|
Jacob Anthonie (Anton) Moll,
geneesheer, werd geboren 4 mei 1832 en overleed op 27 januari 1914. Hij
was de zoon vande predikant Ds. Jan Moll Jacobszoon(zie
foto hieronder, Jan Jacobszoon Moll) en Maria
Cornelia Catharina Bonebakker. Hij
is een telg uit het geslacht Moll-Blokzijl. Dit geslacht omvat een aantal
erudiete persoonlijkheden: medici, natuurkundigen en predikanten.
Jacob Anthonie Moll is genoemd naar zijn grootvader van vaderszijde Jacob
Moll en naar dien van moederszijde Ds. Anthonie Bonebakker. Op 31 mei
1860 huwde hij te Amsterdam met Wendelina Elisabeth
Bonebakker, dochter van Jaques Antoine Bonebakker en Wendeline
Elisabeth van Manen. Uit dit huwelijk 3 kinderen zie hierna:
|
1e Jan Jacob Moll geb. 16 aug. 1861, ´s Gravenhage, griffier
Arr.Rechtbank Dordrecht x Petronella Cornelia van Vollenhoven,
dochter van Pieter van Vollenhoven en Cornelia Rijshouwer.
Deze laatsten zijn de overgrootouders van Mr. Pieter van Vollenhoven
x Margriet Francisca Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
Prinses van Lippe-Biesterfeld. Zie link:Oranje
Nassau
2e Wendelina Elisabeth Moll geb. 15 maart 1863,´s Gravenhage
x Hendrik Evert Gritters Doublet, ingenieur te Amsterdam.
3e Jacob Anthonie Moll geb. 20 Aug. 1873 ´s Gravenhage,
Koninklijke Hollandse Lloyd. Hij huwt met Louisa Maria Susanna
Jansen geb. te Den Helder 23 dec. 1879.
|
Jacob Anthonie (Anton) Moll studeerde
te Utrecht medicijnen vanaf 1850 en deed in 1856 docoraal. Hij was assistent
bij Professor F.C. Donders. Daarna
promoveerde hij op 18 maart 1857 te Utrecht. Titel dissertatie :
Bijdragen tot de Anatomie en Physiologie der
oogleden. Hierin beschrijft hij de kliertjes bij de oogharen. Hoewel
deze kliertjes niet door hem werden ontdekt zijn ze wel naar hem genoemd.
In 1858 promoveerde hij op 25-jarige leeftijd, voor de tweede maal, maar
nu te Amsterdam, in de chirurgie bij Professor van Ittersum (Binnengasthuis).
Op 26 jarige leeftijd vestigde hij zich met een praktijk te Den Haag.
Jacob Anthonie Moll heeft veel onderzoek gedaan op oogheelkundig gebied
en naar de eigenschappen van het oog, waar onder de kliertjes bij de oogharen.
Deze zijn naar hem genoemd:Moll´s Glands (Mollse klieren) apocrine
(zweet) klieren van het ooglid.
(= ciliary glands of the conjunctiva (glandulae ciliares conjunctivales). They are developmentally arrested sweat glands situated obliquely in contact with and parallel to the bulbs of the eyelashes)

Kliertjes van Moll in "Lehrbuch der Augenheilkunde", Dr Ernst Fuchs. Franz Deuticke, Leipzig und Wien,1905.
De klieren van Moll zijn zeer kleine zweetklieren die dicht bij het
ooglid liggen. Zij vormen zwellingen bij beschadiging en kunnen aanzienlijk
opzwellen (cysten). Vanwege cosmetische redenen kunnen deze zwellingen
verwijderd worden.
Deze cyste staat bekend als de Cyste van Moll, een kleine rond, niet gevoelige,
met helder vocht gevulde laesie, op de voorste ooglidgrens.
Als mens en als geneesheer genoot Jacob Anthonie Moll een buitengewoon
respect.
In "PFAAN Archive of the Academy of Sciences St. Petersburg"
zijn een aantal brieven opgenomen van Jacob
Anthonie Moll en zijn broer Anthonie Theodoor Moll gericht aan: Anna Catharina
Croiset van der Kop: Philologist, Slavist (1903-1914), 114.2. 114.2. Letters
(1903-1914) [REF:4].
In het tijdschrift "Uit Heden Verleden, 4e Jaargang N0. 14, 1 october
1934", is over Jacob Anthonie Moll, door zijn zoon Jacob Anton Moll
een uitgebreid Memorandum geschreven.
Zie ook: Genealogie van het geslacht Moll (overzicht van 1706 tot 1918),
een publicatie door de zoon van Jacob Anthonie Moll, genaamd Jacob Anton
Moll, Watergraafsmeer, Amsterdam.
