Werkstuk Roeien door: Ludo de Man
INLEIDING
Sport heeft voor de meeste mensen wel een betekenis. Voor de
één wat meer dan voor de ander. Zo heb je mensen die elke dag
hun hond uitlaten en vinden dat ze sportief zijn bezig geweest.
Aan de andere kant heb je topsporters die dag en nacht met hun
sport bezig zijn, of ze daar nu geld mee verdienen of niet.
Daartussen zitten de mensen die een aantal dagen per week op de
sportclub vertoeven.
Ik ben iemand van de tweede categorie en ben echt helemaal
verslaafd aan mijn sport (ROEIEN), zelfs zo erg dat de sport een
groot deel van mijn leven heeft bepaald. Nu probeer ik in mijn
werkstuk u zo goed mogelijk verslag van te doen en u de weg te
wijzen in de roei-wereld. Hierbij maak ik gebruik van een
autobiografisch gedeelte opgevolgd door een technische blik op
het roeien met als afsluiting de geschiedenis van deze geweldige
sport. Als u na het lezen nog vragen heeft dan kunt altijd bij
mij terecht voor tekst en uitleg over het geschreven onderwerp.
Leuk & niet leuk
Ik vind iets leuk als het niet te gedwongen wordt gebracht.
En als ik hetgeen ook nog een beetje kan en begrijp helpt dat mee
aan mijn humeur. Bijv.: zang vind ik niet leuk, maar je moet wel
op zon moment zet ik me snel af tegen de leraar en de les
waardoor weer conflicten ontstaan. Roeien daarentegen is
eigenlijk ook verplicht, maar aan de andere kant is het je hobby
. Dus als ik morgen zeg dat ik er mee stop levert dat geen
bezwaar op. Maar waarom zou ik stoppen, want dan ben ik eigenlijk
net zon watje als de rest die er na twee jaar mee ophield
en daar wil ik niet mee vergeleken worden. Als je in een groep
bent, ben je als groep erg sterk en sleep je elkaar mee, maar aan
de andere kant ben je elkaars tegenstander. Dat is natuurlijk
voor de prestatie op sportgebied en op school erg belangrijk.
Want het is nog altijd zo dat je niet minder wilt zijn als een
ander.
Als ik in een groep goed moet kunnen functioneren, dan moet die
groep niet te groot zijn; tussen de vijf en zeven personen. Het
liefst moeten wij dezelfde interesses hebben en hetzelfde doel
nastreven. Met mijn sport lukt dat ook prima maar, op school zijn
de verschillen te groot en kom ik minder tot mijn recht. Zoals
eerder gezegd kwam ik in de roeigroep het beste tot mijn recht.
En bovendien is het mijn tweede natuur om overal wat van te
zeggen dus ook hier, vandaar mijn conflicten met de coach.
Uiteindelijk zijn er van de zeven jongens waar we mee begonnen
vijf gestopt omdat ze het gewoon niet meer aankonden of niet meer
leuk vonden.
Om terug te komen op wat ik niet en wel leuk vind, liet ik me hierdoor niet uit het veld slaan, omdat ik roeien echt het einde vindt en hier ook later mee door wil gaan en ooit nog eens een W.K. wil roeien. Omdat die ambitie bij de deze jongens niet aanwezig was, hielden ze zich veelal met andere dingen bezig zoals uitgaan. Maar dat is er dus echt niet bij als je zeven keer per week traint en je gaat ineens laat naar bed. Benjamin en ik hebben dat een keer geweten, de dag voor een wedstrijd hadden we een feestje, het was nog niet eens zo laat geworden maar toch voelden we het de volgende dag wel. Het roeien had er onder geleden en dat was meteen de laatste keer. Dit betekent niet, dat we nergens meer naar toe gaan. Maar er is wel eerst overleg voordat we een besluit nemen. Het is zelfs zo erg dat als de één geen zin heeft de ander meestal dan ook maar niet gaat.
In het laatste roei-jaar had ik het
gevoel van onrechtvaardigheid. Dit gevoel heb ik ook buiten het
roeien. Vooral op school heb ik meestal wel wat op te bemerken
over de manier van les geven of over straffen die gegeven worden.
Meestal heeft het dan met mijzelf of met vrienden te maken anders
interesseert het me niet. Ik hou er van om te praten, dat zit
gewoon in me, meestal gaat het nergens over en klets ik maar wat.
