|
Wat iedere bergsporter van lawines moet wetenLawines vormen een van de grootste gevaren in de bergen. Ieder jaar komen (vele) mensen om. Een flink aantal van deze slachtoffers vallen t.g.v. onvoldoende kennis t.a.v. lawines. Zij hebben zich onwetend in gevaarlijk terrein begeven en werden daar - letterlijk - het slachtoffer van. Allereerst een overzicht van de verschillende typen lawines:
SneeuwlawinesSneeuwlawines ontstaan wanneer een sneeuwdek onvoldoende samenhang heeft en onvoldoende met de ondergrond is verankerd om nog op een helling op z'n plaats te blijven.I.h.a. kunnen op hellingen tussen 20° en 60° lawines optreden. Op hellingen steiler dan 60° accumuleert i.h.a. te weinig sneeuw om het onstaan van lawines mogelijk te maken. Alleen in relatief warme en vochtige condities kunnen zich op zeer sleile hellingen nog aanzienlijke sneeuw- en ijsmassa's afzetten. Dat gebeurt m.n. in kustgebergten en in gebergten op lagere breedtes (Himalaya en Peruaanse Andes). Bij zeer natte sneeuw is op hellingen vanaf 15° lawinevorming mogelijk! 1. Losse sneeuw lawines Deze lawines kunnen onstaan als er sneeuwval optreedt of kort daarna. Belangrijk zijn daarbij de volgende factoren:
M.n. op grote hellingen kunnen op deze wijze enorme (stuif)lawines ontstaan (ook het omvallen van seracs kan een "trigger'' zijn). In grote gebergten (Himalaya, Karakoram, Alaska Range, Noordelijke Rocky's) zijn soms lawines met een massa van 100.000-den tonnen waargenomen die snelheden tot 100 m/s haalden! Het is daarom na zware sneeuwval altijd raadzaam even te wachten met het beginnen van een toerski tocht. Het duurt (minstens) enkele dagen voor het sneeuwdek zich heeft "gezet". Daarbij moet je er rekening mee houden dat als het zeer koud is dit aanmerkelijk langer (soms meer dan een week!) kan duren. 2. "Schneebrett" lawines
Dit type lawine maakt in de Alpen (en ook daarbuiten) vele slachtoffers. Dit wordt
veroorzaakt door het - vaak - optreden van een bedrieglijke "stevigheid" van de
toplaag van het sneeuwdek.
a. Wind a. Wind
Op hellingen onder de wind kan tijdens sneeuwval of door stuifsneeuw een relatief
stevige toplaag worden afgezet. De onderliggende laag is echter vaak veel minder
stevig en samenhangend. Op deze wijze kunnen hellingen aan de lij zijde zeer
gevaarlijk worden. Ook op hellingen waar de wind langs strijkt kan op plaatsen
"enigszins uit de wind" op deze wijze een "schneebrett" ontstaan.
Het is direct na dagen met een combinatie van wind en (stuif)sneeuw af te raden
zich in hellingen als boven beschreven te begeven. Op convexe hellingen moet je
zo mogelijk over de graat gaan, terwijl in geval van concave hellingen je een
veilige afstand van de voet van de helling aan moet houden. b. Lage temperaturen Tijdens de 1e helft van de winter kunnen m.n. noord hellingen gevaarlijk worden t.g.v. "temperatuur gradient metamorphose". Tijdens dit proces vindt er een recristallisatie plaats binnen het sneeuwdek. Vlak bij de bodem is de temperatuur in de buurt van het vriespunt, terwijl deze aan het oppervlak zeer laag (-20 °C) kan zijn. De sneeuw verdampt dan enigszins vlak bij het oppervlak en rekristallseert hogerop in het sneeuwdek. De onderlaag wordt fluffy, en de bovenlaag wordt steviger! Dit verschijnsel treedt vooral op in niet te dikke sneeuwdekken. Deze kunnen dan geleidelijk aan zeer gevaarlijk worden. Extra verraderlijk is dan nog dat extra sneeuwval op zo'n "temperatuur gradient sneeuwdek" aanleiding kan geven tot spontane lawines van soms het hele sneeuwdek.
Aanvullende opmerkingen: 3. Natte sneeuw lawines
In m.n. de late winter/voorjaar (en in kustgebergten altijd!) speelt dit gevaar.
Als de bovenste 20 cm van een sneeuwdek nat wordt kan dit gaan glijden. Al vanaf
een hellingshoek van 15° moet je hier rekening mee houden! Als het in het voojaar door het hele sneeuwdek heen 0 °C is kan dooi de hele laag snel verzadigen met vocht met als mogelijk gevolg dat, als het op een redelijk vlakke ondergrond ligt, het in z'n geheel omlaag kan komen. Indicatief voor gevaar van natte sneeuw lawines is de aanwezigheid van sneeuwballen die spontaan van hellingen af zijn komen rollen. Tot slot nog iets over ijs en steenlawines: IJslawines zijn i.h.a. onvoorspelbaar. Overhangend ijs (seracs) komt op een gegeven moment zo onder spanning te staan dat het "faalt". De serac valt om, en is daarbij soms de aanstichter van een veel grotere (sneeuw/stuif) lawine. Het moment daarvan is niet te schatten. In de Khumbu Icefall op de Mt. Everest heb ik tijdens mijn expeditie aldaar in 1992 op alle tijden van de dag ijslawines gehoord. Steenlawines ontstaan vaak door het lossmelten of anderszins losraken van stenen. Vaak zijn de gevaarlijke plekken goed te zien: Lawine kegels met veel "verse" (scherpe) blokken. M.n. in de loop van de zomer kan op vele routes in de Alpen waar veel los gesteente zit het steenslaggevaar fors toenemen.
Tot slot nog een boek voor zij die er wat verder over willen lezen (in het Engels):
"Avalanche Safety for Skiers and Climbers"
|