaroe’s
en gezelschap hebben van een koala beertje.
Kangaroo Island is groter en leger (er wonen praktisch geen mensen) dan
je denkt. Gelukkig kon Theo’s voet vandaag weer een korte wandeling aan!
M
Een weekend van gedeeltelijke inmobiliteit heeft ook voordelen: er is meer tijd voor kranten lezen. “The Weekend Australian” heb ik dit keer ‘doorgenomen’. Er staat een grote foto in van Janine Jansen (violiste) met lovende bijschriften. Ze geeft een aantal concerten in Melbourne. Veel aandacht voor de ‘nuclear powergame’ die Bush speelt met India, waar Australië ook belang bij heeft. India heeft ‘het’ non-proliferatie verdrag niet ondertekend en Australië wil daarom geen uranium leveren. En er is een Franse firma die 100% controle wil kopen in een Australisch bedrijf wat op defensiegebied weer gevoelige contacten met de VS heeft. Chirac en Bush: bepaald geen twee handen op dezelfde buik. Dit soort artikelen, inclusief de commentaren, zou ik ook in een Nederlandse krant verwachten. Niks nieuws, of beduidend anders, dus. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de pagina met ingezonden stukken. Het levert een inzicht op wat de ‘man –of vrouw- in the street’ van het een en ander denkt. Natuurlijk gaat alles door de redactionele zeef, maar wat ik te zien en lezen krijg is eigenlijk ook wat ik in een Nederlandse krant verwacht. Ik vind kranten lezen sowieso een plezierig tijdverdrijf en voor mij ligt het additionele plezier hier in de ‘herkenning’. Dat ik daarnaast die kranten kan lezen op rustig plekje in de schaduw met een windje waar we met de kampeerbus staan, maakt het nog leuker. Ik heb zelfs de sudoku [van The Australian dit weekend] zittend op het strand ingevuld. Kangaroo Island is een mooi eiland. Het valt mij op dat er zoveel mooie vogels rondvliegen. Het valt mij op dat ze ook bijzondere geluiden maken. [In een brochure las ik dat KI –Kangaroo Island- vrij is van konijnen en vossen, dat was mij nog niet opgevallen!] Die vogels geven mij een gevoel van op een echt bijzondere plek te zijn. Er wonen niet veel mensen, er zijn maar 2 commercieële kampeerterreinen en zeker de helft van het wegennet is onverhard. In een tweetal National Parks zijn daarnaast nog vele eenvoudige bush-campings waar je voor een luttel bedrag een mooie plek, een compost-toilet en [soms] een kraan krijgt waar water uitkomt. De ‘prijs’ die je daarnaast betaalt voor die fantastische plekken is een fiks aantal kilometers ‘wasbord’. Het vervelende van die wasborden is ook dat ik het gevoel krijg ‘het altijd te verliezen’. Er is geen rijstijl te bedenken waarbij ik ze niet voel en merk. Als ik vervolgens lopend over de ribbels ga blijken ze heel zacht te zijn. Je kunt ze gewoon met je schoen wegschoffelen. Helemaal niet zo ongenaakbaar als je aan de hand van de rammel en de herrie IN de auto zou veronderstellen. Maar ja, water is ook zacht als je je hand er in stopt, terwijl je, als je bij een ongelukkige duik in een zwembad ‘op je buik’ terecht komt, daar heel anders over denkt. Kangaroo Island is echt een mooi stuk van Australië. Voor mijn gevoel blijft het lekker rustig want het is niet zo eenvoudig te bereiken. 40 minuten met een niet goedkope ferry [wij betaalden voor een retour met de kampeerbus 370 AUD = €260] en voor de inwoners van Adelaide zeker eerst nog een uur over de weg. En de mensen die er wonen lijken het wel best te vinden zo. Lekker ‘bowlen’ kan daar immers ook. We kochten er echte schapenkaas op een schapenboerderij en kwamen ‘in the middle of nowhere’ een galerie-café tegen. Wind in Wings, open sinds vorig jaar october. Mooie plek op een heuveltop, fenomenaal uitzicht over zee, hier en daar enkele bomen. [Wel 30 kilometer wasbord!] Binnen Kate Venable, een van oorsprong Amerikaanse, die de scepter zwaait. Prachtige grote ruimte waar de keuken, de kunst en de kassa te zien zijn. Indrukwekkend: ik zou er zó een tijdje willen gaan klussen om alles af te maken. Th.
Dinsdag 7 maart 2006
Mijn rechtervoet wordt steeds beter. We maakten vandaag een wandeling naar de
Snake Lagoon aan de zuidkust in het Flinders Chase National Park. En Mineke
scoort haar eerste Koala’s!
Woensdag 8 maart 2006
Internationale vrouwendag: ik was me er niet van bewust. Totdat ik vandaag, op
het terras, waar we koffie dronken in Kingscote, een presentje kreeg aangeboden
van een vrouw: een klein waskaarsje met de tekst: “make a beautiful
message card for yourself and post it to yourself when you need cheering
up!” Zij wenste mij vrolijk een
fijne dag. Alle vrouwen kregen een kaarsje met verschillende boodschappen. Nu
had en heb ik geen oppepper nodig, maar de geste deed me goed. We (de vrouwen
op terras) deelden hun teksten, sommige mannen reageerden (jaloers?). Ik voelde
me verbonden en vond het een prima aktie! Toen Theo reageerde, verderop in de
straat met “I feel discriminated”, kreeg hij te horen: “why
don’t you start your own day?” M.
Donderdag 9 maart 2006
Vanmiddag verlaten we Kangaroo Island. Afgekort K.I. De toeristenindustrie
heeft er iets wervends van gemaakt: “The K.I. experience”. En
overal langs de weg staan borden met “The KI Experience,” gevolgd
door een aansporing iets te bezoeken. In het begin moest ik even wennen aan dat
hier de afkorting nooit kan staan voor Kunstmatige Inseminatie. Terug naar de
toeristenindustrie: de afgelopen week was inderdaad een experience. Prachtig,
rustig [er wonen zo’n 4000 mensen], en veel mooie plekken en stranden
waar we in Nederland jaloers op zouden kunnen zijn. Veel
‘wildlife’. In de Nationale parken wordt je verzocht de kangaroes
NIET te voeren. “Keep the wildlife wild”. Consequentie van zoveel
wildlife is ook dat er nogal wat dode –aangereden- dieren op de weg
liggen. Lang blijven ze daar niet –er lijkt een goed werkend
ophaalsysteem in bedrijf- alhoewel een leeggevreten karkas niet zeldzaam
is. Wij troffen ook verrukkelijke
weersomstandigheden. Bewoners vertellen ons dat de nivellerende invloed van de
zee rondom er voor zorgt dat het op KI altijd beter is dan in Adelaide. [Het
wordt nooit helder waarom heel Adelaide dan niet op KI woont] Zon, windje en
-voor mijn gevoel- een schone lucht. Vertrek van Kangaroo Island betekent ook
dat het ‘afleverdepot’ voor de camper in Adelaide en de daarbij
horende datum akelig dichtbij komt. Aanstaande dinsdag is het zover. Wie weet
kunnen we deze aanstaande ‘experience’ wat verzachten door
‘een dagje Adelaide”. Th .
Vrijdagavond 10 maart 2006
Het is op dit moment kwart voor negen [20.45 uur] en ik heb zojuist de afwas
gedaan met het uitzicht op de zon die vuurrood ‘in de zee zakte’.
Wij zijn na de veerboot van Kangaroo Island vanaf Cape Jervis langs de westkust
van de Fleurieu Peninsula naar Adelaide gereden. Prachtige zee, prachtige
stranden. Weinig ‘branding’ want het is niet de echte oceaan maar
de Gulf St Vincent waar Adelaide aan ligt. Naarmate we vorderen wordt het
drukker. We komen stoplichten tegen, hier en daar zelfs een stuk ‘vier-baans-weg’.
We halen ‘alvast’ de koffers op het depot waar we aanstaande
dinsdag de camper zullen achterlaten [daar waren ze vanuit Sydney naar
toegebracht door de verhuurder] en we staan op een gigantische camping
–het heet hier Holiday Resort- iets [10 km] ten zuidwesten van het
centrum van Adelaide pal aan de kust. We lopen nog een heerlijk uurtje langs
het strand maar die koffers in de kampeerbus en de wetenschap dat we van
hieruit zullen wegvliegen maakt ons ietsje verdrietig. Het zit er bijna op en we
hebben het zo geweldig naar onze zin gehad.
Zondag 12 maart 2006
Een ding is voor mij op dit moment zeker: ik vind iets nieuws beginnen leuker
dan iets te beëindigen. Als ik erover nadenk is dat een goed teken: iets nieuws
beginnen is ontdekken, is onzekerheid tegemoet treden. Maar elk jaar vind ik
het ook weer moeilijk om dàt te doen, om weg te gaan, om mijn huis achter te
laten en mijn leven in Nederland te onderbreken. Eenmaal weg is het prima en
lang weg lijkt het nog beter te zijn. Nu is het de tijd van opbreken:
overmorgen (vroeg) moeten we dit campertje inleveren waar we dan 45 dagen in
gewoond hebben. Dat opbreken vind ik apert niet leuk en terug naar huis is ook
niet aanlokkelijk. Het verwart me:
blijkbaar gaat het over veranderingen, iets waar ik niet erg goed in
ben. M.
Eigenlijk moet ik zoiets niet doen: “een dagje Adelaide”. Ik doe mijzelf en de stad tekort. Er is van alles aan de hand: vele festivals, een lang weekend [maandag zijn er belangrijke paardenraces] en wedstrijden voor jong en oud. In, bijvoorbeeld, de Art Galery of South Australia is een uitgebreide expositie over The Aboriginal Culture. Ik kijk er eigenlijk alleen maar naar zonder iets ‘te zien’. Moderne kunst in het South Australia Museum: ik loop er te snel doorheen. Aan de rand van het festival terrein eten we eerst wat en maken dan een snel rondje over het terrein zelf. En komen een spiegeltent tegen! Oh ja, in de State Library staan zo’n 30 computers ter beschikking en kun je gratis een half uur e-mail checken etc. [Ze zijn open op zaterdag en in de gang zitten een aantal mensen met een laptop: het blijkt ook een hot-point te zijn dus als je je laptop meebrengt ben je helemaal vrij te doen en laten wat je wilt] Het is de hele dag ruim over de dertig graden en ’s avonds in de bus naar ‘huis’ heb ik het gevoel ‘overvol’ te zijn. Ik heb wel een weekendkrant gekocht maar er [nog] geen letter in gelezen. Th.
Maandagavond 13 maart 2006
Vandaag dus die ‘public holiday’. Behalve het postkantoor blijkt
ook het internetcafé in Glenelg gesloten. Logisch, eigenlijk. We drinken
koffie. Glenelg heeft een
‘historic centre’ en een ‘benidorm-achtige uitstulping’
naar de kust. Moderne bebouwing met uitzicht op zee en een chique jachthaven.
Terug naar de camping vullen we de dieseltank voor de laatste keer met
brandstof. Want morgen gaat het echt gebeuren: camper afleveren bij het KEA
depot en dan naar het vliegveld. Bij de afwasfaciliteit op de camping sta ik
vanavond naast een meisje die een handvol schelpen staat te wassen. Natuurlijk
raken we aan de praat. Ze komt uit Zuid Afrika en reist rond met haar ouders en
een 51 weken jongere broer. De schelpen gaat ze gebruiken voor een spreekbeurt
op school. Ze spreekt vloeiend engels, een deel van ons gesprek gaat in het
nederlands en het zuid-afrikaans. Hoewel zij het pre-Mandela tijdperk niet
heeft meegemaakt –ze is 15- heeft ze wel een ‘mening’: het is
er niet beter op geworden: als je nu een ‘business’ in Zuid Afrika
wilt beginnen MOET je een zwarte als partner hebben die gegarandeerd 30% van de
winst krijgt en er niets voor hoeft te doen. “Don’t go to South
Africa” voegt ze er nog aan toe. Het kan mij niet schelen of en wie zij
‘napraat’ in dit geval en ook niet of het ‘klopt’. Ik
stel wel vast dat reizen voor mij ook zeer zeker gaat over dit soort
ontmoetingen. Op de een of andere manier kom je ‘makkelijker’ in
contact met allerlei mensen en wissel je belevenissen uit. Het begon vorig jaar
zo ongeveer met Greg, die zijn truck inruilde voor een nieuwe heup en of deze
zuidafrikaanse tiener de laatste is deze reis weet ik nog niet helemaal zeker:
er staan nog vier dagen in Cairns op het programma. Th.
Donderdag 16 maart 2006
Cairns. The Great Barrier Reef. In mijn beleving horen die twee bij elkaar als
Nederland en ‘tulpen’. De taxichauffeur van het vliegveld van
Cairns naar ons hotel [www.bayvillage.com.au] heeft sterke verhalen over de
tientallen centimeters regen die er de laatste dagen in Cairns zijn gevallen.
Verder: veel palmbomen. Ons hotel noemt zich dan ook een ‘tropical
retreat’. Gisteren –woensdag- namen we deel aan een excursie naar
dat Great Barrier Reef. Het reef is niet zo maar een stukje koraal. Het strekt
zich uit over 2200 kilometer langs en op wisselende afstanden van de oostkust
van Australië en staat inmiddels op de World Heritage List. Wij voeren met nog
zo’n 2 à 300 toeristen op een snelle catamaran enkele tientallen
kilometers over een ruwe zee naar een ponton boven een deel van het reef. Een
opvallend groot deel van de toeristen komt uit ‘het verre oosten’.
[Hong Kong, Japan etc.] Maar het zeeziektespook heeft daar niks mee te maken en
slaat toe. Een groot deel van de bemanning loopt met plastic handschoenen aan
witte zakjes te distribueren en op te halen. Koelte toewapperen vergezeld van
teksten zoals: ‘we zijn er bijna!’. Ik blijf ‘vrij’.
Eenmaal op die enorme ponton is van alles mogelijk: snorkelen, scuba duiken,
semi-submarine en gewoon zwemmen. Er tussendoor wordt ook nog een lunch
geserveerd. [Alles inbegrepen] Behalve een tocht met die semi-submarine en de lunch
laat ik alles voor wat het is. Ik raak aan de praat met een gepensioneerde
Amerikaanse tandarts. Hij heeft 3½ week vakantie en de komende laatste week
gaat hij nog even Nieuw Zeeland ‘doen’. Dat is een andere manier
van reizen dan ik ambieer. We praten verder over waarom hij tandarts is
geworden en wat daar nou zo leuk aan is. En dan komt er veel herkenbaars over
en weer op tafel. Voor mij komt de tandartstijd van het motortje onder de stoel
en een door wieltjes en riempjes aangedreven boor terug. Hij heeft dat in zijn
studententijd ook nog meegemaakt. Samen stellen we vast dat het bijzonder
–zo niet: bizar- is om aan de andere kant van de wereld elkaar te
ontmoeten en dan het verleden weer eens langs te zien komen. We schudden handen
als we uiteengaan. Tijdens de –beduidend kalmere- terugtocht wordt erop
de boordvideo een film van “Mr. Bean” vertoond. Een van de scenes
toont Mr Bean in een vliegtuig naast een jonge –teenager- die luchtziek
wordt en –zonder dat Mr Bean dat ziet- in het zakje spuugt. Mr Bean gaat
dan voordoen wat hij in zijn jonge jaren met zakjes deed: opblazen,
dichtdraaien van boven en vervolgens met een klap ………Einde
video.
Vrijdagavond 17 maart 2006
Ons laatste optreden als toerist-reiziger in Australië vindt plaats in Cairns.
Overwegend als toerist slenteren over de Esplanada, koffie drinken, krantje
lezen etc. Ik realiseerde mij gisterenavond dat Cairns aanmerkelijk dichter bij
Nieuw Guinea ligt dan bij Hobart waar we onze tocht begonnen. Het hotel heeft
balinese koks in dienst en op het programma staat een heuse
‘rijsttafel’. Ik ‘beperk’ mij tot ‘Nasi
Goreng’ en dat blijkt een enorm succes. Verrukkelijk! Hoe dan ook: het
neemt allemaal niet weg dat morgenochtend de shuttle van het hotel ons naar het
vliegveld en vervolgens Cathay Pacific via Hong Kong naar Schiphol zal brengen.
