Terug naar lijstje met artikeltjes

                           Groenland per hondenslede
                              (door Evert Wesker)


(27 maart 1994)

De Boeing 767 van SAS op weg naar Sndre Strmfjord is aan de daling begon-
nen.   De eindeloze ijsvlakte die de Groenlandse ijskap is begint spleten te
vertonen. Even later komen de toppen van bergen tussen het ijs tevoorschijn.
Ik kijk met genoegen omlaag.   Nog een paar uur en ik ben bij het beginpunt 
van m'n 2e trip op Groenland.



Stralend mooi weer, vrijwel windstil en -29 C.  Voordat ik de trap die voor
het vliegtuig staat afdaal voegt een stewardes me toe: "Sir, it is very cold."
De afstand van het vliegtuig naar de kleine terminal van het vliegveld is 
slechts 200 meter, dus neem ik niet eens de moeite om mijn fleece truitje 
aan te trekken.   Als ik halverwege ben zegt een meelopende passagier: 
"Sir, do you know how cold it is?"   Hij loopt erbij alsof hij een voettocht
naar de Zuidpool gaat maken.   Een donsmichelinmannetje.   Ik por met m'n 
schoenen in een plekje waar een beetje stuifsneeuw ligt.   Ik antwoord: 
"Below zero, I presume."   Hij vraagt vervolgens: "Are you from Siberia?"   
Waarop ik, verwonderd, antwoord: "What's wrong with Siberia?"   Zijn hoofd 
schuddend loopt hij door.   Ik zie de man daarna niet meer en ben daarom niet
meer in de gelegenheid om vast te stellen of het misschien een oudere Ameri-
kaanse tourist is, die na een trip in Scandinavi nog even "Groenland doet".

Een paar uur later, na een fraaie lokale vlucht, wordt ik in Illulisat 
(Jacobshavn) door Silverio opgewacht.   Hij is een representant van wat je 
een "rascosmopoliet" kan noemen, een Italiaan die op Groenland verzeilt is 
geraakt en daar nu een winkeltje en reisburootje ("tourist nature") runt.   
Het "record" dat ik tot nog toe ben tegengekomen is een Griek met een 
Egyptische vrouw in Alaska, die in Talkeetna een "Italiaans" (!!) restaurant
dreef.   Via Silverio, en Cees Ingwersen ("Arctic Explorers"), heb ik gere-
geld om samen met een Groenlander een tocht van 13-14 dagen te maken.   Een 
tocht van Illulisat naar Ummanaq en terug.   Ik hoop daarbij ook een stukje 
door het binnenland van het Nussuaq schiereiland in de lengte te doorsteken.

Ik maak even later kennis met de Groenlander Frederik Lange.   Hij is iets 
ouder dan ikzelf, ongeveer 45 zo te zien.   Ik zal op zijn slee meegaan en 
daarbij ongetwijfeld langs de diverse familieleden worden gesleept die langs
de route wonen.  Er is n klein probleempje.  Hij spreekt alleen Groenlands
en een beetje Deens. Dat wordt dus tijdens de tocht, die we met ons tweetjes
gaan maken, "met handen en voeten praten".

(30 maart 1994)

We zijn op de 2e dag van onze tocht op weg naar Eqip Sermia, een oude poolba-
sis van de Fransen, die nu niet meer gebruikt wordt.
Het is werkelijk schitterend weer.   Echter, in dit deel van de wereld geldt
tot begin april, hoe mooier hoe kouder.   Verleden jaar was ik hier voor het
eerst.   Toen was het weer matig, en werd daarbij vergast op een oostelijke 
Fhnwind.   De temperatuur steeg gedurende een halve dag (eind maart op 70
Noorder Breedte!) zelfs naar +10 C.   Nu is het -35 C.
Fotograferen is dan wat lastig.   Bij het nemen van een foto sneuvelt - zo 
blijkt later - een chipje in m'n fototoestel.   Gelukkig is m'n toestel een 
Pentax-LX met een "ouderwets" deels mechanisch concept.   Ik ben alleen de  
belichtingsmeting kwijt, maar dat is geen ramp.   Terwijl ik bezig ben om 
met m'n blote handen m'n toestel "op handtijd" te zetten, loop ik in enkele 
minuten een oppervlakkige bevriezing (een "frostnip") aan m'n rechter duim-
top op.   Even oppassen met het beetpakken van metaal zolang het zo koud is.