Ds. Jan Moll Jacobszoon |
Dr. Jacob Anthonie Moll |
Ds. Jan Moll
Jacobszoon
De vader van Jacob Anthonie Moll (zie boven)
was Ds. Jan Moll Jacobszoon,(9
februari 1789 Enkhuizen - 4 october 1891 ´s Gravenhage)
Predikant te Oosthuizen, Hazerswouden en ´s Gravenhage bij
de Ned.Herv.Kerk (en niet bij de doopsgezinden). Deze Ds. Jan
Jacobszoon Moll huwde te Roosendaal (Gelderland) met Maria
Cornelia Catharina Bonebakker geboren te Hemmen 25 april 1806.
Zij was enigst kind uit het huwelijk van Ds. Anthonie Bonebakker
en Maria Johanna Luden. Maria C.C. Bonebakker overleed
op 23 mei 1864 aan de pokken. Uit dit huwelijk 8 kinderen.
Hij werd benoemd tot:
(1e) in 1842, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw,
(2e) in 1880, Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Hij was predikant voor de prinsen van de Oranje en overhandigde
op 8 april 1879 aan koningin Emma
de huwelijksbijbel.
Ds Jan Jacobszoon Moll had een groot aandeel in de stichting
van het Oude Mannen- en Vrouwen Weeshuis van de Bethlehemkerk
te ´s Gravenhage. Zijn laatste openbare preek (hij werd,
bijna geheel blind, de preekstoel opgedragen) op zondag 26 Januari
1890.
Hij beoefende gedurende een periode van 65
1/2 jaar het ambt van predikant. Hij heeft 1 boek geschreven,
namelijk:
"Merkwaardigheden uit de levensgeschiedenis van den profeet
Jeremia, in tien leerredenen".
Zie over hem
(1):"Uit Heden, het Verleden", 2e jaargang No-4 , 1931
en 2e jaargang No-5 1932, memorandum van J.A.Moll archivaris te
Bilthoven.
(2) "Bronovo 1865-1990", Van ´s Gravenhaagsche
Diakonessen-Inrichting tot Ziekenhuis Bronovo", Prof.Dr.
M.J. van Lieburg.Uitgeversmaatschappij J.H.Kok, Kampen, 1990,
ISBN 90 242 6588 6
(3) De jaarvergadering van het Nederlandsche Zendelinggenootschap
in 1864.
De noodzakelijke toelichting, door J.Moll Jac.Zn., J.H. Ben, M.
Cohen
Stuart en H.C. Voorhoeve, uitgetreden leden van het hoofdbestuur,
op hare
beurt toegelicht door H.N. van Teutem (Leiden 1864)
Biography:
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek
der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
Ter ere van Ds. Jan Jacobszoon Moll is een gelegenheids gedichten
gemaakt door Nicolaas Beets. (Zie hierna)
Verwantschap:
De vader van bovengenoemde
Ds Jan Jacobszoon Moll (en dus de grootvader van Jacob Anthonie
Moll) was Jacob Moll,
gehuwd met Tetje (Fetje) Gorter.
Deze Jacob Moll, geboren te Blokzijl op 28 jan. 1768 en overleden
op 19 juni 1849 te Enkhuizen, was graanhandelaar te Enkhuizen.
Uit dit huwelijk 7 kinderen. Ter gelegendheid van zijn 50-jarig
huwelijksfeest is op Jacob Moll een gelegenheidsgedicht gemaakt
door Harm Breevoort (zie hierna).
Zie verder : Het geslacht Moll-Blokzijl
|
De oudste zoon van Jan Jacobszoon Moll, Dr.
Jacob Anthonie Moll, Geneesheer, werd geboren op 4 mei 1832
- en overleed op 27 januari 1914. (Hij was een volle neef van
Prof.Dr. Willem
Jan Henri Moll, fysicus, Utrecht, Moll-tak Blokzijl).
Op 28 dec 1910 werd hij benoemd tot ridder
in de orde van de Nederlandse Leeuw.
|
Dr. Antonie Theodoor Moll,
27 april 1839- 4 april 1921 is een jongere
broer van Jacob Anthonie en het vierde kind van
Jan Moll en Maria Cornelia Catharina Bonebakker. Hij studeerde
eerst Theologie en daarna medicijnen.

