Wie vertelt het de kinderen?

Ouders en opvoeders tussen droom en daad


Seksuele voorlichting aan kinderen blijkt een moeilijk onderwerp voor veel ouders. Het lijkt wel of zij het moment waarop ze met kinderen over seks beginnen te praten steeds maar uitstellen, en dan verwachten dat tijdens de biologieles op school een en ander uitgelegd wordt. Niet goed, vindt Sanderijn van der Doef.


Yvette Cramer

Over babies zijn kasten vol boeken geschreven en zijn de onderzoeken niet te tellen. We weten inmiddels dat het al bij de geboorte sociale diertjes zijn, compleet met taalgevoel en rekenknobbel. Als babies tot peuters, kleuters en later jonge mensen uitgroeien, blijkt de informatiestroom opgedroogd te zijn. Over bijvoorbeeld de seksuele ontwikkeling van kinder en is weinig bekend. Dat ze geen seksuele gevoelens zouden hebben, zoals Freud beweert, gelooft inmiddels niemand meer, maar hoe dan wel zit, en hoe je je daarover als ouder of opvoeder opstelt, is nog goeddeels een te beantwoorden vraag. Dat babies al primitieve seksuele gevoelens hebben, is bijvoorbeeld nog maar net doorgedrongen.

Vreemd genoeg doen we tegenover kinderen niet moeilijk over het technische aspect van babies krijgen. Het verhaal over het zaadje en het eicelletje waaruit een nieuw broertje of zusje groeit in de buik van de moeder, dat er na negen maanden uitkomt, kunnen we zonder blikken of blozen vertellen of voorlezen uit boekjes, terwijl dat aspect juist voor kinderen niets met seks te maken heeft. Zodra de kinderen zelf met seksuele gevoelens en lichamelijke veranderingen te maken krijgen in hun pubertijd, en ook al veel eerder, gaan we schutteren.

Sommige ouders nemen hun zoon of dochter rond hun tiende verjaardag op een dag apart en stellen plechtig dat hun kind voortaan alles over seks mag vragen. Sommige ouders vertellen niets, en geven hun dochter zonder verdere toelichting een sierraad cadeau als ze voor het eerst ongesteld is geworden, en een vrolijk ingepakt doosje condooms aan hun zoon die voor het eerst met een vriendinnetje uitgaat.

Hoe kunnen de ouders van nu, die baby- en kinderverzorging voornamelijk uit het boekje hebben geleerd, verantwoord willen opvoeden, en tegelijkertijd o zo onzeker zijn geworden door de steeds maar wisselende wetenschappelijke pedagogische, medische en psychologische inzichten, het beste met seks in de opvoeding omgaan?

Aandacht geven
"Zo natuurlijk mogelijk", antwoordt Sanderijn van der Doef, psychologe en werkzaam bij de Rutgers Stichting. Seks is net als wassen, eten, beleefd zijn en tv kijken een onderdeel van het dagelijks leven, dus waarom zou je daar geheimzinnig over doen? Zij vindt dat er ouders en opvoeders veel meer aandacht zouden moeten geven aan seks bij kinderen.

Als kinderen vragen stellen, horen daar eerlijke antwoorden op te komen. Ouders kunnen bijvoorbeeld het moment aangrijpen meer over seks te vertellen als het kind wil weten waar condooms voor dienen, waarom mamma borsten heeft, of wat het woord neuken betekent. Verzwijgen, of afwimpelen met 'dat vertel ik later nog wel eens', vindt Van der Doef geen goede houding.

Hoe opener ouders over seks tegenover hun kinderen zijn, hoe evenwichtiger kinderen opgroeien. "Je moet er niet te moeilijk over doen, dan loop je alleen maar het gevaar dat kinderen een verkeerd beeld van seks krijgen".

Van der Doef doet onderzoek naar gevoelsleven en seksualiteit van kinderen en jonge volwassenen, en schrijft daar artikelen over. Zij werkte onder meer mee aan het progamma Sex met Angela en schreef aantal boeken voor opvoeders, kinderen en pubers over seksualiteit. In 'Kleine mensen, grote gevoelens', dat eind vorig jaar is uitgegeven, geeft zij praktische tips aan ouders en opvoeders over seksualiteit bij kinderen, over wanneer en hoe het onderwerp kan worden aangesneden en welke wat de meest gestelde vragen van ouders op dit punt zijn.

We weten weinig van kinderseksualiteit af omdat de geleerden heel lang dachten dat seks bij kinderen niet voorkwam. De onderzoeken die naar kinderseksualiteit zijn gedaan, zijn achterhaald of niet betrouwbaar door de onderzoeksmethode.

