Een antwoord aan Prof. Kroonenberg(door Evert Wesker)Op 31 januari 2001 werd er in NRC een ingezonden brief van de hand van Prof. Kroonenberg geplaatst. Hieronder staat een reactie mijnerzijds op deze brief. Onzekerheden in klimaatverwachtingen Zoals bekend is het niet eenvoudig om uitspraken te doen over hoe het klimaat zich in de komende tijd zal gaan ontwikkelen. Op deze site kan men mijzelf op een paar plaatsen diametraal zien tegenspreken (overigens op basis van publicaties in de open literatuur). En dat is geen vergissing, maar een indicatie over de onzekerheid rond deze materie. Een ieder die zich in dit onderwerp interesseert kan boeken uit begin zeventiger jaren opdiepen waarin werd gesproken over "De dreiging van het ijs". Een heel aardig boek uit die tijd is "De Weermachinerie" door Nigel Calder. Daarin wordt bovendien een mooi beeld van het werk van meteo-wetenschappers in de praktijk geschetst. Waarom sloegen deze verhalen zo in, ook bij de betrokken wetenschappers zelf? Dat was omdat het beeld bestond dat IJstijden klimaatveranderingen behelsden die zo langzaam gingen dat men bij wijze van spreken duizenden jaren de tijd had om te reageren als het weer eens zo ver zou komen. Dat beeld is door diverse ontdekkingen, bijvoorbeeld na analyse van Groenlandse ijskernen, grondig veranderd. Tot veler verrassing werd ontdekt dat het klimaat zich tijdens de IJstijd-periodes zeer dynamisch gedroeg en dat zeer grote temperatuurwisselingen - soms binnen enkele decaden! - eerder regel dan uitzondering waren. Rond 1950-1965 ging, zo weten nu we achteraf, de Aarde door een periode van enigszins dalende zonne-activiteit. Bovendien stootte de industrie in die tijd nog ongehinderd grote hoeveelheden SO2 uit. Dat compenseerde voor een aanzienlijk deel het effect van de extra CO2 die door menselijke activiteit aan de atmosfeer wordt toegevoegd. Dat vinden we nu terug in het werk van mensen als van Dorland van het KNMI. In die tijd was dat echter niet bekend. Daarom leek de vrees, op basis van de toenmalige kennis, gerechtvaardigd dat er misschien wel eens een onaangename - ijzige - verassing mogelijk was die voor de mensheid wel eens catastrofaal zou kunnen uitpakken. Alle grote graanschuren zouden in arctische steppen veranderen.
Inmiddels zijn we 30 jaar verder. Zo ook de kennis. Ook prof. Kroonenberg noemt dit in zijn
ingezonden brief. Maar de vraag is nu: Moeten we doorgaan met "business as usual"? En ons
eventueel op "het onvermijdelijke" (een snelle klimaatverandering) voorbereiden? Ook deze snelle verandering kan tot zeer onaangename verrassingen leiden. Een niet kwantificeerbaar risico, dat moet gezegd, maar ik vind dat enige voorzichtigheid geboden is. Het aanpassingsvermogen van de mensheid Terecht noemt Prof. Kroonenberg het feit dat de mens de IJstijden heeft overleefd, een tijd waarin zich grote en dramatische klimaatwisselingen voordeden. Men dient zich echter wel te realiseren dat het hier om zeer mobiele (primitieve) beschavingen ging: "Pak je spullen op en wandel". Toen er echter eenmaal sedentaire beschavingen ontstonden (gebaseerd op landbouw) werd die flexibiliteit veel minder groot. Er zijn vele voorbeelden bekend van beschavingen die door verslechterende omstandigheden ten onder gingen. Een goed voorbeeld is de ondergang van nederzettingen van Noormannen op Groenland toen de Kleine IJstijd zich deed gelden. Zij hadden, in tegenstelling tot de autochtone Groenlandse bevolking, een sedentaire leefwijze. De Noormannen waren daardoor minder flexibel dan de Groenlanders en gingen in de kou ten onder. Daarom deel ik het optimisme van Prof. Kroonenberg niet. Als t.g.v. verschuiving van neerslag zones en stijgende zeespiegel honderden miljoenen mensen van hun bestaan worden beroofd is er geen "simpele" oplossing voorhanden.
Op Java heeft men geprobeerd de bevolkingsgroei naar de rest van de Indonesische archipel
te "exporteren". Dat is niet gelukt.
Het is daarom goed om de woorden van de Amerikaanse meteoroloog, J.W.C. White in gedachten te
houden:
|
Naschrift: Nadat ik dit antwoord op mijn web-site heb gezet (1/2/2001) is het ook
- in iets verkorte en
geredigeerde vorm - in NRC van 7/2/2001
verschenen.