woensdag, oktober 31, 2007
Lang zal ik leven
Vandaag staat de zon op exact dezelfde plek als bij mijn geboorte.
Om 17:52 u. precies gaat mijn 46e levensjaar in.
Ik ben al best een eind op streek.
Vanochtend ontwaakt met een verrassende kalmte.
Mijn leeftijd begint me steeds beter te bevallen.
Ik voeg me naar het leven zonder daarbij mijn aangeboren dwarsheid te verliezen.
Wat ik wil grijp ik vol bij de kloten, wat ik niet meer wil blijft achter in het somp.
Een voorzichtige mate van autonomie.
Wat ik precies ga doen? Een vaag besef.
Zingen. Veel zingen.
Het hart volgen.
En daarbij een beetje het hoofd gebruiken.
Er ligt een zee van tijd voor me.
Ik spring in de golven op zoek naar een eiland.
Om 17:52 u. precies gaat mijn 46e levensjaar in.
Ik ben al best een eind op streek.
Vanochtend ontwaakt met een verrassende kalmte.
Mijn leeftijd begint me steeds beter te bevallen.
Ik voeg me naar het leven zonder daarbij mijn aangeboren dwarsheid te verliezen.
Wat ik wil grijp ik vol bij de kloten, wat ik niet meer wil blijft achter in het somp.
Een voorzichtige mate van autonomie.
Wat ik precies ga doen? Een vaag besef.
Zingen. Veel zingen.
Het hart volgen.
En daarbij een beetje het hoofd gebruiken.
Er ligt een zee van tijd voor me.
Ik spring in de golven op zoek naar een eiland.
REAGEER
STUUR DOOR![]()
![]()
maandag, oktober 29, 2007
Edelmoedigheid
Voor een acteur die zichzelf en zijn vak enigszins serieus neemt, zijn er twee dingen die hij alléén doet als het écht niet anders kan.
Het eerste is een voorstelling afzeggen omdat hij ziek is.
De die hard acteur sleept zichzelf nog het podium op als de doodsrochel al in zijn keel ligt te borrelen. Met fraai gevoel voor melodrama voegt hij zich in zijn heldenrol, het koortszweet gutsend uit al zijn porieën, kloppende watten in zijn hoofd, de stembanden piepend van ellende.
Het Publiek wacht, en wie is hij (o schedel!) dat hij des volk's gang naar den schouwburg doet eindigen in deceptie? Brood en Spelen moeten er zijn en Brood en Spelen zal hij ze geven. Al zakt hij rillend van ontsteking door zijn laatste benen, pijnstillers en stootkuren gierend door het frèle lijf- de Kunst gaat voor!
Het tweede is een rol teruggeven.
Voor de leek: het bijltje erbij neergooien, de zotskap aan de wilgen hangen, de beer zijn huid aan laten houden, de handdoek in de ring werpen om verdere orgaanschade te voorkomen.
Uit een voorstelling stappen staat voor een acteur gelijk aan Hoogverraad. Hij laat in de steek, hij zadelt op, hij schiet tekort. En denkt dus wel tien keer na voor hij besluit dat het trekken van de kar niet langer tot zijn mogelijkheden behoort. Dus blijft hij duwen en wrikken, tot aan zijn knieën in de modder, geen idee waar de meet ligt maar nobel tot het eind.
Ook ik heb me, tegen ieder doktersvoorschrift in, en aangesproken op mijn verantwoordelijkheidsgevoel, met veertig graden koorts een podium opgehesen, in de vaste overtuiging dat De Code Van Het Vak dat van me verlangde. Ook al wist ik van voren niet wat mijn zetpil van achteren aan het doen was, ik speelde manhaftig door.
Ook ik heb me, tegen iedere slagingskans in, nog nooit teruggetrokken uit een work in progress. Zelfs niet als ik wíst dat het schip de haven nooit zou verlaten. De Code Van Het Vak riep: douwen, trekken, water trappelen, desnoods tegen beter weten in.
Maar er komt een moment dat je aan je spiegelbeeld vraagt: is dit waar we moeten zijn op dit moment?
