|
1. Een terugblik over 1950-2010
We lezen vaak in kranten over verhalen waarin ons "veel meer en krachtiger" stormen
in het vooruitzicht worden gesteld. Het eerste waar je naar zou kunnen kijken is
of er op grond van de data tot de conclusie zou kunnen worden gekomen dat er sprake is
van een duidelijke trend. |
|
Je kunt kijken naar de tijdsduur per jaar dat het flink waait. Dat kan op diverse manieren.
In de eerste figuur, hierboven, heb ik gekeken naar "percentielen". Er staan er 2 afgebeeld,
t.w. de windsnelheid gedurende 2 en 5% van de winderigste tijd over het hele jaar.
In een winderig jaar als 1965 was de windsnelheid gedurende 2% van het jaar minstens 15 m/s,
terwijl dat minstens 12.5 m/s was gedurende 5% van het jaar. In een veel kalmer jaar als
1971 was dat respectievelijk 11.3 en 9.5 m/s. Je krijgt zo een aardig beeld waarbij je incidentele (zware) stormen buiten beschouwing laat maar gewoon naar "de dagen dat het flink waait" kijkt. Dit leidt (voor het station Schiphol!) tot de conclusie dat de 50-er en 60-er jaren wat vaker stevige wind te zien gaven dan de 70-er en 80-er jaren, terwijl de eerste helft van de 90-er jaren weer een geringe stijging te zien geven. Al met al kan je op grond van deze data niet de conclusie trekken dat het harder is gaan waaien. Eerder (een heel klein beetje) in tegendeel. |
|
Ook kan je gaan kijken naar het "echte stormen". In de 2e grafiek hierboven zie je het aantal
uren per jaar uitgezet dat het stormde. Als je op Schiphol windkracht 7 (uurgemiddelde!)
registreert staat er op de Noordzee al gauw een windkracht 8 tot 9.
Vandaar dat ik de gegevens vanaf windkracht 7 in de grafiek weergeef. Het beeld van een wat ruwer
windklimaat in de 50-er en 60-er jaren alsmede enigszins in het begin van de 90-er jaren is hier
nog duidelijker als in de eerste grafiek. Opmerkelijk is ook dat "klassiekers" ook in "rustige jaren" voorkomen. Zie de novemberstorm van 1972 en de aprilstorm van 1973. Overigens: Het kiezen van wat je "een klassieker" noemt is altijd een beetje arbitrair. Ik heb gekozen voor 100 km/h uurgemiddelde ergens in Nederland (minimaal een hele dikke windkracht 10) of een "dakpannen rammelende" 140 km/h windstoot. Daarbij eis ik dat het niet een tè lokaal verschijnsel (in een bui) is. De dubbele score van 1990 valt op, maar daarna duurde het tot 2002 voor het weer "raak" was. Je kan hieruit de conclusie trekken dat het windklimaat m.b.t. echte stormen beslist niet ruwer is geworden. Een (zeer voorzichtige) omgekeerde conclusie is misschien zelfs op zijn plaats! |
|
Vervolgens kan je het aantal stormen gaan tellen. Daarbij kijk je dus niet
naar de tijdsduur. Als het om stormschade gaat is vaak het aantal stormen belangrijker dan
de tijdsduur. In december 1999 werden in enkele uren tijds een paar 100 miljoen bomen geveld in
Denemarken (3 december) en Frankrijk (rond kerst en iets daarna). In de grafiek staan de stormen vanaf minimaal 8 Beaufort (op Schiphol) vermeld. Soms leidt dit tot verschillen: In 1953 staat de teller op "slechts" 4 terwijl qua aantal uren (zware) storm dit jaar er uit springt. Dit ligt aan de storm van 31 januari - 1 februari. Toen stond er 19 uur achtereen windkracht 9 of meer op Schiphol, en dat is uitzonderlijk lang. Verder blijft het beeld gelijk aan dat van de vorige grafiek. Beslist geen ruwer windklimaat sinds 1950. |
| Je kan ook naar zomerstormen kijken. Ik heb hier "de lat gelegd" op 7 Beaufort. Echte stormen in de zomer (juni - augustus) zijn zeldzaam. Zie de donker rode staafjes in de grafiek. Opmerkelijk is dat vanaf 1970 er véél minder zomerstormen voorkwamen. Hier is er, zo lijkt het, sprake van een duidelijke verandering in het windklimaat. |
|
Tot slot een samenvatting per 5 jaars periode. Op grond hiervan zou je (met een kleine slag om de arm)
kunnen zeggen dat er sprake is geweest van een licht dalende trend m.b.t. het aantal stormen in Nederland.
Wat betreft het aantal zomerstormen lijkt er sprake te zijn van een duidelijk verschil tussen de periode tot
1965 en die daarna.
Nog een opmerking tot slot: Het meetstation Schiphol is ongetwijfeld in de
loop van de jaren een paar maal verplaatst vanwege bouw activiteiten op of rond de luchthaven. Het
is daarbij echter steeds midden in open terrein gezet. Piloten zijn niet geïnteresseerd in het windklimaat
aan de rand van de Vinex woonwijken in Hoofddorp ... die willen weten wat ze op de landingsbaan
voor hun giechel krijgen.
Daarom is deze meetreeks waarschijnlijk redelijk homogeen. 2. Een voorzichtige vooruitblik
De vraag die je vervolgens kan stellen is: Wat zal de toekomst gaan brengen nu het klimaat op
Aarde snel warmer wordt? Redelijk onomstreden is inmiddels dat Nederland wat natter zal gaan
worden, en dat wij wat vaker op neerslag extremen zullen worden "getracteerd". Wat de wind
betreft ligt de zaak echter wat minder duidelijk. 3. Wat andere studies In de KNMI publicatie "De toestand van het klimaat in Nederland 2003" is het resultaat van een nadere studie van het windklimaat in Nederland vermeld. Een selectie werd gemaakt van weerincidenten waarbij er op minimaal 7 van de 13 waarnemings stations sprake was van "piekwindsnelheden". De 700 incidenten met de hoogste windsnelheden werden geselecteerd en vervolgens tegen de tijd uitgezet. Dit leverde het volgende resultaat op:
Hiermee wordt de onder 1. getrokken conclusie bevestigd. Het is minder stormachtig geworden in Nederland. Dit loopt overigens in lijn met de gemiddelde windsnelheid. Ook die geeft een licht dalende trend te zien.
|