Op deze manier trek ik vaak de aandacht naar me toe, bewust en
toch onbewust. Maar ik denk er wel bij na, want ik weet wel
wanneer er iets wel gezegd kan worden en niet. Zoals bijvoorbeeld
bij het eten in Duitsland haalde ik het wel uit mijn hoofd om het
grootste woord te hebben. Dat heeft ook met respekt te maken. Als
ik samen met mensen ben die het zelfde doen als ik (school en
roeien) en daar beter in zijn dan ik, probeer ik me meestal wat
in te houden en de ander zo veel mogelijk aan het woord te laten.
Op school ligt dat net iets anders dan bij het roeien, want daar
ben ik in een grote groep en val ik minder op, en is het dus niet
zo erg als je iets verkeerds zegt of zoals het vaak het geval is
een domme opmerking maakt....
Ritme
Even iets heel anders ritme. Ritme vind men niet
alleen in muziek maar ook in de sport, vandaar dat deze
twee meestal goed samengaan. Ritme op mij persoonlijk heeft een
grote invloed maar ook de muziek die er bij hoort kan mij ineens
van stemming doen veranderen. Als we trainen met muziek op de
ergometer (roei- machine) en als ik dan mijn ogen dicht doe en op
gevoel roei en luisterend naar de muziek, presteer ik beter.
Muziek kan als het ware bij mij de knop omzetten(uitdrukking om
de verzuringsgrens te overschrijden). Eigenlijk zou ik wel eens
een wedstrijd met muziek willen varen en kijken wat het verschil
is als ik dat niet doe.
Ook een factor is dat het roeien en muziek goed samengaan omdat roeien een zeer ritmische sport is en dat ritme er bij mij van jongs af aan al inzit. Ook in mijn normale leven heb ik een ritme opgebouwd met roeien, school, huiswerk, eten en slapen. Dit is zelfs zo sterk dat als een van deze factoren uitvalt ik me geen raad meer weet. Bijv. in de vakanties verveel ik me dood en om het gemis op te vullen train ik dan twee maal per dag. Of als het roeien uitvalt vanwege een blessure lig ik s avonds wakker in mn bed omdat mijn lichaam geen aktiviteit achter de rug heeft. Door al dat gesport heeft ook mijn hart een ritme gekregen wat plusminus 20 slagen per minuut lager ligt dan het gemiddelde. Hierdoor worden deze nachten nog verder verstoord door het bonken van een lage hartslag in mn oor als ik op mijn kussen lig. Over de eerder besproken vakanties is het voor mij echt een hel als we in Nederland zouden blijven en de hele dag voor de T.V. zouden hangen. Een doe-vakantie zou de beste oplossing zijn en dat is het ook. Vandaar dat ik met mijn ouders altijd een aktieve vakantie heb waar we meestal veel wandelen en oude binnen steden bezoeken, of ik neem mijn racefiets mee waar ik in de vakantie dan mee train.
Sporten is luisteren naar je lichaam, de
meeste sporters kunnen dat en hebben een speciaal gevoel om te
weten of zij zich goed of slecht voelen. Bij mij zijn dat
mn knieën en slapen aan mijn hoofd, als die dik zijn
dan weet ik dat mijn benen geen goede dag hebben, het klinkt
misschien gek maar ik heb daar tot nu toe nog altijd gelijk in
gehad. Of ik kijk sochtends naar mijn ochtend pols, als
deze twee of drie slagen te hoog is zit ik in de
training ook wat hartslagen lager, dit is ten gunste van mijn
herstel na een kleine verkoudheid bijvoorbeeld. Als je in de
voorbereiding zit voor bijv. de EK, dan kan je niet even rustig
aan doen en zeker niet als je met nog iemand in de boot zit. Ik
ben toen ook overtraind geraakt. Op het moment dat het gebeurt
merk je het niet zo, maar op den duur voel je 24 uur
hartkloppingen en je hebt de gehele dag pijn in je benen, met
veel rust en met rustige trainingen te draaien kom je er weer
bovenop.
Het hoort er nu eenmaal bij en iedereen
kan het overkomen, zelfs Niels v.d. Zwam van de gouden Holland
Acht was op de Olympische spelen ook overtraind en had last van
zijn hormonen en toch wonnen ze.
