In antwoord op "De litanie van de milieu-angsten"

Terug naar: Menu
 

In antwoord op "De litanie van de milieu-angsten"

Een reactie op een extreem verhaal door H. Labohm in Trouw van 14/2/2004

(door Krista van Velzen en Evert Wesker)

Volgens Clingendael gastonderzoeker Hans Lahbohm is klimaatsverandering doemdenken, niets meer dan apocalyptische alarmisme en wetenschappelijke broddelwerk (in Trouw, 14 feb 2004). De middelen die wij als samenleving investeren in het voorkomen van klimaatsverandering zijn volgens hem weggegooid geld. Krista van Velzen en Evert Wesker betogen dat de behoefte aan absolute zekerheid in een onzekere samenleving ons niet moeten weerhouden van actie om toekomstige risico's te beheersen.

Een kenmerk van de moderne samenleving is dat maatschappelijke ontwikkelingen onbedoelde gevolgen hebben die wij van tevoren niet kunnen overzien. Wetenschappers die gewerkt hebben aan de ontwikkeling van kernenergie hadden niet erop gerekend dat hun uitvinding zou kunnen leiden tot Tsjernobyl, het bombardement op Japan met honderdduizenden doden of de proliferatie van kernwapens. Wij leven in een risico samenleving, een samenleving waarin wij steeds meer experimenten aangaan met onbekende uitkomsten en onbekende kansen op uitkomsten. Rekening houden met onbekende uitkomsten is geen doemdenken, maar een poging om negatieve toekomstige uitkomsten toch nog in goede banen te leiden. Klimaatsverandering door de verbranding van fossiele brandstoffen, is zo een onbekende toekomstige ontwikkeling.

Hans Labohm, net als vele milieu sceptici, heeft moeite met de onbekendheid van de toekomst. Zij willen zekerheid in een onzekere wereld. Klimaatsverandering moet eerst bewezen worden, argumenteren zij. Het moet gevalideerd worden door temperatuurverandering uit het verleden te simuleren. Tot het moment dat wij wetenschappelijke zekerheid hebben kunnen wij dan doorgaan met "business as usual". Dit heeft weg van een vicieuze cirkel: wij zijn niet zeker dat een activiteit negatieve gevolgen heeft tot dat deze plaatsvinden Ė en als zij plaatsvinden dan weten we het zeker maar is het te laat om er wat aan te doen.

Maar de wetenschap geeft ons wel handvaten om tot een oordeel over ontwikkelingen te komen zonder dat wij totale zekerheid hebben. Er worden theorieŽn ontwikkeld op basis van bestaande informatie en deze worden getoetst aan huidige en historische ontwikkelingen. Dit is precies wat het International Panel on Climate Change, een internationale onderzoeksgroep bestaande uit meer dan 2 000 wetenschappers en onderzoekers, sinds 1988 doet. De resultaten van hun onderzoek worden voorgelegd aan de internationale wetenschappelijke wereld voor kritiek door publicaties in tijdschriften zoals Nature. Pas als alle kritiek beantwoord is wordt het uitgebracht als een officieel rapport van de IPCC. Labohm en andere critici hadden de mogelijkheid om kritisch deel te nemen helaas aan hen laten voorbij gaan. Het is nu een beetje flauw om vanaf de kantlijn vol bravoure commentaar te geven op een wetenschappelijk project dat zijn weerga in de geschiedenis niet kent.

Onderzoekers hebben aangetoond dat er een relatie is tussen de hoeveelheid koolzuurgas in de atmosfeer en de temperatuur van de aarde. Bijvoorbeeld: Uit historische gegevens voor Nederland blijkt dat de periode 1706 - 1987 19 jaren telde met een gemiddelde temperatuur van boven 10 įC. Vanaf 1988 telde Nederland 13 van dergelijke jaren! Normaal telt in Nederland een hele eeuw gemiddeld 5 zomers die als "zeer of extreem warm" kunnen worden gekarakteriseerd. In de laatste 12 jaar waren het er 6.

De veranderingen in het klimaat heeft drastische gevolgen voor de natuur en samenleving. De kans op warmere zomers met een hogere regenval, hogere temperaturen in het algemeen en een hoger zeeniveau neemt navenant toe. Afgelopen zomer kreeg Europa een voorproefje van wat de toekomst zou kunnen brengen. Inzakkende dijken, stroomvoorzieningproblemen en enkele duizenden doden zoals in Frankrijk. Het RIVM heeft in samenwerking met internationale onderzoekers berekend dat in de komende 50 jaar zoveel als 25% van de Nederlandse biodiversiteit zou kunnen verdwijnen aangezien planten en dieren zich niet voldoende kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie zijn er vorig jaar 150 000 mensen voortijdig gestorven aan de gevolgen van klimaatsverandering.

Om de veranderingen in het klimaat te temperen moet er minder CO2 uitgestoot worden. Dat betekent dat er overgeschakeld moet worden op een ander manier van energie produceren en dat wij efficiŽnter moeten omgaan met bestaande energiebronnen. De vernieuwingen in energie productie en gebruik kunnen beter gedaan worden onder relatieve stabiele omstandigheden. Aanpassing onder stabiele condities is veiliger dan een aanpassing onder onstabiele condities.

Klimaatsverandering is echter niet de enige reden om te investeren in een ontwikkeling waarbij de energie voorziening en het transport wordt gebaseerd op duurzame bronnen. Een reden waarvoor opmerkelijk genoeg maar weinig aandacht is in de stukken van klimaatssceptici zoals Labohm, en dat is de beschikbaarheid van relatief gemakkelijk winbare "conventionele" olie.

Op dit moment is de nog aanwezige voorraad "conventionele" olie mondiaal ongeveer 300 miljard ton. Op het moment dat ongeveer de helft van de oorspronkelijk op aarde aanwezige "conventionele" olie op is zal de productie ervan gaan dalen. Lokaal is dat nu al het geval voor de Noordzee (sinds 2000), Texas (sinds 1970) en Prudhoe Bay (Alaska). Het is te verwachten dat zo rond 2010 de totale wereld productie van "conventionele" olie over de top zal gaan. De US Geological Survey spreekt over "the big roll-over". Met een toenemende schaarste gaat een toenemende prijsstijging gepaard.

Het is tegen de achtergrond van een combinatie van klimaatsverandering door de uitstoot van koolzuurgas ťn het schaarser worden van gemakkelijk winbare niet-hernieuwbare brandstoffen noodzakelijk om werk te maken van de overschakeling van de energievoorziening en het vervoer in de richting van duurzame energie bronnen en daaruit geproduceerde energiedragers (denk aan opslag in batterijen, bio-brandstof en waterstof). Daarnaast zal een streven naar een hogere energie efficiŽntie nodig zijn. De aanpassingen gaan gepaard met kennisintensieve technologische- en procesinnovatie. Daarnaast dragen deze aanpassingen en innovaties bij aan de werkgelegenheid en veerkracht van de Nederlandse economie.

Zulk een investering in de modernisering van onze energievoorziening is geen weggegooid geld zoals Labohm beweert. Het is vooruitziend inspelen op de te verwachte mondiale veranderingen in klimaat en de beschikbaarheid van niet hernieuwbare energiebronnen. Investeringen die bovendien bijdragen aan de groei en kracht van de Nederlandse economie. De ogen sluiten voor veranderingen zullen deze niet doen verdwijnen Ė hoe graag wij dat ook zouden willen.

Amsterdam / Den Haag, 18/2/2004

Krista van Velzen is Tweede Kamerlid voor de SP
Evert Wesker is werkzaam als research engineer in de petrochemische industrie


Terug naar: Menu