Einde van een prachtige reis. Begin van een herinnering.
Zaterdagavond 18 maart 2006
Vanochtend heb ik mijn sandalen in de prullemand van het hotel in Cairns
gedeponeerd. Ze waren ‘op’. Daarna naar het vliegveld en vanaf dat
moment wordt je geleefd. Bij het inchecken ontdekte de man achter het
röntgenapparaat dat ik een nagelvijl in mijn toiletzakje had zitten. Die mocht
niet vliegen en werd vervolgens geconfisceerd. Tijdens het uithalen van de vijl
zag de beambte ook nog een spanningzoeker/schroevendraaier en die mocht ook niet mee. [Die was dus wél
door de rontgenscreening gekomen!]. Toen ontdekte de man bij toeval nog een
tube contactlijm [die had ik in Australië gekocht vanwege de belabberde
toestand van mijn sandalen, zodat ik er af en toe een reparatie mee kon
uitvoeren] en na overleg met de chef moest ook de tube achterblijven. Eenmaal
in de wachtruimte vlak voor het instappen heb ik nog even in mijn toilettas
gekeken en zag –gelukkig- nog de tweede nagelvijl die er ook in zat. Is het systeem nou zo lek als een mandje?
Enfin, ik ben inmiddels in Hong Kong en daar mocht alles naar binnen. Straks
vertrekt het vliegtuig naar Schiphol.

Maandag 20 maart 2006
Het was gisterenochtend -2°C buiten toen we op Schiphol landden na 12½ uur
vliegen. We konden de opkomende zon niet helemaal vòòrblijven en onze
bio-systemen laten dat blijken in de vorm van ‘behoefte aan een
beschuitje met honing’ terwijl er een ‘varkenslapje’
geserveerd wordt. [Of andersom natuurlijk] Het raakt allemaal iets op de
achtergrond als we bij de uitgang ‘familie’ aantreffen. Een welkomstcomité
met bloemen dat ons nog naar Bilthoven brengt. En als klap op deze emotionele
vuurpijl krijgen we ook nog een reisverslag van onze reis aangeboden
samengesteld met behulp van de gegevens en foto’s van mijn website
inclusief de tekst die ik er in Hong Kong dank zij een ‘hot-spot’
14 uur geleden had opgezet. Ik ben weer thuis en terwijl ik dit schrijf schijnt
de zon naar binnen! Op de vraag: “Hoe heb je het gehad?” wil ik
eigenlijk alleen maar antwoorden: “Geweldig naar mijn zin!”. Met
een reismaat zoals Mineke en een land zoals Australië –inclusief de
inwoners- zijn 99% van de voorwaarden vervuld om een prachtige reis te kunnen
maken. Eigenlijk was het dumpen van mijn sandalen in Cairns een passend ritueel
om een punt achter deze periode te zetten.
Nog ‘even’ het kostenplaatje:
|
Australiëreis I : 15 december 2005-19 maart 2006 |
||
|
|
€ |
% van Totale kosten |
|
Vliegreis incl. verzekering |
3932 |
19,9 |
|
Camperhuur incl. verzekering |
9378 |
47,5 |
|
Levensonderhoud, excursies etc. in Australië |
5200 |
26,3 |
|
Evt. ‘stopovers’ tijdens heen- en terugreis |
1250 |
6,3 |
|
Totale kosten |
19760 |
|
|
Totaal aantal reisdagen |
95 |
|
|
‘Reiskosten’ p.p.p.d. |
104 |
|
JOURNAALVERSLAG VAN DE 2E AUSTRALIË
REIS 25-12-2006 ~ 20-3-2007
Directe
link naar bijbehorende foto’s
Zondag 24 december 2006
Mijn bed in mijn huis(je) in Bilthoven staat hemelsbreed 50 meter van de voet
van de kerktoren van de Opstandingskerk. ‘Uitslapen’ op
zondagmorgen –en ik begrijp de persoonlijke subjectiviteit van de
term- is voor mij niet mogelijk want om
tien voor tien beginnen de kerkklokken te beieren om de bewoners ter kerke te
nodigen. De tirannie van het christendom noem ik dat en sta op om even later
bij het ontbijt naar OVT te luisteren. Na vandaag kan dat voorlopig niet meer
want morgenochtend vroeg –nog vòòr de kerkklokken voor de kerstdienst
zullen gaan nodigen- vertrek ik met Mineke naar Australië.
Dinsdag 26 september 2006
Wij zijn vlot in Kuala Lumpur aangekomen. Het vliegveld afficheert zich als de
beste in de wereld. Op het vliegveld is een hotspot waar ik gebruik van kan
maken om dit even op de website te zetten. De zon is bezig op te komen en we
wachten even op de taxi die ons naar het hotel zal brengen. We beschouwen dit
als een goed begin. Gisterenavond aten we ons afscheidsmaal in restaurant Blauw
op de Springweg in Utrecht. Een Indonesische kaart. Wat bijzonder was, was een
foto die van ons ‘aan tafel’ door de ober genomen werd en die we
enkele uren later van de website van het restaurant konden plukken. [ www.restaurantblauw.nl ]
Donderdag 28 december
2006
Kuala Lumpur. Wereldstad. Wat mij direct opvalt zijn de Petronas Twin Towers.
Van buiten bekleed met roestvrij staal en 452 meter hoog. Het eerste wat bij
mij langs komt als ik later op loopafstand sta te kijken is dat het bepaald
geen eenvoudige klus geweest moet zijn om enkele jaren terug de Twin Towers in
New York met gekaapte vliegtuigen ‘aan te vallen’ en uiteindelijk
te vernietigen. Ik zou verder de stad na één dag gebruik als voetganger bepaald
niet een voetgangersparadijs noemen. Er rijdt een monorail door de stad. [Eén
lijn. We maken een ritje en als ik binnen sta kom ik bijna met mijn hoofd tegen
het plafond.] Niet duur overigens: een ritje kost 1,20 Ringgit. (Ringgit is de
nationale munt, afgekort RM en voor 1 € krijg je ongeveer 4,3 RM.)
Oversteekplaatsen –zebrapaden- zijn er wel en ook beveiligd met lichten.
Bijzonder daarbij is dat als het –stilstaande- rode mannetje verdwijnt,
en daaronder een –driftig lopend- groen mannetje verschijnt, het rode
mannetje vervangen wordt door een getal wat aangeeft hoelang het nog groen
blijft. Als dat getal dus onder de vijf gekomen is (bij nul wordt het weer een
rood mannetje en is het gemotoriseerde verkeer aan de beurt) begint oversteken
riskant te worden, want vooral de scooters zijn snel in het optrekken. Er is
ook –uiteraard in dit deel van de wereld zou ik zeggen- een wijk die
Chinatown heet en niet verschilt van andere “Chinatowns” die ik
ken. Ik begon met de Twin Towers. De onderste vier verdiepingen hiervan zijn
ingenomen door een winkelcentrum. Airconditioned en luxe. Een groter verschil
met de winkelstraten in Chinatown is bijna niet denkbaar. Gisterenavond gebruikten
we een maaltijd bij een ‘chinees’. Drie porties beef-satay, een
schotel wok-groente, een bowl rijst, een flesje Carlsberg en een glas thee, de
rekening was RM 18. ( € 4.50!) Terug in het hotel nog een kop koffie.
Rekening RM 14 (€ 3.50) Ook al een opvallend verschil. (Benzine kost hier
per liter RM 1,30. Dat is ongeveer € 0,30)
De krant (The Sun, nationaal en gratis zoals ‘onze’ Metro/Spits
maar dan wel met 56 pagina’s!) verschijnt vanochtend met “Virtual
blackout” als kop op de
voorpagina. Vanwege een aardbeving bij Taiwan (7,1 op de schaal van
Richter) zijn er zeekabels beschadigd geraakt en dat heeft invloed op het
telefoon- en internetverkeer in heel Azië. En, inderdaad, ik probeerde
vanochtend in het e-café van het hotel deze tekst en foto’s op te laden
maar dat lukte niet. Vanavond vliegen we door naar Perth. Wie weet lukt het op
het vliegveld.
Zaterdag 30 december 2006
Het lukte dus op het vliegveld. Daarna vlogen we in 5 uur naar Perth waar we,
mede gezien een uur extra tijdsverschil, om half twee ’s nachts in ons
hotel aankwamen. Daar blijven we tot we op 1 januari de camper ophalen en echt
op reis gaan. Halleluja! Binnenkomen in Australië heeft voor mij ook een, wat
ik noem, bolletjesslikkerseffect. In het vliegtuig krijg je al te horen dat plantjes,
zaadjes, voedsel en dergelijke aan stricte invoerbepalingen onderworpen zijn.
Lopend van het vliegtuig naar de douane staan er al afvalbakken met de
aankondiging: “discard or declare”. Het douanepersoneel belast met
de controle draagt fel paarse handschoenen en ploegt door je koffer heen. Ik
had mijn medicijnen en een stukje kaas opgegeven en beiden mocht ik houden en
meenemen. Vriendelijke bejegening, maar toch. Hoge boetes worden je in het
vooruitzicht gesteld in geval van het niet aangeven van verboden spullen.
Zondag 31 december 2006
Perth. Wereldstad. We gaan vanochtend “in de stad” ontbijten en dat
betekent ergens in de buurt van het hotel in een straat op de stoep in de
schaduw. De zondagochtend krant besteedt 6 pagina’s aan de executie van Saddam Hussein. Een
voorpaginagrote foto van twee gemaskerde beambten en Saddam Hoessein, die een
masker weigerde, met de strop al om zijn nek. Mijn eerste reactie, als ik die
foto zie, is een gedachte van wat die laatste minuten ‘vreselijk’
moeten zijn geweest. Gewoon: weten dat je over enkele minuten dood bent.
Projectie natuurlijk en ik ben Saddam Hussein niet. En ik vraag mijzelf af of
ik, als krant, een dergel;ijke foto zou plaatsen. Verder kan ik er niet zoveel
mee. In beginsel ben ik tegen de doodstraf en ook tegen gratie in bepaalde
gevallen bij ‘levenslang’. Ik kan mij voorstellen dat een woord als
‘vergelding’ een grote rol speelt bij voorstanders. (Wellicht bij
mij ook, zeker als ik in mijn omgeving een slachtoffer van zijn regiem zou
hebben)
Terug naar Perth. In de
binnenstad is het openbaar vervoer gratis. De Central Area Transit opereert
drie lijnen onafhankelijk van elkaar die het gehele centrum
‘bedekken’ (CAT1, CAT2 en CAT3) Het schitterende weer nodigt echter
tot wandelen uit. Voor een goed deel van de dag waait er een westelijk windje
wat hier in de volksmond “The Fremantle doctor” heet. Fremantle
ligt 20 km verder zuidwestelijk van Perth aan de kust. Gisterenmiddag bracht
een sightseeingtrip over de Swan River ons in Fremantle. (Ik heb altijd gedacht
dat het als Freemantle geschreven wordt) Terug naar Perth gaan we met een soort
metro-trein. In de trein –en ook in de bussen- vind ik zogenaamde
‘priority-seats’ voor ouderen en gehandicapten e.d. Net als in
Nederland krijg ik als ‘senior’ korting. Ik betaal voor de trip van
Fremantle naar Perth AUD 1,20 terwijl Mineke AUD 2,30 in de kaartjesautomaat
moet stoppen. ( 1 AUD = 0,60€ ) Die korting voor seniors was me
gisterenochtend bij de kapper ook al opgevallen. Een knipbeurt kostte mij AUD
10 i.p.v. AUD 15 voor jongere klanten. De kapper rekende mij zonder te vragen
tot de senior-groep. Ik vind het niet altijd leuk om zo oud te zijn als ik ben,
maar stel vast dat die AUD 5 korting een gunstige invloed op mijn stemming
heeft. Die overigens al erg goed was! Goed, we hebben ons voorgenomen om
vanavond ‘oud-en-nieuw’ door te brengen op Northbridge Plaza waar
festiviteiten georganiseerd zijn. Morgen gaan we de camper ophalen en op pad.
Het wordt tijd, want al die drukke wereldsteden……….!
Waarschijnlijk brengen we de komende weken ten noorden van Perth door, buiten
en wellicht aan de kust.
Maandag 1 januari 2007
L.S.:EEN VOORSPOEDIG 2007
MOGE UW ALLER DEEL ZIJN!
En ja, hoor we zijn op pad. Bijkomen van de oudejaarsviering in Perth doen we
aan het strand even buiten Guilderton (60 km noord van Perth) aan de Indische
Oceaan. We hebben nog energie voor een strandwandeling maar daarna moeten de
spullen een plaatsje krijgen in de camper en wij slaap inhalen Th.
Ik voel me weer helemaal tussen de Australiërs. Ik was vergeten dat het
vakantietijd is, zomer-school-vakantie voor hier. Daardoor is het druk en
tegelijkertijd heeft die drukte wel wat: ik voel me meer één met de mensen: één
van hun. Veel meer opgenomen dan toen we in een hotel zaten. We staan midden
tussen de Ozzies. Om ons heen zie je de pick up trucs weer arriveren: met in de
laadruimten primitieve aanrechten, koelkasten
en niet te vergeten de barbecue. Hun leven verplaatst zich voor een paar
weken naar zee: opa’s doen een balspel met hun kleinkind, kinderen
fietsen rond over de zandpaden met hun fietshelmpjes op, het meest bizarre
meubilair staat rond onze camper die door een enthousiaste oma al het predikaat
cool kreeg. Onze reis is nu echt begonnen en ik heb er zin in! M
Woensdag 3 januari 2007
Vandaag waren de ruitenwissers nodig op weg naar het Noorden. Niet voor lang en
het was maar een buitje, maar het zat toch niet bij mijn verwachtingspatroon.
Gisterennacht regende het ook al even en op de camping waren geruchten dat een
cycloon ergens in de buurt van Broome (dat is nog vele honderden kilometers
noordelijker dan wij nu zijn) “aan land was gegaan”. Voor wat
betreft onze voedselvoorziening besteedt Mineke een deel van haar tijd aan het
verkrijgen van verse vis. Speciaal nu de reis ons langs de kust voert is ze
extra alert. Na enig zoeken lukte het in Lancelin. In de winkel werden wij
bediend door een jong meisje ( 18 jaar?) die er achter kwam dat wij
buitenlanders waren en aan ons vroeg welk land. Oh wat leuk dat jullie daar
vandaan komen ik ga er in februari voor een jaar onder een exchange-programma
naar toe. Semantha Sporysz heet ze en is van Joegoslavische origine. Ze kijkt
er erg naar uit maar vindt het ook eng, zegt ze
“What is it like in Holland?” vraagt ze. Geef maar eens een
zinnig antwoord op die vraag. Wat zou een Australiër voor antwoord geven als ik
hem een dergelijke vraag in Holland stelde? We laten ons adres en
telefoonnummer achter en spreken af om later in het jaar in Holland contact te
hebben.
Donderdag 4 januari 2007
We zijn inmiddels in Juriën Bay terecht gekomen en lezen vandaag in de krant
over de cycloon Isobel die dwars over het Australische continent raast. Aan de
kust merken we de gevolgen in de vorm van afwisselend wind en regen al hoewel
het traject van de cycloon enkele honderden kilometers landinwaarts (over
Kalgoorlie en Esperance) van noord naar zuid loopt. Een “once in a
generation storm” kopt de krant. Op weg naar Juriën Bay bezochten we in
het Nambung National Park de “Pinnnacles Desert”. Pinnacles zijn
pilaren van kalkzandsteen en ontstaan in de loop van miljoenen jaren waar ze nu
zijn door een samenloop van natuurlijke omstandigheden. (Een proces wat
overigens nog steeds doorgaat). Zie de foto’s, dat is beter dan duizend
woorden, die ik ook maar uit een brochure haal. We verdwaalden er op onze
manier ook een beetje en een vriendelijke Australiër bracht ons in zijn
“PC Hoofttractor” terug naar het parkeerterrein. Ja, en wat verder
nog? We “scoren” met enige regelmaat Australiërs met een of andere
Hollandse verbinding. Wat daarbij opvalt is dat die mensen daar graag in detail
over vertellen. Zoals de ober in een restaurant in Perth op oudejaarsavond die
vertelde dat hij in de Potgieterstraat in Amsterdam geboren was, op zijn derde
jaar in Australië aankwam en het Hollands niet meer zo paraat heeft. Of de
jonge man met een zoontje op zijn arm die vertelde in Schoorl geboren te zijn
–en verbaasd was dat ik precies wist waar dat lag- maar via zijn ouders
slechts heel vaag iets van ‘het Nederlands’ kende of herkende.