Na dit meegemaakt te hebben heb ik geleerd om niet teveel te
luisteren naar mijn wil maar meer naar mijn lichaam want dit
soort dingen kan je niet elk jaar hebben. En zeker niet als ik
met deze sport door wil gaan. Want ik wil iets groots bereiken,
geen rapport of een goed cijfer want dat soort dingen zijn voor
de meesten binnen handbereik maar ik wil het in de roeiwereld
bereiken. Ik wil daar in de toekomst mee willen varen aan de
hoogste top en kunnen laten zien dat ik erbij hoor en iets
beteken, ik ben er aan begonnen en wil het afmaken ook. Om me
heen heb ik mensen gezien die opgaven omdat ze het te zwaar
vonden maar als het bij mij om sport gaat weet ik niet te
stoppen. Misschien weet ik wel niet beter dan iedere dag te
trainen. In dit voorbeeld ben ik misschien ook bevoorrecht omdat
ik samen train met mijn beste vrienden en dat het daardoor altijd
leuk blijft, in wat voor tijden ook. De absolute top bereiken zal
misschien een droom blijven want het is niet voor iedereen
weggelegd, maar het is mogelijk en aan dit geloof hou ik me vast.
Want ik train me natuurlijk niet 9 keer per week het apezuur om
laatste te worden.
Misschien heeft dit doel wel met erkenning te maken want op
school ben ik niet echt een held. En omdat ik daar geen
voldoening van krijg zoek ik het dus in de sport wat me tot nu
toe aardig is gelukt.
Roeien?
Sport is verslavend en roeien al helemaal omdat het een sport is
die uit een beweging bestaat en ritme samen met kracht en
techniek verbindt. En juist omdat het een beweging is, is het een
moeilijke sport, want die ene beweging
moet wel elke haal hetzelfde zijn. En
als je dat aardig onder de knie hebt dan voelt dat heel prettig
aan.
Als mensen wel eens vragen wat ik in mijn vrije tijd doe, en ik
begin over roeien dan kijken vooral mijn leeftijdsgenoten al een
beetje raar en heb ik al geen zin meer om erover door te praten.
Er wordt over gesproken als of het een domme krachtsport is en
dat het al helemaal geen techniek bevat. Maar had ik in het
eerste van Sparta gespeeld dan was ik een held geweest en hadden
de meesten wel verder willen vragen over van alles en nog wat.
En toch vind ik het raar dat de meeste mensen er zo over denken,
want het is tenslotte studentensport nummer één en er heeft nog
nooit iemand van het lbo een W.K. gewonnen en zo als het er nu
naar uitziet zal dat nog wel even duren. Het heeft waarschijnlijk
allemaal met het milieu te maken waar je uit komt, want als je
vader voetbalt ga je zelf niet zo snel op wielrennen(ik spreek
hier voornamelijk voor de jongens). Bij mij ligt dat net iets
anders, mijn vader en moeder waren geen lid van een hockeyclub of
van de roeivereniging. Mijn vader zat op voetbal en zijn broer
ook, maar ik heb er nooit over nagedacht om op voetbal te gaan.
Dat lag mij gewoon niet zo, en via atletiek en het roeien heb ik
mijn milieu gevonden waar ik op het moment erg thuis voel. Dit is
natuurlijk moeilijk uit te leggen maar ik denk dat de meeste wel
begrijpen wat ik bedoel.
Maar nu het roeien, wat maakt
het nu zo leuk?
Zoals met de meesten sporten ben je lekker met jezelf bezig of
samen met anderen en roeien is daar de ideale sport voor, of je
stapt alleen in een bootje of je gaat er met een groepje vandoor
en als je roeien met twee riemen niets vindt dan stap je gewoon
in een boord-boot(roeien met één riem).
Met roeien moet je niet alleen kijken en luisteren naar je
lichaam je coach of je zelf, maar naar de boot en het water, wat
doen die? En wat gebeurt daar, is dat goed of fout? Het is
geweldig om je boot zo te bevaren dat hij los komt van het water
en dat je het gevoel krijgt dat je zweeft, daar kick je op. Welke
wedstrijd-roeier dan ook kent niet de belletjes onder zijn boot
die een bruisend geluid maken. En des te harder je gaat, des te
intenser het geluid wordt. En op dat moment even je ogen te
sluiten en te luisteren. Dan voel je je geweldig en denk je de
hele wereld aan te kunnen, dat is roeien.