s'Avonds komen we in Eqip Sermia aan.   Een mooi plekje.   We slapen in de 
hut van de oude poolbasis.   Even later komen nog 2 Groenlanders aan met hun
jachtbuit, een zeehond.   De jachtmethode heb ik vorig jaar voor m'n neus 
gezien.   Een op het ijs liggende zeehond wordt met wind tegen beslopen, en 
vanaf ca. 100 meter met een geweer voor z'n kop geschoten.   De honden voor 
de slede blijven keurig liggen, totdat het schot valt.   Dan stuiven ze, met
slee en al, op "het baasje" af.   De jagers schieten zuiver: Van de 4 schot-
pogingen waren er toen 3 raak.



(31 maart 1994)

Vandaag willen we naar Quequertaq.   De route gaat nu voor het eerst deels 
over land.   We moeten met een redelijk zwaar beladen slee, eten voor ons 
n voor de honden, een vrij steile kust op.   Dat wordt dus meehelpen met 
duwen om de slee omhoog te krijgen.   We later n pakket vis voor de honden
aan de voet van de helling achter; we begraven het op een gemarkeerde plek 
om het later op de terugweg weer op te halen.   Verderop besluit Frederik 
het 2e vispakket ook achter te laten.   In de nederzetting waar we naar toe 
gaan versiert hij opnieuw vis voor de honden veronderstel ik.
Bij de oversteek over land moeten we een vrij diepe beekbedding met steile 
oevers oversteken.   Een oversteek vinden we in 1e instantie niet, en als 
het 8 uur s'avonds is besluiten we tot een bivak ter plaatse.   Voor de hon-
den hebben we geen eten meer, dus geven we ze maar vrijwel onze complete rog-
gebrood voorraad te eten.   Je moet toch wat.   Je kan de 13 vriendelijke 
beesten, die vandaag zo hard hebben moeten werken, toch geen honger laten 
lijden.   Verderop in de nederzettingtjes kopen we wel weer wat eten voor 
onszelf bij.
Frederik bouwt zijn slee om tot een vierkante tent, waaronder hij de hele 
nacht een brandertje laat snorren.   Dat is mij te warm, net een sauna.   Na
het eten rol ik m'n bivakzak en slaapzak uit en slaap onder de blote hemel.
Het wordt in deze tijd van het jaar nog nt donker op 70 Noorder Breedte.
Als ik om half 2 even wakker ben kan ik nog van een van de mooiste natuurver-
schijnselen op aarde genieten:  Poollicht.

(1 april 1994)

De volgende dag vinden we de oversteek van de beekbedding vrij snel.  Daarna
moeten we weer van het land af de zee op.   Er zit hier een open plek t.g.v.
getijde stromen, dus ook hier is het even zoeken.  Zodra we op de zee zitten
gaat het vlot naar Quequertaq.   Een dorp met enkele honderden inwoners.
De buitengewoon heldere lucht op in de poolgebieden valt mij op.   Het op 
ca. 100 kilometer afstand gelegen Disko Island lijkt op slechts 20 kilometer
te liggen.   Je kan je hier geweldig op afstanden verkijken.   Het zicht is 
hier, als er geen mist is, meer dan 150 kilometer!
In het dorp slaap ik bij familie van Frederik.   Grappig is dat de Groenlan-
ders hun huizen zo warm stoken.   Het is binnen 27 C terwijl de thermometer
buiten -26 C aanwijst.   Ik slaap vannacht op m'n matje zonder slaapzak.
Ook zie ik wat westerse "cultuur".   Op de T.V. die voortdurend aanstaat, 
maar waar niemand echt naar kijkt, wordt een videoband gedraaid: "The Karate
Kid II", een wanstaltig koude oorlog-achtig pulpproduct.   Het is te hopen 
dat deze "cultuur" niet die van de Groenlanders als het ware wegspoelt.   
De tijd zal het leren.