Vrijdag 5 januari 2007
Ik voel me als op Vlieland: we staan op een camping pal achter een smal duin,
je hoort en ziet en ruikt de zee (die behoorlijk tekeer gaat want het waait nog
steeds hard). Ons plekje is een kleine inham in het zand: idyllisch, nauwelijks
zichtbaar voor de rest en volledig in de natuur. Het lijkt hier op Vlieland,
maar het is aan de andere kant van de wereld… en… het weer is
totaal anders. In de zon is het heet, brandend; in de wind is het lekker maar
verraderlijk; ik smeer met factor 30+ en nog ben ik bang voor verbanding. Aan
Theo kan ik zien hoe hard het gaat: het witte haar tekent scherp af tegen zijn
rode voorhoofd. Ik lees een boek wat zich afspeelt in Tromsö, een rare
tegenstelling.
Ik stuur een sms’je naar Apeldoorn, een vaak terugkerend ritueel. In dat
sms’je vermeld ik de website van de camping waar we nu staan: 10 minuten
later ontvang ik een reactie: onze camping is in Apeldoorn al even virtueel
bezocht. Afstanden lijken inderdaad bijna niet meer te bestaan. Globalisering?
Ook hier in de winkels zie ik de kunststof geperforeerde klompen met een
hakkenband en komen vele t shirts uit China. Ik zoek naar verschillen die
misschien voornamelijk slechts in het verleden te vinden zijn. Of het moet de
oma zijn die ik gisteren in een Lonsdale T shirt zag lopen. We gaan zodra de
was droog is naar historic Dongara: wie weet. M.
Even ten zuiden van
Geraldton –waar we het komende weekend zullen zijn- staan we pal aan de
kust op een camping in Dongara/Port Denison. Uitzicht op de Indische Oceaan
richting Kaap de Goede Hoop. Het deel van de kust heet hier Batavia-coast. Het
was in deze buurt dat de Batavia van de VOC aan de grond liep met alle gevolgen
van dien. Als ik ’s avonds, al mijmerend, de zon aan de westelijke kim in
de zee zie zakken ontkom ik niet aan de gedachte dat zo’n Batavia komend
van de Kaap de Goede Hoop met de bedoeling langs de Australische westkust
omhoog te zeilen naar Batavia toch ook niet aan zomaar een zeiltochtje bezig
was. Globalisering? Th.
Zondag 7 januari 2007
Wij zijn ruim 60 k verder, het gaat niet hard, laten we het erop houden dat het
zondag is…. En met wederom het meest fantastische weer wat je je maar
kunt wensen: warm, extreem zonnig en een bries.
Nog even over historic Dongara: gisteren bezochten wij dit plaatsje en vonden
er een meer dan gezellige koffie”tent”. Het zou zo uit Bourtange
gekopieerd kunnen zijn: een ouderwetse sfeer, een leuke toog, heerlijke eigen
gebakken taarten (waaronder de altijd weerkerende lekker uitziende carrot-cake’s
met glazuurlaagje (icing) en veel “gezonde” vulling) en een
geweldige oude vig-tree waaronder het ontspannen koffiedrinken is. Altijd is er
een praatje met mensen die ook op het terras zitten. Het cafeetje had ook nog
een kamer met 2e hands boeken: een combinatie die je vaak ziet hier
in Australië. Het dorp telde andere historic gebouwen en had hierlangs een
wandeling in de aanbieding. In een tuin voor een prachtig oud gebouw werd een
kleine markt gehouden: folklore: eigen gemaakte producten (jams, zeep, honing,
kralenkettingen, gehaakte zonnehoeden en cakes), onder begeleiding van een
elvis-achtige zanger, compleet met cowboy hoed en gitaar.
Gisteren vertelde een mevrouw bij het wachten bij de wasmachine me dat ze
zojuist een tweede huis hadden gekocht in Dongara omdat de sfeer zo prettig
was; na vandaag begreep ik haar keuze, misschien ook wel omdat de vertelster
oorspronkelijk uit Wales komt.
Het zou kunnen zijn dat we na vandaag niet noordelijker gaan; in ieder geval
gaan we over enige tijd weer afzakken naar het zuiden en ik neem me voor om dan
nogmaals te proeven van de prettige sfeer in historic Dongara.
Morgen gaan we Geraldton (een stad met 23.000 inwoners en de grootste stad in
de mid-west), bezoeken. We zullen zeker
een kijkje gaan nemen in het museum is waar delen van de scheepswrakken van de
Batavia (1629 hier voor de kust vergaan). Even terug naar de
“VOC-mentaliteit”.M.
In de weekend-editie van
de –australische- Sunday Times staat een klein stukje over een warenhuis
wat bezig is met de terugname van kerstkadootjes die niet ‘in de smaak
vielen’ of zo. Boven aan de lijst staan ‘fitheids-machines’
(martelwerktuigen waarmee je thuis in conditie kunt blijven). Ook hoog scoort
kinderkleding. (Omdat die door grootouders die niet aux fait zijn met de
laatste mode, gekocht is) Heerlijk zo’n zondag met zo’n weekend
editie. Mijn schatting is dat ¾ uit advertenties bestaat. Mijn overleden broer
Bennie –zelf in de krantenwereld werkzaam- raakte bij een redactie ooit
uit de gratie door te stellen dat “redacties de achterkanten van
advertenties volschrijven”. De redactie van The Sunday Times heeft aan deze norm niet voldaan. Als ik even
opkijk van mijn krantje dan zie ik de overbuurman zijn kampeerbus binnengaan.
Het is niet zo maar een bus (zie foto)
Vandaag “doen” we een dagje Geraldton. Met het openbaar vervoer van
de camping naar de stad (en terug). Ik wordt als ‘senior’ beschouwd
en krijg weer korting*). Ons eerste museum –Western Australia Museum
Geraldton- is zoals we zo langzamerhand gewend zijn: modern, ruim, en schoon.
We komen er speciaal voor de “Shipwreck-gallery”, waarvan een zeer
groot deel gewijd is aan de Batavia. Het VOC schip wat zo’n 400 jaar
terug hier in de buurt aan de grond liep, met allerlei gevolgen inclusief de
–vermoedelijk- eerste twee blanken die hier permanent aan wal gingen, van
dien. Een van de stafleden komt op een gegeven moment mij waarschuwen dat er
een video over de Batavia vertoond wordt. We kijken er met nog vier andere
gasten naar en dat blijken ook Hollanders te zijn! Hoe dan ook: dat Hollandse
verleden met betrekking tot het ‘begin’ van “westers”
Australië krijgt veel aandacht. En allemaal ‘lieve jongens’ waren
het aan boord van de Batavia nou ook niet. Maf, hoor. Zit je daar met zes
Hollanders aan de andere kant van de wereld naar een Engels gesproken film van
een Hollands VOC-schip te kijken. (Balkenende zou dit vast geweldig gevonden
hebben!) Later gaat iedereen weer naar zijn eigen campertje terug. In de
shipwreckgallery krijgt het vergaan van het Australische HMS Sydney in november
1941 veel aandacht. Ergens in Geraldton –op een heuvel- is een monument
opgericht ter ere van de opvarenden waar nooit meer iets van teruggevonden is.
We zijn er naar toe geklauterd en kregen als bonus een prachtig uitzicht over Geraldton.
Heerlijk dagje. Strakblauwe hemel met een verfrissend windje. Goed begin van
onze 2e week in de camper. Th.
*) “I am 76, do I have to prove that?” Het charme-offensief van
Theo maakt dat wij samen voor 1 dollar 80 vijf km afleggen met het openbaar
vervoer…. ik heb gemengde gevoelens dat ze ook mij op het senior kaartje
laten reizen. M.
Woensdag 10 januari 2007
Kalbarri (met de klemtoon op de 2e lettergreep) ligt aan de mond van
de Murchison-river ongeveer 160 kilometer ten noorden van Geraldton. We zijn
daar nu en waarschijnlijk wordt dit het meest noordelijke punt van de geplande
lus noordelijk van Perth. Kalbarri is een vakantiedorp met van alles op en aan
het water te doen voor jong en oud. Het ligt aan de rand van het Kalbarri
National Park en ook daar kan je op allerlei manieren actief bezig zijn. Wij
kozen voor het “dagelijks voeren van de pelikanen” en een stevige
wandel- en klauterpartij langs de Murchison rivier in het National Park. (Voor
dit laatste moesten we wel 27 kilometer diep over een ‘wasbord-weg’
het park inrijden) Wat mij raakte was de toewijding waarmee de vrouwelijke
vrijwilliger de voer-sessie van de pelikanen leidde. Er zijn zo’n 100
mensen van alle leeftijden op af gekomen. Die krijgen pelikaan-college van
ongeveer een half uur en daarna krijgt de jeugd vissen uitgereikt om aan de
pelikanen te voeren. Er zijn 3 pelikanen op af gekomen en een gigantisch
veelvoud aan zeemeeuwen. De betrokkenheid van de vrijwillige mevrouw neem ik
als plezierige herinnering mee. Als ik terugloop denk ik aan de vele malen dat
ik mijn overleden broer Bennie (daar heb je hem weer) hielp met het eten van
zijn lunch. Op dat tijdstip was er in het verpleeghuis ook altijd veel
vrijwillige hulp aanwezig om te helpen bij het eten. Ook de inzet van die mensen
raakte mij. Ik zal er wel iets in projecteren al weet ik niet precies wat. Laat
maar. Th.
Woensdagavond 9 uur: op de achtergrond zingt Renée Flemming “Ave
Maria”, haar CD zit in de CD speler. Theo leest en ik mijmer in een warme
zomeravond. Middels een sms je wordt mij verzocht de camper te beschrijven en
foto’s van de camper te tonen. Dat laatste komt nog: hier de
beschrijving. We reizen in een Ford bestelbus: hoogte 2.70, lengte 5.70 m. Een
diesel. Ik ben helemaal tevreden met deze bus en zou hem zo in Nederland willen
hebben! De bus lijkt op die van vorig jaar (is ook van dezelfde
–prettige- verhuurder) maar is nieuwer en weer luxer. Aan boord is een
koelkast met vriesvak, een 2 pits gasfornuis, een magnetron, een airco versus
kachel, een flat-screen tv (!) met een losse dvd speler (!) en een ingebouwde
radio en iets waarop je pc kan draaien. Bij deze tv zijn 3 afstandsbedieningen,
waarvan ik er maar 1 kan snappen….
Verder hebben we een douche met wastafeltje en toilet, een aanrecht met
warm en koud stromend water en als opbergruimte 6 laden, een hangkast(je), 6
bovenkastjes en onder de banken ruimte waar o.a. een stofzuigertje (!)
opgeborgen is en onze schoenen een plek hebben gevonden, alsook het meubilair
voor buiten. Ons bed is 2 meter lang bij 1.70 breed (dus zeer riant) maar moet
’s avonds wel gebouwd worden. Ook kunnen we 2 eenpersoonsbedden met een
paadje ertussen maken, i.p.v. het tweepersoonsbed. Verder hebben we gezellige
verlichting (spotjes achter) en hebben we een buitenverlichting. We kunnen
zowel de achterdeuren open hebben (die tot aan het dak reiken) alsook de
zijschuifdeur. Er is een vrije doorgang van de bestuurdersplaats naar het
woongedeelte. De bekleding van onze
zitbanken (en later bed) bestaat uit alcantara. Nauwkeuriger kan ik ons
tijdelijke huis op wielen niet beschrijven!
Wij beiden vinden het een ideale camper, wendbaar, gemakkelijk te berijden en
prima in te wonen: helemaal goed! Binnenkort verschijnen er foto’s op de
website. Renée Flemming zingt nog gezellig door: ik ga koffie zetten. M.
Vrijdag 12 januari 2007
We kunnen maar niet wegkomen uit Kalbarri. Fantastisch weer. Schaduwrijk
plekje. Zee op 50 meter aan de overkant van de straat. Boeken lezen op een
stoeltje in de wind. Mineke zwemt in zee en wordt bruin. Van mij alleen mijn
voeten op de plekken waar de sandaal riempjes dit niet verhinderen. Ik lees op
dit moment twee boeken door elkaar. “De wereld van Sofie” van de
noorse schrijver Jostein Gaarder –het is een roman over de geschiedenis
van de filosofie- en daarnaast “Beyond the western rivers” van
Myrtle Rose White. Een familiegeschiedenis van de vroege pioniers in de barre
vlakten van Australie geschreven door iemand die dat leven als echtgenoot,
moeder en hoofd huishouding van een outstation meemaakte. Het laatste boek
kocht ik in een 2e hands boekwinkel in Geraldton die ook als
internetcafé fungeerde. Op het moment dat ik dit schrijf ligt het in de
bedoeling dat we morgenochtend zuidwaarts gaan. Waarschijnlijk naar Dongara.
Dinsdag 16 januari 2007
Kalbarri vaarwel gezegd. Tijdens een wandeling langs het strand maakte ik een
foto van Mineke waaruit je ook kan afleiden dat de zon midden op de dag recht
boven je staat. De slagschaduw rond Mineke is nauwelijks waarneembaar. [Zie
foto] Ook afscheid genomen van een –engelse- buurman op bezoek bij zijn
zoon in Perth. Hij had enkele dagen na aankomst een hartaanval gekregen en liep
nu met twee ‘stents’ rond en voelde zich herboren. Maar hij moest wel aan de tabletten. Ik
voelde mij enigszins ervaringsdeskundige –hoewel zonder stents- en heb
hem voor de komende ‘quarter century’ het allerbeste toegewenst. West
Australia’s Wildflower Country heet het gebied waar we nu door heen
rijden. We zijn er dus op het verkeerde moment want de bloemen bloeien ook hier
in het voorjaar en dat is voor dit gebied september/october. Naast de bloemen
wordt hier tarwe verbouwd. Die is dit jaar ook al geoogst en voor de rest is
het leeg. [Zie foto] We vertrokken vanochtend uit Carnamah en wilden diesel
tanken. De vriendelijke mevrouw aan de pomp vroeg waar wij heen gingen.
Antwoord: Moora. Nou, als je genoeg brandstof hebt om daar aan te komen zou ik
mijn diesel daar kopen dat is minstens 5 cent per liter goedkoper! Het is
allemaal al duur genoeg was onze gedachte en na een bedankje voor dit economisch
advies gingen we op weg. We zijn nu 30 kilometer verder in Coorow en daar zit
ik deze tekst te typen. Want hier is geen diesel verkrijgbaar maar wél een
telecentre wat om 11 uur open gaat voor het publiek. Het belooft weer een mooie
dag te worden: strakblauwe hemel, [nu nog] fris windje en niet druk op de weg
in dit gebied. De tarwe is namelijk al geoogst en de bloemen bloeien nog niet.
Heerlijk en ook verder gaat het heel goed. De toezichthouder op de
gemeentelijke camping in Carnamah kwam tijdens ons ontbijt vanochtend een
praatje houden, hetgeen neerkwam op het verhaal van zijn leven hier in West
Australia waarin o.m. een autoongeluk voorkwam wat hem 52 hechtingen in zijn
schedel opleverde. Er was niks meer van te zien zag ik want hij kaalde een beetje
en nam zijn pet af.
Dinsdagavond 16 januari
2007.
Droogbloemen. Wie kent ze niet (van vroeger?). We verbaasden ons over een zo
ruime camping in Carnamah met zelfs nog een aantal huisjes en brandschone,
ruime douches etc. De caretaker van de camping legde uit dat in het hoogseizoen
(het bloeien van de wildflowers) het wel degelijk drukker was in dit gebied.
