
|
Autobiografie van
een hygiënist |
Ruud van Marion vertelt
Toen ik in 1970 als 19 jarige matroos op mijn eerste marineschip, Hr.
Ms. Snellius, aanmonsterde, kreeg ik een vernederend bijbaantje toebedeeld.
Als 'paai schijthuis officier' moest ik de twee WC's van de officieren schoonhouden.
Bij de marine bestaat er nog steeds apartheid op het gebied van WC's, maar
destijds waren die verschillen vele malen schrijnender. De zeventig korporaals
en manschappen beschikten over vier smerige, met halve deurtjes afsluitbare
, kleine roestvrijstalen WC's die zich onderin het schip bevonden. De acht
officieren waren het beste voorzien; zij deelden twee mooie hokjes, met
een teakhouten vlonder, een patrijspoort waardoor frisse lucht naar binnen
kon komen en een echte porseleinen closetpot met een zeewatersproeiertje
om de billen schoon te sproeien.
Ik heb die twee WC's altijd netjes schoongemaakt. Maar elke dag, wanneer
de matrozen tussen de middag haastig hun hap naar binnen hadden gewerkt
en de officieren nog uitgebreid zaten te tafelen, nam ik wraak. Nadat ik
de WC's had schoongemaakt, ontlastte ik mij heimelijk in één
van de twee uiterst comfortabele hokjes.
Koninklijke boodschappen
Een andere latrinaire curiositeit bij de marine maakte ik in het begin
van de jaren tachtig mee. Ik moest voor een dienstreis op het marineschip
Hr. Ms. de Ruyter inschepen. Koningin Beatrix en prins Claus zouden deze
keer met ons meevaren voor een staatsbezoek in Engeland. Besloten werd dat
het koninklijk paar de privé-WC van de schout-bij-nacht zou gebruiken.
De scheepsleiding was zo nerveus door het hoge bezoek dat men er absoluut
zeker van wilde zijn dat er sanitaire druk op de WC van de schout zou blijven
staan. Stel je voor dat de techniek zou haperen en dat de koninklijke keutel
niet doorgespoeld zou kunnen worden! In het hypermoderne en volautomatische
schip werd daarom speciaal voor die gelegenheid een tientallen meters lange
leiding aangelegd, verbonden aan een ouderwetse drukmeter. Heeft deze drukmeter
zijn werk gedaan? Of heeft het juist voor pijnlijke situaties gezorgd? Pas
als de betreffende archieven laat in de eenentwintigste eeuw zullen worden
opengestel zullen we het weten. |