Of de V-vorm achter je boot te zien vervagen door wind en golven,
en toch telkens weer een nieuwe maken. Bij windstil weer elke
slag zuiver in en uit het water te horen komen en aan weerszijden
van de boot een kolk achterlatend, prachtig. En als je het echt
heel goed kan zonder te kijken in de training, in de skiff met
iemand anders naast je de riemen onder boven van elkaar te laten
passeren, om zo de training te draaien word je heel gedreven in
het sturen en om je haal vast te houden, ook al word je
gehinderd. Dit soort trainingen komen altijd wel van pas op
lange- afstand wedstrijden waar het er soms niet altijd even
gebroederlijk aan toe gaat. Ik heb even zitten nadenken maar volgens mij is roeien samen met kanoën de enige watersport waar bij je jezelf moet voortbewegen zonder stroming, wind of een motor.
Vooral de motorboten zijn de grootste vijand van de roeiers, de bestuurders van die kippenhokken trekken zich meestal niets van ons aan en zo wil het nog wel eens gebeuren dat een roeiboot overvaren wordt en dan krijgt diegene ook nog eens het hele John -vocabulaire over zich heen.
Nog een uniek opzicht van het roeien is
dat je terwijl je bezig bent, in de mooiste plekjes van de natuur
komt, waar je anders
nooit zou komen. Bijv. Frankrijk, Duitsland, Ierland, en Engeland
hebben deze plekjes in overvloed en zijn als toertocht lokatie
erg aan te raden.
En het is een hele ervaring om met acht verschillende roeiers in
een acht te stappen en te ervaren dat de hele boot na verstrijk
van een aantal weken begint te werken als een machine, waar het
heerlijke geluid van bonkenden riemen in de dollen vanaf komt.
Technische ideeën
U vraagt zich misschien af hoe je dan in werkelijkheid moet
roeien? Ik zal het simpel houden. Roeien is het verplaatsen van
een boot met behulp van riemen, benen, rug en armen. Hoe dit
gebeurd is bij elke roeier anders, al komt het grootste gedeelte
met elkaar overeen. Dit heeft ermee te maken dat roeien erg
technisch is, anders zou iedereen wel het zelfde doen. Zo heeft
ieder land zijn opvattingen over een bepaald gedeelte van de
haal. Bijvoorbeeld; De Roemenen hebben weer een grotere rugzwaai
dan de Amerikanen die van een korte krachtige haal houden.
Maar om terug te komen op de haal die het algemene beeld schept.
Men pakt de riemen en houd deze met een rechte rug en gestrekte
benen bij de borst, dan beweegt men eerst de armen naar voren
gevolgd door de rug die bij deze aktie recht blijft.
Als de rug een hoek van plusminus 50
graden op de benen heeft bereikt, komen de knieën naar boven tot
dat de schenen vertikaal op de boot staan, net voor dat gebeurt
draait men de bladen ook vertikaal en worden de dezen in het
water geplaatst.
Het is van belang dat de bladen eerder in het water zitten dan
dat de roeier gaat trappen, anders treedt er drukverlies op,
waardoor de boot een minder grote versnelling krijgt in het begin
van de haal. Dit plaatsen gebeurt met een kleine backsplets. Hier
wordt mee bedoeld dat het water wat achter het blad opspringt.
Als dit gebeurd is, begint men pas met het trappen tegen het
voetenboord waardoor het lichaam samen
met de boot naar voren beweegt. Hierbij legt het lichaam deze
route iets sneller af, waardoor er eerder aan een nieuwe haal kan
worden begonnen, voordat de boot weer stil ligt. De haal die nu
is gemaakt, is het tegenovergestelde van het oprijden, de
beweging die eerder besproken is. Dus als men begint te trappen
tegen het voetenboord dan gaan eerst de knieën plat terwijl de
rug en de armen worden uitgesteld. Deze komen pas in aktie als de
benen bijna plat zijn. Als dat gebeurd is hoeven de armen het
alleen nog maar af te maken.Deze haal is de perfectie zelve,
omdat je lichaam ook zo is opgebouwd. Je benen zijn het sterkste
gedeelte van je lichaam, daarna volgt de romp en als laatste de
armen. Als je het anders om zou doen dan zou je geen zwaai aan de
boot kunnen geven waar-door hij juist zijn snelheid krijgt. Je
moet de boot als een grote bal op het water zien, als je daar een
klap op geeft gebeurt er weinig, maar als je eerst je handen er
tegen aanzet en dan gaat duwen komt hij in beweging en hou je hem
ook op snelheid door steeds dezelfde handeling uit te voeren.