Onderweg naar de plek waar we nu staan stond ineens een bord langs de weg:
wildflowerfarm open! Eindelijk dacht ik: toch wildflowers? Nu? Bij de farm
aangekomen wenkte een vrouw ons naar de schuur en ja hoor: daar hingen,
stonden, lagen wildflowers, in allerlei soorten en maten, in allerlei kleuren,
natuurlijk en onnatuurlijk. Maar alle gedroogd: wat met bloemen uit een droog
gebied beter gaat dan bloemen die veel water bevatten. De mevrouw was blij ons te ontvangen: mensen
uit Holland: pas dáár hadden ze verstand van bloemen! Zij exporteerde ook
droogbloemen naar Nederland en ontving hierna weer beter zaad, ook uit
Nederland, terug. Wat als een hobby was begonnen was uitgegroeid tot een groot
bedrijf, waar vele, vele dozen met gedroogde wildflowers geëxporteerd werden
naar Europa, VS, Japan etc. Mevrouw was druk doende kleine bloemstukjes op
magneetjes te maken: versierselen voor op de koelkast die verkocht werden in
een winkel verderop. Er was vooral vraag naar droogbloemen in bijzondere
kleuren: passend bij bruidskleding, passend bij de kleur van de zee (want veel
huwelijksfoto’s werden op het strand genomen). Enthousiast werd voor ons de video gestart:
zo zagen wij toch nog de wildflowers in het echt: bloeiend op het land, langs
de wegen, in de bossen, tussen de rotsen etc. verspreid over heel west
Australië. Ik herkende de strobloem en zag weer van heel vroeger een boeketje
(op de kop) hangend zodat het laatste vocht eruit zou trekken en er toch nog in
de winter een bloemetje op de vaas stond. Ook Theo heeft nog een dergelijk
gedroogd boeketje van zijn moeder… stoffig, zoals ik mij ook herinner. Ik
houd niet van droogbloemen, maar de toewijding van de mevrouw van vanmiddag
deed me goed. M.
Woensdagavond 17 januari
2007.
Ballidu: wij dronken er koffie. Zomaar een dorp in het wijde landschap: 60 km.
vóór Ballidu en 60 km. na Ballidu is niets en woont er niemand. Leegte. Dàt is waarom mensen Australië
verkiezen boven Europa. Tussen de dorpen, waar kleine gemeenschappen wonen, is
ruimte, leegte. Is niets. Maar in het dorp is het gemeenschappelijke moeilijk
te ontlopen. Op een schoolbord in de enige straat van Ballidu, staan de
gemeenschappelijke activiteiten met een krijtje vermeld: zoals een gezamenlijk
BBQ ontbijt op Australië day en de eerste schooldag na de grote vakantie op
31.01. En je eigen verjaardag ontlopen in een dorp als Ballidu lijkt bijna
onmogelijk: in de general store staat een schoolbordje (zie foto) met de
verjaardagen van januari, niet alleen van de kinderen zoals ik eerst dacht,
maar van alle inwoners….! en iedere maand wordt dit ververst. Theo zou er
niet aan ontkomen! M.
170 kilometer reden wij
vandaag. Van Moora via Walebing, Bindi Bindi, Ballidu, waar Semantha, de
11-jarige dochter van de uitbaatster van de koffiezaak zich verbaasde over mijn
lengte, Wongan Hills –waar, als ik
mij goed herinner, mijn vriend Gerard een tijdje heeft doorgebracht- naar
Goomalling, waar we nu zijn. De leegte, de ruimte bestaat uit geoogste
tarweakkers, oneindig groot lijkend. In het boek “Beyond western
rivers” wat ik nu lees, wordt ook beschreven hoe dat is: als je naaste
buren 60 kilometer verder wonen. “You live your own life” zei de
uitbaatster van de koffieshop in Ballidu, refererend aan de
‘leegte’ om het dorp heen. Eens per veertien dagen ging de familie
naar Perth [2½ uur rijden]. Het raakt mij. Indrukwekkend. Je moet het helemaal
zelf doen. Op zo’n dag als vandaag doe ik niet veel meer als intensief om
mij heen kijken en liters water drinken. Ik voel mij rijker met zo’n
ervaring.
Donderdagavond 18 januari
2007
Vanmiddag brachten we een bezoek aan eco-village Somerville [ www.somervilleecovillage.com.au 30 km west van Perth in de buurt van het dorp
Chidlow]. We hadden er, via vriend Nico in Nederland, van gehoord maar troffen
er, tot onze niet geringe verbazing, niemand aan. Een informatiepaneel, een
aantal optrekjes, een schooltje, een schooltuin, hier en daar een bejaarde auto
maar geen levende have. Wel een bijzondere sfeer. We maakten wat foto’s
en zijn verder gegaan. 166 Hectare groot volgens het info-paneel. Vreemd, met
mijn El Bloque ervaring kan ik niet begrijpen dat het zo verlaten is. Ik had
wel graag iemand gesproken, die er wat over kon en wilde zeggen. Is iedereen op
vakantie en even niet bezig met ecologisch en duurzaam leven? We verlaten het
dorp en komen volgens plan terecht in Northam. ’s Avonds bij het eten
raken we in gesprek met Julien en Déborah Girardet (broer en zus, woonachtig in
Zwitserland) op kampeertrektocht door het zuidwesten van Australië. Julien, de
broer, spreekt uitsluitend Frans op zijn Zwitsers en Deborah is drie maanden op
een cursus Engels geweest en reist nu met broer-lief mee [of andersom]. Wijn en
dessert delen we op uitnodiging van Mineke en het wordt een ontwapenend gesprek
in het Frans, Engels en Nederlands met vertalingen over en weer.
Zaterdagochtend 20
januari 2007
De noordelijke lus boven Perth is nu echt voltooid. [Voor de statistieken: we
legden 1933 km af in 19 dagen] We zitten, even ten zuiden van Perth, in
Fremantle aan de zee. We hebben een plekje op een nogal luxueus uitgevoerd
‘holiday park’ en blijven
hier tot aanstaande dinsdag. Aanstaande maandag treffen we vriend Gérard in
Perth die dan begint aan een verblijf in dit gebied. Dinsdag starten wij de
zuidelijke lus al het is het nog geenszins duidelijk hoe, waar en wat. We
krijgen net een bericht dat het weer in Nederland van streek is geweest met
trein- en busuitval en reizigers overnachten op plekken die ze niet van plan
waren. Zo’n bericht brengt mij weer even in een andere werkelijkheid en
tegelijkertijd bij de vraag ‘of we in Nederland al een kabinet hebben’.
Voor ons hier in Fremantle wordt het een weekend van de dikke weekendkrant, een
was draaien, wandeling langs het strand, boek lezen, biertje drinken en wat
aantutten. Heerlijk ontspannen vooruitzicht!
Zondagmorgen 21 januari
2007
Ik zag gisteren in Woolworth [een supermarkt à la Albert Heijn, maar dan
beduidend groter] op een van de schappen pakken Senseo liggen. Ik was blij
verrast: Senseo –wat ik kennelijk met Holland associeerde- aan de andere
kant van de wereld.
Maandagavond 23 januari
2007
Vandaag ben ik in Perth met Mineke, onder meer om vriend Gérard welkom te
heten. Hij is om 3 uur voldoende ‘bijgeslapen’ van zijn vlucht uit
La Gomera, via Frankfurt en Dubai. Een hartelijk weerzien en het feit dat zijn
koffer ‘er nog niet was’ heeft geen invloed op de stemming. We
praten ‘honderd uit’ en besluiten de sessie met een avondmaal in
‘Kingstreet 44’. [= naam van het restaurant]. En natuurlijk is een
van de onderwerpen ‘waarom toch dat reizen?’ en ‘waarom op de
manier zoals wij het ieder van ons doen?’. Geïnspireerd door het weerzien
worden we door Gérard naar de trein gebracht –onze camper staat immers in
Fremantle- en wie weet kruisen onze wegen in Australië zich nogmaals.
Vanochtend, wachtend op Mineke die enkele boodschappen doet, kom ik op een
bankje in gesprek met Josef Cupka. [de ‘C’ moet je uitspreken als
‘Tch’ ] Hij is een Slowaak die al een kwart eeuw in Perth woont. Op
een gegeven moment maak ik de opmerking dat ik vind dat hij mooie handen heeft.
“Ik ben organist van de Lutherse kerk hier” is zijn antwoord. Ik
krijg van alle orgels in Perth bijzonderheden en welke muziek hij liever op het
ene dan wel op het andere orgel speelt. Vervolgens zitten wij “Jesus, joy
of men’s desire” tegen elkaar te fluiten. Midden in Perth op een
bankje in de zon. Dat is ook een van de reden waarom ik mijn manier van reizen
aantrekkelijk vind. Th.
Australian Day, de verjaardag van Australië: feest. Een soort Koninginnedag.
Niemand weet overigens de hoeveelste verjaardag het is… Het is ook het
laatste weekend van de schoolvakanties en vele vaders en moeders hebben een
lang weekend vrijaf genomen: het is druk. Aan caravans en sommige tenten hangt
de Australische vlag uitbundig te wapperen.
Er worden op deze dag ook lintjes uitgereikt en Tim Flannery, een
climate warrior, werd the Australian of the Year. Hij krijgt een groter
platform om zo de Australiërs te waarschuwen voor de gevaren van
overconsumptie. Als wetenschapper waarschuwt hij al jaren voor de
risico’s die de klimaatveranderingen met zich meebrengen, vooral voor dit
toch al zo uitgedroogde land. Gisteren reden wij naar de plek (Bunbury) waar we
nu staan. Onderweg zag ik enkele groene weiden (!) wat we de afgelopen vier
weken nauwelijks hebben gezien.
Vanzelfsprekend waren dit percelen waar uitbundig werd gesproeid, maar
ik merkte dat ik het frisse groen van weiden en planten mis! Australië is,
zeker in deze maanden, droog, dor, verschroeid. Nog minder regen lijkt
desastreus. Vanwege Australian day waren wij naar een grotere plaats gegaan om
daar deze feestdag mee te vieren, gezien onze herinnering aan Aussie Day in
Sydney vorig jaar. Hoewel het feest is in de stad, op het strand vele bandjes
spelen (zoals de buren ons vertelden) hebben wij nog geen stap buiten de
camping gezet…., ook hier is zout water, zei het in een zwembad. Het is warm, te warm om naar het centrum te
gaan. De wind komt de laatste 2 dagen niet vanuit de zeekant maar vanuit het
oosten: een hete woestijn wind overspoelt ons. Het is in de schaduw en wind
over de 35 graden C…. Wij lezen, verplaatsen ons steeds naar de schaduw,
drinken water en vieren op deze manier onze Australian day. Achter onze camper
lopen naast beige, ook zwart bonte koeien, zei het op een grasveld van hooi:
het schijnt hun niet te deren! Vanavond is er groot vuurwerk op het strand, wie
weet. M.
Een deel van mijn
werkzaam leven bracht ik door in tropische klimaten en de daarbij horende
temperaturen. Ik heb altijd geroepen dat ik goed tegen de warmte kan. Mijn
herinnering aan vandaag, Australian Day, zal gedomineerd worden door de warme
dag die het was. En door de inertie die dat bij mij tot gevolg had. Veel meer
dan The West Australian lezen heb ik niet gedaan. Water drinken. Veel water. En ’s avonds
in de verrukkelijke koelte naar een vuurwerkvoorstelling gekeken. Th.
Zondagmorgen 28 januari
2007
Gisteren zijn we vanuit Bunbury landinwaarts getrokken. We hebben een afspraak
met Gérard die in Narrogin is neerrgestreken en daar enkele dagen blijft.
[Narrogin ligt een paar honderd kilometer landinwaarts en wordt als
‘historic town’ geafficheerd] Voor we vertrekken gaan we via een
internetcafé naar Coles. Een supermarkt à la Woolworth en à la Albert Heyn maar
dan veel groter. Er is daar ook een toonbank waar je sigaretten, kranten en
oplaadkaarten voor je mobiele telefoon etc kunt krijgen. Voor mij is een
mevrouw[tje] aan de beurt. Ik zeg ‘tje’ omdat ze maar net boven de
toonbank uitkomt. Ze heeft een bloemige jurk aan, slanke verschijning al ziet
ze er niet erg verzorgd uit. Haar lange vingernagels vallen op speciaal die van
haar duim. Ze draagt een bril en heeft in haar hand 8 biljetten van AU$ 20. Ze
koopt sigaretten, maar zoveel dat er geld bij moet komen. Haar hand verdwijnt
in de zak van haar jurk en komt met 6 biljetten van AU$ 50 tevoorschijn.
Uiteindelijk na wat gewissel en gepraat met het meisje achter de toonbank
vertrekt ze met sigaretten ter waarde van AU$ 278, keurig in een plastic zakje.
Ik sta er van alles bij in te vullen maar volgens Mineke is dat onterecht.
In Narrogin gaan we zodirect koffie drinken bij en met Gérard. Gewoon, net
alsof we in Holland zijn. Alleen is het weer hier wat anders: half bewolkt,
zacht windje en een lekkere temperatuur. Op de enigszins verwaarloosd aandoende
campground van de gemeente Narrogin tref ik twee mooie auto’s aan. [zie
foto] Waarom ze er staan weet ik niet.
Maandagmorgen 29 januari
2007
Vandaag wordt mijn kleinzoon Jonas 11 jaar. Hij slaapt nog op dit moment maar
in de loop van de dag zal ik proberen te bellen. Na de koffie gisteren bij en
met Gérard zijn we en colonne naar Wagin getrokken [50 kilometer zuidwaarts] Wagin wordt
geafficheerd als historic town met “the largest Social History Museum van
West Australië”. We hebben daar rondgekeken. Ik loop er doorheen met een
min of meer permanente gedachte van “oh ja, dat ken ik nog van
vroeger”. Wagin werd aan het eind van de 19e eeuw op de kaart
van Australië gezet door boeren en settlers. De eerste dominee werd benoemd in
1902 voor zover ik kon opmaken uit een paneel in de gerestaureerde kerk. [Mijn
vader, zelf domineeszoon, was toen 1 jaar oud]. Een grote verscheidenheid aan
landbouwwerktuigen is opgesteld in een aantal schuren. Mineke –zelf
boerendochter die wel eens bij haar vader op de tractor mocht- ontdekt een
tractor die net zo oud is als zijzelf [zie foto]. Alle waardering heb ik voor
de vrijwilligers die vele spullen in dit museum renoveerden, maar Mineke ziet
er beduidend beter uit! Wagin als stadje heeft ook de “Lonely
Planet” gehaald met het beeld van de “Giant Ram”. De foto’s
mogen voor zichzelf spreken. Het is een bouwwerk van polyester, staat in een
mooi aangelegd park en werd gefinancierd door de plaatselijke Rotary en Lions
Clubs. Th.
Het was een zeer warme, vochtige dag: onze rode wijn leek wel glühwein; maar
goed, je kunt niet alles hebben. M.
Dinsdagavond 30 januari
2007
Wagin met het super-kitsch beeld van de Giant Ram beschouwen we voorlopig maar
als het meest landinwaartse punt van de zuidelijke lus van Perth. We trekken
via Arthur River, Boyup Brook, naar Bridgetown waar we op de gemeentelijke
camping de nacht van maandag op dinsdag doorbrengen. Vanochtend verder richting
Donnybrook. We kiezen voor Donnybrook omdat die stad zich op de kaart geplaatst
heeft gekregen als “Home of the Granny Smith” Dat willen we wel
eens zien. Vlak voor de stad koopt Mineke al Granny’s en nog wat ander
fruit. De fruitboer zelf doet wat klagerig. Het gaat niet zo goed met de
business. De regering laat allerlei fruit van het buitenland toe enz.enz.enz.
Voor het toeristenburo in Donnybrook zelf willen ze ook wel weten van de Granny
Smith [zie foto] en binnen is een pamflet met de ‘history of the Granny
Smith’ verkrijgbaar. Er zijn overigens ook andere obsessie’s
mogelijk in Donnybrook. [zie foto] Voor we verder gaan drinken we onze
capucino’s met carrot-cake en in het etablissement zitten aan een
langwerpige tafel een vijftien-tal ouderen aan de lunch. Een groep bejaarden
met begeleidsters op een ‘dagje uit’ denk ik zo. Ik heb zicht op
een aantal mannen –overduidelijk van mijn leeftijd- die keurig hun bordje
leegeten en verder niet zoveel te babbelen hebben. Het maakt mij verdrietig.
Vergane glorie. Waar zijn deze mannen nog voor nodig? Het kan natuurlijk best
dat die heren een hele leuke dag beleven, maar op mij maken ze een uitgebluste
indruk. En ik projecteer per sé niet, maar het is wel mijn
leeftijdsklasse! Dan is de lunch
voorbij, één van de begeleidsters geeft een signaal en men staat op om naar
buiten te gaan waar de bus wacht. Schuifel, schuifel en steunend op stok of
begeleidster. Spillebenen, korte broeken, hier en daar een verbleekte tatouage.
