Terug naar lijstje met artikeltjes

                          Met vallen en opstaan.
     Een verhaal over 'narrow escapes' bij toerfietsen en bergsport.       
                             (door Evert Wesker)

Een bekend militair historicus, Lidell Hart, schreef eens dat verstandige 
mensen vooral leren uit de ervaringen van anderen.    En hij doelde hier op 
een risicovolle bezigheid, t.w. oorlogvoeren.
Nu houden wij ons in onze vereniging bezig met vreedzame activiteiten, t.w. 
wielrennen en tourfietsen.

Echter, wij weten allemaal dat wielrennen een sport is die niet geheel 
zonder gevaar is.  Dit geldt ook, zij het misschien in iets mindere mate, 
voor toerfietsen in de bergen.
Tot en met 1982 ging ik jaarlijks op de fiets de Franse en soms ook de 
Italiaanse en Zwitserse Alpen in.   Daarna werd de fiets door de berg-
schoenen + touw en pickel verdrongen.   Ik heb er inmiddels 4 tochten met 
al of niet succesvolle beklimmingen in de bergen buiten Europa opzitten, 2 
maal in de Himalaya (in Nepal), 1 maal in Alaska en 1 maal in het Kara-
koram gebergte (in Pakistan).
En dat bergsport zekere risico's inhoudt is ook bekend.

Zowel bij mijn fietstochten als bij mijn klimtochten hebben zich wel eens 
incidenten voorgedaan waaraan ik met enigszins gemengde gevoelens terug-
denk.

(Juli 1977) 
Met Anton Klumper ben ik aan m'n eerste fietstocht door Frankrijk bezig. 
Vanaf Maastricht rijden wij naar Les Deux Alpes, alwaar wij een apparte-
mentje hebben gehuurd voor 2 weken.  Je zit daar vlak bij een aantal fraaie 
cols: Galibier, Glandon, Izoard om er eens een paar te noemen.    Een paar 
dagen nadat wij daar zijn aangekomen maken wij een retourtje: Les Deux 
Alpes - Valloire - Les Deux Alpes.  D.w.z. 2 maal de Galibier. Anton klimt 
ietsje gemakkelijker als ik en op de terugweg is hij ca. 10 minuutjes 
eerder op de Galibier.  Aangezien het nogal fris is duikt hij meteen naar 
beneden.  Ik ga meteen mee.
In de afdaling richting Barrage du Chambon wordt ik door een auto op een 
ietwat hinderlijke wijze ingehaald: Ik begin hem op schilderachtige wijze 
uit te schelden, en heb blijkbaar een minuutje later het koppie er niet 
optimaal bij.   In een bocht staat een hekje zo herinner ik mij.    Het 
volgende beeld is dat ik 10 meter lager in een droge rivierbedding over-
eind krabbel.   Mijn fiets ligt nog op de weg.   Onder groot bekijks wordt 
ik even later met een touw omhoog gehesen naar de weg.
Roger Rivière brak op deze manier zijn rug; Ik kom er met schrammen, bui-
len en een geruïneerde fiets vanaf.

(Juli 1979)
De Mont Revard (bij Aix Les Bains) is een van mijn favoriete fietsbergen. 
De klim is ca. 20 km lang en in het eerste stuk vrij steil, maar naarmate 
je hoger komt wordt hij geleidelijk iets vlakker.   Het is dan ook niet 
verwonderlijk dat ik in bijna al mijn fietstochten in Frankrijk in het 
dorpje La Féclas, vlak bij de top, een hotelletje opzocht om er een paar 
dagen te blijven hangen en in de directe omgeving wat rond te toeren.   In 
de klim vanuit Aix Les Bains naar de Mont Revard staat in één van de haar-
speldbochten onder een boom een kleine plakette die melding maakt van een 
renner die hier in de afdaling de dood vond in 1947.
De afdaling van de Revard kende ik heel behoorlijk, en op een vroege zon-
dagmorgen wilde ik eens zien hoe snel ik deze afdaling kon afleggen.   
Nadat het relatief vlakke stuk was afgedaald, kwam dan die laatste 5 … 6 km 
die dus vrij steil zijn.
Door een ruime bocht stoof ik met zeker 70 km/h omlaag toen ik door iets 
werd verrast waar ik nu nóg met enig afgrijzen aan terugdenk.   Het asfalt 
was in 2 stroken gelegd en in het midden zat een v-vormig gootje dat men 
kennelijk niet had dichtgesmeerd.   Daar kwam ik met m'n wielen in 
terecht....
Met een uiterste poging slaagde ik erin eruit te wippen maar kwam daardoor 
totaal verkeerd uit bij de volgende bocht.   Ik moest vol in de remmen en 
kwam er maar ternauwernood doorheen.   Ik daalde verder en reed ca. 20 
minuten nadat ik van de top was vertrokken Aix Les Bains binnen.   Die 
middag, toen ik terugreed naar het hotel bij de top, viel mijn blik weer op 
de plakette onder de boom  ...  'ici trouvait la mort' ....