Het is eigenlijk heel simpel, eerst druk vinden en pas daarna
kracht geven.
Het is ook erg belangrijk na een gedeelte van de haal te hebben
uitgevoerd hier niets meer aan te veranderen. Dit geeft ombalans,
waarna de volgende handeling moeilijker wordt om uit te voeren.
Deze ombalans heeft ook te maken met het verkeerd plaatsen van de
riemen. Neem dus de tijd om goed ervoor klaar te zitten, zodat je
niets meer hoeft uit te voeren.
Elke beweging heeft invloed op de
volgende beweging die je uitvoert. Vandaar dat roeien door de
mensen die er voor het eerst mee te maken krijgen als moeilijk
wordt ervaren.
Deze uitleg hoeft niet in de perfectie uitgevoerd worden als men
deze tak van sport als hobby beschouwd. Daarom is het ook zo leuk
om te zien dat de meeste mensen op verschillende verenigingen er
hun eigen roeistijl op na houden en roeien zo als zij dat het
beste vinden.
Boord- en Scullriem
Ik vergeet bijna wat, het is namelijk zo dat er ook met een riem
geroeid kan worden. Dit heet boordroeien er is dan één maar: je
kan dan niet alleen roeien.
Dit onderdeel van roeien is een ondergeschoven kindje bij de
burger verenigingen, alleen bij de studenten verenigingen staat
het op nummer één. Dit heeft er mede mee te maken dat het net
wat makkelijker is dan roeien met twee riemen. En omdat het er
bij studenten meestal om het groepsgevoel gaat, kan je dit het
beste uiten in een zo groot mogelijke boot en dat is nu eenmaal
de acht en die is niet uitgevoerd met twee riemen. Om dit te
verklaren moeten we een stuk terug in de tijd waar de heren-acht
en de heren-kiff uitgeroepen werden tot de koningsnummers van het
roeien. En welke student dan ook probeert om in de eerste-jaars
of tweede-jaars acht te komen.
Zon acht wordt meestal gevormd
door eerste-of tweede-jaars studenten die lid worden van een
vereniging zodra ze gaan studeren.
Maar hoe moet je nou roeien in een boord-nummer? Ten eerste maakt
men de keuze aan elk boord men gaat zitten. Deze keuze wordt
vereenvoudigd door te kiezen uit een bakboord of een stuurboord.
Daarna volgt de roeihaal zelf, deze lijkt sprekend op de haal
eerder besproken in technische ideeën. Alleen het
volgende is anders, als men voor komt dan gaat het buitenbeen
iets opzij zodat de buitenarm daar tussen kan.
Als er geplaatst wordt dan blijft de binnenarm iets gekromd zodat
er meer lengte bereikt kan worden Zou dit niet gebeuren dan zou
de haal een stuk korter zijn en zou je een gedeelte van de haal
missen waardoor de boot weer minder Schwung mee
krijgt. Nadat dit voltooid is, begint men de benen te gebruiken,
de rug en de armen worden weer netjes uitgesteld tot dat de
polsen de knieën bereikt hebben. Eindelijk achter gekomen te
zijn wordt de riem met de binnenhand uit het water gehaald en
gedraaid. Hierbij assisteert de buitenhand maar laat de
binnenhand het werk doen.
Boot Types
In dit werkstuk heeft u her en der
wat plaatjes gezien van een aantal boten. En misschien bent u
nieuwsgierig geworden om te weten waar elke nu voor staat. Ik heb
er een kleine zoektocht van gemaakt maar wel met duidelijke
aanwijzingen. De plaatjes zijn genummerd en bij elk plaatje hoort
een klein verhaaltje:
1. De skiff is misschien wel de oudste en bekendste roeiboot die
er is. Vanzelf-sprekend wordt hij bevaren met twee riemen en ben
je van niemand afhankelijk, want in deze boot ben je pas echt
één met de boot en de natuur. Hij is voor iedereen toegankelijk
maar wordt wel als moeilijk ervaren. Internationaal wordt hij
zowel door lichte en door zware dames en heren
bevaren. Je bent pas een lichte heren roeier als je ingewogen
wordt op of onder de 72.5 kg. Bij de vrouwen is dat 65 kg. Deze
regel is geldig voor al de beschreven boten. Behalve op de
Olympische spelen, daar zijn er een paar uitzonderingen.