Even later stappen Mineke en ik in ons busje op weg naar Busselton aan de kust.
Het is prachtig zomerweer, mooi, glooiend landschap, zichtbare bedrijvigheid:
koeien, graan en fruit. En langzaam verdwijnt het beeld van die oudere mannen.
Ik ben weer op reis. Maar dit soort ontmoeting hoort erbij en ik vind het
belangrijk genoeg om het te melden. Het gaat goed met mij.
Donderdagavond 1 februari
2007
Het kon natuurlijk niet uitblijven: in dit deel van West Australië spelen fruit
en wijn een grote rol en bij de fruitboer waar Mineke haar eerste Grannies
kocht nam ze ook nog een zak abrikozen mee. [Ongeveer 0,60€ per kilo] We
reden door naar Busselton, aan de kust, met de bedoeling er iets langer te
blijven. Er was dus tijd en gelegenheid om jam te maken en dat gebeurde ook:
heerlijke abrikozenjam hebben we nu en waarschijnlijk voldoende voor de rest
van onze reis. Wat evenmin kon uitblijven was het moment waarop Mineke voor de
dagelijkse avondmaaltijd de BBQ zou inschakelen. [We hebben, voor alle
duidelijkheid, géén BBQ aan boord van de camper] Maar er is waarschijnlijk in
gans Australië geen caravanpark of camping te vinden waar geen BBQ-installatie
voor publiek gebruik staat opgesteld. En dat kwam er dus ook van: als authentieke
Australiërs aten we een BBQ-ondersteunde maaltijd. Met als verdere
bijzonderheid dat Mineke als vrouw de BBQ-activiteiten uitvoerde, iets wat in
Australië op zijn minst ongebruikelijk is. Alles lukte uitstekend en het feit
dat een BBQ-maaltijd een, wat men hier noemt, ‘al fresco gebeuren’
is maakte het wat mij betreft extra ‘feestelijk’. In Australië lees
en hoor je regelmatig over een ‘al fresco life style’. Het wil niks
meer of minder zeggen dat het een ‘life style’ is die zich
voornamelijk in de buitenlucht afspeelt. En natuurlijk kun je in diezelfde
buitenlucht ook gewoon broccoli met aardappelen en een bal gehakt eten en dat
is even ‘al fresco’ als BBQ. Maar bovenal vind ik het heerlijk om
in deze omstandigheden met leven bezig te zijn.
In Busselton is een toeristische attractie in de vorm van een
–voornamelijk- houten pier die 1874 meter ver de zee in
‘loopt’. Hij is niet meer in gebruik voor waar hij oorspronkelijk
voor gebouwd is –laden en lossen van schepen- maar wél voor toeristen die
naar het eind wandelen en weer terug. Daar helemaal aan het eind zijn uiteraard
de gebruikelijke voorzieningen. Toiletten, Cola-machines en een souvenirshop.
Het was een prima wandeling en de toegang à AUD 2,50 meer dan waard. Komend
weekend is de jetty ook nog het middelpunt van een zwemwedstrijd. Start aan de
ene zijde en finish aan de andere waarbij de deelnemers verondersteld worden
niet onder de pier door te zwemmen. Ter ondersteuning van de feestelijkheden
wordt er ook nog een zandkasteel gebouwd vlak voor de ingang van de pier. Ik
ken het verschijnsel ‘zandkastelen’ uit Nederland maar ik was het
in Australië nog niet tegengekomen. Zie foto’s.
Zaterdagmiddag 3 februari
2007
Via Dunsborough –aan de kust- kwamen we gisteren volgens plan uit bij
Cape Naturaliste. [Niet te verwarren met ‘naturiste’!] De baai
–waar Dunsborough ook aan ligt- is de Geographe Bay. Naturaliste en
Geographe: beide namen met een Franse oorsprong. Het was de Franse
ontdekkingsreiziger Nicholas Baudin die aan deze kust rond 1800 landde met een
vloot van 2 schepen die Geographe en Naturaliste gedoopt waren. Dat vertelt de
plaquette onder zijn borstbeeld wat de kade van Busselton siert. En telkens
weer, als ik dergelijke jaartallen lees, realiseer ik mij dat het
‘huidige’ Australië toen begonnen is. En dat een goed deel van de
mensen die er nu leven voorouders hebben die er ‘gewoon heen
gingen’ om hun leven EN land op te bouwen. [En, natuurlijk, dat het land
en de situatie ook gebruikt werden om er gevangenen –convicts- kwijt te
traken, op te voeden of wat dan ook.] Cape Naturiste is ongeveer een eeuw na
het bezoek van Bauduin voorzien van een vuurtoren, die nog steeds in bedrijf is
–zij het volledig automatisch en onbemand- en wordt het licht nu geleverd
door electriciteit en niet, zoals eerst, door walvisolie en later kerosine. De
vuurtoren hebben we bezocht en het was voor het eerst in mijn leven dat ik naar
boven klom onder leiding van de rondleider Peter boven op een vuurtoren stond.
Prachtig uitzicht en Peter vertelde dat het licht 43 kilometer ver op zee te
zien was.
Maandagmorgen 5 februari
2007
Vanochtend gaan we weer op pad –richting Margaret River- met de
wetenschap dat we vandaag voor het eerst minder dagen ‘nog te gaan
hebben’ dan er al geweest zijn. Ik
noem het maar de kantelnacht. We zijn in totaal 85 dagen van huis en met
inbegrip van vandaag zijn er nog 42. Dat gezegd hebbende: we hadden een goed
weekend. Aan het strand, met een krant, wandelen en een windje. Bovendien
beschikt de camping [ www.yallingupbeach.com.au ] over een
wifi-hotspot zodat ik –tegen betaling van 6 AUD per uur weliswaar- vanuit
de camper kan e-mailen en website opladen. In de Weekend Australian scoort
Ayaan Hirsi Ali 2 pagina’s naar aanleiding van haar boek “Infidel”
wat binnenkort verschijnt. [Ik heb uit het artikel niet kunnen opmaken of het
een vertaling is van haar Hollandse boek wat eind vorig jaar verscheen. Lijkt
haast van wel.] Het artikel heeft als kop “Cruellest cut in the name of
Islam” en gaat hoofdzakelijk over haar besnijdenis [en die van haar
zuster en broer] en uithuwelijking. Smeuige teksten, dus. In het artikel wordt
wel duidelijk gemaakt dat vrouwenbesnijdenis ouder is dan de Islam. Niet alle
Moslims praktiseren besnijdenis en andersom.
In een aparte box haar levensgeschiedenis inclusief de aanvaring met
Minister Verdonk. Boeiender om te lezen vond ik een commentaar-artikel van
Rebecca Weisser die Ayaan’s leven beschrijft als “Dangerous odyssee
of Moslim Voltaire”. En haar beschrijft als een zeldzaam voorbeeld van
morele moed voor het westen. Wat verder nog? De plek aan de kust waar we het
weekend waren is erg in trek bij surfers. Mensen die op een surfplank met de
golven ‘meegaan’. [Een surfplank zonder zeil, dus] Daar is een speciale
golfslag voor nodig en die is hier in ruime mate aanwezig. Op zaterdagmorgen
kwam de buurman op de camping naar me toe met de mededeling dat de op één na
beste surfer ter wereld net was aangekomen en dat iedereen zijn kunsten op de
golven kon gaan bewonderen. Ik ben wel gaan kijken, zag wel staaltjes van
‘acrobatiek’ maar weet niet of ik die op één na beste gezien heb.
In de bijlage van de Weekend Australian is een omslagartikel wat gaat over
Layne Beachley, een vrouw die zeven maal wereldkampioen surfen (zonder zeiltje)
is geworden en nu van blond naar bruin haar is overgestapt omdat ze niet meer
als “blonde surfie rat” door het leven wil.
Dinsdag 6 februari 2007.
De wifi-hotspot op de camping in Yallingup zakte in de nacht van maandag op
dinsdag in elkaar. Niks website opladen vanuit de kampeerbus. Wel een refund
van mijn ticket: 50%= AUD 3$. Wij zijn inmiddels in Margaret River en daar gaat
veel, zoniet alles, over wijn. De oogst nadert [plm eind van deze maand] en de
tijdelijke werkkrachten stromen toe. We gaan vandaag maar eens een glaasje van
het lokale product proeven.
Woensdagavond 7 februari 2007
Op de camping in Maragret River staan we tussen de wijnplukkers. (De oogst
blijkt eerder begonnen dan ik dacht.) We raken met één van hen aan de praat.
Hij vertelt o.m. dat zijn moeder uit Amsterdam komt. Elke dag plukt hij van
zeven tot half twee en krijgt –via een agency wat hij op internet vond-
AUD 2$ per mand. [ ong € 1.20 ] en tussen zeven en half twee kun je
zo’n 50 manden plukken. In Adelaïde, waar hij woont, verdiende hij in een
café-restaurant aan de afwasmachine AUD 28$ per uur. Er zijn heel veel plukkers
nodig, er is overal werk. Ik kan er wat bij denken als we zo door het gebied
heen rijden. Tientallen vineyards met vele kilometers(?) wijnranken. Sommige
stukken zijn ingepakt in witte netten om de vogels weg te houden. We besluiten
om bij een wijnboer te gaan lunchen. Enkele ‘wineries’ houden er
een restaurant op na en de keus valt op The Berry Farm. Daar zitten we dan:
onder een parasol met uitzicht op de wijnstruiken, een salade op tafel met een
fles Margaret River Chardonnay in een koeler. De plukkers voor 2$ per mand zijn
‘ver weg’. Ik krijg een op het decadente af luxe vakantiegevoel.
Tijdens deze reis heb ik een enkele maal de indruk gehad dat we in West
Australië minder beleven dan vorig jaar in het oostelijk deel en dat er meer
kilometers liggen tussen dat wat we meemaken. Verder is voor mij een lunch nou
niet een-twee-drie een belevenis apart, maar deze zou ik toch niet hebben
willen overslaan. Ook het rijden door deze wijnregio is ook een plezier apart.
Prachtig landschap, zomers zonnetje en niet druk op de weg.
Nog even een prozaïsche belevenis. Op een parkeerplaats in Margaret River gleed
Mineke op het gravel uit bij het uitstappen. Een stevige schaafwond. In de
plaatselijke apotheek waar ze, zoals overal gebruikelijk in winkels, begroet
werd met “how are you?” en vervolgens bij wijze van antwoord op
haar knie wees, was de reactie simpel: gaat U maar zitten, we helpen U even.
[zie foto] Spullen uit hun eigen assortiment uiteraard. Ik weet niet of iets dergelijks in Nederland
zou gebeuren. Th.
Op de filosofiekalender (die wij in de camper hebben hangen) staat bij 7
februari een uitspraak van J.R.R.Tolkien: “er kan enige satire in het
verhaal zijn, maar met één ding mag niet de draak gestoken worden en dat is de
magie zelf”.
Ik lees op dit moment “De Gezongen Aarde” van Bruce Chatwin. Over
magie gesproken…! Het boek gaat over het oorspronkelijke leven van de
Aboriginals. Over de onzichtbare “zangsporen” of
“droomwegen”, die door de Aboriginals “De Voetstappen van de
Voorouders” worden genoemd. “Zo moet je je een zwangere vrouw
voorstellen die rondscharrelde op haar dagelijkse fouragetocht. Opeens stapt ze
op een couplet, het “geesteskind” springt op, via haar teennagel
naar haar vagina of in een eeltkloof in haar voet, zoekt zijn weg naar haar
baarmoeder en bevrucht de foetus met gezang. De eerste schop van de baby! Het moment van de “geestesbevruchting”.
De aanstaande moeder markeert de plek en haalt de Stamoudsten erbij. Zij
interpreteren dan de ligging van de plek en besluiten welke Voorouder daar
langs is gekomen en welke verzen dus het privé eigendom van het aanstaande kind
zijn. Zij reserveren een bevruchtingsplek voor hem, die samenvalt met het
dichtstbijzijnde oriëntatiepunt langs het Zangspoor.” Etc. etc. Je kunt
je misschien een zangspoor ook voorstellen zoals vogels die kennen.
Over magie gesproken! In dit boek wordt
een beeld opgeroepen van de mens zoals hij ooit geweest moet zijn en van de
bestemming die hij had en niet heeft kunnen waarmaken. M.
Donderdag 8 februari 2007
Cape Leeuwin: weer een confrontatie met Nederlandse geschiedenis. In 1622
voeren Nederlandse stuurlieden langs deze kaap met het schip Leeuwin. Op de
vuurtoren van Cape Leeuwin staat een gedenkplaat (in het Nederlands!). Zie
geplaatste foto. Voor het eerst zat het weer ons niet mee, het miezerde en we
moesten een vest aan! Voor ons zeer ongewoon. Gelukkig zaten we na ruim een uur
weer in de zon en zelfs later aan het strand: de zon was terug en de
temperatuur steeg navenant. Iedere keer als ik weer een strand zie, -wat bijna
elke dag gebeurt- maakt mijn hart een sprongetje. Wat een uitzicht, wat een
ruimte, een gebogen strook wit zand met aanrollend blauw water. Ook dat is
Australië! Bijna lege, prachtige stranden en hoeveel heb ik er nu wel al niet
gezien? En altijd weer maakt het me blij over die eindeloze blauwe bewegende
vlakte te kijken, de lucht te ruiken en de wind te voelen. We staan in Hamelin
Bay (www.mronline.com.au/accom/hamelin). Voor het eten doen
we nog snel even een strandwandeling. Er wordt weer op haring gevist, mannen en
vrouwen van middelbare leeftijd, gooien hun hengel uit: een vertrouwd beeld in
Australië, waar iedereen vist, waar de mannen daarna de vis op de barbecue
bereiden. Gisteren had men er 16! Vandaag moest de school haring nog
langskomen. M.
Zaterdag 10 februari 2007
Wakker worden met het geluid van de aanrollende zee en zodra de zijdeur van de
camper opent de zon in je gezicht voelen. Cape Leeuwin.
Gaan slapen in een Karri Forrest, met een enkele sequoia sempervirus, immens
hoge bomen in een nationaal park: rust en ruimte, het geluid van vogels, nu, 20
uur invallende duisternis en stilte om ons heen. Vandaag een prachtige rit en
een prima stemming. Wat wil een mens nog meer? Ik ga heerlijk slapen. M
Zondagavond 11 februari
2007
Margaret River hebben we achter ons gelaten en onderweg naar het volgende
wijngebied rond Pemberton en Manjimup overnacht in een Karri Forrest. Daar was
weer een van de vele nationale parken met een campground beschikbaar. Basisvoorzieningen zoals een
“pit-toilet” –schoon en met fatsoenlijke rollen closetpapier-
maar geen stromend water en electra. Wel: rust, ruimte, kwetterende vogels en
een rustgevend bos met een open plek. Af en toe worden we lastig gevallen door
“march-flies” zoals de campground-host ze noemde. Eigenlijk horen
die beesten pas in Maart te verschijnen maar met het klimaat is van alles in de
war en dus ook deze beesten. In de Weekend Australian van dit weekend wordt de
klimaat verandering, de CO2 uitstoot en het effect daarvan op het milieu bij
elkaar genoemd als DE issue bij de komende verkiezingen voor het hoogste
politieke ambt in Australië: prime minister of the federal government. [Op dit
moment is dit John Howard, liberaal en zijn grote uitdager wordt Kevin Rudd,
labour. Een soort Wouter Bos, al begrijp ik dat Wouter Bos voldoende heeft
ingeleverd om te mogen meeregeren in Nederland.] In een commentaar artikel
worden de milieu-effecten zelfs “by far” belangrijker genoemd dan
het terrorisme. Als ik dit lees vind ik het moeilijk om vast te stellen of ik
het er mee eens ben. Terrorisme is –qua effect- zo’n korte termijn
issue terwijl de vermindering van de CO2 uitstoot op veel langere termijn
zicht- en voelbaar wordt. Vlak bij de
overnachtingscampground is een Arboretum. We maken er een wandeling doorheen en
ik raak onder de indruk van die giganten van bomen. Ik krijg een gevoel alsof
ik in een kathedraal loop. Een groot deel van de bomen is geplant rond 1930,
ongeveer de tijd van mijn geboorte. Ze zijn dus net zo oud als ik en sommigen
zien er uit alsof ze er nog vele jaren zullen staan. Anderen zijn reeds gevallen.