En als je spiegelbeeld je, voor het eerst, geen hart onder de riem steekt maar meewarig glimlacht en voorzichtig 'nee' schudt... dan weet je: ik kan nog zo heldhaftig doorbijten, maar uiteindelijk kost het me mijn gebit.
En wat is een acteur zonder gebit?
Een lispelaar.
Het eerste is een voorstelling afzeggen omdat hij ziek is.
De die hard acteur sleept zichzelf nog het podium op als de doodsrochel al in zijn keel ligt te borrelen. Met fraai gevoel voor melodrama voegt hij zich in zijn heldenrol, het koortszweet gutsend uit al zijn porieën, kloppende watten in zijn hoofd, de stembanden piepend van ellende.
Het Publiek wacht, en wie is hij (o schedel!) dat hij des volk's gang naar den schouwburg doet eindigen in deceptie? Brood en Spelen moeten er zijn en Brood en Spelen zal hij ze geven. Al zakt hij rillend van ontsteking door zijn laatste benen, pijnstillers en stootkuren gierend door het frèle lijf- de Kunst gaat voor!
Het tweede is een rol teruggeven.
Voor de leek: het bijltje erbij neergooien, de zotskap aan de wilgen hangen, de beer zijn huid aan laten houden, de handdoek in de ring werpen om verdere orgaanschade te voorkomen.
Uit een voorstelling stappen staat voor een acteur gelijk aan Hoogverraad. Hij laat in de steek, hij zadelt op, hij schiet tekort. En denkt dus wel tien keer na voor hij besluit dat het trekken van de kar niet langer tot zijn mogelijkheden behoort. Dus blijft hij duwen en wrikken, tot aan zijn knieën in de modder, geen idee waar de meet ligt maar nobel tot het eind.
Ook ik heb me, tegen ieder doktersvoorschrift in, en aangesproken op mijn verantwoordelijkheidsgevoel, met veertig graden koorts een podium opgehesen, in de vaste overtuiging dat De Code Van Het Vak dat van me verlangde. Ook al wist ik van voren niet wat mijn zetpil van achteren aan het doen was, ik speelde manhaftig door.
Ook ik heb me, tegen iedere slagingskans in, nog nooit teruggetrokken uit een work in progress. Zelfs niet als ik wíst dat het schip de haven nooit zou verlaten. De Code Van Het Vak riep: douwen, trekken, water trappelen, desnoods tegen beter weten in.
Maar er komt een moment dat je aan je spiegelbeeld vraagt: is dit waar we moeten zijn op dit moment?
En als je spiegelbeeld je, voor het eerst, geen hart onder de riem steekt maar meewarig glimlacht en voorzichtig 'nee' schudt... dan weet je: ik kan nog zo heldhaftig doorbijten, maar uiteindelijk kost het me mijn gebit.
En wat is een acteur zonder gebit?
Een lispelaar.
REAGEER
STUUR DOOR![]()
![]()
dinsdag, oktober 23, 2007
Retraite
De herfst hangt waterkoud boven de velden. Het knoestige karrenpaard dat het weiland aan het begin van de dijk bewoont schudt nors de manen en snuift de laatste zonnestralen op. Het groen glimt me toe. 'Kom maar', wuift het riet. 'Nu kan het nog.' De windmolen waait, de veerman tikt tegen zijn pet bij wijze van groet. Met één hand stuur ik mijn Cruiser langs de boerderijen, de stad uit. Weg, weg, heel even weg.
Mijn Bootje is mijn toevluchtsoord. Een stille plek waar mijn stadse drift het altijd aflegt tegen de natuur. Verscholen tussen de bomen boven Amsterdam Noord ligt mijn tweede huis. Een blokhut op het water, een veilige jachthaven, een warm nest. Bewoond door uilen, hermelijnen en woelratten, in bruikleen gegeven aan mensen van diverse pluimage. Elk jaargetijde ruikt er anders, het ziet er nooit hetzelfde uit. Maar op een doordeweekse herfstdag is het er steevast stil.