2. De dubbel-twee is de grotere broer van de skiff, ook weer twee riemen per roeier. In een dubbel twee is het de bedoeling dat je met zn tweeën het gevoel krijgt dat je in je skiff zit en dat je als het ware met je ogen dicht kunt roeien. Maar wel één geheel wordt en blijft.
3. De dubbel-vier is weer een heel ander verhaal. Hier wordt ook weer met twee riemen geroeid en zit je met zijn vieren er in. De vier kan je in drie stukken verdelen: De slag die het ritme en het tempo aangeeft en dus veel verantwoordelijkheid geeft. Het middenschip dat als het ware niet veel meer hoeft te doen dan maar kracht hoeft te leveren en zich nergens zorgen over hoeft te maken. Op deze plek zitten meestal de mensen die ritmisch niet zo sterk zijn, maar wel veel vermogen hebben. Als laatste de boeg die als taak heeft om de boot als een geheel te laten varen, dus ook deze plek in de boot kent zijn verantwoordelijkheden.
4. De vier-zonder zit hetzelfde in elkaar als de dubbel-vier maar in dit nummer wordt er per roeier met een riem geroeid. In dit nummer zijn er meerdere opstellingen te gebruiken: Zo kan hij bak-of stuurboord opgeriggert zijn,(riggers, de dragers van de riemen). Of er kan een blok ingezet worden: dat betekent dat het middenschip niet om en om van elkaar zit, maar dat ze aan de zelfde kant roeien. Ook dit kan weer aan weerszijde van de boot.
5. De twee-zonder wordt bevaren door twee roeiers met ieder een riem. Dit nummer vereist zeer veel discipline van de roeiers, omdat evenwicht en gelijkheid niet vanzelfsprekend zijn bij dit nummer. Net als koorddansen met zn tweeën.
6. De twee-met is hetzelfde als de twee-zonder maar dan met een stuur-man/vrouw. Dit nummer is het langzaamst van allemaal maar wel veel stabieler dan de twee-zonder. Dit is vanwege het laag bij de kielbalk liggende stuurtje.
7. De vier-met is te vergelijken met de vier-zonder alleen zit er een stuurman extra aan boord, liggend voorin de boot of zittend achterin. De vier-zonder en de dubbel-vier worden bestuurd door een ingebouwd stuurtje wat in het voetenboord zit verwerkt, elke roeier van de boot zou dus kunnen sturen.
8. De acht maakt na al het vieren-geweld
wel een hele grote sprong en slaat eigenlijk de zes over. Maar
daar is een duidelijke reden voor, omdat alle boten in even grote
delen gedeeld kunnen worden. Zo heb je twee tweetjes voor een
vier en twee viertjes voor een acht. Bij een zes is de kans groot
dat de vier en de twee niet goed bij elkaar te krijgen zijn. Maar
om even terug te komen bij de acht: Ook deze boot is weer zeer
flexibel om op te riggeren. Er is bij dit nummer altijd een stuur
aanwezig vanwege de lengte van het schip. Omdat er de laatste
jaren veel meer boot-transporten zijn en omdat niet elke
vereniging een boot-wagen van 20 meter heeft, kan de acht
tegenwoordig opgedeeld worden in twee delen: Een lang stuk en een
wat kleiner stuk. Op deze manier treedt er bijna geen snelheids-
verlies op het verbindings stuk op.
Alleen deze beschreven boten mogen op de Olympische spelen
bevaren worden. Maar er zijn nog veel meer soorten opstellingen,
zoals de drie-met (drie roeiers met ieder twee riemen en een
stuur) of de skiff-met (een skiff met een stuur) of de vier-met
en de twee-met en natuurlijk niet te vergeten de zeer zeldzame
dubbel-acht. Deze acht werd lang geleden nog wel veel gebruikt,
maar om verschillende reden ging hij langzaam uit de vaart. Het
is het snelste nummer dat er bestaat en misschien daardoor wel te
gevaarlijk. Het aantal slagen per minuut ligt, erg hoog zon
40 per minuut. Als er dan wat fout gaat zoals een snoek(riem
onder water) dan kunnen er gewonden vallen. Zelfs bij de normale
acht is dit al riskant. Er zijn dan ook een aantal gevallen
bekend waar riem en roeier uit de boot geslagen werden. Van deze
boten is er nog één in Nederland. En op de 13500 boten die
Nederland rijk is, is dat erg schaars.