Ik loop er bijna letterlijk en figuurlijk “tussen in” en het maakt
mij nederig. Via Manjimup rijden we door naar het Shannon National Park. Ook
daar is weer zo’n prachtplek om te zijn, te zitten en te zwijmelen. Op
deze plek is zelfs een warme douche beschikbaar vertelt de camphost trots. En ja hoor, tegen half zes komt hij het
houtvuur aansteken en over een uur is er dus warm water. Ik heb met hem de
discussie over de CO2 uitstoot van houtvuren ontweken. Voor het eerst eigenlijk
komen de kangaroes ons gezelschap houden. Ze snuffelen wat rond en verdwijnen
dan weer. Niet voeren is de boodschap, dan worden ze lastig want ze willen
méér. We eten ’s avonds weer buiten –af en toe moeten we een
maart-vlieg wegmeppen- en voor de afwas gebruik ik nog wat warm water van de
houtgestookte boiler.
.
Dinsdagavond 13 februari 2007
Denmark. Een stadje aan de zuidkust, wat door iedereen die wij erover hoorden,
als een ‘must’ wordt beschreven. Liefelijk, knus en alternatief.
Het stadje ontleent zijn naam niet aan het Scandinavische land maar aan een
marineofficier [Dr Alexander Denmark] die als explorer zo’n 150 jaar
terug de rivier, die hier de zee instroomt, zijn naam gaf. Vervolgens kreeg de
‘settlement’ aan de mond van de rivier dezelfde naam.
Toeristenbrochure-wijsheid, maar diezelfde brochures vermelden óók de naam van
een Nederlander die hier pas 8 jaar woont. Bert Bolle,
“barometerfanaat” en eens de man van het barometer-museum in
Maartensdijk. In 1999 is hij met vrouw en al naar hier geëmigreerd en heeft zijn
‘beroemde’ grootste barometer van de wereld [Erkend door Guinnness
Book of Records] geschonken aan het Toeristen Informatie Buro. Een deel van
zijn collectie barometers wordt ook getoond. Helaas is het [nieuwe] infocentre
nog niet klaar [de brochures beloven februari 2007, maar het wordt april en
daar kan ik niet op wachten]. Ik had die grootste barometer al eens gezien in
het museum in Maartensdijk. [Ik houd van kwikbarometers omdat die instrumenten
zo duidelijk laten zien wát en hoe ze het meten]. Dat ‘grootste’
komt omdat Bolle in die, door hemzelf gebouwde, barometer het kwik vervangen
heeft door water, waardoor het apparaat ongeveer 13 keer zo lang wordt vanwege
het feit dat het soortelijk gewicht van kwik ongeveer 13x dat van water is.
Daar zijn, als je zo’n ding aan de muur wilt hangen, in een gewoon
woonhuis 3 verdiepingen voor nodig en in het toeristencentrum in aanbouw is de
centrale toren van vergelijkbare hoogte ook duidelijk te zien. Hoe dan ook: dit
soort ontdekkingen draagt bij aan mijn plezier in reizen.
Onderweg naar Denmark
stopten we in de Valley of the Giants voor een Tall Tree Top Walk. In Nederland
bestaat in Drente ook een boomkroonpad en dit is er ook een en dat wilden we
wel eens beleven. Indrukwekkend, ook hier, te lopen op zo’n 40 meter
hoogte tussen de toppen van Karri-trees [Karri is een soort eucalyptus en
worden met gemak, kaarsrecht, 40-60 meter hoog]. Maar dan verder rijdend blijft
bij mij hangen de info met betrekking tot de houtindustrie die een eeuw geleden
in dit gebied nog in volle bloei was, maar nu beduidend minder. Een van de
reden was de aanleg van de spoorlijn dwars door het zuiden van Australië van
Adelaïde naar Perth. Daarvoor waren 20 miljoen dwarsliggers nodig! Die
kaarsrechte karri’s van taai hout waren daar uitstekend geschikt voor.
Donderdag 15 februari 2007
Shelley Beach in het West Cape Howe National Park. Blauwe zee, blank strand. Kan zó
in de toeristenbrochure. Er is kampeermogelijkheid en we blijven een dag.
Koffie aan het strand . Twee sporadische wandelaars komen langs. Cor ’t
Hart, 71, geboren in Pernis en op 16-jarige leeftijd met familie geëmigreerd.
Zijn vriend, over met vakantie, heet Herman Brink, 76, woonachtig in ’t
Harde. Het gesprek gaat over niet veel meer dan hoe mooi dit stuk kust van Australië
is en hoe ieder van ons hier terecht kwam. 3 Bejaarde mannen, gepensionneerd en
blij op een prachtig stukje wereld, ieder met zijn eigen beleving. [100 woorden]
Zaterdagavond 17 februari
2007
Morgen verlaten we Albany oostwaarts richting Esperance. Vanochtend was er
opeens ‘ander weer’. Het miezerde, er was een kil windje en dat was
even aanpassen. Ik had visioenen van de weekendkrant binnen in de camper lezen
en zo. Het is er niet helemaal van gekomen. Het klaarde wat op en ik hoefde mijn
klederdracht van de afgelopen zeven weken –sandalen, T-shirt en korte
broek- niet aan te passen. We zijn er ‘op uit gegaan’ en dat heeft
mij op de ‘Farmers Market’ in Albany een woord opgeleverd wat ik
nog niet kende: “hydroponic”. Op die Farmers Market komen, zoals het
woord eigenlijk aangeeft, lokale producenten die veelal waren aanbieden die
zonder chemie tot stand zijn gekomen. Groente, fruit, jam,
scharrelkipproducten en dergelijke. En
er was ook “hydroponic lettuce” verkrijgbaar. Navraag leerde dat
het betekent dat de groente zonder aarde/grond gekweekt is maar gewoon op een
bedje van water [ met voedingstoffen, natuurlijk].
Al enkele dagen loop ik na te denken over het boek “My place”
[geschreven door Sally Morgan] wat ik inmiddels uit heb. Sally Morgan heeft voor
het overgrote deel Aboriginal-bloed in de aderen en zij schrijft over haar
bewustwording dat dat zo is en wat voor consequenties dat heeft voor haar
bestaan. Sally behooort tot de ‘stolen generation’ en dat loopt als
een rode draad door haar verhaal. Met die ‘stolen generation’
worden de kinderen uit Aboriginal-gezinnen bedoeld die in het begin van de
vorige eeuw [tot 1970!!] binnen het kader van ‘íntegratie’ gewoon
uit die gezinnen werden verwijderd en ver weg –zodat familiebezoek
ontmoedigd werd- in tehuizen geplaatst. En groot worden in die tehuizen was
geen luxe, zachtzinnige aangelegenheid.
Een generatie dus, die opgroeide zonder ouders. Tien jaar geleden is er een
rapport verschenen [titel: Bringing them home] door een Royal Commmission over
dit beleid. Prime Minister John Howard heeft 63 millioen dollar aangeboden voor
reparatie van eventuele schade maar een formele erkenning en verontschuldiging
komt er niet. [Waarschijnlijk in verband met compensatieclaims te risicovol]
Sally Morgan beschrijft vooral het ‘ouderloos’ opgroeien heel
indringend. En nergens in het boek krijg ik de indruk dat ‘men op geld
uit is’. Maar hoe doe je dat dan wel: “Sorry zeggen”? Want
het gaat over ergens bij horen. En hoe zeg je tegen iemand: ‘jij hoort
daar en daar bij” als hij/zij dat helemaal niet voelt, maar wel de
huidskleur en de haardracht heeft? Het geeft mij ook een machteloos gevoel. En
dan is er nog dat beleid: dat is toch gemaakt en in werking gesteld door mensen
met gezinnen? 26 Mei is in Australië tot “Sorry day” uitgeroepen.
Het zal wel niet helemaal
kloppen, maar ik heb het gevoel dat Albany bijna de laatste plaats van enige
betekenis is, voordat wij (over een 3 tal weken) in Adelaïde aankomen. Hier (in
Albany) moest ik (dus nog) een paar inkopen doen. Helaas was de enige sportzaak
om 12.00 gesloten, maar de etalage trok mijn aandacht. Een grote kaart van
Europa stond opgesteld, met daarvoor (nep) euromunten en een serie lonely
planets van Europese landen. De landkaart trok in het bijzonder mijn aandacht:
bovenaan stond een wervelende tekst: Europa, iets groter dan Australië, maar
met in ieder land vele bijzonderheden: onder andere Rome, Londen en Spanje
werden aangeprezen, kortom: veel te zien, in ieder land weer andere enerverende
dingen, vele diverse gewoontes, vooral in vergelijking met Australië. (Een
klein detail: op de kaart was een foto geprikt in de buurt van Nederland waarop
een molen, die verdacht veel overeenkomst heeft met die in Garwerd!). Vooral de
tekst op de kaart die Europa erg verhief boven Australië deed mij denken aan
een stukje uit het boek wat ik momenteel lees “Koud bier en
krokodillen” – op de fiets door Australië van Roff Smith. In een
gesprek met de fietsende schrijver geven twee duitse jonge toeristen, die al 7
maanden door Australië trekken nogal af op dit land: “het stelt hier
niets voor. Een stompzinnig leeg land, gevuld met stompzinnige, nietszeggende
mensen. Er is hier volstrekt niets interessants. Ik bedoel, het is zo zielig,
de manier waarop een hoop drukte gemaakt wordt om een miezerig, klein
rotriviertje. Je moet er drieduizend kilometer voor reizen om het te zien, en
als je er dan eindelijk bent, is het niets meer en niets minder: een miezerig
klein rotriviertje….”.
Beide gezichtspunten (de tekst op de kaart over Europa en de wat onverschillige
uitlatingen van de Duitse jongens) hebben iets van waarheid in zich, denk ik.
Maar toch: wat een fantastisch land is Australië, wat een ruimte, wat een
vrijheid! Het doet iets met de mensen,
ze lijken minder egoïstisch en vriendelijker. Ik denk er veel over na en kom tot de conclusie dat het hier bijzonder
goed toeven is aan deze westelijke kant van Australië! M.
Maandagavond 19 februari
2007
Ons plan voor deze komende week behelst o.m. enkele dagen in Fitzgerald
National Park. Een groot park [70 km x 40 km] aan de kust met een aantal
aantrekkelijke overnachtingsplekken. Maar, helaas, de ranger aan de ingang
meldt dat de bewuste kampeerplekken gesloten zijn vanwege een enorme bosbrand
afgelopen december. We mogen het park wel in maar niet overnachten. We komen
terecht in Ravensthorpe. Een dorp langs de South Coast Highway [no.1], ongeveer
190 kilometer west van Esperance met een, door de gemeente geëxploiteerd,
caravanpark. Vlak bij het dorp is een nikkelmijn in aanbouw en op het caravanpark
zijn een groot aantal ‘tijdelijke’ plekken permanent in gebruik
door personeel van de mijn in aanbouw. Er is voor ons nog een plaats
beschikbaar. Tot zover eigenlijk niks bijzonders. Maar dan de mevrouw van de
‘office’. Onbestemde leeftijd, opvallend slank, innemend zoals ik
van een gastvrouw verwacht en ongeveer elke vierkante centimeter van haar huid
die zichtbaar is voorzien van een tatoeage. [Iets wat ik van een (gast)vrouw
nou niet elke moment krijg te zien]. Fleurige (bloemen)patronen in een aantal
kleuren. Ik zou er wel een foto van hebben willen maken, maar
ja……… Van de office zelf heb ik wel wat plaatjes gemaakt.
Later ook van het mannentoilet. Zie de foto’s want beschrijven is
moeilijk. Het is een aparte ervaring om tussen hangplanten en ficussen in de
meest uiteenlopende soorten potten in de mannendouche je voeten af te drogen.
Ik ga er maar van uit dat beide vormen van versieren wat met elkaar te maken
hebben.
Woensdag 21 februari 2007
Vandaag wordt mijn zus, Sonja, vijfenzeventig jaar. Ze heeft nu grijs haar,
opgestoken, maar een beeld van haar als jong meisje met beginnende vlechten en
enorme strikken erin kwam vandaag bij het wakker worden langs. Toen lag zij nog
rustig te slapen, denk ik. Ik wens haar een feestelijke dag toe. Verjaardagskussen
komen later. Op weg naar Esperance, waar we nu op een campground aan zee staan
[als een David tussen links en rechts van ons een Goliath bus], kwamen we
alweer langs een National Park wat vanwege bushfires gesloten was. Pech. Maar
vlak naast dit Stokes National Park vinden we een zogenaamde
‘dirt-road’ die na 10 kilometer eindigt bij Quagi Beach. Er is een
kampeermogelijkheid aan zee en we blijven. Verspreid in het duingebied blijken
nog meer kampeerders te verblijven onder meer een Duits echtpaar die in een
omgebouwde witte begrafenisauto [als er een lijkkist in kan, kun je er ook
languit in slapen….] een jaar door Australië willen toeren. Ze hebben er
vier maanden op zitten. De in Sydney tweedehands aangeschafte auto is echter
aan een nieuwe motor toe en de vraag voor hen is, uiteraard, is dat de
kostprijs waard? Ik voel mij dan een luxe beest in zo’n relatief dure
huurcamper. Quagi Beach is overigens nog weer een van die vele mooie stranden
die aan deze kant van Australië te vinden zijn. Wandelen, boekkie lezen en
schelpjes verzamelen. Bij het verlaten van de plek wordt iedereen verzocht 2
AUD per persoon per nacht [= € 1.20] in een “honour-box” te
stoppen. Het zal wel “projectie” zijn als ik mijzelf even de vraag
stel: “hoeveel mensen zouden dit ook echt correct doen?” Th.
We speelden vanavond ons 14e spelletje scrabble: het is nu 7-7. M.
Zaterdag 24 februari 2007
Vandaag verjaart mijn jongste kleindochter Marije Anne. Ze wordt 6 jaar. We
zitten in een gebied waar geen telefooncellen zijn en eveneens geen dekking
voor een mobiele telefoon. Bellen kan waarschijnlijk morgen weer. Evenals
“lang zal ze leven” zingen.
Op weg van Esperance naar
Cape le Grand National Park komen we “in the middle of nowhere” de
Hellfire Gallery tegen [ www.wn.com.au/hellfiregallery ]. We stoppen
en het blijkt dat we er ook kunnen koffiedrinken. We besteden een uur aan
beide: kunst en koffie. Tot mijn verbazing voel ik het bezoek als een aangename
afwisseling. We hebben de laatste tijd veel tijd aan de kust doorgebracht en
intensief contact met de natuur gehad. Zou het kunnen zijn dat je van iets
‘overvol’ kunt raken? Of is het zo dat in het westen van Australië
wij, toeristen, meer kustlijn dan cultuur aangeboden krijgen? (100 woorden)
Zondag 25 februari 2007
Nooit zag ik zulk fijn wit (talk)-poeder zand als rond Lucky Bay, evenmin zag
ik ooit zulk blauw water als in Lucky Bay. Het zal wel wat met elkaar te maken
hebben, maar indrukwekkend was het zeker. Jammer dat het (bijna voor het eerst)
geen zwemweer was: ik had graag met mijn nieuwe blauwe badpak in dat even
blauwe water willen dobberen! Maar rond deze prachtige baai wandelen
En er vanuit de camper
overheen kunnen kijken zal lang in mijn herinnering blijven! M
Maandag 26 februari 2007
Voor ons begint vandaag vanuit Norseman de oversteek van de Nullarbor. Of het
geografisch helemaal juist is weet ik niet zeker, maar wij beschouwen The
Nullarbor als strekkend van Norseman naar Ceduna, een afstand van ongeveer 1200
kilometer. De toeristenbrochures beschrijven alle overnachtingsmogelijkheden,
bezienswaardigheden, brandstofpompen en voedselvoorzieningen onderweg. De
Nullarbor vlakte zelf wordt omschreven als de grootste brok kalkzandsteen van
de wereld: meer dan 250.000 vierkante kilometer! Of het even makkelijk zal zijn
om deze website bij te houden als tot nu toe kom ik in de loop van de komende
week achter [en mijn lezers dus ook].