(2 april 1994)

De etappe van vandaag is een lange.   Ruim 70 kilometer.   Daarbij steken we
het Nussuaq schiereiland dwars over en gaan over een 700 meter hoog pasje.  
Dat wordt dus hard werken voor de honden en voor onszelf.
Zodra we de kust opgaan horen we geblaf en gehuil in de verte.   Een loslo-
pende hond waarschijnlijk.   Frederik kijkt bedenkelijk.   Als hij de kans 
krijgt zou hij hem afschieten, maar het beest is ver weg.   Zwervende honden
kunnen, in tegenstelling tot wolven, gevaarlijk voor mensen zijn.   Wolven 
zijn daarentegen totaal ongevaarlijk voor mensen.   Ze zijn f zeer schuw 
zoals in Rusland en Canada t.g.v. de jacht erop, f hooguit afstandelijk 
nieuwsgierig.   Dat laatste geldt voor de witte wolven van Groenland en 
Ellesmere Island.   Er zijn nog nooit incidenten gerapporteerd van ongepro-
voceerde aanvallen door wolven op mensen in arctische gebieden.   Vergeet 
Drs. P. - leuk liedje, maar het klopt niet - en ook Roodkapje.
Op weg omhoog twijfelt Frederik over de te kiezen route.   Grappig.   Hij 
speelt de gidsenrol, maar ik ben meer zeker van de te kiezen route dan hij, 
na een blik op de stafkaart die ik bij me heb en m'n kompas dat hier naar 
het noord-westen wijst.
Eenmaal op de pas aangekomen gaat het hier en daar 30 graden steil omlaag.
Frederik jaagt de honden achter de slee, gaat zelf voor remmer spelen en zegt
mij erop te gaan zitten en me stevig vast te houden.   En zo dendert het 
bergaf.   Hij slaagt er daarbij in bij zeker zo'n 30 in het uur nijdige rots-
puntjes te omzeilen.   Nee, dat doe ik hem niet na.
Eenmaal op de zee gaat het vlot naar Ikerasak, gelegen op een eilandje met 
een markante rots.   In de verte, 40 kilometer verderop, ligt Ummanaq.   Ook
dat eiland wordt bekroond door een markante rots van liefst 1100 meter hoog.
Hier hoor ik tegenvallend nieuws.   De doorsteek over de lengte van het 
Nussuaq schiereiland is niet mogelijk met een hondenslee.   De sneeuw is er 
te diep, zo vertelt een visser mij.



(9 april 1994)

We zijn op weg naar een vissers hutje aan een zijarm van de Jacobshavn Isfjord.   
Deze fjord bevat een van de snelst stromende gletschers ter wereld:  ca. 5 km 
per jaar!   Hij is daarmee de leverancier van ongeveer de helft van de ijs-
bergen bij New Foundland.
We zitten hier op het land, en dat is aan de sneeuwhoogte te merken:  Ongeveer
40 cm.   De honden hebben het er moeilijk mee.   Het schiet niet erg op.   
Het uitzicht op een sprookjes achtig landschap van ijsbergen trekt echter 
veel meer mijn aandacht dan ons moeizame vooruit komen.   Pas in de avond 
bereiken we de hut.

(10 april 1994)

De laatste dag.   We gaan over een gebaand spoor direct naar Illulisat.   De 
route langs de Jacobshavn Isfjord is niet te doen voor de honden.   Vandaag 
is het voor het eerst wat warmer.   Het is aldoor tussen -20 en -30 C ge-
weest, maar nu is het -12 C.   Frederik en ikzelf zijn het erover eens:  
Lekker zacht weertje ....
In Nederland, na mijn terugkomst, wordt er op voorhoofden gewezen als ik dit
aan de mensen vertel.   Je referenties verschuiven als je aan afwijkende 
temperaturen wordt blootgesteld.

Later bespreek ik de tocht met Silverio.   Alles is prima gegaan.   Ook kom 
ik tot de conclusie dat als ik de doorsteek over het Nussuaq schiereiland 
wil maken ik dat niet per honden slee maar op langlaufski's met een pulka 
sleetje achter m'n eigen kont moet doen.   In de beschutte delen van de route
ligt er gewoon te veel diepe sneeuw.

Ik ga zo'n langlauf avontuur in het voorjaar van 1996 ondernemen.   Solo, 
omdat ik niemand kan vinden.   Het enige gevaar is dat je een ijsbeer tegen-
komt die je niet uit de weg gaat, wat redelijk vaak gebeurt, maar je "even 
gaat testen".   Dat gevaar is overigens heel klein want de laatste keer dat 
er ijsbeer geschoten is in de omgeving van Illulisat/Ummanaq is al weer meer 
dan 10 jaar geleden.


Terug naar lijstje met artikeltjes