(juni 1988)
Ik ben voor de 2e keer in het Karakoram gebergte.   De eerste keer, in 1983 
was een trektocht; Nu is het doel de beklimming van de Gasherbrum II Deze 
berg is één van de 8000-ders op deze aardkloot.   Op 13 juni sta ik prima 
uitgerust en zo fris als een hoentje op in kamp 1 dat op 6100 m staat.   We 
willen vandaag kamp 2 neer gaan zetten.   Met z'n drieën, t.w. Hans v.d. 
Meulen, Arjan van Waardenburg en ik, gaan we op stap.  Er hangen al 2 vaste 
touwen in de route die ons tot het tot dan toe hoogst bereikte punt leiden 
(6400 m).
Ik heb een rugzak van tegen de 20 kg om met spullen voor kamp 2 en een 
touw, Arjan iets soortgelijks, terwijl Hans voornamelijk klimspullen bij 
zich heeft.   Als wij aan het eind van de vaste touwen staan moeten we 
kiezen:  Verder recht omhoog over de graat, waarbij er een tamelijk steil 
stukje moet worden genomen of naar rechts opzij gaan waarbij de steilste 
stukjes ca. 50° zijn.   De sneeuwcondities zijn vrij beroerd:  Losse poe-
derachtige sneeuw van 30-40 cm dik met eronder vlakke rots of ijs.
Hans besluit opzij te gaan naar rechts; hij verwacht dat de sneeuw verder 
op wat 'beter' is.   Wij traverseren 80 meter naar rechts en maken daar de 
twee meegenomen touwen vast.   Hans klimt meteen door: recht omhoog terug 
naar de graat  ...  maar wel ongezekerd.
Nu is dit niet per definitie roekeloosheid;  in de bergsport is het een 
bekend thema: Touw gebruiken of niet?   In ons geval was tegelijk aan een 
touw gaan eerder gevaarlijk: Als iemand valt sleept hij de rest mee, omdat 
bij slechte sneeuwcondities het houden van een val vrijwel onmogelijk is.  
Dat gaat alleen als je over een vast punt (b.v. een ijshaak) zekert, maar 
dat is tijdrovend.
Achteraf blijkt dat we de verkeerde route hebben genomen, de sneeuw iets 
verkeerd hebben ingeschat. (een menselijke fout dus)

Op een gegeven moment, Hans heeft dan de graat bereikt en is even buiten 
zicht, hoor ik om mij heen 'woem' geluidjes.   De sneeuw schuift af en toe 
een beetje.   Ik zie in dat wij net iets te ver zijn gegaan en zeg tegen 
Arjan die 30 m onder mij klimt dat ik omkeer.

Op dat moment gaat het mis.  De sneeuw onder mijn voeten schuift weg en ik 
schiet omlaag.   Ik ram de pickel erin maar dat haalt niets uit ... het 
ding vliegt door de poeder sneeuw als een mes door warme boter.
De voeten gebruiken om te remmen kan niet omdat ik stijgijzers aan heb.   
Je zou slechts over de kop gaan en daarbij mogelijk óók nog je poten bre-
ken.   Dat zou op 6500 m in het hartje van de Karakorams - 'in the middle 
of nowhere' - een uiterst hachelijke affaire zijn.
Ik vlieg over de sneeuw omlaag  - een soort 'aquaplaning' -  en bereik een 
steeds hogere snelheid.   Ik begin te rollen.
Op dat moment kan je het effect ervan vergelijken met hetgeen er met je 
gebeurt als je uit een rijdende auto springt.   Je maakt zeer forse klap-
pen, je gaat een paar maal keihard over de kop.
Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt (en wat mij betreft geen 2e keer!), een 
val die zo lang duurt (10 … 12 seconden) dat je tijd hebt om na te denken. 
Ik breng in praktijk wat ik lang geleden op Judo geleerd heb: Geef mee, 
maak je klein, vang de klap(pen) met je schouders op.  
Het heeft geen zin 'terug' te vechten (je schrap zetten is fout, je breekt 
je nek!), de zwaartekracht is altijd sterker.
Het enige wat je kan doen is je huid zo duur mogelijk verkopen, de schade 
beperken ....