Ik zoek die stilte met graagte op. Niet om het hoofd leeg te maken, want mijn hoofd maak je niet leeg. Daar spookt van alles en nog wat in het rond. Ideeën tuimelen over elkaar heen zonder zich te verontschuldigen, verplichtingen staan te dringen voor een plaatsje vooraan in de rij, onzekerheden proberen zich met alle macht te ontworstelen aan mijn doorzettingsvermogen. De vragen die je aan jezelf stelt dreigen altijd als eerste te sneuvelen in al dat geweld. En dan wordt het dus tijd voor Het Bootje.
Gevallen bladeren bedekken het grasveld. De Septemberplant is laat gaan bloeien en kreunt nu, zwaar van rood, in zijn eigen voegen. De woelrat heeft weer huisgehouden. Kleine hoopjes aarde ontlokken mij aanvankelijk een binnensmondse vloek, maar ineens schiet de oude Wolkers me te binnen en denk ik: graaf maar, beestje! Graaf maar!
Ik steek mijn oliekacheltje aan, zet een kop koffie, kijk hoe de zon met alle kracht boven de knotwilg probeert uit te schieten, en laat mijn gedachten gaan waar ze willen. Ze worden kalm, krijgen antwoord en lossen op.
Even later zit ik te schrijven...
Mijn Bootje is mijn toevluchtsoord. Een stille plek waar mijn stadse drift het altijd aflegt tegen de natuur. Verscholen tussen de bomen boven Amsterdam Noord ligt mijn tweede huis. Een blokhut op het water, een veilige jachthaven, een warm nest. Bewoond door uilen, hermelijnen en woelratten, in bruikleen gegeven aan mensen van diverse pluimage. Elk jaargetijde ruikt er anders, het ziet er nooit hetzelfde uit. Maar op een doordeweekse herfstdag is het er steevast stil.
Ik zoek die stilte met graagte op. Niet om het hoofd leeg te maken, want mijn hoofd maak je niet leeg. Daar spookt van alles en nog wat in het rond. Ideeën tuimelen over elkaar heen zonder zich te verontschuldigen, verplichtingen staan te dringen voor een plaatsje vooraan in de rij, onzekerheden proberen zich met alle macht te ontworstelen aan mijn doorzettingsvermogen. De vragen die je aan jezelf stelt dreigen altijd als eerste te sneuvelen in al dat geweld. En dan wordt het dus tijd voor Het Bootje.
Gevallen bladeren bedekken het grasveld. De Septemberplant is laat gaan bloeien en kreunt nu, zwaar van rood, in zijn eigen voegen. De woelrat heeft weer huisgehouden. Kleine hoopjes aarde ontlokken mij aanvankelijk een binnensmondse vloek, maar ineens schiet de oude Wolkers me te binnen en denk ik: graaf maar, beestje! Graaf maar!
Ik steek mijn oliekacheltje aan, zet een kop koffie, kijk hoe de zon met alle kracht boven de knotwilg probeert uit te schieten, en laat mijn gedachten gaan waar ze willen. Ze worden kalm, krijgen antwoord en lossen op.
Even later zit ik te schrijven...
REAGEER
STUUR DOOR![]()
![]()
dinsdag, oktober 09, 2007
Kink
Lieve Lezers,
Als gevolg van websiteveranderingsuploadaangelegenheden zijn de archieven en mijn lieftallige beeltenis ter linker zijde tijdelijk niet in functie. Wordt snel weer opgelost. Mochten voornoemde archieven en lieflijke trekken weer wel functioneel zijn, dan kunt u deze boodschap als niet gelezen beschouwen. Ga zolang/dan even kijken op mijn vernieuwde website, waarvan de proefversie nu te vinden is op www.fransvandeursen.nl.
Als gevolg van websiteveranderingsuploadaangelegenheden zijn de archieven en mijn lieftallige beeltenis ter linker zijde tijdelijk niet in functie. Wordt snel weer opgelost. Mochten voornoemde archieven en lieflijke trekken weer wel functioneel zijn, dan kunt u deze boodschap als niet gelezen beschouwen. Ga zolang/dan even kijken op mijn vernieuwde website, waarvan de proefversie nu te vinden is op www.fransvandeursen.nl.
