
Aardbevingen zijn een veel voorkomend en eigenlijk
heel normaal verschijnsel. Meestal hoor je er in het nieuws ook weinig van omdat
het dan vaak om kleine aardbevingen gaat en er dan meestal
geen schade ontstaat. De aarde is eigenlijk altijd een klein beetje in beweging en
maakt kleine schokkende bewegingen zonder dat we daar iets van kunnen merken. Enkele malen
per jaar komen er ernstige aardschokken voor. Dit jaar was voor de
meeste seismologen (mensen die aardschokken meten) een heel normaal jaar.
De aardbevingen in Turkije, Griekenland en Taiwan zijn
echter allemaal op de laatste manier ontstaan: het verschuiven van
gesteentelagen. Deze worden met een moeilijk woord tektonische
aardbevingen genoemd.
In Nederland wordt wel eens een lichte aardschok
geregistreerd. Tijdens de aardbeving in Turkije heeft de aarde in Nederland
ongeveer 1 milimeter bewogen, dat is zo weinig dat we daar niks van kunnen
merken. Soms zijn de aardschokken wat heftiger maar dit zijn gelukkig toch
nog hele lichte aardschokken waarbij er misschien een paar dakpannen of een
oude schoorsteen van het dak valt. Gelukkig gebeuren hier nooit ernstige
ongelukken en er is weinig schade.
Dat is niet het geval in Griekenland, daar
zijn aardbevingen juist heel erg sterk en Griekenland houdt hier ook ernstig
rekening mee. Het buurland Turkije heeft over het algemeen weinig last van
aardbevingen, daarom zijn de gebouwen er ook niet op berekend en dat was er de
oorzaak van dat de ramp in Turkije zoveel slachtoffers eiste.
Nu zul je je afvragen: waarom sommige landen wel en sommige landen niet? Dat heeft natuurlijk een oorzaak.
Continentenverschuiving
Rond het jaar 1620 kwam
de geleerde en kaartenmaker Frances Bacon op een idee. Terwijl hij naar de kaart
van de wereld keek leek het er net op alsof de grote continenten (werelddelen):
Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Europa stukjes van een legpuzzel waren en dat
ze bijna in elkaar pasten. Op het plaatje hiernaast kun je dat ook goed zien.
Frances Bacon dacht dat alle land vroeger aan elkaar vast had gezeten en nu
langzaam uit elkaar aan het drijven was.
Andere geleerden vonden zijn theorie
maar niks en het idee werd weer snel vergeten. Totdat in het begin van de jaren
60 van deze eeuw deze theorie weer opnieuw gebruikt ging worden. Het werd een
ware revolutie in de geschiedenis van de geologie.
Het blijkt dat de aardkorst in het midden van de Atlantische Oceaan
regelmatig openscheurt en deze scheuren worden weer opgevuld met vloeibaar
gesteente (magma) uit de aarde. Op deze manier wordt er steeds meer bodem op de
oceaan gemaakt en drijven de werelddelen steeds verder uit elkaar. Dit gebeurt
alleen bij de nieuwe oceanen zoals de Atlantische Oceaan en de Indische
Oceaan.
Omdat de nieuwe oceanen steeds groter worden, worden de oude oceanen
in elkaar gedrukt. De Middelandse Zee noemen we een zee maar eigenlijk is het
een hele oude oceaan die zover in elkaar gedrukt is dat hij steeds kleiner is
geworden.
Hele grote platen steen en aarde van kilometers lang worden in de geologie 'schollen' genoemd. Soms worden twee schollen langs elkaar gedrukt zoals op de bodem van de Middelandse Zee. De druk tussen de schollen wordt steeds groter en groter totdat ze plotseling van elkaar los schieten. Kijk maar eens naar dit voorbeeld : de aarde buigt heel lang mee maar als de druk te hoog wordt breekt de boel en ontstaat er een scheur. De schollen op de bodem van de oceaan duwen dan in de grond van het vasteland van Griekenland. De ene schol schuift over of onder de andere schol. Dit noemen de geologen subductie. De grond komt op die plek omhoog en de aardbodem begint dan enorm te schudden en dit noemen we een aardbeving.
Wordt
vervolgd...