Liefde en lust
Zo blijkt vaak dat volwassenenseksualiteit en kinderseksualiteit door elkaar gehaald worden. Van der Doef: "Dat kan niet. Je kunt niet je eigen seksuele gevoelens projecteren op kinderen. Bij volwassenen draait seks altijd om het orgasme. Bij kinderen zie je dat seksualiteit gericht is op het ontdekken van het eigen lichaam en dat van anderen en het ontwikkelen van gevoelens die daarbij horen. Daar richt je je in de opvoeding op."

In het algemeen gaan we in Nederland open met seks om. Toch vindt Van der Doef dat het voor kinderen en seksualiteit nog beter kan, want 'je praat immers over een normaal onderwerp. En als je er normaal over doet, gaat het kind het ook normaal vinden. Je staat er soms versteld van wat een raar beeld kinderen van twaalf over seksualiteit hebben.'

Ouders lijken vaak te denken dat seksuele voorlichting bestaat uit het geven van een college techniek, waarbij plaatjes van roze onderdelen in het lichaam tonen hoe de voortplanting in elkaar zit. Gevoelens die daarbij een rol spelen, liefde, lust, opgewondenheid, komen amper aan de orde.

Toch zijn kleine kinderen al heel erg met seksualiteit bezig. Op een heel ander niveau dan volwassenen. Ze ontdekken hun eigen geslachtsorganen en merken dat ze een prettig gevoel krijgen bij bepaalde handelingen. Ze stellen ook veel vragen:' waarom heb je haartjes daar', 'mag ik je piemel zien?' In de regel zouden ouders daar dus een reactie op moeten geven. "Dat hoeven geen uitgebreide verhalen over liefde, lust en voortplanting te zijn. Maar het moet wel een duidelijk antwoord zijn op de vraag die het kind stelt", adviseert Van der Doef in haar boek.

Moet je kinderen op zo'n jonge leeftijd al 'lastig vallen' met seks?, vragen veel ouders zich af. "Ja", zegt Van der Doef, "maar op een manier die past bij hun leeftijd. Zo zijn kinderen tot een jaar of drie heel erg bezig met het verschil tussen jongens en meisjes. Ze stellen vragen over waarom de een wel een piemeltje heeft en de ander niet. Als ouder kun je daar op dat moment op inspelen en op een eenvoudige manier uitleggen waarom jongetjes van meisjes verschillen. Met een jaar of vier beginnen ze verliefde gevoelens te ontwikkelen en kunnen ze en heel diepe vriendschap voor iemand voelen. Een paar jaar later lijkt het of kinderen geen interesse in seksualiteit hebben, terwijl ze dan juist heel erg geinteresseerd raken in anderen, en speelt verliefdheid wel degelijk een grote rol, maar tegelijkertijd kunnen kinderen op die leeftijd heel erg verlegen zijn. Daar moet je over praten. Kinderen zitten dan met vragen over contact leggen, laten merken dat je iemand leuk vindt."

Seksnormen
Behalve het scheppen van een open situatie waarin kinderen hun vragen over seks kunnen stellen, is het belangrijk dat opvoeders hun eigen normen en waarden over seks overbrengen. Ouders hoeven heus niet alles maar goed te vinden. De meeste mensen in een cafe zullen het een beetje raar vinden als een kind van vijf roept 'Mam, kom eens kijken! Heb ik een grote, of heb ik een grote?' Ouders kunnen dan uitleggen dat het een beetje gek is zoiets in het openbaar te roepen.

"Je kunt kinderen al op jonge leeftijd uitleggen wat hoort en wat niet en wat je er als ouder over vindt. Kinderen tussen de drie en zes zijn erg ontvankelijk en geinteresseerd in wat volwassenen doen. Daar kun je als opvoeder je voordeel mee doen.", aldus Van der Doef.

Hoewel ze meer dan eens benadrukt dat praten over seks heel gewoon moet zijn in de opvoeding, weet zij uit ervaring dat de praktijk weerbarstiger is. Ouders vinden het nog vaak moeilijk over seks te praten met jonge kinderen, en delegeren het onderwerp liever aan anderen. Kinderen leren het wel in de biologieles op school, van vriendjes, of lezer erover in tijdschriften en boeken. Vroeger ging het toch ook vanzelf? Zo schuiven de ouders het heikele onderwerp voor zich uit, en houden zij het droombeeld vast van kinderen als aseksuele wezens.