REAGEER
STUUR DOOR![]()
![]()
maandag, oktober 08, 2007
Radiostilte
Een wijs man -vermoedelijk een Oude Chinees- heeft ooit gezegd: "Man Die Niets Wereldschokkends Te Melden Heeft, Zwijgt Over Aardbeving."
En groot gelijk had ie!
Er wordt immers al genoeg gewauweld.
Vandaar dat ik schrijfmatig een lange luwte heb ingebouwd. Er wrikt en woelt van alles, maar oi!; niet alles vindt zijn vorm in letters. En dat is maar goed ook.
Maar vandaag heb ik, na Lange Tijd, weer eens een voorzichtige voet op een repetitievloer gezet. In december en januari ga ik toeren met een heerlijk stuk kerstvoorstelling voor het hele gezin, en de eerste repetitie kreeg vandaag zijn beslag. Theater Terra, geroemd en gelauwerd en met hun voorstellingen zelfs doorgedrongen tot in New York en de Verboden Stad (jawel, die in China), houdt hof in een achterafgelegen kunstenaarsenclave in Weesp. Je rijdt het terrein op en je begrijpt onmiddelijk weer waarom je ooit de Kunsten in wilde. In grote aanpalende loodsen houwen mensen beelden, bouwen ze vliegtuigen, lassen ze Mooie Constructies en vrijbuiteren ze er op los. En ze repeteren aan Poppentheater met een grote P.
En daar doe ik nu in mee.
Spelen met Poppen is bepaald anders dan spelen met acteurs. Hoewel ik met acteurs heb gespeeld die aanmerkelijk minder reageerden dan deze poppen. Maar het voornaamste van deze specifieke eerste repetitiedag is dit: weer op de vloer staan en er ongebreideld op los fantaseren. Spelen, zoeken, lachen, de lol vinden en er toch meteen een vorm aan proberen te geven. Werkt dit? Werkt dat? Hoe converseer je met een Os die wordt bediend door een vrouw? Hoe versta je je met een Ezel die twee koppen kleiner is dan jij? En: wat lekker om weer onvervalst en ongebreideld comedy te mogen spelen!!
Het is de Goden verzoeken, maar toch: Komt Dat Zien!
En groot gelijk had ie!
Er wordt immers al genoeg gewauweld.
Vandaar dat ik schrijfmatig een lange luwte heb ingebouwd. Er wrikt en woelt van alles, maar oi!; niet alles vindt zijn vorm in letters. En dat is maar goed ook.
Maar vandaag heb ik, na Lange Tijd, weer eens een voorzichtige voet op een repetitievloer gezet. In december en januari ga ik toeren met een heerlijk stuk kerstvoorstelling voor het hele gezin, en de eerste repetitie kreeg vandaag zijn beslag. Theater Terra, geroemd en gelauwerd en met hun voorstellingen zelfs doorgedrongen tot in New York en de Verboden Stad (jawel, die in China), houdt hof in een achterafgelegen kunstenaarsenclave in Weesp. Je rijdt het terrein op en je begrijpt onmiddelijk weer waarom je ooit de Kunsten in wilde. In grote aanpalende loodsen houwen mensen beelden, bouwen ze vliegtuigen, lassen ze Mooie Constructies en vrijbuiteren ze er op los. En ze repeteren aan Poppentheater met een grote P.
En daar doe ik nu in mee.
Spelen met Poppen is bepaald anders dan spelen met acteurs. Hoewel ik met acteurs heb gespeeld die aanmerkelijk minder reageerden dan deze poppen. Maar het voornaamste van deze specifieke eerste repetitiedag is dit: weer op de vloer staan en er ongebreideld op los fantaseren. Spelen, zoeken, lachen, de lol vinden en er toch meteen een vorm aan proberen te geven. Werkt dit? Werkt dat? Hoe converseer je met een Os die wordt bediend door een vrouw? Hoe versta je je met een Ezel die twee koppen kleiner is dan jij? En: wat lekker om weer onvervalst en ongebreideld comedy te mogen spelen!!
Het is de Goden verzoeken, maar toch: Komt Dat Zien!
REAGEER
STUUR DOOR![]()
![]()