Met trots kan ik vermelden, dat Nautilus de club waar ik lid ben,
de nog enige overnaadse acht bezit. De dubbel acht hoort thuis in
Aardenhoud. Hier volgt een klein tijds-en snelheids-overzicht.
skiff: 6.40 minuten op de 2km. 18km per uur.
Dubbeltwee: 6.10 minuten op de 2km. 19.5km per uur.
Dubbelvier: 5.40 minuten op de 2km. 21km per uur.
Acht: 5.25 minuten op de 2km. 22km per uur.
Geschiedenis van het Roeien
De roei- en zeil-verenigingen in Nederland zijn rond 1860
ontstaan en kennen een kleurrijke geschiedenis. Zo ook Nautilus,
die 125 jaar geleden werd opgericht door een aantal studenten uit
die tijd met de opzet om wat afleiding naast het studeren te
hebben. Het was in die tijd een zeer elitaire sport en niet
iedereen kwam zo maar binnen. Maar toen de welvaart op gang kwam,
hadden ook de gewone burgers behoefte naar wat vertier. En werd
Nautilus een burger-vereniging met nog wel een aantal studenten
als lid. Het waren vooral de studenten die als eerste wedstrijden
gingen roeien tegen andere verenigingen uit het land en ook hier
kwamen de burgers wat later mee. Toen dit plaats vond kwamen er
twee splitsingen tussen de studenten en de burgers en werden er
studenten- verenigingen opgericht, zoals in Rotterdam de Algemene
Rotterdamse Studenten Roeivereniging SKADI.
Deze kleine geschiedenis geldt voor de meeste verenigingen in
Nederland. Maar het echte roeien komt ergens anders vandaan.
Het patent van de eerste roeiboot met riemen hoort thuis bij de
Egyptenaren. In een stenen muur zijn de restanten gevonden van
een roeiboot die rond 3300 voor Christus moet gebouwd zijn
geweest.
De kracht van de riem als voortbewegings middel heeft zich hierna
zeer
snel ontplooid. Zo kennen we de Romeinse oorlogsschepen en de
roeiboten van de Vikingen.
Bij elk transportmiddel is er de behoefte om de snelste te zijn
en worden er wedstrijden georganiseerd. Zo ook bij het roeien.
In Engeland (het hart van het roeien) is het wedstrijdroeien
begonnen in de tijd dat er maar twee bruggen over de Thames
liepen, THE LONDEN BRIDGE en THE CHELSEA BRIDGE. En aangezien
deze nogal ver uit elkaar lagen werd, er gretig van de
veerdiensten gebruik gemaakt. Als de veerman veel wilde verdienen
dan moest hij de snelste zijn, anders ging zijn beurt voorbij. Op
een gegeven moment had Thomas Doggett, een geleerde aan het hof
van King George I, het idee om het roeien te professionaliseren,
door mede een wedstrijd uit te schrijven en zo het roeien te
stimuleren voor verbetering van het materiaal.
Doggett vroeg aan King George of de wedstrijd op 1 augustus 1716
mocht beginnen en dat hij altijd gevaren zou worden. Afgelopen
augustus stonden de heren weer aan de start en werd een oude
Engelse traditie in eren gehouden.
Het universiteits-roeien begon in
Engeland rond 1825. Niet veel later, in 1829, werd de eerste
Oxford and Cambridge Boat Race gevaren. Deze werd met
5 bootlengten gewonnen door Oxford. In 1938 werd de Boat Race
voor het eerst uitgezonden op televisie. Op dit punt werd er een
kleine geschiedenis geschreven. Dit gebeurde nog een keer toen
Susan Brown, de eerste vrouwelijke en winnende stuur, in de Boat
Race werd.
Nog een wedstrijd met een rijk verleden is de Henley Royal
Regatta. Henley was van koninklijke komaf en kon zo deze race
naar hem benoemen. Maar niet veel later, in 1851, twaalf jaar na
de benoeming werd Henley onterfd en werd de Royal er tussenuit
gehaald. Maar dit is niet het enige waarmee de race te kampen
kreeg: de roeibaan werd vier keer verlegd, net zo lang totdat hij
recht was. Dit was mede de oorzaak dat veel roeiers klaagden over
baanvoordeel. De baan is about one mile 550 yards
lang en wordt nog steeds beschouwd als koninklijk. Hij vindt ook
plaats op koninklijk water met koninklijke zwanen, die voor
iedere race zorgvuldig verwijderd worden. De toeschouwers moeten
zich aan een strikte kleding-code houden, een rokje te kort of te
lang is uit den boze. Na het succes in Engeland volgden ook
Amerika, Canada en Australië met een Henley Ragatta. Maar die in
Engeland wordt nog steeds als de best-georganiseerde picknik van
Europa beschouwd.