"Je kunt maar beter snel vertrouwd raken met de gedachte dat er altijd problemen zullen rijzen tussen ouders en hun kroost wanneer seks zijn vuige (hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt) kop opsteekt", houdt John Farman zijn jeugdige lezers voor in het gidsje 'Pas op!!! Hoe je ouders in de hand te houden'. Praten over seks blijft een soort waden door een dikke, kleverige stroop, vindt hij, en dat komt omdat kinderen voor ouders nog steeds 'dat onschuldige babietje zijn waar ze zo van hielen en dat ze zo innig koesterden.' Ze sluiten hun ogen voor het feit dat het babietje van toen al aardig begint te puberen. Farman legt de vinger op de zere plek.

Van der Doef ergert zich aan de struisvogelpolitiek van de ouders. "Ze vinden dat kinderen onder de twaalf niet met seks geconfronteerd mogen worden. En als de kinderen daarna in de pubertijd komen, gaat de ontwikkeling zo snel, dat ouders het onderwerp niet meer durven aan te snijden. Dan is het een taak van de school geworden."

Als de ouders meer aandacht aan de seksuele ontwikkeling van het kind hadden besteed, zouden ze niet dichtslaan als hun zoon of dochter zich in de pubertijd seksueel tot een volwassene ontwikkelen. De kinderen weten zich dan in een vertrouwde omgeving, waarin het niet gek of geheimzinnig wordt gevonden om over gevoelens en seks te praten. Als kinderen het gevoel hebben dat seks iets stiekems is, kan dat gevolgen hebben voor de latere seksbeleving. Onderzoek toont aan dat mensen die als kind zijn opgevoed door ouders met een positieve houding ten opzichte van seksualiteit, zelf minder seksuele problemen hebben en tevredener zijn over hun seksuele relaties dan mensen die zijn opgevoed met het idee dat seks iets negatiefs is. Ook zijn zij weerbaarder tegen seksueel misbruik. Het is dus alleen maar goed als kinderen al vroeg de wereld van seksuele gevoelens leren kennen.

Zaak van ouders?
Veel scholen lijken zich ermee te verenigen dat seks pas op de middelbare school 'mag'. Lagere scholen willen seksualiteit niet in het lespakket opnemen, ook al omdat er weinig materiaal voorhanden is, omdat zij het een zaak van ouders vinden. Terwijl Van der Doef van mening is, dat seksuele opvoeding juist op de lagere school ook thuis hoort. Een middenweg vinden, waarin ouders en school allebei een deel van de opvoeding voor rekening nemen, en elkaar daarin aanvullen, heeft haar voorkeur. Ouders kunnen dan hun eigen opvattingen over seksualiteit aan kinderen vertellen, de school kan onderricht geven in verschillende opvattingen over seks en kinderen voorhouden dat ze respect moeten hebben voor elkaars mening. Zo leren kinderen kritisch te zijn en keuzes te maken uit alle mogelijkheden die ze voorgeschoteld krijgen.

"Op scholen wordt wel aandacht besteed aan politiek, milieu, armoe in de wereld. Dan zou ook seksualiteit aan de orde kunnen komen. Ik vind dat we al op de lagere school veel opener met kinderen moeten spreken over seks. Op de middelbare school zie je een radicaal andere situatie. Dan verwachten ouders wel dat seksualiteit in het lesprogramma aan de orde komt. Eigenlijk heel raar."

Toch vindt Van der Doef niet dat ouders of opvoeders zich door school of maatschappelijke opvatting verplicht moeten voelen een taak uit te voeren die hun niet ligt: "Je moet respecteren dat sommige ouders niet open willen zijn over seks. Ik richt mij in mijn werk alleen op opvoeders die wel over het onderwerp willen praten met kinderen."

Dat neemt niet weg dat de meeste ouders te lang blijven dromen over kleine kinderen zonder seksuele gevoelens, en daardoor de daad, het voorlichtingsverhaal vertellen, uitstellen of verwachten dat de school dat wel zal doen. Als het kind middenin de periode zit dat het zich seksueel ontwikkelt tot een volwassene, worden zij ineens met de neus op de feiten gedrukt. Dan is het te laat. De droom is uit, het kind is groot, en de ouders weten zich er geen raad mee: hadden ze seks maar gewoon gevonden.


Literatuur:
Sanderijn van der Doef, Kleine mensen, grote gevoelens, Kinderen en hun seksualiteit. Amsterdam, De Brink, 1994
Sanderijn van der Doef, En dan is er seks..., voorlichtingsboek voor pubers. Amsterdam, Kosmos, 1995
Sanderijn van der Doef, Ben jij ook op mij? Over sex voor kinderen. Amsterdam, Ploegsma, 1995
Psychologie april 1995
copyright Psychologie


Terug naar het artikelenoverzicht