Maandagavond 26 februari
2007
Vanochtend dacht ik nog terecht te kunnen bij het Telecentre in Norseman maar
dat bleek op maandag gesloten. We beginnen aan de Nullarbor en na zo´n 200
kilometer langs de Eyre Highway no. 1, die dwars over de Nullarborvlakte loopt,
met voorlopig alleen maar bomen, bossages en af en toe een vlak stuk niks zover
je kunt kijken met grote kaarsrechte eenzame stukken, kom je bij Balladonia
Hotel-motel [www.users.bigpond.com/balladonia]
Een zgn. “road-house” zoals er enkele over 1200 kilometer
verspreid langs de weg staan. Hotel, restaurant, benzinepomp [de diesel kost
hier AUD 1.63 ipv AUD 1.32 in Norseman!!] kinderspeeltuin, internetkiosk
[alleen voor e-mail] camping, geen dekking voor mobiele telefoons maar wel 3
‘vaste’ telefooncellen en een heus historisch museum. Website
bijhouden zal dus de komende dagen wat moeilijker worden. Dat vermoedde ik al.
We besluiten volgens plan te blijven, hoewel het pas 1 uur in de middag is. Het
heeft wel wat: zo’n stuk civilisatie met alle bedrijvigheid er omheen.
Een soort fata morgana maar dan écht! Het is heerlijk weer om buiten te zitten,
wat rond te wandelen en wat te filosoferen over het feit dat alles wat langs
komt –meestal campers en vrachtverkeer- hetzelfde doet: de Nullarbor
oversteken.
Woensdag 28 februari 2007
Driekwart van de Nullarbor oversteek is voorbij. We staan nu bij het Nullarbor
Motel en ik ben blij dat we er de tijd voor genomen hebben. Fascinerend! Je
kunt ergens langs de weg gaan staan en 360 graden om je heen een strakke
horizon zien met daar boven een blauwe luchtkoepel. De roadhouses krijgen het
karakter van oases. Een heet er ook zo: Madura Pass Oasis Hotel-Motel. Alle
internetkiosken langs de route zijn “out of order”, dus met de
website is er een achterstand. Je deelt de –prachtige wegdek- weg met
vele ‘road-trains’. Trucks met twee of drie opleggers. Soms kan ik
het niet laten om het aantal wielen te tellen waarop zo’n combinatie
rijdt. Het maximum tot nu toe is 52. Ik voel mij op zo’n moment net weer
die kleine jongen, die ik was toen ik langs de weg de nummerborden van
voorbijgaande auto’s opschreef [aan de letter kon je toen nog zien uit
welke provincie]. Een aantal malen kom je ook een bord tegen waarop vermeld
staat dat dat deel van de weg als ‘airstrip’ gebruikt kan gaan
worden [o.m. voor de Flying Doctor Service]. Hoe dan ook: het is een fascinerend
stuk Australië. Ik vraag mij ook af hoe dat is: als delen van de bevolking van
één land gescheiden zijn door zo’n groot stuk –noem het maar-
niemandsland. Kun je je nog bij elkaar horen voelen?
Donderdagavond 1 maart
2007
We staan in Ceduna, www.cedunacaravanpark.com.au De kilometerteller staat op
34266. Toen we maandagochtend uit Norseman wegreden was dit 33066 en dat
betekent dus op de kop af 1200 kilometer. Vlak voor Ceduna moesten we langs het
“fruitfly-checkpoint”, waar men controleert of iedereen zich houdt
aan het gebod dat vers fruit en groente niet van Western Australia naar South
Australia mogen worden gebracht en andersom. We wisten ervan [“cook
it”: no problem was ons door het toeristen-info buro gemeld] en alleen
een –van vorm mooie- pompoen kon niet door de beugel. We hebben nog
geprobeerd het ding als ‘kunst’ te bestempelen maar de ambtenaar
liet zich –uiteraard- niet beetnemen. Verder geen problemen, het
oponthoud duurde hooguit twee minuten. Het toeristenburo in Ceduna verstrekt
ons een certificaat van veilige aankomst en biedt tevens de mogelijkheid om met
je eigen laptop een internetverbinding te realiseren. Dat gaat dus
morgenochtend gebeuren om de website weer up to date te maken voor we afzakken
langs de kust van de Eyre Peninsula richting Port Lincoln. Was het tijdens de
oversteek boven verwachting heerlijk zomerweer, nu in Ceduna is de hitte weer
terug: 40 graden Celsius. En miljarden vliegen. Van het type dat, net als bij
koeien, op vochtige oogleden of in donkere oorgaten wil gaan kijken. Doodslaan
heeft geen enkele zin: er zijn er miljarden zoals vermoed. Maar ik neem het op
de koop toe. De oversteek is een geweldige ervaring. Dat uitzicht, die ruimte,
eindeloze vlakten, prachtige kleuren. Mineke en ik hebben die 1200 kilometer keurig
verdeeld: ieder 600 achter het stuur, maar ik heb mij zowel achter het stuur
als in de kaartlees-stoel geen seconde verveeld [en iedereen zal begrijpen dat
er niet veel valt kaart te lezen] Th.
Boring, exciting, twee
uitlatingen die ik vaak heb gehoord over het rijden van de Nullarbor. Boring
werd gebruikt door een Duits stel, die we tegenkwamen vrij in het begin van
onze reis. Ze hadden “het alleen maar gered” doordat ze gelezen
boeken –op cassettes- konden afdraaien. Na al deze uitlatingen werd ik toch
wel heel benieuwd hoe ik deze lange tocht door het “niets” zou
ervaren. Nu ik vond het geweldig! De warme wind door wapperend haar. Prachtige
“Philadelphia”achtige luchten met de mooiste kleurschakeringen
lichtblauw, 360 graden rondom horizon kunnen zien en de vele groetende handen
achter de voorruit van tegemoetkomende auto’s. Daar word ik blij van! Ik
heb genoten van deze prachtige tocht!
Om de 100 à 150 km. een roadhouse, vooral de eerste (Balladonia) vond ik
gezellig: zo alles in één. Huiskamer, summier winkeltje,
“eet”zaaltje, een tv, chauffeurs van roadtrains die elkaar
tegenkomen, douche- camp- en slaapgelegenheden; en dat alles in een wat
oubollige sfeer. ’s Avonds strijken er reizigers neer, overdag eten ze
een hamburger of andere vette happen en “help-your-self-coffee”.
Wij vroegen in het begin nog om een cappuccino, maar dat leer je snel af! Niets
van dat luxe gedoe! Als de motor even stilstaat op een parkeerplaats tussen de
roadhouses is het ook stil! Je hoort totaal niets, slechts je eigen voetstappen
op het zand, slechts de stille weidse verlatenheid. 4 Dagen rijden in een
dergelijk uitgestrekte leegte met lage vegetatie in de kleuren grijs, groen,
roodbruin. Jammer dat deze weidsheid zo
moeilijk is vast te leggen op een foto. Ze lijken allemaal hetzelfde en zo is
het ook. Maar toch verandert het landschap voortdurend, als je er maar de tijd
voor neemt en er waarschijnlijk oog voor hebt. Ik vond het in ieder geval
prachtig en eigenlijk vond ik het jammer dat er aan het eind wat civilisatie begon
te komen: er verscheen elektriciteit, later een hek om dieren van de weg te
houden en n.b. aan het eind een stukje vangrail. Nullarbor: ik zou het iedereen die niet
teveel haast heeft van harte aanraden M.
Zondagavond 4 maart 2007
Elliston. Dat is een plaatsje aan de kust halverwege Ceduna en Port Lincoln. We
strijken er neer voor het weekend. Er moet een was gedraaid worden, de
kampeerbus is wat stoffig geworden na onze laatste ‘detour’ vanaf
de highway naar het plaatsje Baird Bay. Dat was 30 kilometer over een niet
geasfalteerde weg, maar het was zeer de moeite waard. Vanuit Baird Bay [zes
huizen] worden excursies naar de dolfijnen op zee georganiseerd en kun je met
dolfijnen zwemmen. Mineke heeft zéér sterk getwijfeld, bij mij was er geen
belangstelling waar te nemen. Maar de moeite waard is de rust en de
kleinschalige eenvoud. Dan weer terug over die 30 kilometer waarna een
stofzuigerbeurt dringend noodzakelijk wordt. Elliston is wat saai en slaperig.
Je kunt er ‘het internet op’ [er is zelfs mogelijkheid om je eigen
laptop mee te brengen] in de plaatselijke ‘community hall’. Dit
gebouw heeft de grootste muurschildering van West Australië en daar maken we
dan een foto van. En ja, dan is er behalve het fantastische zomerweer, ook nog
de weekend editie van The Australian en daar kun je de rest van de tijd mee
doorbrengen. Oh, ja er is ook nog een kroeg en daar zijn we vanmiddag heen
gewandeld en hebben een koel biertje genoten. Th.
Zojuist weer veel reclame
gehoord van Australiërs over hun eigen land. Mw. is geboren in Amsterdam, maar
kwam op 11 jarige leeftijd naar Australië. Haar man is een Kiwi (geboren en
getogen in Nw. Zeeland). Samen wonen ze nu al weer jaren in Australië en
zouden, naar hun zeggen, nergens anders kunnen wonen. Enige jaren geleden
bezochten zij, hij voor het eerst en zij na 50 jaar, Europa, waaronder
Nederland. Per bus werden hoogtepunten van Europa “gedaan”. Ze zijn
nog niet uitgepraat over de drukte waarmee ze daar geconfronteerd werden:
zoveel mensen, zulke kleine huizen, zoveel auto’s….. De leefstijl
van Australië, je eigen gang kunnen gaan, niemand tot last zijn en niemand die
jou tot last is, de gemakkelijke leefwijze, het klimaat, de ruimte, niets
opgepoetst, etc., zo ging men nog even door met het opsommen van de voordelen van
dit grote land. Overigens spraken wij op de Nullarbor een echtpaar, dat met een
gehuurde camper 3 maanden door Europa waren getrokken en dit als
“heaven” hadden ervaren. Beide standpunten kan ik begrijpen.
En wat ik nog even wil vermelden is het feit dat we sinds enige dagen gasten in
onze camper hebben: sinds de Nullarbor hebben we ’s nachts gezelschap.
Dit gezelschap is dol op kokos, op rijst, op brood, op
zonnepitten……. Iedere ochtend vinden we als dank korreltjes
“bruine hagelslag”….M.
Maandagavond 5 maart 2007
Al veel eerder heb ik een opmerking willen maken over de openbare toiletten in
Australië. In de nu volgende tekst zullen generalisaties voorkomen, desondanks
moet mijn positieve indruk duidelijk worden. Ik ben zeer goed te spreken. Mijn
hoge leeftijd, de grotere hoeveelheid water die ik inneem vanwege de
temperatuur en het ambulante karakter van mijn levensstijl dragen bij tot een
grotere behoefte aan dergelijke voorzieningen. En ze zijn overal, in elk dorp
en bij praktisch alle grotere parkeerplaatsen langs de weg. Er is altijd papier
en nauwelijks graffiti en vervelende geuren. In kleinere dorpen wordt ik in een
koffie-tent, als ik naar het toilet vraag, vaak verwezen naar het
dichtstbijzijnde openbare toilet. Dat is nooit verder dan 100 meter. En ook
vandaag weer reden om de loftrompet te laten klinken: wij besloten vlak voor
Port Lincoln een nacht door te brengen in Coffin Bay National Park en komen
terecht op de Yangi Bay-campground in dat park. Absolute rust, aan het water,
een infopaneel met wandelingen en een verzoek om de ‘wilde dieren’
wild te houden en ze niet te voeren. Er is nog een andere camper. De beide
‘openbare toiletten’ zijn brandschoon, rollen papier, een emmer met
desinfectans en borstel plus per annonce het verzoek het deksel na gebruik te
sluiten. Daar zit [of sta] je voor je plezier!
Woensdagmiddag 7 maart
2007
Port Lincoln. We blijven nog een dagje. Kijken naar de horizon in oostelijke
richting. Achter de kim ligt Adelaïde en daar houdt deze prachtreis over enkele
dagen op. Zie foto’s
Donderdagavond 8 maart
2007
We hebben ons vanochtend verplaatst van Port Lincoln naar Lipson Cove, ongeveer
80 kilometer verderop noordwaarts langs de kust. Lipson Cove is weer zo’n
idyllisch plekje aan zee met een mooi blank strand en enkele plekken die
geschikt zijn gemaakt voor “camping”. Qua faciliteiten is er niks
behalve een composttoilet en een ‘kliko’. Het uitzicht is
daarentegen –oostwaarts over zee- overweldigend. Strandwandeling,
boekkie, krantje, koppie thee en een zonnetje. Dat maakt zeker dit deel van
Australië zo aantrekkelijk om op mijn manier te reizen. De krant –The
Advertiser uit Adelaïde- besteedt met “INFERNO” als kop op de
voorpagina en enkele pagina’s binnenin aandacht aan het vliegongeluk bij
Jogjakarta.
Uit Port Lincoln neem ik een herinnering mee aan de ontmoeting met Geoff &
Jules uit Donnybrook [West Australia]. Sinds 30 januari jl. weet ik dat
Donnybrook zich opwerpt als “Home of the Granny Smith” en dat zeg
ik ook tegen Jules die een T-shirt draagt in de kleur van die appel. “Dat
is toeval” zegt ze, maar ze werkt wel bij een Granny Smith kweker. Even
later komt Geoff met een blikje bier en een stoel een praatje maken en al gauw
gaat het wat dieper dan die uiterlijkheden zoals de kleur van een T-shirt. Geoff,
begin 60, is boer in ruste, Vietnam veteraan [waar hij gewond vandaan kwam] en
nu op weg naar een 3-jaarlijkse reünie met zijn buddy’s uit de
Vietnam-oorlog. Dat zijn er nog zo’n 100 plus echtgenotes en dit jaar is
de reünie in Cairns. Dat is 6500 kilometer van zijn woonplaats Donnybrook! De
reünie is steeds rond ANZAC-day op 25 april. [ANZAC is afkorting van Australia-New
Zealand Army Corps] Op ANZAC day worden alle militaire
slachtoffers herdacht van alle oorlogen waaraan Australië heeft deelgenomen. En
dat begint met WO I waarin ANZAC een enorme slachting ondergaan heeft bij
Gallipoli in Turkije. Geoff bevestigt mijn indruk dat het herdenken van
oorlogen en de slachtoffers voor Australië belangrijk is. Onderstrepen van het
gevoel dat Australië meetelt in de wereld. Ook het enorme herdenkingsmonument
in Canberra t.o. het Parlementsgebouw [Ik heb dat vorig jaar bewonderd] laat
ook het belang voor Australië zien. En helemaal aan de andere kant van het
spectrum: het koekje wat ik vanmiddag bij de thee heb is een ANZAC koekje.
ANZAC staat met grote letters als merk op de verpakking met daarnaast een
melding dat van de opbrengst van elk pak koekjes 6 ct. naar de Veteranen
Organisatie gaat. De veronderstelling dat deelname aan oorlogen en aanvaarden
van de consequenties “nationwide’ ondersteund wordt lijkt mij niet
gewaagd. En dat je dus ook bereid bent om 6500 kilometer te reizen –en
weer terug- voor een reünie met je kameraden uit een oorlog past ook naadloos
in dit beeld. Th.
Dilemma:
Hoe ver ga ik? Hoe
desperaat moet “de” muis zijn wil hij uiteindelijk onze camper
verlaten? Wie wint er en hoe?
Sinds 28 februari hebben we muizen: ik dacht eerst dat het er één was, maar het
blijken er 2 (of meer?) te zijn. Aan boord gekomen in West Australië en gratis
vakantievierend in onze camper….
Brood, dadels, gemalen kokos, zonnepitten, worst (!), Rijst, pasta, koffie (!),
bruine bonen, rendangkruiden (!) en uiteindelijk de wikkel van een blikje
kokosmelk, een half schuursponsje, een stukje olive-zeep uit Theo’s
zeepdoos en 3 tandjes in het hoesje van mijn fototoestel…..
Wakker liggen en trippelrappel geluiden horen, weer een plastic zak….,
waaraan duidelijk geknaagd wordt. Zal nu de waterslang op het menu staan?