De val eindigt ca. 200 meter lager in een gletscherspleet.   Ik lig op een 
z.g. secundaire sneeuwbrug zo'n 12 meter onder de rand.   Magere Hein wet 
z'n zeisje!   Het eerste wat ik doe is m'n rugzak afdoen en hem met een 5 
meter lang 6 mm touwtje vastmaken ... het gewicht verdelen want ik weet 
niet wat die sneeuwbrug waarop ik zit waard is.   Heel voorzichtig kruip ik 
naar een ijsbrug boven mij.   Op dat moment komt de rugzak van Arjan naar 
beneden  ....   hij is ook gevallen veronderstel ik. (later blijkt dat hij 
de rugzak heeft afgegooid uit angst ook te vallen)    Eenmaal op de ijsbrug 
heb ik vaste grond onder de voeten en kan ik mijn situatie in ogenschouw 
nemen: Gebroken rib, een pijnlijke plek in de maagstreek, een flinke schram 
op mijn hoofd en een paar beurse schouders. Een vertikaal ijswandje van 4 m 
scheidt mij van de rand van de spleet, maar ja  ...  met één pickeltje èn 
een gebroken rib??
Hans ziet mij op de ijsbrug staan en vraagt of ik hulp nodig heb.
Ik schreeuw terug van ja, want het is twijfelachtig of ik er zelf uitkom.  
Hans geeft dat over de walkie-talkie door naar kamp 1.   Even later treft 
Hans hetzelfde lot als mij en valt liefst 300 m omlaag, maar kan meteen 
naar kamp 1 afdalen omdat hij niet in een spleet terecht komt.   Hij loopt 
een verstuikte enkel op.   Dit alles onttrekt zich echter aan mijn waarne-
ming.
In de spleet zit ik niet stil, want het is er koud en ik ben dun gekleed. 
Ik waag, de pijn verbijtend, een aantal pogingen om eruit te klimmen.   Na 
4 uur slaag ik met behulp van zelf uitgehakte greepjes en treedjes en een 
wat harder geworden sneeuwrand eruit te klimmen.   Het is op dat moment 
half zes.    Ik hijs m'n rugzak eruit, leeg hem goeddeels aan de rand van 
de spleet en begin aan de afdaling.   'Op eieren' traverseer ik weer het 
gevaarlijke sneeuwveld terug naar de vaste touwen.   Om 8 uur ben ik terug 
in kamp 1, op een half uur gevolgd door Wim en Arjan, die naar mij toe zijn 
gekomen om me uit de spleet te helpen in geval ik er niet zelf uit had 
kunnen komen.    Zij hebben mij omlaag zien komen, en zijn mijn afdaalspoor 
gevolgd.



Een dag later zit ik een illusie armer in het basiskamp, nadat ik alleen 
een lange en, door een zeer pijnlijke rib, lastige afdaling vanuit kamp 1 
heb gemaakt.   De andere jongens hebben hun handen vol aan het naar bene-
den helpen van Hans die met z'n verstuikte enkel problemen met lopen heeft.
Bijna 2 weken later bereiken 4 man van de expeditie, waaronder Hans, de top 
van de berg.   Met een gebroken rib een 8000-der beklimmen gaat niet, dus 
voor mij moet het er maar een volgende keer van komen.

En zo kom ik terug bij de aanhef: Verstandige mensen leren vooral door 
ervaringen van anderen.   Ikzelf probeer dat zeker te doen, maar een enkele 
keer is het tóch eigen ervaring.
Waarom doen mensen aan sporten waaraan enige risico's kleven?   Volgens mij 
om de zelfde redenen als die 500.000 mensen die op een grasveldje met 22 
man achter een bal aanhollen: Gewoon omdat ze er plezier aan beleven.



Wielrenners zijn geen zelfmoordenaars, alpinisten ook niet.   Als mensen 
mij vragen waarom ik klim, zeg ik altijd: Omdat ik er veel plezier aan 
beleef.   Als je dat wil proberen te begrijpen moet je maar eens naar 
foto's kijken die ik tijdens mijn tochten gemaakt heb.
Er zijn mensen die bang zijn om iets te overkomen, de angst dat je leven 
wordt beëindigd.   Ik zeg dan dat lang léven en een hoge leeftijd bereiken 
2 volstrekt verschillende zaken zijn.   Je hebt ook de angst nooit aan je 
leven begonnen te zijn.

En ik wil in de eerste plaats lang léven.


Terug naar lijstje met artikeltjes