Dr Anthonie Theodoor Moll |
Hij promoveerde op 22 november 1864 te Leiden op het proefschrift
"Over het Empheem en zijne behandeling langs operatieven
weg met opvolgende injectien van Tinctura Jodii"
Hij huwde op 20 mei 1878 met Johanna
Catharina Jacoba van Persijn, geb. 8 maart 1859,
dochter van Dr. Cornelis Johannes van Persijn en Louise
Charlotte Schmalhausen. Uit dit huwelijk 6 kinderen:
| 1. Dr Jan Marius Moll,geb. 23 aug. 1879, Meerenberg
, geneesheer x Florence Ruby Myring. |
| 2. Louise Cornelia Moll, 1881-1882, geb. Meerenberg. |
| 3. Cornelis Lodewijk Moll geb. Utrecht, x Anna Elisabeth
Baarda. |
| 4. Louise Cornelia, geb. 28 dec. 1855,Meerenberg. |
| 5. Mr. Anton Johannes Moll, geb. 6 maart 1888, advocaat
Roermond. |
| 6. Jacob Theodoor Moll, diplomaat, geb. Utrecht 1
Aug. 1891 x Elisabeth Emma Santman geb. te Weltevreden,
9 oct. 1893. |
Hij vestigde zich te Amsterdam alwaar hij voor de tweede
maal (evenals als zijn oudere broer) promoveerde, en wel
op stellingen tot de titel " Chirurgiae et obstreticae
doctor". In 1881 werd hij opvolgenr van Prof. Dr.
van der Lith, geneesheer directeur van het "krankzinnigengesticht"
te Utrecht (later Den Dolder). Hij was voorzitter van de
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en Neurologie en
regent van het Utrechtse Gasthuis voor Ooglijders. Op 28
aug. 1897 werd hij benoemd tot Officier
in de Orde van Oranje Nassau.
Prof. Dr. Ariens Kappers heeft over hem geschreven in "Het
50 jarig jubileum van Dr. A.Th. Moll", Psych. en Neur.
Bladen, 1914, No. 6.
Andere bronnen: Utrechtse Couranten van 1914 en 1921.
|
|
|
Het volgende gedicht , ter gelegenheid van het vijftigjarige huwelijksfeest
van Jacob Moll is gemaakt door Harm Breevoort:
Gevierd den 29 September 1843.
Ter Gelegenheid van het vijftigjarige Huwelijksfeest
van den Heer Jacob Moll en Mejuffrouw Fetje Gorter.
Behoudt het goud zijn glans, ofschoon de jaren snellen,
Ook reine liefde duurt in onverdoofbaar schoon.
Wat zegt het, moog haar trouw ook vijftig jaren tellen ;
Zij blikt naar het eeuwig oord, haar vaderland en troon.
Gelukkig paar, zoo rijk gezegend van den hoogen !
Verheug u in den glans van 't gouden bruilofsfeest,
Meer dan uw dank vermag, uw lippen staam'len mogen,
Meer is Gods liefde en trouw u steeds nabij geweest.
En nu, trof soms de smart, verzoent met dat verleden,
Hebt gij den traan gewischt, om vroeg gemis geschreid,
Zij brengen hulde u toe, uw dierb'ren hier beneden,
En zaal'gen zien op u van uit hun heerlijkheid.
Gezegend zij deez' dag, den dag van vreugde en zegen,
Die u herin'ring schenkt van zooveel lief en leed !
Gezegend zij deez' dag, hem klinkt de juichtoon tegen :
God lof ! een vader schikte, en goed was 't wat Hij deed.
Moog' zoo het eigen goede uw kind'ren steeds omgeven,
Die gij thans met hun kroost om u vereenigd ziet,
Zoo zal, gelijk uw beeld, uw heil in hen herleven,
Den hoorder des gebeds beschame uw hope niet !
Nog menig, menig uur moog heerlijk voor u blinken,
De liefde zalige u en leide u aan de hand !
En dat uw levenszon als ze aan de kim zal zinken,
Weer glansrijk opga in het beter vaderland !
LINK: Harme
Bevoort (1801 - 1873) Dichter van Enkhuizen
|
|
Gedicht van Nicolaas Beets op Ds.
Jan Moll Jacobszoon:
AAN DEN HOOGST EERWAANDEN HAAGSCHEN PREDIKANT
J. MOLL JBZ.,
op den dag, waarop hij zijn zestigjarigen evangeliedienst herdacht.
(l3 Oct. 1882.)
De Man, die zestig jaar het Heilwoord mocht verkonden,
Die liefdevol en onverpoosd .
Een troostbehoevend Adamskroost,
Te midden van zijn leed en zonden,
Getroost heeft met den besten troost,
Ook door hemzelven troost bevonden;
De trouwe Herder, steeds zichzelf gelijk
In stillen ernst, zachtmoedigheid, en wijsheid,
Ontvange op t hooger feest, dat God gunt aan zijn grijsheid,
Bij die van duizenden, mijn groet en eerbiedsblijk!
|
|