Roeien werd al in 1900 bijgeschreven in het Olympisch boek. Maar
tegenwoordig heeft het niet meer die vaste grond onder de voeten
want er zijn plannen om het roeien te schrappen op de Olympische
lijst.
Het roeien heeft de Eerste-
en de Tweede wereldoorlog
overleefd en zal ook deze
tegenslag, hopelijk, in het
voordeel beëindigen.
Al eerder gezegd, de Engelse
waren superieur in het roeien en hebben dan ook de meeste
Olympische medailles op de
voet gevolgd door de
Duitsers die de laatste 50
jaar zeer sterk als roei-
land op komt.
De techniek van vandaag heeft er voor gezorgd dat we vele seconden sneller zijn dan 100 jaar geleden. Het begon met een houten boot van 1 cm dik. Toen kwam men erachter dat niet de dikte van de huid stevigheid gaf, maar dat de spanten in de boot daarvoor zorgden. Dit heeft ervoor gezorgd dat botenbouwers in Zwitserland en Duitsland steeds dunnere en lichtere boten ontwierpen. En als gevolg daarvan heeft de FISA een minimum gewicht ingevoerd.
Toen de ontdekking van kunststof in de
botenwereld kwam, heeft eigenlijk maar één bedrijf zich daar
voor 100% in gestort. Dit bedrijf heet Empacher, te herkennen aan
de gele kleur van zijn boten. Het is gevestigd in Duitsland. Zij
zijn nu ook de grootste leverancier van boten in de wereld. Er
zijn heus wel meer bedrijven die kunststofboten maken, maar die
voldoen niet aan de eisen van de roeiers op wereld- niveau. En
als Piet er een heeft, dan kan Wim niet achter blijven.
Ze zijn zo bij de tijd, dat er om het jaar een nieuw model klaar
ligt wat net weer wat beter is en net wat sneller is. Maar daar
betaal je wel voor. Als je mee wilt varen aan de top ben je al
gauw om de 2,3 jaar 15.000 gulden kwijt aan een nieuwe skiff.
Veel langer dan drie jaar kan zon boot niet aan, wel voor
de semi-profs, dan kan zon boot gerust nog vijf jaar mee.
Nawoord
Na alles nog even te hebben doorgenomen kom ik tot de conclusie,
dat alles wel is beschreven. Misschien niet even uitgebreid maar
wel genoeg om u mee te laten genieten van het roeien en alles wat
daarmee samen-hangt. Ik hoop dat het gevoel wat ik voor het
roeien heb over is gekomen.
Ik denk dat het wel goed is geweest om
over mijn grootste hobby te schrijven, en dat ik op deze manier
de dingen beter heb verwerkt die over mij heen zijn gekomen.
Wat ik geleerd heb van dit werkstuk is, dat het soms goed is om
een grote droom na te streven maar er niet teveel afhankelijk van
te worden. Dit is mij bijna overkomen en ik ben er bijna aan
onderdoor gegaan.
Door dit te vertellen ben ik er veel nuchterder tegen aan gaan
kijken en ben ik het als een sport gaan beschouwen en niet meer
als een obsessie.
Al de feiten opmerkingen en verhalen zijn uit eigen ervaring. Ik heb hiervoor geen informatie hoeven op te zoeken, alles is op waarheid gebaseerd.
Tot slot wil ik nog een aantal mensen
bedanken bij de tot standkoming van dit werkstuk. Ten eerste mijn
ouders die mij tot op het laaste moment niet voor gek hebben
verklaard en mij mijn gang hebben laten gaan. Ook wil ik Uwe
Krause bedanken voor de begeleiding van mijn eind- werkstuk en
presentatie. Tevens was Emiel Bakker aan het einde een grote hulp
en ook hier gaat mijn dank naar uit.
Zitten en roeien. Kom op. Ogen dicht en rammen.Het is mooi
weer
Ronald Florijn