Verder is er dacht ik niets meer te eten, op ons na…. Onze voorraad is
opgeborgen in de magnetron, de douche (zodat ik nauwelijks meer ruimte heb om
te plassen…) en de koelkast. Wie houdt het het langst vol? Die stomme
muis of ik? Hoe ver moet het komen voordat ik besluit om ook deze muis te
vangen in zo’n akelig zwart doosje……. De eerste vermoorde ik
op die manier, ik hoor nog de klik van het terugspringende veertje die het
doosje deed sluiten, piep, piep…. En stil was het: geen geknaag meer,
geen getrippel…., eerst opluchting, later spijt… nu nog
steeds…. De volgende ochtend zag ik het staartje uit de gesloten opening
hangen…… Hoe ver moet het
komen voordat ik besluit weer zo’n akelig zwart doosje aan te schaffen?
En stel dat dit niet de laatste is??? Of nog erger dat het er meer worden? M.
Zondagavond 11 maart 2007
Vlak voor we van Lipson Cove vertrekken –we zijn bezig met inruimen etc-
komt Kevin Box langs. Hij vraagt wanneer we vertrekken. Hij is net aangekomen
en wil graag op oinze plek staan. Kevin ziet er, naar mijn maatstaven, stoer
uit. Bruine kop met een typische Australische verkennershoed op. Stevige stem
en evenzeer uit de kluiten gewassen. Tijdens het gesprek raakt hij enkele keren
‘buiten adem’. Hij meldt uit zichzelf dan dat hij hartpatiënt is,
een driedubbele bypass heeft en dat de ribben, die ten behoeve van de
bypassoperatie opengezaagd zijn, niet helemaal goed lijken te helen. Ik krijg
de littekens te zien en het hele verhaal: ze gaven hem met deze bypasses 14
jaar. Hij blijkt 8 pillen per dag te slikken. Uiteraard vertel ik van mijn
angina pectoris en de drie pillen die ik per dag slik waarmee de zaak onder
controle lijkt. Naast zijn ‘stoerheid’ komt in mijn beeld nu ook
plaats voor een aardige, warme vent. Hij heeft zijn boerderij aan zijn zoon
overgedaan –hij kan niet zo veel meer- en reist nu de helft van de tijd
rond met zijn vrouw, caravan en hond. De andere helft wil zijn vrouw dichterbij
de kleinkinderen zijn. We schudden handen en zwaaien hartelijk als we
vertrekken en hij naar binnen parkeert. Lipson Cove behoort bij de top-5 van
plekken die we tot nu toe in Australië tegen kwamen. We besluiten om de Eyre
Peninsula niet helemaal naar boven uit te rijden maar om met de veerboot van
Cowell naar Wallaroo over te steken naar de Yorke Peninsula. In Cowell
overnachten we en maken terloops kennis met de krabben. Het is krab-vis-seizoen
en de camping staat vol met amateur-crabbers. Mineke krijgt 6 blauwe krabben
aangeboden. “Cooked and ready to eat” De gulle gever [zijn vrouw
heet Anna en is in Schoorl geboren] neemt zijn combinatietang mee en laat zien
hoe je een krab die gegeten kan worden toegankelijk maakt. Ik neem op reizen
altijd mijn opvouwbare ‘leatherman combinatie tang’ mee voor
je-weet-maar-nooit-wat-voor-reparaties. Maar dat ik Mineke er nu de krabben mee
te lijf zie gaan heb ik nooit verwacht. Na de 2 uur durende oversteek met de
SeaSA ferry –vandaag zondag 11 maart- is het menu vanavond [in Port
Hughes] : krabsalade à la Ceasar of Ceasar salade à la crab. Verrukkelijk met
een lekkere slok witte wijn. Morgen -12 maart- heeft heel South Australia een
vrije dag vanwege “Adelaïde Cup day”. Vergelijkbaar met Ascot day
in Engeland. Er wordt veel aandacht besteed aan de uitmonstering van de dames
die de races bezoeken. En alle internet faciliteiten zijn hoogstwaarschijnlijk
gesloten. Nog erger: vandaag over een week leveren we de camper in en stappen
we op het vliegtuig.
In de wielrenwereld kun je met een banddikte winnen [of verliezen, natuurlijk]
en in de Adelaide-cup won het winnende paard [Gallic] gisteren met een neuslengte
van Lacey Underall. Een finishfoto stelde dat vast. En voor de rest veel mooie
vrouwen in mooie jurken die de teksten met betrekking tot de verslagen in The
Advertiser van de race vullen. In diezelfde krant een melding van een dodelijk
ongeluk op “Cup-day” waarbij een oudere man, Kelly Curnow, het
slachtoffer is. Hij verongelukte in de vroege ochtend op de weg van Pt Parham
naar Dublin. Wij rijden tegen het middaguur op diezelfde “Cup-day”
richting Port Parham waar een kampeermogelijkheid is aan zee. We raken de weg
kwijt en toevallig is er een boer op zijn land die ik vraag naar de juiste
richting. Hij vertelt mij dat een stuk weg is afgesloten vanwege een
“fatal accident” maar als je ‘zus en zo’ rijdt kom je
er ook. Aldus geschiedde en we hebben een plezierige middag plus overnachting
op de “Port Parham Camping Reserve” met veel ruimte, alleen een
compost-toilet en de zee op enkele meters afstand. Waarna we vandaag richting
The Barossa Valley rijden voor een laatste rondje ‘door het land’
alvorens we ons in Adelaide storten. We komen terecht in Tanunda, Mineke koopt
een krant en ziet het verhaal van Kelly Curnow. “He was a very popular
fellow”. Toen we vanmorgen door het dorp reden waar hij woonde, wisten we
van niks, maar nu zou dat anders zijn. Maar we zijn inmiddels in Tanunda.
Behalve de krant hebben we ook drie flessen wijn van de regio aangeschaft. The
Barossa Vallley draait om wijn en we denken nu naast de bestaande voorraad
voldoende te hebben tot vertrekdag. Terwijl we aan de thee zitten op de camping
in Tanunda komt Marian Grcic langs. Hij begint wen praatje en vertelt al snel
dat hij Kroaat is, huisschilder van beroep, net over de 60 jaar en zo n 40 jaar
geleden zijn familie in Kroatie verlaten heeft om zijn toekomst en geluk in
Australie te zoeken. Als ik begin over alle onheil op de Balkan de laatste
jaren doet hij dat af met een wegwerp-gebaar. Het komt daar nooit meer goed met
al die katholieken, protestanten en moslims bij elkaar. Hij heeft geen contact
meer met zijn familie –ze zijn nog allemaal daar- is nooit meer terug
geweest, heeft hier vrouw, kind en kleinkinderen en komt dan op de proppen met
een foto van hemzelf met op de achtergrond een soort waslijn waaraan 10 grote
vissen hangen. Karpers van 5 kilo per stuk. Heeft hij gevangen. Prachtig.
Donderdag 15 maart 2007
Vanuit Tanunda reden we gisteren een ‘scenic route’ door de Barossa
Valley. We komen langs de Yalumba Winery [daar vandaan komt de wijn die we
tijdens de reis vrijwel uitsluitend dronken en vorig jaar zijn we er ook langs
geweest] en al gaande krijgt de tour een ‘afscheidsaspect’. Hierna
gaan we immers via de KEA-camper-verhuur onze koffers ophalen en dan naar West
Beach [enkele kilometers west van het centrum van Adelaide aan zee] nog even
langs de zee wandelen en koffers inpakken enz.enz. Op de camping in West Beach
staan we binnen gehoorafstand van het vliegveld en regelmatig worden we
herinnerd dat ONS vliegtuig aanstaande zondag ook zo’n lawaai zal maken
als wij wegvliegen. En in de vroege ochtend regende het zelfs even. Het is nu
tegen twaalven en de lucht is weer grotendeels blauw, er hangt een was aan de
lijn te drogen en we gaan langs het strand naar Glenelg, net doen alsof er niks
aan de hand is. En dat is er natuurlijk ook niet. Th.
Vrijdag 16 maart 2007
Adelaïde, een grote stad met meer dan 1 miljoen inwoners is wel weer even
wennen. Gisteren was ik er ook al even, met het treintje vanuit Glenelg,
vandaag gingen we samen met openbare bus. Ik merk dat een grote stad mij zomaar
weer opslokt, ik ga mee met de stroom en ben niet te stuiten. Theo loopt wat
verdwaasd rond en vraagt zich af wat hij hier doet. De overgang is groot, van
leeg Australië naar een verzamelpunt van mensen, activiteiten, winkels,
restaurants en alles wat een grote stad vertegenwoordigt. Adelaïde bruist weer
van de activiteiten, het ligt niet voor niets in de festival-state. Altijd wat
te doen, altijd feest. In parken speelt zich weer “the fridge”, een
soort “parade” af en in de botanische tuinen is het jaarlijks terugkerende
WOM Adelaïde festival gaande. In de binnenstad wemelt het van de brandweer-
douane en politiemensen uit 60! landen, die gekomen zijn voor een
sportevenement, allemaal te herkennen aan een deelnemerskaart om hun nek. Ook
Nederland is met een grote groep vertegenwoordigd, vertelt onze buurman
(bodybuilding en squash) op de camping. Het geeft me een veilig gevoel al die
stoere mannen, die vandaag nog vertier zoeken in de stad, maar morgen het
sportief tegen elkaar zullen opnemen. Ook “onze” camping staat vol
met deze sportieve mannen. Uit de CD speler klinkt de stem van John Williamson,
een volkszanger van het soort Ede Staal, bij noordelingen bekent. Volgens
Australiërs a real Australian bloke…. Waar een mens wel niet toe komt om
aan te schaffen in een ander land! Morgen inpak- en inruimdag… onze
heerlijke reis is bijna ten einde. M.
Zaterdag 17 maart 2007
Inpakdag. Zo af en toe kijk ik tegen het eind van de reis aan als “de
laatste puntjes op de i zetten”. Het lijkt wel een klus die geklaard moet
worden. De camper dient morgen ingeleverd te worden met een volle gasfles, een
leeg chemisch toilet, een volle dieseltank en een lege afvalwater tank. De
buurman op de camping is een deelnemer aan de “2007 Police & Fire
Games”. Hij neemt deel aan de sporten ‘bodybuilding’ en
‘squash’. Vanmiddag om 5 uur is de bodybuilding finale en hij staat
met een collega-deelnemer alle poses nog eens door te nemen. Ze smeren crème op
hun huid zodat die bruin wordt waardoor de spieren goed tonen. Ze wijzen naar
mijn armen: ‘zo bruin moeten ze zijn’ maar ja, ik heb geen
spiermassa’s meer die deelname zouden rechtvaardigen. Maar het is een
leuke afleiding van die stomme koffers inpakken. Gisterenavond was de
openingsceremonie en mijn buurman vertelde dat er ook een grote groep Nederlanders
deelneemt. Politie, douane en brandweermensen, daar gaat het om. Ze nemen
overigens deel op eigen kosten en krijgen geen ‘vrij’ van de baas.
Maar de ernst en toewijding straalt van beide mannen af. Wij, Mineke en ik,
sluiten de dag af met buiten de deur eten in Glenelg Th.
Maandagavond 19 maart
2007
De taxichauffeur die ons vanavond vanuit ons Kuala Lumpur hotel naar het
vliegveld reed [een rit van een uur] heeft indruk op mij gemaakt. Nadat hem
duidelijk was dat wij in december via Kuala Lumpur naar Australië gegaan waren
en nu weer terug gingen maakte hij de opmerking dat wij na de verkiezingen uit
Holland waren vertrokken en dus niet hadden meegemaakt hoe Balkenende zijn
nieuwe regering vormde. Hij noemde Balkenende bij naam! Ik heb hem op een
bescheiden manier gecomplimenteerd en we kregen vervolgens een stukje
geschiedenis van de banden die er bestonden tussen Nederland en Malakka. En ook
nog welke Singaporese voetballer voor FC Groningen voetbalde. Kuala Lumpur: het
is even erg veel wennen na dat ‘rustige en weidse’ Australië. Ik
krijg bijna geen gelegenheid om mij te realiseren dat de reis weer voorbij is.
[Maar het is echt zo: nog 12 uur vliegen en dan staan we op Schiphol]. Ik schrijf
dit stukje op het vliegveld van Kuala Lumpur. Er is hier vrije toegang tot het
internet, net als op vele plekken in de stad. We brengen een deel van de dag
door in het KLCC winkelcentrum aan de voet van de Petronas Towers. [Het zijn er
twee verbonden door een luchtbrug] Wat een weelde! Wat een verschil met de
buurten waar we doorheen liepen op weg erheen. Vele verdiepingen hoog. Wasgoed
buiten. Eettentjes op de stoepen. Rommel en lekkende afvoeren. En dan opeens
sta ik aan de voet van die torens en kijk naar de schutting om alweer een stuk
nieuw-hoogbouw wat en nog net tussen gepropt lijkt te kunnen worden. Op de
schutting staat de naam van het nieuwe gebouw met als ondertitel: “94
appartementen en 95 zwembaden”. Een andere wereld dus. In dat super KLCC
winkelcentrum wordt alles goed schoongehouden. Schoonmakers met een karretje
met schoonmaakspullen lopen in laag tempo over alle verdiepingen met een
gezichtsuitdrukking die op oneindig lijkt te staan. Toch ontsnapt geen propje
of vlekje aan hun ‘aandacht’. Ze dragen allemaal ook een uniform
[en een enkele keer een hoofddoekje] maar het grote verschil blijft. Waanzinnig
dure horloges, jurken, tassen of telefoontjes achter de etalageruiten. Th.
Dinsdagavond 20 maart
2007
Om kwart over vijf vanmorgen landen we op Schiphol na ruim twaalf uur vliegen
in een Boeing 747 van de KLM. Geen problemen maar ook, wat mij betreft, geen
lol aan. Een gevoel van “als sardientjes in een blikje” overheerst
bij mij. Op gezette tijden krijg ik voedsel en drank aangeboden en ja hoor, de
KLM gaat met de tijd mee. Aan de binnenkant van de deksel van het kartonnen
doosje waar het voedsel in plastic bakjes in verpakt is staan twee
sudoku’s en bij het verpakte wegwerp-eetgarnituur zit ook een potloodje
–van IKEA lengte- verpakt in plastic huls! Op Schiphol worden we
opgewacht en verwelkomd door Luuk en Marga. Die hebben zelfs een ontbijt
meegebracht wat we met z’n vieren in Bilthoven opeten en daarnaast een
begin maken met bijpraten vice versa. Overheersend als het ware bij dit weerzien
is toch een foto-dvd van alle foto’s die op de website staan en een
complete afdruk van het lopend journaal van de reis gelardeerd met foto’s
van de site, plus Google Earth plaatjes etc. Prachtig: werk van een liefhebber!
De hele dag door tijdens de gebruikelijke uitpakritueelen grijp ik weer even
die multo-map en haal stukken van de reis naar voren! En een fantastische reis
was het! Een statistiek is al bekend: we reisden 77 dagen in de camper rond en
legden 7185 kilometer af. Dat is 93,3 kilometer per dag gemiddeld.
Vrijdag 23 maart 2007
Ik heb alweer een groot aantal belangrijke stemmen gehoord via de telefoon.
Effecten van de jet-lag zijn praktisch ‘weg-geslapen’. 10
Postzegels van 5 ct aangeschaft want de postzegel blijkt duurder geworden. Het kostenplaatje van de reis ziet er als
volgt uit:
|
|
AUSTRALIE REIS II |
|
|
|
€ |
% van totale kosten |
|
Vliegreis incl. verzekering |
3281 |
20.4 |
|
Camperhuur incl. verzekering |
7572 |
47.1 |
|
Levensonderhoud, brandstof, campings,
excursies, kranten en @ *) in Australië |
4170 |
25.9 |
|
Stopovers tijdens heen- en
terugreis |
1042 |
6.5 |
|
Totaal uitgaven |
16065 |
|
|
Aantal reisdagen |
85 |
|
|
Reiskosten p.p.p.d |
94.50 |
|
*) Kosten
voor website opladen, e-mail contact in internet-café’s of via beschermde
‘hot-spots’ € 79,00. (= € 0,45 p.p.p.d.)
Via de
‘etalage’ kun je het Australié archief aanklikken en constateren
dat deze reis enkele procenten goedkoper uitgevallen is dan vorig jaar. De
verschillen zijn mijns inziens echter dermate marginaal dat ik aan een verdere
analyse geen behoefte heb.
TERUG NAAR HET LOPEND JOURNAAL